Zijn rug beweegt zich ritmisch met de woorden die hij schrijft. De kleine haartjes in zijn nek schreeuwen om aandacht. Hij kijkt achterom, eventjes. Ik buig me weer over mijn schrift en schrijf verder aan het opstel wat ik vandaag toch niet afkrijg. Een klein blosje schuift over mijn wangen, ik hoop dat hij het niet ziet.
Het meisje naast me werkt hard door, ze heeft al bijna een heel blaadje vol. Bij mij staan er drie regels over mijn favoriete vakantie, hartjes en zijn naam, honderden keren.
Ik probeer me te concentreren op het verhaal waar ik mee bezig ben, maar elke keer wordt mijn blik naar hem getrokken. Zijn lichaam werkt als een magneet, ik wil hem aanraken, maar voorlopig geeft kijken al genoeg voldoening.
De hele dag gaat het door; even kijken, en als hij terugkijkt snel weer wegkijken, een soort spelletje.
Hij strijkt even door zijn haren, misschien weet hij dat ik kijk. Op zijn blaadje staat ook niet veel, voor zover ik het kan zien. Een blik op de klok vertelt me dat het over een paar minuten tijd is. De week is bijna voorbij, en nog steeds is er nog niets gebeurd, net zoals de rest van de dagen.
De bel gaat. Iedereen pakt zijn tassen in, en door net wat vlugger te lopen als normaal zorg ik er voor dat ik tegelijkertijd met hem door de deur moet. Een lachje, ga jij maar eerst.
Laten we een gesprek beginnen. ‘Moeilijk hè, zo’n opstel maken? Ja, heel erg, maar ik vind het wel leuk. Ga je nog wat doen in het weekend? Nee, jij wel?’
En dan komt het moment. Een subtiele vraag, een uitprobeersel. ‘Zullen we samen iets gaan doen?’ Ik schrik, die woorden komen toch niet uit míjn mond? En weer word ik rood. Je kijkt me aan, onderzoekend. Je lieve, bruine ogen proberen te begrijpen wat ik wil. ‘Waar wil je heen gaan? Er draait een leuke film in de bioscoop!’
Ja, het is gelukt. Een eerste afspraakje. De eerste echte ontmoeting. Het begin van het grote spel dat liefde heet.