-Ik weet niet of je nogmaals mag meedoen als je al een keer het verhaal van de week geworden bent, maar ik had weer eens inspiratie. Wanneer mijn credits inderdaad op zijn, mag dit verhaal beschouwd worden als een vingeroefening voor de schrijver en een tussendoortje voor de lezer
![]()
-
In Delft stap ik op onze roze omafiets. Regen komt met bakken uit de hemel en in het kinderzitje staat een diepe laag water. Ik fiets door de natte straten, over glibberige kinderkopjes, langs monumentale panden. Herinneringen aan voorbije tijden van glorie. Een beeld duikt in me op van ons op deze fiets, zij staand en sturend, ik op het zadel en trappend. Ik kan als het ware haar schaterlach tussen de huizen horen echoën. Het was donker, we waren dronken van de drank en de liefde en probeerden geen eeuwenoude paaltjes te rammen.
Ik trap als een bezetene alsof ik de verloren tijd kan inhalen door heel hard te fietsen.
Bij Den Haag moet ik flink in de remmen voor een naderende tram. De achterband slipt op het natte wegdek, maar ik blijf overeind. Regenwater klotst in het kinderzitje. Van de zomer zat Jasper nog daarin. Het was de eerste vakantiedag en we maakten een tochtje met onze “roze motor”. Hij trok aan mijn shirt terwijl hij steeds maar riep: ‘Sneller pappa, geef gas!’ Zijn stem galmt na tussen mijn oren en opnieuw volg ik zijn bevelen op, ik buig me over het stuur en maak nog meer snelheid.
In Scheveningen parkeer ik de fiets tegen een paaltje en loop de boulevard op. Het strand is nat en leeg. Zandkastelen, pastic emmertjes en schepjes zijn weggespoeld. Doelloos banjer ik rond. Waarom? Waarom? Die vraag komt even vaak in mijn gedachten op als dat er golven het strand op rollen. Ik kan niet geloven dat het allemaal voorbij is. Waarom wij? Waarom ik? Als jullie die ochtend niet de auto maar onze trouwe roze fiets hadden gepakt, zoals altijd, dan lagen we nu gedrieën te ontbijten op bed. Dan dronken we samen warme chocomel en keken we tekenfilms. Dan…
Ik vlucht het strand af, achtervolgd door mijn gedachten, en kom weer bij de boulevard terug. Daar haalt de realiteit me in. Waardevolle spullen moeten altijd met grote sloten veiliggesteld worden. De fiets staat niet meer tegen het paaltje. Onze roze omafiets met kinderzitje is weg. Ik ben jullie kwijt.