quote:
Alleen Krampus is de onze niet

(jammer genoeg, ik zou het ook gaaf vinden om een keer mee te maken in bijv. Oostenrijk) Krampus is net zoals Zwarte Piet een archetype met heel veel verschillende elementen maar wel eentje die zich vooral in de Alpengebieden ontwikkeld heeft.
Overigens ook een gaaf detail: Krampus draagt kettingen wat eigenlijk staat voor het ketenen van de Duivel (de Dood stond in streng-christelijke tijden gelijk aan de Duivel vandaar dat Krampus er ook zo uitziet) en dus eigenlijk het overwinnen van de 'Dood'.
Nog een interessant stuk over de herkomst van de traditie:
"
Ter verdediging van Zwarte PietEen volkskundiger benadering
In november 2013 kwam mijn boek over Zwarte Piet uit (klik hier voor meer informatie over het boek). Het is gebaseerd op een essay dat ik in 2011 schreef. Reeds in 2011 viel het me namelijk op dat elk jaar een aantal mensen op steeds tendentieuzere wijze bezwaar maakte tegen het gebruik van Zwarte Piet bij de Sinterklaasviering. Daarbij bedienden zij zich van oppervlakkige, op rassen en slavernij gebrande argumenten. In oktober, november en december 2013 ontaardde dit zelfs in ordinair etnisch moddergooien over en weer. Ondertussen kwam mijn boek uit, dat ik vooral geschreven heb uit waardering voor Zwarte Piet; omdat ik weet dat een blik in onze folklore een heel ander beeld van Piet schetst. Dit betoog voor Zwarte Piet zal een tipje van de sluier oplichten.
In 2013 was de discussie wel heel vroeg begonnen en ditmaal reikte ze ver over de Nederlandse en Belgische landsgrenzen heen. Reeds op 4 oktober tekenden 21 mensen, onder wie de Antilliaanse Quinsy Gario, bij de Amsterdamse Gemeenteraad bezwaar aan tegen de aanwezigheid van Zwarte Piet tijdens de feestelijke intocht van Sinterklaas op 16 november in de hoofdstad. En op 19 oktober werd bekend dat de Verenigde Naties klachten vanuit Nederland hadden ontvangen over het stereotiepe karakter van Zwarte Piet (ziehier een afschrift van de brief aan de Nederlandse regering). Naar aanleiding van de klachten zou de volkerenorganisatie een onderzoek instellen naar Zwarte Piet. Zelfs de minister-president Mark Rutte moest er desgevraagd enkele woorden aan wijden: Zwarte Piet is, zoals zijn naam al doet vermoeden, zwart, aldus de bewindsman.
Plotseling werd Zwarte Piet wereldnieuws.
Wat is er toch aan de hand? Hebben we genoeg van Zwarte Piet? Geenszins. De klagers vormen nog steeds een minderheid. Toch zijn er vanuit de Gemeente Amsterdam en vanuit bepaalde Sinterklaascommissies al geluiden te horen die een bereidheid tot aanpassing van Zwarte Piet doen vermoeden, zoals het ‘lichter’ maken van zijn traditionaliter zwarte gezicht.
"Racistisch"
Kinderen zijn gek op Zwarte Piet. Hij geeft hun cadeautjes, hij draagt zeventiende-eeuwse kleren met een eveneens oneigentijdse molensteenkraag en heeft een struisvogelveer in zijn hoed. Maar er is een probleem: zijn gezicht is pikzwart, hij heeft rode lippenstift op, zwarte krulharen, gouden oorringen in, en – dat maakt het nog erger – zijn baas is een rijzige, blanke, wijze heilige met een rood bisschopsgewaad aan. De heilige is tevens getooid met een mijter en hij draagt een prachtige, golvende witte baard en heeft witte haren die tot op zijn schouders hangen.
“Dat is racistisch!”, roepen vooral zwarte Nederlanders en zwarte immigranten met bet-bet-overgrootouders, die vaak slaven waren. Volgens hen wordt Zwarte Piet ten opzichte van Sinterklaas uitgebeeld als een 'stereotypische, domme neger'. Zijn rode lippen, oorringen en vaak amusant gedrag zouden racistische vooroordelen ten aanzien van negers bevestigen.
Miljoenen argeloze Nederlanders en Belgen, die al generaties lang met Zwarte Piet zijn opgegroeid en van wie duizenden – mannen én vrouwen – Zwarte Piet vertolken, krijgen nu te horen dat zij al die tijd racisme in de hand hebben gewerkt. Dat is nogal wat, en weinig mensen weten dan ook hoe ze daar nu op moeten reageren.
Het debat wordt elk jaar feller. In 2011 werden Quinsy Gario en een Ghanese mededemonstrant hardhandig opgepakt omdat zij bij de feestelijke intocht van Sinterklaas in Dordrecht tegen Zwarte Piet protesteerden. 'Hoe kunnen zij toch zo’n onschuldig kinderfeest verpesten?', vroegen de meeste mensen zich af. 'Zwarte Piet is alleen maar zwart omdat hij door de schoorsteen moest glijden om de cadeautjes te komen brengen', werpen zij tegen. Dat vertellen ouders hun kinderen immers sinds jaar en dag, in antwoord op de vraag waarom Zwarte Piet zwart is.
De critici roepen echter ook: “Zwarte Piet komt rechtstreeks uit de slavernijperiode vandaan en nu is de tijd aangebroken waarop wij deze akelige, levende herinnering aan die tijd afschaffen”.
John Helsloot en Andrée van Es
Een bij critici graag geziene volkskundige van het Meertens Instituut, John Helsloot, kan zich goed in deze kritiek en oproepen tot afschaffing vinden. De volkskundige verklaarde in 2011 en 2012 dat Zwarte Piet een recent en 'in essentie racistisch fenomeen' is. Helsloot heeft immers negentiende-eeuwse Amsterdamse bronnen gevonden voor een 'Neger' aan de zijde van Sinterklaas in 1868 (de bron hiervoor is een optekening van Jef de Jager), van een zwarte knecht uit 1850 (de bron hiervoor is de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman) en van een 'kroesharige neger' uit 1828 (hiervoor zijn de bronnen de jeugdherinneringen van Alberdingk Thijm).
Voor sommige welvarende negentiende-eeuwse Amsterdamse kooplieden was het hebben van een zwarte bediende een statussymbool. 'Het heeft dus niets te maken met een schoorsteen', aldus Helsloots verklaring voor het zwarte gelaat van Piet, zoals uitgesproken tijdens een bijeenkomst van de actiegroep Zwart van Roet in 2011). De schoorsteenverklaring noemt hij dan ook een 'onnadenkend verhaal' (zie webstek van Zwart van Roet). Helsloots bronnen, en dan met name het kinderboek van Schenkman uit 1850, worden dan ook overal aangehaald en aangevoerd als bewijs voor dit 'recente, racistische fenomeen', zoals Helsloot Zwarte Piet noemt. In de Zwarte Piet-kritische internetartikelen die op deze uitspraak volgden was het dan ook Schenkman voor en Schenkman na. De schoorsteenmythe is immers ontkracht, en met Schenkman is bewezen dat Piet een negentiende-eeuwse, ondergeschikte neger was. Helsloot stelde bij Zwart van Roet in 2011 dan ook voor om het gelaat van Piet voortaan te besmeren met 'slechts een paar roetvegen op de witte huid'. Daarop beweerde (of herhaalde) de Amsterdamse GroenLinks-wethouder Andrée van Es een jaar later, in 2012, dat Piet iets recents en racistisch is, en zal moeten verdwijnen. Ook zij stelt 'een paar roetvegen' op het gelaat voor. Ook elders in het actiewezen zijn roetvegen als schappelijk alternatief voor de zwarte Zwarte Piet aangevoerd.
Hoe het ook zij, nu bemoeit de VN zich ermee en begint Amsterdam voor de kritiek te zwichten.
Laat ons kort de kritiek samenvatten: Zwarte Piet is dus slechts negentiende-eeuws; sterker nog, hij is een negentiende-eeuwse zwarte slaaf; Sinterklaas is zijn baas en door deze hiërarchie, gecombineerd met zijn gedrag, beantwoordt Zwarte Piet aan negatieve stereotypen t.a.v. zwarten.
Wat zeggen de volkskundige bronnen?
Ik lees graag boeken over volkskunde en mij was het altijd duidelijk dat Zwarte Piet niet racistisch of recent is. Voor mijn boek Zwarte Piet: discriminerend of fascinerend? heb ik een literatuuronderzoek gedaan en eenvoudig te vinden bronnen geraadpleegd die Sinterklaas noemen (o.a. Schrijnen [1915], Schwabe [1969], De Benoist [1996], Van der Ven [jaar onbekend - ik schat 1939], Van de Graft [1978], Grolman [1931] en Farwerck [1970]). Deze boeken beschrijven, naast Nederland en België, ook allerlei andere plekken in West- en Centraal-Europa waar donkere en zwart geschminkte figuren aan de zijde van verscheidene sinterklaastypes te vinden zijn. Zij zijn sinterklaasbegeleiders die soms op een duivel lijken, dan zijn het in Duitsland weer geheimzinnige, duistere mannen met donkere baarden en bruine puntmutspakken die uitgebeeld worden. Weer andere zwart geschminkte sinterklaasbegeleiders dragen dierenhuiden, hoorns en kettingen. Soms is de sinterklaas versmolten met deze wilde boemannen, of ontbreekt hij gewoon.
In het huidige Nederland en België zijn de verschijningsvormen van Sinterklaas en Zwarte Piet nogal eenvormig geworden: de bisschop met zwarte begeleiders is thans de ‘officiële’, genationaliseerde vorm. Niettemin wordt dit volksgebruik bij de zogeheten nicolaasmaskerades ingedeeld. Vroeger waren er allerhande soorten nicolaasmaskerades te vinden in Nederland en België. Er waren ‘Zwarte Sinterklazen’ op de Veluwe, er was Sinterklaoskerl in wieve-goed (een onherkenbare travestiefiguur) in het oosten van Nederland en op de Waddeneilanden vinden we nog steeds vreemd uitgedoste Klozems en Sundrums, die soms nog zwarte gezichten hebben. In Friesland waren er nog onlangs Sintroms gehuld in witte lakens met zwarte Pieters aan hun zijden. Volgens de door mij geraadpleegde bronnen (waaronder Graft, 1978) waren er ook zwart geschminkte Sunderklazen die in de zestiende, zeventiende en negentiende eeuw de Amsterdamse buurten terroriseerden, op zoek naar stoute kinderen.
Verder melden de bovengenoemde bronnen dat die donker-bebaarde Sinterklaasbegeleider in Duitsland Knecht Ruprecht heet. In de Franse Elzas heet hij Hans Trapp, in Luxemburg word hij Houseker genoemd, in Zwitserland is hij weer pikzwart en wordt hij Schmutzli genoemd.
Schmutzli in Zwitserland
![schmutzli.jpg]()
Een Zwitserse Schmutzli; het Helvetische broertje van Knecht Ruprecht
Hij praat gebrekkig, net als onze Zwarte Piet eertijds. Schmutzli draagt een plunjezak en een roe, net als Zwarte Piet en Knecht Ruprecht dat doen of deden. In Oostenrijk zijn Krampus en Percht niet altijd zwart en dragen ze vaak een mand in plaats van een zak, waar stoute kindertjes in gegooid worden, en jagen ze met hun duivelse uiterlijk jonge mensen op.
Elders duiken bij Sint-Maarten (11 November) ook zwarte mannen op. Farwerck (1970) zegt daarover:
"In Götzens in Tirol wordt op St.-Maartensavond met koe- en geitenbellen geraas gemaakt en in Wörgl en in het beneden-Inndal lopen schrikwekkend gecostumeerden met lange halzen en horens op het hoofd, met bellen behangen en met zwart gemaakte gezichten rond. Ieder, die zij te pakken krijgen, wordt met roet ingesmeerd. Wij hebben hier weder aanduidingen, die wijzen op een dodencultus. De zwart gemaakte gezichten leggen verband met de donkere onderwereld en de bellen met Wodans Wilde Heir, waarover ook gezegd wordt dat het met gebrul en belgerinkel door de lucht trekt."
Op andere plekken in winters Europa jagen gemaskerde jonge mannen met roeden andere jongeren (vooral meisjes) op, om hun al petsend vruchtbaarheid te brengen. Bij weer andere wintergebruiken, zonder een sinterklaas, klappen gemaskerde jonge mannen met zwepen terwijl zij over akkers lopen; zo brengen zij vruchtbaarheid, aldus het volksgeloof.
Sankt Nikolaus und Knecht Ruprecht
![nikolaus_und_ruprecht.jpg]()
De Duitse Sankt Nikolaus und Knecht Ruprecht. Ze zijn dezelfde figuren als Kleeschen an Houseker en le Saint Nicolas et Père Fouettard. De donkergeklede knecht draagt een zwarte baard, een zak en een roe
Volgens de bronnen duiden deze gebruiken op een heidens bezinksel. De wortels van Zwarte Piet en van veel andere soortgelijke gebruiken gaan terug op een Germaans oergebruik.
Het volksgeloof stelt dat Sinterklaas op zijn schimmel over de daken kan vliegen; Sinterklaas is een rijzige figuur; heeft een lange, witte baard; Sinterklaas en Piet komen 's nachts door de schoorsteen bij de mensen op bezoek; bij de open haard leggen de mensen wat voer neer voor de schimmel, gedurende zijn nachtelijke bezoek. En Piet maakt geraas, lawaai, klopt op de deuren, en vooral vroeger mepte hij stoute kinderen met de roe en maakte hij velen bang met zijn kwajongensstreken. Sinterklaas en Zwarte Piet zijn overblijfselen van de oude, voorchristelijke Germaanse Wodancultus van onze voorouders.
Lang geleden waren noten en de roe vruchtbaarheidssymbolen. En groepjes mannen – in de literatuur vaak mannenbonden genoemd - bootsten Wodan en zijn Wilde Heir (Wilde Leger, Wilde Jacht) na om nader tot hen te komen. Zij stonden in hoog aanzien en bekleedden militair-religieuze rollen. Maar omdat zij in contact stonden met het Dodenrijk - dat in staat was nieuw leven op te wekken - konden zij ook nieuw leven doorgeven door jongeren met de roe te slaan (zo bezien is de roe dus een kindvriendelijk symbool, omdat hij tot geboorten leidt!). Aan het hoofd van voornoemde Wilde Heir, waar de mannenbonden spiritueel mee in contact konden komen, stond de aanvoerder Wodan. Het Wilde Heir bestond uit gesneuvelde strijders die zwarte gezichten hadden omdat zij afkomstig waren uit de Onderwereld. Het was dankzij die zegeningen van Wodan dat de mannen vruchtbaarheid en voorspoed over hun gemeenschap konden afroepen. Sinterklaas is Wodan en de zwarte pieten zijn oorspronkelijk gesneuvelde krijgers uit de Onderwereld, of nabootsingen daarvan. De Kerk probeerde in de Middeleeuwen de heilige Nicolaas (en elders Sint-Maarten) op de plek van Wodan als aanvoerder van het hemelse Wilde Heir te plaatsen. Het bleek een hardnekkig geloof: de schimmel en de zwarte mannen konden ze niet op een christelijke manier wegwerken. Dus kregen de zwarte mannen de identiteit van de duivel, die ook als Piet of Pieter bekend stond.
Net als Sinterklaas vloog Wodan op zijn schimmel over de daken; ook Wodan was statig; ook hij had een lange, witte baard; de schoorsteen was voor het huis de verbinding met de andere wereld en Wodan en diens gesneuvelden konden zo 's nachts bij de mensen voedsel en offers komen halen. De nabootsers van het Wilde Heir werden ook door giften onderhouden, en evenals het Wilde Heir maakten zij geraas, stalen zij dingen (dat recht hadden zij), ontvoerden zij jongeren die zij bij zich inwijdden hieraan zou volgens sommigen de zak van Zwarte Piet herinneren), en straften zij stamleden of brachten hun vruchtbaarheid. De gezichten der nabootsers waren meestal ook zwart gemaakt, met roet, zoals dat een onderwereldfiguur betaamde.
Indien de huidige vormen van deze Europese volksgebruiken een gemeenschappelijke oorsprong hebben – en dat is volgens de genoemde volkskundigen dan ook evident – is het zeer waarschijnlijk dat de oorspronkelijke Sinterklaasbegeleiders er niet zo negroïde uitzagen als de Nederlandse Afro-Piet. Daarnaast hebben ze wel weer veel met elkaar gemeen. Zij dragen vaak een roe; zij zijn vaak zwart of donker geschminkt; net als Sinterklaas rijden ze vaak op een schimmel; ze dragen een zak; ze gooien vruchten en noten (in Nederland snoep en pepernoten); ze brengen geschenken en maken jonge mensen bang.
Het is zeer aannemelijk dat onze Zwarte Piet en deze begeleiders gemeenschappelijke, roe- en zakdragende voorouder hebben, en dat Zwarte Piet derhalve als zwarte, roe- en zakdragende sinterklaasbegeleider zeer, zeer oud is. Zijn enigszins negroïde uiterlijk is dus slechts een moderne buitenlaag.
Veel ouder dan de slaventijd en geen Blackface
Zijn de zwarte pieten dus negentiende-eeuws? Onder andere. Zij zijn ook veertiende-eeuws, tiende-eeuws, vijfde-eeuws... En de kritiek dan, die zegt dat Zwarte Piet een negentiende-eeuwse slaaf uit Afrika is? Die is onzinnig. Die zegt meer over de beweerders dan over de geschiedenis. Want we hebben gezien dat de hiërarchische verhouding van de Klaas t.o.v. de zwarte begeleider allerminst is ingegeven door racisme of blank baasschap. Dat tonen de vele vergelijkbare volksgebruiken elders in Europa, en de prekoloniale geschiedenis van de Wilde Jacht, waarin de sinterklaasbegeleiders allen op geheel eigen wijze zwart gekleurd zijn.
We moeten niet vergeten dat deze kritiek erg modern is. Maar de Afrikaanse verschijning van Zwarte Piet is eveneens modern. Bleef men elders in Europa Piet met de duivel vergelijken, in Nederland kreeg hij halverwege de negentiende eeuw dit tropische uiterlijk. Dat was te wijten aan het onvermogen van de negentiende-eeuwse mensen om deze zwarte schim, afkomstig van het heidense verleden, te plaatsen. Dus vergeleken ze Piet met een Moor – een voor die tijd prototypische neger, dus geen stereotypische neger, zoals nu wordt beweerd. Moorse prototypen zouden, al dan niet in zeventiende-eeuwse pagekleren gestoken, op veel plaatsen afgebeeld worden in boeken en op winkels (denk bijvoorbeeld aan de tulband- of wrongdragende gapers op de gevels van oudere drogisterijen - ook vaak afgebeeld met oorringen).
Een van de duivelse restanten die Zwarte Piet tot in de twintigste eeuw behouden had, was zijn ketting. Die vind je bij oudere, prekoloniale sinterklaasfiguren zoals in Amsterdam, je vond die op het Nederlandse platteland en tegenwoordig nog bij veel sinterklaasbegeleiders elders in Europa. Er wordt dan druk met de kettingen gerammeld, want de wilde boemannen moeten lawaai maken.
Knecht Ruprecht met de ketting
![ruprechtkette.jpg]()
De Duitse Knecht Ruprecht draagt nog steeds een ketting, zoals zijn Nederlandse broertje Zwarte Piet dat placht te doen.
Hans Trapp in de Elzas draagt een ketting, Père Fouettard in Noord-Frankrijk draagt er een. En de eerder genoemde, duistere Knecht Ruprecht in Duitsland draagt naast de roe en de zak vaak een ketting. Maar het zal u niet verbazen dat die ketting door de Zwarte Piet-tegenstanders van het hedendaagse Nederland wordt toegeschreven aan... jawel, de slavernij.
Dergelijke critici maken stuk voor stuk gebruik van typisch moderne argumenten. Modern, maar onjuist en getuigend van gebrekkige informatie. De ontbrekende informatie is echter eenvoudig te vinden in de Nederlandse en Europese folklore en geschiedenis. Vandaar dit artikel en mijn boek.
Nóg moderner is de stelling van de critici dat Zwarte Piet hen aan Blackface doet denken. Blackface? Blackface was een Amerikaanse, door blanken opgevoerde karikatuur van een zwarte katoenplukker of andersoortig zwarte volksfiguur. Een blanke zanger schminkte zijn gelaat dan zwart - behalve de huid rond zijn mond, om te bewijzen dat hij eigenlijk blank was - en zong dan negerliedjes en speelde zijn rol. Dit leidde tot komisch vermaak op de voor blanken gereserveerde podia in het Zuiden van de Verenigde Staten. Zwarten mochten niet in die theaters komen; zwart geschminkte blanken wel. Hebben wij hier, zoals in de VS, opgelegde rassensegregatie gekend? Neen. Blackface is een onlosmakelijk deel van het Amerikaanse collectieve geweten. Hier, in de Lage Landen, is Blackface ons echter wezensvreemd. Zulke Amerikaanse folklore komt meestal via Amerikaanse films tot ons, maar zal niet aanslaan. Daar is het misschien te specifiek Amerikaans voor.
Zwarte Piet en Blackface zijn hoogstwaarschijnlijk gevallen van convergente maar onderling onverwante ontwikkelingen, uitgebeeld met geheel divergerende intenties en in het bezit van sterk divergerende geschiedenissen.
En zo veel lijken ze niet op elkaar: Blackface heeft kroeshaar, maar Zwarte Piet heeft krullen; Blackface heeft niets om de lippen, maar Zwarte Piet is daar gewoon geschminkt; Blackface heeft geen ooringen in, maar Zwarte Piet wel; Blackface draagt een vrij modern pak, Zwarte Piet een zeventiende-eeuws pagepak. De enige overeenkomst is dat ze door blanken uitgebeeld worden, en dat is natuurlijk 'fout'.
De meeste Nederlanders hebben echter nog nooit van Blackface gehoord. Gelukkig maar, want de vergelijking met een figuur uit de Amerikaanse segregatie- en slavernijgeschiedenis zou Zwarte Piet onnodig stigmatiseren (en stigmatisering is precies wat de tegenstanders beogen - het gaat tegenwoordig immers vooral om beeldvorming in plaats van feiten). Het erbij halen van Blackface in de Zwarte-Pietendiscussie is dus een staaltje van het opvoeren van een verzonnen herinnering. Kortom, letterlijk een vergezocht argument.
Roetvegen? Niet doen
In plaats van dat deskundigen deze moderne, on-Europese kritiek pareren aan de hand van feiten, en in plaats van dat zij vervolgens consequent verkondigen dat Zwarte Piet geen sterotypische, slaafse neger is, gaan zij een heel eind mee in de kritiek door met die 'roetvegen op de witte huid' op de proppen te komen. Want stelt het volksgeloof immers niet dat Zwarte Piet zwart is geworden door zijn gang door de schoorsteen?
Hé, dat is vreemd: hadden John Helsloot c.s. niet eerst 'bewezen' dat Zwarte Piet juist niet vanwege de schoorsteen zwart is geworden? Daarmee hadden zij het toch aannemelijk gemaakt dat het hier om een rassenkwestie zou gaan? Toch hebben zij dan, met de roet-vegen, gekozen voor het in stand houden van het 'onnadenkend verhaal' van de schoorsteenmythe. Dat noem ik nu eens creatief omgaan met het volk.
Maar ook het volgende is een beetje raar: "roetvegen op de witte huid". Zijn alle pietvertolkers dan blank? Het zou pas racistisch zijn (mensen worden dan immers "uitgesloten") als we er maar van zouden uitgaan dat pietvertolkers niet bruin zouden kunnen zijn. Zo spelen op Aruba negroïde mensen zwartgeschminkt, al sinds jaar en dag, elk jaar, Zwarte Piet. En ken ik een Indische Zwarte Piet-vertolker die geen "witte huid" heeft. En hij vindt die roetvegenoplossing maar niks. Hij vindt de hele discussie ook maar niks, maar dat terzijde. Wat zeker is, is dat de roetvegen tot gevolg zullen hebben dat de eeuwenoude nicolaasmaskerade opgedoekt zou worden, omdat de pietvertolkers, die enkel wat van die vegen op mogen hebben, op straat, op school, bij pappa op kantoor herkend zouden worden. En de juf van groep 8 zou ook ontmaskerd zijn. Eeuwig jammer zou dat zijn! En zinloos. Een helemaal zwartgemaakt gelaat is dus gewoon goed. Houden zo.
Aan die politiek-correcte "roetvegen" kleven dus praktische bezwaren, maar vooral geschiedkundige, traditionele bezwaren. We hebben namelijk gezien dat de vooronderstelling dat Zwarte Piet "zwart van de schoorsteen is" historisch onhoudbaar is, vanwege zijn identiteit die haar wortels heeft de Germaanse midwintergebruiken waar deelnemers al vele, vele eeuwen lang geheel zwarte gelaten hebben.
Roetvegen? Niet doen.
Rassenreductionistische kritiek
De kritiek op Piet is weliswaar modern, maar de argumenten tegen hem zijn bekrompen, oppervlakkig, rassenreductionistisch en getuigen van postkoloniale frustraties. Het wijst op een zeer beperkte kennis van de geschiedenis. Inderdaad, Zwarte Piet is niet zwart van de schoorsteen. Maar, zoals we gezien hebben, is het evenmin zo dat zijn ondergeschiktheid aan Sinterklaas is ingegeven door racisme. Verder: slechts zwarte roetvegen op het gezicht van Zwarte Piet zijn een slechte oplossing voor dit beweerde racisme; de Zwarte-Pietspelers zouden herkenbaar zijn en de hele, eeuwenoude Nicolaasmaskerade zou opgedoekt zijn. Ik vraag me werkelijk af waarom een volkskundige als John Helsloot zúlke radicale, rassenreductionistische suggesties doet.
Veel critici willen niet dat Piet zomaar verdwijnt: zonder Piet aan zijn zij zou Sinterklaas – tegenwoordig een serieuze, ietwat naïeve grijsaard – verloren zijn. En kinderen zouden hun lievelingsfiguur verliezen. Sedert de zestigerjaren slaat hij hen niet meer met de roe en is hij steeds mondiger geworden. Hij lijkt in niets meer op de onderdanige neger - laat staan de slaaf! - die tegenstanders in hem wensen te zien.
Zwarte Piet, zoals hij thans door Sinterklaasverenigingen, Intochtcommissies en particulieren wordt gespeeld, hoeft dus niet veranderd te worden. Echter, het zijn de reclamebureaus die van Zwarte Piet vaak een overdreven negroïde clown maken. Zij zouden hem met minder (overdreven) negroïde uiterlijkheden moeten afbeelden; niet meer die enorme, dikke lippen, niet dat kroezend maar het krullend kapsel, en Zwarte Piet-spelers zouden ervoor kunnen kiezen Piet geen Surinaams accent te geven (dit doen ze eigenlijk allemaal al). En Zwarte Piet moet wel zwart blijven. Pikzwart, en natuurlijk niet bruin - want zo'n kleur is bij van nature donkere mensen gebruikelijk.
Zonder een zwarte Zwarte Piet zouden wij breken met een traditie van vele, vele eeuwen. Ik hoop dat wij dit oude feest kunnen vrijwaren van moderne, multiculturele frustraties en het aan onze kinderen kunnen overdragen."
http://www.roepstem.net/zwartepiet.html