quote:
Op donderdag 6 augustus 2026 18:06 schreef bloodymary1 het volgende:[..]
Zulke kutmuziek moet echt verboden worden. En dan krijg ik het ook nog vier keer cadeau. Ben altijd blij dat ik zulke nummers niet ken.
Toen ik jong was zeiden we altijd Nederlandstalige muziek is voor bejaarden en gehandicapten. Nu ben ik zelf op weg naar bejaard zijn en vinden jongeren dit ineens leuk. Hoe dan? Dom volk.
Ik zou het eigenlijk niet eens muziek willen noemen. Ga deze sneue treurnis niet eens luisteren. Het is ab so luut niet mijn ding, maar denk altijd wel "ieder z'n ding en voor- afkeuren". Een dagje carnaval kan ik nog wel aan

. Veel van woonwagen/toppers/Nederlandstalig/piraten muziek is echt van erbarmelijk droevig niveau. Inclusief dat gejank van Suzan en Freek.

. Kwaliteits loze droevenis. Een vriend van mij schreef een ode aan Suzan en Freek. Zo off topic als wat, maar het lezen en delen waard
Ik houd het kort, want ik moet zo de deur uit, maar ik had nog uren door kunnen gaan. Hierbij:
“Toen ’t licht des levensch uit mijn ziel gebeiteld leek, bleek dat te komen door Suzan en Freek.”
In deze ene regel tekst, die vrijwel vanzelf op het scherm verscheen, zit meer gevoel dan in het hele oeuvre van Suzan en Freek. Dat wil niet zeggen dat hun vocale rotzooi -ik zal proberen het woord ‘muziek’ in dit epistel te vermijden- geen gevoelens opwekt. Want dat doet het absoluut. Haatgevoelens. Intense misselijkheid. Blinde razernij. Wanhoop. Gitzwarte depressies. Desinteresse in mijn eigen toekomst. Zilte tranen, degene die zichtbaar zijn maar ook diegene aan de binnenkant, die naar beneden druppen langs het behang van je ziel. Als vochtplekken die in je levenslust trekken (kijk, dit is pas een lyric). Daar bovenop het besef dat God ons niet alleen al lang geleden verlaten heeft, maar ook een pesthekel heeft aan Zijn creatie, de mens. ‘God is dood’, zei Nietzsche al. In dit schrijven wend ik me tot de nihilistische versie van deze uitspraak, want nihilisme (met een vleugje fatalisme en een hele grote klont defaitisme) is wat ik ervaar bij iedere teleurdreiging waarmee deze clowns ons tergen.
Pfff, even op adem komen na deze intro. Het is vrijdagmiddag en het valt niet mee goede hoop te houden voor het weekend. Probeer maar eens een tekstje te tikken als je handen bij de gedachte aan Suzan en Freek een soort wurghouding aannemen. Enfin. Ik ken mensen die vinden dat Suzan en Freek best goeie muziek maken. Ik ben geen vrienden met deze mensen. Deze mensen hebben vaak ook een ‘live, laugh, love-bord in huis, en het woord ‘KITCHEN’ als beeldje in de vensterbank van hun keuken. Ik heb hiervoor geen bewijs en toch weet ik dat ik gelijk heb.
Concreter nu. Haten is makkelijk. Kwaad spreken over mensen moet je niet doen, tenzij je overtuigend bewijs hebt van hun misdragingen. We steken immers ook niet de loftrompet over de fratsen van de Nazitop in de jaren 40-45, Joseph Stalin of Ceaucescu. Aan bewijs -helaas- geen gebrek. Allereerst hun tekstschrijverij. Koen gaf al wat voorbeelden die ik in het kader der goede zeden hier niet zal herhalen. Nodeloos lijden doen we al genoeg. Toen ik mijn onschuld nog had, dacht ik niet dat het erger kon dan de slaapverwekkende, zielloze Vinex-teksten van Nick en Simon. Als je een liedje zoals ‘Rosanne’ schrijft, heb je alle recht op meedraaien in de maatschappij verspeeld. Dan moet je worden opgesloten in een kamer met matrassen aan de muur en een aardige verpleegster die je fruithapjes voert met je medicijnen er doorheen geroerd.. Enfin, ik had het mis. Het kon nog erger. Veel erger. Bodemloos erger, terwijl het de diepgang van een bord soep heeft. Bedorven uiensoep die de hevigste maagkrampen opwekt. Het is zo wezenloos plastic, vlak, zwakzinnig, nietszeggend, stupide, pseudo-poëtisch, plat, debiel en veilig (‘veilig’ als in vastzitten in een dwangbuis) dat ik het bijna knap vind. Bijna, want mijn haat is groter dan mijn empathie, dus die eer gun ik ze niet (ook dit is wederom een goede lyric).
Over het instrumentale kan ik korter zijn. Wansmaak van het allerlaagste niveau. Een veertiendehands
Casio-keyboard zonder batterijen klinkt nog oprechter dan de rotzooi die hun op het fascisme geïnspireerde castratenherrie ondersteunt. Als ze zingen geloof ik ze niet. Ik voel het niet. Ik voel heel veel wél, maar daarvoor verwijs ik u naar de eerste alinea van dit geschrevene.
Het állerergste, of nee, het op een-na-ergste (het allerergste behandel ik later) vind ik de combinatie met hun presentatie. Als de kleur grijs een persoon was, was het Suzan en Freek. Als zo’n ‘in dit huis’-bordje een mens was, was het Suzan en Freek. Als Fiat Multipla een persoon was, was het Suzan en Freek. Als Suzan en Freek personen waren, waren het Suzan en Freek. Ik heb wederom geen bewijs, maar ik vermoed dat er een uitsparing zit in de gigantische kin van Suzan waarin de ballen van Freek zitten.
Even tussendoor (alsof het allemaal nog niet erg genoeg is). Ik las dat Dinand van Kane en Suzan en Freek gaan deelnemen in de jury van een of andere talentenjacht. Het lijkt mij als puber genoeg reden om op de rest van je leven op geen enkele manier meer iets met de muziekindustrie te maken willen hebben.
De wereld is geen veilige plek en het wordt er niet gezelliger op allemaal, maar om dat te counteren met een soort surrealistische, traumatiserende terreurversie van braafheid is ook niet de oplossing. Vuur bestrijd je immers niet met vuur.
Mijn toetsenbord voelt warm aan en het schuim bruist in mijn mondhoeken, moet ik moet naar mijn ouders om daar een vorkje mee te prikken. Eetlust heb ik niet meer, maar mijn pa vertelt goede moppen.