Etappe 7: Hagetmau - Bordeaux, 175,1 kmDe crematie van het wielrennen begon met een aanval van Victor Campenaerts. Bij Visma hadden ze heel naïef een plannetje bedacht om kans te maken tegen Pogacar, het idee was om iemand als Campenaerts vooruit te sturen, hem de Tourmalet te laten overleven en hem daarna op de makkelijkere slotklim werk te laten doen voor Vingegaard. Briljante theorie, weinig voeling met de praktijk. Huub Artz sprong achter Campenaerts aan, even later zagen we ook Mads Pedersen in de aanval gaan. Pedersen ging natuurlijk voor de tussensprint, daar hoopte hij extra punten te sprokkelen. Dat hadden ploegen als Alpecin en NSN kunnen zien aankomen, maar ze lieten zich toch verrassen. Krampachtig waagden ze een poging om Pedersen terug te halen, maar de Deen beukte weer eens dwars met zijn kop door de muur heen, geen houden aan. Huub, die de smaak te pakken heeft, kreeg ondertussen bezoek van de jury. Zijn positie op de fiets zou niet goed geweest zijn, dat leverde hem in totaal drie waarschuwingen op. Een onnavolgbaar verhaal, aangezien zijn positie precies hetzelfde was als de positie van andere renners, van Campenaerts bijvoorbeeld. Typisch de UCI, ze durven zoals altijd alleen een kleine renner aan te pakken. Huub is onbekend en rijdt voor een onbelangrijke ploeg, derhalve kun je Huub makkelijk op de vingers tikken. Op een bepaald moment zou hij met zijn borst op het stuur hebben gelegen, of zoiets. Heel knap. Nadien pakte hij alleen nog maar de guidon vanonder, maar kreeg hij alsnog een reprimande, de jury heeft simpelweg een hekel aan aerodynamische Nederlanders, vraag dat maar aan Van Schip. Huub was er daarna wel een beetje klaar mee en liet zich afzakken, waarna Pedersen en Campenaerts verder ploegden. De voorsprong van het duo bleef beperkt, met dank aan het werk van Alpecin en NSN, maar de controle van UAE was ook al snel aanwezig. Het was iedereen wel duidelijk wat voor dag het zou gaan worden, daarom zagen we in de vlakke aanloop naar de Pyreneeën toe maar weinig aanvallen. Die aanvallen kwamen pas op het eerste klimmetje van de dag, wat dan wel weer meteen mijn theorie bewijst dat je in het begin van een bergrit het liefst meteen een klim ziet. Op het vlakke deed men nu niets, op de klim, die te kort was en te laat kwam, gebeurde er wel iets. Evenepoel besloot net voor dat klimmetje te gaan plassen, dat was dan weer een beetje dom. Hij mocht in de achtervolging, al keerde hij even later redelijk makkelijk terug. Alsnog, volgende keer beter timen, Remco. Na het eerste klimmetje van de dag volgde de tussensprint en daar pakte Pedersen de punten, waarna hij meteen liet lopen. Campenaerts mocht alleen door, onbegonnen werk. Zo reden we naar het tweede klimmetje toe, waar we wat meer aanvalspogingen zagen. Tussendoor zagen we op een paar stroken vals plat ook wat scheuren ontstaan, terwijl De Kleijn ondertussen was afgestapt. De rit kwam een klein beetje op gang, maar dat hield niet lang stand. Op het klimmetje van Mauvezin reden O'Connor en Azparren weg uit het peloton, even later bleef alleen O'Connor over. Niemand reed nog naar hem toe, dus mocht hij voorbij dat klimmetje het vlakke stuk richting de Col d'Aspin in z'n eentje overbruggen. Ook dat werd weer een pijnlijke vertoning, achter hem nam UAE de controle over en dus bungelde O'Connor heel lullig in z'n eentje voor het peloton. Campenaerts was inmiddels ingerekend, de briljante tactiek ging niet door. De briljante tactiek van een andere ploeg ging wel door.
Eenmaal op de Aspin reed Nils Politt lang op kop, hij zorgde ervoor dat het verschil met O'Connor gehalveerd werd. Toen Tim Wellens het commando even later overnam werd O'Connor vrijwel meteen ingerekend. Niemand op kop, behalve dan de trein van UAE. Pas richting de top van de Aspin zagen we wat aanvalletjes, maar dat ging puur om de bergpunten. Valentin Paret-Peintre en Lenny Martinez bestookten elkaar, terwijl wij inmiddels al lang wisten wat eraan zat te komen. Nee, we zijn niet helderziend, we hebben deze ellende gewoon al te vaak gezien. We trokken na de Aspin naar de Tourmalet en daar gebeurde bijna tot op de meter exact wat je wist dat er zou gaan gebeuren. Tim Wellens reed op de Aspin al op het schema van Riccardo Ricco en daardoor bleef er nog maar een heel klein peloton over van een mannetje of 40. Op de Tourmalet ging hij vrolijk verder, hij dunde het peloton verder uit. Al dunde het peloton ook om andere redenen uit, Cian Uijtdebroeks zat na dagenlang rondgereden te hebben met koorts en diarree kotsend op de fiets, dat was dan eindelijk het signaal voor Movistar om hem uit koers te halen. Bert Van Lerberghe, voorheen de vaste lead-out van Tim Merlier, hield het ook voor gezien. Wellens trok ondertussen nog maar eens stevig door, waarna hij het stokje overgaf aan Felix Grosssssschartner. Zelfs de volgorde van de trein kon je op voorhand al voorspellen, deze rit voelde volledig computergestuurd aan. Grosssssschartner reed een paar kilometer op kop, reed er een paar man af, waarna het de beurt was aan McNulty. De Amerikaan deed precies hetzelfde, hij schakelde nog een tandje bij en zo dunde het peloton steeds verder uit. Aan het eind van zijn beurt hielden we 13 renners over, waarvan vier van UAE. Toen het werk van McNulty gedaan was kwam Adam Yates naar voren, op dat moment wist je al dat de onvermijdelijke aanval van Pogacar en dus ook de genadeklap niet ver zou zijn. Yates rammelde er nog wat mannen af, waarna Del Toro een versnelling plaatste. Del Toro moest Pogacar gaan lanceren, maar om de onvermijdelijkheid van hetgeen dat komen ging nog erger te maken was het zelfs al Del Toro die Vingegaard uit het wiel reed. Pogacar zat fluitend op het wiel van lanceerplatform Del Toro, de rest was al weg. Nog pijnlijker dan ik had verwacht, en ik had iets pijnlijks verwacht. Vingegaard probeerde niet eens te volgen, de rest mocht daar al helemaal niet aan denken. Del Toro reed eventjes rond met Pogacar, heel even was er de angst dat ze met z'n tweeën naar de finish zouden gaan rijden. Gelukkig kwam Del Toro zich dan toch nog een beetje tegen, hij moest Pogacar toch laten gaan en zag Vingegaard passeren. Wat daarna gebeurde is typisch Pogacar. Hij plaatst zijn versnelling en rijdt een seconde of 10 van je weg. Hij slaat het gat, maar hij lijkt daarna het gat niet uit te kunnen breiden. Dat geeft je als achtervolger hoop. Je rijdt jezelf helemaal het rood in, in een poging dat gaatje te dichten. Alsof je een hond een stok voorhoudt, en maar kwispelen, en maar kwispelen. Op het moment dat Pogacar het staartje genoeg op en neer heeft zien gaan plaatst hij een extra versnelling. En dan ga je ineens op een hoop. Ik heb dit al zo vaak gezien, van eerdere Tours tot de Ronde van Vlaanderen, het is altijd hetzelfde liedje. Hij rijdt heel snel van je weg, maar daarna lijkt het heel even alsof je nog terug kan komen. En dan slaat ie je knock-out. En dan lopen de verschillen ineens heel snel op.
Lang bleef het rond een seconde of 10 hangen, maar Vingegaard kraakte. We zagen hem schuddend op de fiets zitten, een gezicht alsof hij midden in een bevalling zat. Pogacar ondertussen was zijn boodschappenlijstje aan het bijwerken. En dat allemaal dankzij de nieuwste ontdekking, lactaatgels! Aitor Viribay, een Baskische voedingsdeskundige die al jaren actief is in het wielrennen, onder meer bij ploegen als Ineos en Astana, heeft zich de laatste jaren helemaal toegelegd op het lactaat. Lactaat is niet slecht, lactaat is goed. Alleen kunnen we lactaat niet zo goed verwerken, maar daar heeft hij nu dus een speciale reep voor ontwikkeld. En die reep heeft hij op de markt gebracht, al heeft UAE door alles in te kopen de reep ook meteen weer van de markt gehaald. Of het nu werkt of niet, met de financiële kracht die UAE heeft kunnen ze dit soort geintjes uithalen. Met een paar lactaatgels in z'n mik vlamde Pogacar door richting de top van de Tourmalet, in de laatste paar kilometer van de klim liep de achterstand van Vingegaard op naar een halve minuut. Zelfs die halve minuut leek nog hoopvol, maar nee, wij weten beter. Wij kennen dit spelletje inmiddels ontzettend goed. We zijn niet slim, zeker niet, we blijven immers kijken, maar we hebben het ondertussen wel door. De tactiek van UAE lag op voorhand al vast, daar hoefde niemand over te twijfelen. De volgorde van de trein, het moment van aanvallen, alles lag voor de hand. En het werd dus ook precies zo uitgevoerd. Het lag ook voor de hand dat het record op de Tourmalet zou sneuvelen, Pogacar was meer dan twee minuten sneller dan drie jaar geleden. Hallucinant, en dat met dank aan een paar gelletjes. In de afdaling van de Tourmalet gebeurde ook precies wat je kon verwachten, Pogacar liep steeds verder uit. Van een halve minuut gingen we naar een minuut, maar natuurlijk. Dat kan ie ook nog, dalen. En hij heeft natuurlijk ook veel meer overschot, waardoor hij op de bijtrapstukken veel harder gaat. Dat de voorsprong van Pogacar in de afdaling toe zou nemen zag iedereen aankomen. Dat hij op de slotklim vol vals platte stroken richting Gavarnie nóg verder uit zou lopen, ja, ook dat stond in de sterren geschreven. Mijn voorspelling was: een klein gat op de top van de Tourmalet, drie minuten aan het eind. Ik zat er toch behoorlijk BOENK op. En niet omdat ik er verstand van heb, nee, omdat het huidige wielrennen onder UAE en Pogacar dusdanig voorspelbaar is dat je cavia dit ook zag aankomen.
De eerste bergrit van de Tour, en we zijn meteen klaar. Dat ging natuurlijk toch gebeuren, je weet dat het eraan zit te komen, maar de realiteit blijft toch altijd pijnlijk. Er is geen strijd, geen spanning, er is geen hoop. Tadej Pogacar heeft weer een rit gewonnen in de Tour, en hij pakte een zodanig grote voorsprong dat je hem de eindzege nu al kunt uitreiken. Wisten we allemaal al lang, maar ergens in je hoofd zit er toch nog cero cero cero cero cero cinco procent hoop dat er een ander wielrennen mogelijk is. We moeten het deze Tour gaan hebben van de randverhalen, maar daar zijn er wel een aantal van. Zo konden we de strijd om de gele trui een tijdje volgen. Torstein Traeen moest eerst ervoor zorgen dat hij beter klom dan Sean Quinn. Dat lukte. Daarna moest hij een groot deel van de Tourmalet zien te overleven. Dat lukte niet, hij moest al heel vroeg lossen. Op de top verloor hij al acht minuten en dus was de gele droom al vervlogen. In de afdaling ging hij dan ook nog eens hard onderuit, hij schatte een bocht helemaal verkeerd in, tikte het achterwiel van een ploeggenoot aan en sloeg over de kop. Met een hersenschudding en een gebroken rib zette men hem weer op de fiets, wielrennen blijft een intens problematische sport. Hij bolde nog binnen, maar vandaag gaat hij niet meer van start. Weer een verhaal weg, het was niet eens spannend of het zou lukken om het geel nog even langer vast te houden. Er wordt ons weinig gegund. Gelukkig hebben we altijd Remco Evenepoel nog. Bergop bleven er vlak voor de demarrage van Del Toro en Pogacar een stuk of acht renners over, eigenlijk precies de renners die je mocht verwachten. Een Vingegaard, een Seixas, een Lipowitz, een Evenepoel, weinig verrassende namen. Ook dat is de huidige tijd, een verrassing kom je niet snel meer tegen. Na de versnelling van Pogacar kon Evenepoel niet mee, ook niet met Seixas en Lipowitz. In de afdaling wist hij dan wel weer terug te keren, waarna er een leuk steekspel begon in de achtervolgende groep. Daar zaten met Lipowitz en Evenepoel en Ayuso en Skjelmose een paar koppeltjes, maar van enige samenwerking was geen sprake. Evenepoel, kwistig met gebaartjes smijtend, deed het meeste werk, terwijl een Lipowitz nog niet eens halve beurten deed. Dat leidde na de koers dan weer tot een aantal felle uitspraken van Evenepoel, hij was niet zo blij met zijn Duitse ploeggenoot. Nou, met dat soort vermaak mogen we het de komende weken gaan doen. Op basis van de rit van gisteren gaat Pogacar met nog meer gemak dan de vorige jaren de Tour winnen, terwijl Vingegaard nog altijd op schema ligt voor de tweede plek. Door het gebakkelei in de achtervolgende groep haalden ze hem niet meer in, wat anders wel had gekund. Bergop sowieso nog een niveautje boven de rest, die andere jongens liggen maximaal op schema voor een derde plaats. Maar die strijd om de derde plaats kan nog wel interessant worden, daar zijn meerdere kandidaten voor. Natuurlijk, de huidige sterfhuisconstructie van het wielrennen dicteert dat Del Toro derde wordt, maar Seixas, Lipowitz en Evenepoel zijn niet kansloos. Vooral bij Red Bull-Bora gaan ze een keuze moeten maken tussen Lipowitz en Evenepoel. De ene is beter bergop, de ander is beter op alle andere vlakken. Dat levert hopelijk nog vuurwerk op, zoals ik ook blijf hopen op een ordinaire matpartij tussen Ayuso en Skjelmose. Buiten dat weet ik niet waar we het met z'n allen over moeten gaan hebben. De Tour is klaar. UAE heeft ons bij onze ballen. Pogromcar heeft weer toegeslagen, er zijn geen overlevenden. De suggestie om TDF niet te openen was eigenlijk nog de beste suggestie van allemaal, want serieus, waar zitten we nu naar te kijken? Naar niets. En dat sluit dan weer perfect aan bij de volgende rit. We gaan weer naar niets kijken, alleen wint er nu aan het eind een sprinter in plaats van een lul die een plan dat een half jaar geleden al is bedacht tot in de puntjes uitvoert en dan in het interview achteraf de indruk wekt dat het allemaal toeval is. 'Als de Tourmalet nog één kilometer langer was had ik het moeilijk gekregen', aldus de man die in de kilometers daarna nog twee minuten uitloopt. Teringhond. Al het kijkplezier wordt je ontnomen, en dan krijg je achteraf ook nog zo'n waardeloze act. We moeten Paul Seixas helemaal volstoppen met coke zodat de Fransen een legitieme reden hebben om dit uithangbord voor het in Soedan een genocide veroorzakende schijtland dat we de Verenigde Arabische Emiraten noemen van zijn fiets te trekken. En, als we dan toch bezig zijn, neem Del Toro ook maar meteen mee, zijn progressiecurve slaat ook als lactaat op een gel. Wielrennen was ooit een gave sport, daar is niet veel meer van over. En alle juichaapjes zagen dat het goed was.
![79a5c]()
![5d682]()
Voor het eerst in de Tourgeschiedenis gaat er een rit van start in Hagetmau, een dorpje met 4650 inwoners in het departement Landes, regio Nouvelle-Aquitaine. Deze plaats in het arrondissement Mont-de-Marsan kent een rijke geschiedenis, als we Wikipedia mogen geloven. Volgens de overlevering werd de heilige Girons hier in de 4e eeuw gedood door de Visigoten en zijn graf werd een bedevaartplaats. Er kwamen een klooster en een nederzetting met de naam Saint-Girons de Hayet. De plaats werd geplunderd door de Vikingen in 859. Kort daarna werd er een abdij gebouwd. Er kwam ook een kasteel dat afhing van het koninkrijk Navarra. In 1569 werden de stad en de abdij in opdracht van Johanna van Albret geplunderd door een hugenotenleger. De relieken van de heilige Girons gingen verloren. Het kasteel van Hagetmau raakte in onbruik en stond leeg sinds 1763. Het werd in de loop van de 19e eeuw afgebroken. In die periode werd de gemeente beter ontsloten door de aanleg van de route nationale 133 en kwam er enige industrie. En wat voor industrie kwam er! Stoelen! Ja, in Hagetmau ging men stoelen maken. De hoofdstad van de stoel, zo kunnen we het hier zelfs noemen. Ieder jaar vieren ze hier met het Fête de la chaise zelfs een heus stoelenfestival, dat is wel echt geniaal. In Hagetmau komen we ook een kunstwerk tegen, een teringgrote stoel vinden we midden op een rotonde op een industrieterrein aan de rand van de stad. Je zou Hagetmau zomaar het Oirschot van Frankrijk kunnen noemen, in beide steden wordt het hoogtepunt gevormd door een uit de kluiten gewassen stoel. Al is dat ook weer niet helemaal waar, in Hagetmau is de belangrijkste toeristische trekpleister toch nog altijd de crypte van Saint-Girons. Volgens landes-vakantie.com, ik heb weer een topsite gevonden, vormt deze crypte uit de 12e eeuw een juweeltje van romaanse kunst. Aan de binnenkant vinden we marmeren zuilen getooid met kapitelen en dekplaten, ongekend. Die toeristische sites heeft overigens nog meer superlatieven in de aanbieding: Het dorpje Hagetmau wordt met zijn “vier bloemen”-keurmerk en dat van sportiefste stad van Frankrijk (in 2012, voor plaatsen onder 20.000 inwoners), en zijn vele bars, restaurants en winkels, niet ten onrechte de Parel van Chalosse genoemd. Sport- en natuurliefhebbers vinden in het complex Cité Verte alles om aan hun trekken te komen: een overdekt olympisch zwembad, een golfbaan, tennisbanen, een gehomologeerde atletiekbaan, kilometers schaduwrijke paden langs de Louts en rond het Meer van Agès, zalen om te basketballen, gymmen, judoën en boksen… De Parel van Chalosse, moedergods. De Cité Verte wordt overigens ook door het roadbook genoemd, blijkbaar een trainingsaccommodatie waar jaarlijks 5000 mensen trainen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de gemeente op de demarcatielijn tussen Vichy-Frankrijk en het westen van het land dat bezet werd door de Duitsers, is dan weer een extra feitje van Wikipedia. In dit plaatsje aan de Louts, een zijrivier van de Adour, bevinden we ons niet nu ook weer niet direct in de buurt van Spanje, maar er is hier wel een Spaanse traditie overgewaaid. In Hagetmau mogen ze graag aan stierenvechten doen, dat zijn dan weer minpunten. Er is zelfs een heuse arena hier, naast een jaarlijks festival, Féria du Novillo. Nu schijnt stierenvechten in het hele departement van de Landes we een dingetje te zijn, misschien moeten we daarvoor een paar eeuwen terug in de geschiedenis. Zo is Hendrik II van Navarra, vanaf 1517 de koning van Navarra, in 1555 overleden in Hagetmau. Dat koninkrijk van Navarra was in die tijd net iets groter dan het huidige Navarra, kunnen we stellen. Via een lokale krant kom ik het leuke feitje tegen dat Hagetmau het zevende stadje is in de Landes waar ooit een Tourrit van start is gegaan, daar doen we het voor. Ofschoon we nog nooit eerder zijn vertrokken op deze plek zijn we in koers wel al eens door Hagetmau gereden, in de Tour van 2021 reden we tijdens de 19e rit van Mourenx naar Libourne en onderweg kwamen we uit in Hagetmau. Voorbij Hagetmau reden we toen een tijdje over wegen die we deze rit ook gaan zien, het is allemaal geen volledig onbekend terrein.
![16729370654_4d50867f85_b.jpg]()
Uit Hagetmau is een waanzinnig fenomeen afkomstig. We bevinden ons hier op de geboortegrond van Henri Lefebvre, een socioloog, intellectueel en filosoof die over het algemeen wordt beschouwd als neomarxist. De boeken van Henri zijn in het Nederlands niet echt makkelijk vinden, maar in de krochten van boekwinkeltjes.nl, een van de beste sites van het internet, kom je toch een paar exemplaren tegen. Hij schreef onder meer over het marxisme en het dialectisch materialisme, dat zal ongetwijfeld de reden zijn dat de organisatie weinig ruchtbaarheid geeft aan het feit dat Lefebvre uit Hagetmau afkomstig is. Iedere onbenul noemen ze altijd, maar deze essentiële informatie laten ze dan weer schieten. Lefebvre was een productief man, hij schreef een stuk of 60 boekjes. Wie zijn werk tot zich wil nemen kan beter een paar Engelse vertalingen op de kop tikken, onder meer de formidabele uitgeverij Verso heeft ervoor gezorgd dat we zijn theorieën tot ons kunnen nemen. Een van zijn bekendste werken heet The Critique of Everyday Life, waarin het dagelijks leven onder het kapitalistische systeem kritisch beschouwd wordt. Wel al wat oudere teksten, maar nog steeds enorm relevant. Commodificatie, het opkomende consumentisme en de nepheid van al onze ervaringen, gekoloniseerd als we zijn door het kapitalisme. Nu relevanter dan ooit, zelfs. Nouja, zo heeft hij nog enkele linkse klassiekers geschreven, zoals The Production of Space, vol met theorieën over het recht op de stad en de productie van sociale ruimte. Ik ben lang niet slim genoeg om al zijn ideeën op waarde te kunnen schatten, maar shout-out naar Henri! Een enorm invloedrijke filosoof, al is de kans natuurlijk groot dat u nog nooit van hem heeft gehoord. Zoals we überhaupt nog nooit van Hagetmau hadden gehoord, wat een aangename kennismaking. Tot slot geef ik nog even een kicken feitje van de officiële site mee: volgens letour.fr is niemand minder dan Jean-Robert Burgaudeau uit Hagetmau afkomstig. Deze bakker is de oom van Mathieu Burgaudeau, de Alaphilippe van d'n Aldi. Dit is een stukje Shownieuws waar Sporza nog een puntje aan kan zuigen, zeg. Burgaudeau doet verrassend genoeg niet mee aan deze Tour, overigens, maar gelukkig hebben we de originele Alaphilippe nog, die ondertussen niveautje Nettorama is geworden. Maar goed, we gaan van start in het centrum van deze stoelenstad, bij de lokale stierenvechtarena voor de deur. Na deze start rijden we een geneutraliseerd rondje door het centrumpje van Hagetmau, waar zo te zien weinig te beleven valt. Buiten het centrum rijden we over een industrieterrein heen, dat is toch vooral waar ze het in Hagetmau van moeten hebben. Voorbij dit industrieterrein bereiken we de rand van de gemeente en hier gaat de rit op een brede weg officieel van start. Op een bord langs de kant van de weg staat dat het 27 kilometer fietsen is richting Mont-de-Marsan, precies daar gaan we naartoe.
![hagetmau-crypte.jpg]()
![crypte-de-saint-girons-hagetmau-2017-c-g-arroyo-28-1200x800.jpg]()
We rijden rechtdoor Hagetmau uit over een brede weg. Deze weg loopt voorbij de start kort een paar meter vals plat omlaag, een gelanceerde start, waarna we in de eerste kilometers van de rit een paar korte klimmetjes tegenkomen. Het gaat al vrij snel een kilometer aan 4% omhoog, even verderop volgt er een half kilometertje aan 6%. Of dat echt van belang is betwijfel ik, dit lijkt me toch vooral weer een dag voor Baptiste Veistroffer te worden. Misschien dat Caja Rural nu wel animo heeft, Gaviria kan er immers niets van, maar verder zullen er weinig ploegen met interesse zijn. Dit wordt gewoon een massasprint, dat kun je nu al uittekenen. In de eerste kilometers van deze rit volgen we deels hetzelfde parcours als in de Tour van 2021, toen we van Mourenx naar Libourne reden. Dat was een vlakke rit aan het eind van de Tour, zulke ritten eindigen soms ook wel eens niet in een massasprint. Wij zitten nu nog aan het begin, dat wordt dus sprinten geblazen. Iedereen is nog fris en gemotiveerd, althans, frisser en gemotiveerder dan over twee weken. In de eerste 26 kilometer van de etappe rijden we tot aan Mont-de-Marsan over dezelfde weg als vijf jaar geleden, al lijkt het me sterk dat iemand zich deze weg kan herinneren. Van Mourenx reden we naar Hagetmau en na de doortocht in Hagetmau ging het rechtdoor naar Mont-de-Marsan, nu gaat het rechtdoor van Hagetmau naar Mont-de-Marsan, spannend. De eerste tien kilometer rijden we dus over een glooiende weg, een glooiende weg die bijna volledig rechtdoor loopt. We rijden langs de akkers en weilanden van het departement Landes, een behoorlijk leeg departement. Na twee knikjes in het begin wordt het vrij snel vlak, al komen we als we na negen kilometer passeren in Saint-Sever nog wel een klimmetje van een kilometer aan 5% tegen. Um sonst, is mijn verwachting. Aan het eind van deze lange en glooiende weg rechtdoor komen we uit in een bos, waar zowaar een aantal bochten liggen. Hier verlieten we een paar jaar geleden de doorgaande route om dwars door Saint-Sever te rijden voor een tussensprint, nu rijden we over de doorgaande weg, die enkele rotondes kent, om het dorp heen. In Saint-Sever staat een kicken gebouwtje, een voormalige benedictijnenabdij. Dit is een historisch monument en werelderfgoed van UNESCO in het kader van de bedevaartwegen naar Compostella. Nouja, dat klopt wel ja, in deze omgeving zie je af en toe wat bordjes staan die je de weg naar Compostella wijzen.
![f-saint-sever-place-verdun-abteikirche-1-credits-hilke-maunder-1.jpg]()
Voorbij Saint-Sever komen we nog wat rotondes tegen, op een heel kort stukje in dalende lijn met één bocht naar rijden we verder vrolijk rechtdoor. Na nog een rotonde gaat het een kilometer of tien volledig rechtdoor richting het centrum van Mont-de-Marsan. De weg is breed, het is zo goed als vlak en op een paar rotondes na komen we geen reet tegen. Over de snelweg naar Mont-de-Marsan, het wordt weer zo'n dag. Redelijk veel beschutting hier, maar het waait niet, dus ja, dan maakt dat al helemaal niet uit natuurlijk. De wind staat wel gunstig, echt precies schuin in de rug, maarja, windkracht 0 zo ongeveer. We rijden rechtdoor het centrum van Mont-de-Marsan binnen na 26 kilometer, we moeten alleen wat verkeersmeubilair en een paar rotondes ontwijken. In het centrum pakken we een paar bochten mee, we rijden ook een keer over het spoor en moeten door wat smallere straatjes fietsen. Toch zal het al bij al wel meevallen, na vijf meter zal Veistroffer alweer vertrokken zijn en dus kunnen we op ons gemakje door Mont-de-Marsan rijden. Leuk stadje wel hoor, we rijden buiten het centrum over de Midouze en daar wordt ons een uitzicht geboden op alle schattige huisjes aan het water. Aan de andere kant van het water pakken we nog een paar bochten en wat straatmeubilair mee, in dit plaatsje waar in de Tour van 2023 nog een rit van start ging. Toen reden we naar... Bordeaux! Het is geen toeval dat we een paar jaar geleden in Mont-de-Marsan van start gingen en dat we nu ook weer een hele tocht door het centrum gaan afwerken, want in Mont-de-Marsan kunnen we de naam van een grootheid laten vallen. We passeren hier vanwege één persoon, namelijk Luis Ocaña. Nadat de familie Ocaña Spanje moest ontvluchten omdat Franco een lul was kwamen ze terecht in het kleine dorpje Magnan in het departement Gers, op een steenworp afstand van Nogaro en ook niet heel ver van Mont-de-Marsan. Nadat hij als kleine jongen met tuberculose te maken kreeg bleek hij alsnog een getalenteerde sporter te zijn. Hij begon met fietsen bij de wielerclub van Mont-de-Marsan en sindsdien is hij een geadopteerde zoon van de stad. Dankzij zijn lidmaatschap van de lokale wielerclub bracht hij behoorlijk veel tijd door in Mont-de-Marsan en daardoor werd hij door zijn concurrenten omgedoopt tot de Spanjaard van Mont-de-Marsan. Na vijf jaar in de rangen van de wielerclub van Mont-de-Marsan werd hij prof bij de Spaanse ploeg Fagor, Ocaña besloot rond die tijd ook de Spaanse nationaliteit aan te houden. Al snel boekte hij talloze successen, zo werd hij tweede in de Vuelta van 1969 en won hij een rit in de Tour van 1970. Een jaar later brak hij pas echt door, in de Tour van 1971 was hij op weg om Eddy Merckx van de troon te stoten. Na de 13e rit had hij een voorsprong van liefst zeven (!) minuten op Merckx, maar tijdens de 14e rit ging het mis. In de natte afdaling van de Col de Menté ging bijna iedereen onderuit, ook Merckx, maar Ocaña kon zijn weg niet vervolgen en dus moest hij in de gele trui afscheid nemen van de koers. Merckx won de Tour alsnog, maar trots was hij er niet op. Een extra lullig elementje aan dit verhaal: een paar dagen later zou er een rit van start gaan in het Mont-de-Marsan van Ocaña, met net als nu een finish in Bordeaux. Geen Ocaña in de plaats waar hij had leren fietsen, wel Merckx in de gele trui. Zuur. In 1972 keerde Ocaña terug naar de Tour en weer stond hij er goed voor in het klassement, maar deze keer viel hij ziek uit. In 1973 bij afwezigheid van Merckx, volgde dan eindelijk zijn grote moment van glorie. Hij won de Tour de France dan alsnog. Na die Tourzege ging het bergafwaarts met Ocaña, dat hebben we al grotendeels besproken. Hij kreeg te maken met financiële problemen nadat de oogst van zijn wijngaard een keer was mislukt, hij kreeg te maken met een auto-ongeluk waarna hij een bloedtransfusie nodig had waarbij hij dan weer hepatitis C opliep en het eindigde met een pistool tegen zijn hoofd in zijn wijndomein buiten Nogaro. Hij werd nog gevonden en naar het ziekenhuis van Mont-de-Marsan gebracht, waar zijn wielercarrière begon en waar zijn leven op 19 mei 1994 definitief eindigde. Hij werd slechts 48. Feilloos gekopieerd uit de voorbeschouwing van 2023, zoals er vandaag überhaupt een hoop te kopiëren valt. In Mont-de-Marsan komen we de nodige mooie gebouwtjes tegen, waarvan de donjon Lacataye toch wel de grootste publiekstrekker is. Mont-de-Marsan is ook de stad van de beeldhouwers Charles Despiau en Robert Wlérick, er is in de stad een Musée Despiau-Wlérick te vinden en verspreid over allerlei 14e-eeuwse gebouwen vinden we al hun beelden. Naast de opvallende donjon zien we in de stad nog een deel van de stadsmuren, vinden we er enkele romaanse bouwwerken, waaronder een kapel en dan is het nog het lokale gemeentehuis, dat wel wat weg heeft van een paleis. Er is ook nog een opvallende arena, maar daar zijn we natuurlijk geen voorstander van. Mont-de-Marsan is tevens de stad van Alain Juppé, die tussen 1995 en 1997 premier van Frankrijk was. Tussen 2006 en 2019 was hij dan weer burgemeester van Bordeaux, waar we vandaag naartoe gaan. En dan overleed Catharina van Navarra, koningin van Navarra, regerend over Neder-Navarra, hier ook nog eens in 1517.
![Confluent_Mont_de_Marsan.JPG]()
![donjon-lacataye.jpg]()
Na de doortocht in Mont-de-Marsan wijken we even af van de route van de Tourrit van 2021, al komen we na een tijd weer terug op die route. We volgen ook niet de route van de Tour van 2023, ofschoon we toen net als nu naar Bordeaux reden. Een klein stukje variatie, al blijft het in grote lijnen hetzelfde. We gaan kilometers en kilometers over brede wegen door een weinig inspirerende omgeving rijden. Vlakke wegen, rechte wegen, brede wegen, zinloze wegen. Na de doortocht in Mont-de-Marsan komen we nog wat meer rotondes tegen, waarna we na een tocht over het lokale industrieterrein uiteindelijk een volledig rondje om de lokale luchtmachtbasis heen gaan rijden. Base aérienne 118 "Colonel Kw Rozanoff", zo noemt het hier. Meerdere kilometers rijden we om deze basis heen, zonder veel van de basis te zien. We zien eerder veel bomen verschijnen, we betreden buiten Mont-de-Marsan dan ook het Parc Naturel régional des Landes de Gascogne, een natuurgebied dat een groot deel van de departementen Landes en Gironde en een deel van Lot-et-Garonne beslaat. Het is grotendeels een kussentjesmos-dennenbos en bestaat vrijwel geheel uit aangeplant industriebos. Tot in de 19e eeuw, toen het gebied nog Landes de Bordeaux werd genoemd, was het bijzonder dunbevolkt en begroeid met struikgewas en heide. Het bos werd dan ook aangelegd in een poging de plaatselijke economie nieuw leven in te blazen. Hout en papier zijn de voornaamste producten van de lokale economie. Vroeger werd er ook veel hars gewonnen, maar dit product is grotendeels door kunstharsen van de markt verdrongen. Tegenwoordig bestaat het gebied voor 66 % uit naaldbos en voor 18 % uit landbouwgebied. Ecologisch gezien bestaat dit bos vooral uit een monocultuur van dennen (vooral zeeden) waar in de 21e eeuw vragen bij gesteld worden zoals gevoeligheid voor plagen (schimmels en insecten zoals de dennenprocessierups), vatbaarheid voor verdroging en bosbranden door de onderbegroeiing en het hars. Er zijn voorstellen om de monocultuur om te vormen tot een meer gemengd bos om die problemen tegen te gaan. Nou, goed, door dit gebied mogen we de komende kilometers dus gaan rijden. In 2021 hebben we het hier al eens kunnen bekijken, voorbij de luchtbasis en voorbij de lokale paardenrenbaan komen we weer terecht op de route van 2021. We komen na een tijd op een weg terecht die we eigenlijk gewoon 40 kilometer gaan volgen. Het is een brede weg richting het noorden die zo goed als vlak gaat zijn. In 40 kilometer 150 hoogtemeters, ja, da's helemaal niets natuurlijk. De bochten zullen ook op één hand te tellen zijn, dit wordt een lange, eindeloze tocht. In een lange, eindeloze rit. Ik zou amper weten wat je over deze tocht moet vertellen. Een brede weg rechtdoor, voornamelijk door het bos. Af en toe fietsen we door een dorpje, zoals Cère, waar wat vluchtheuvels liggen. Brocas, nog zoiets. Daar vinden we een oude hoogoven, dat is zo'n beetje het enige hoogtepunt van deze omgeving. De dorpjes zorgen voor wat variatie, verder maken we in het Parc naturel régional des Landes de Gascogne echt nul komma nul mee. Via Labrit fietsen we naar Luxey, waar de ein-de-lo-ze weg toch gaat eindigen. In het laatste deel van deze eindeloze tocht komen we wat open terrein tegen, maar ook in Luxey krijgen we geen wind. Na 74 kilometer koers fietsen we door Luxey en hier wijken we af van de route van 2021. Toen reden we in Luxey rechtdoor, nu slaan we linksaf om een ander deel van de Landes de Gascogne te verkennen. Niet dat er veel gaat veranderen aan het beeld, we ploegen nog wel een aantal kilometer verder door dit reusachtige bos.
![Brocas_fourneau.jpg]()
![Bienvenue-a-Luxey-caeur-vivant-de-la-Haute-Lande_large.jpg]()
In Luxey organiseren ze jaarlijks een muziekfestival, Musicalarue. Daar staan wel erg weinig bekende namen, op de line-up van dit jaar gaat alleen bij UB40 een belletje rinkelen. Feu! Chatterton zegt me dan ook nog wel iets, maar het is duidelijk dat we hiervoor niet om hoeven te rijden. In Luxey slaan we in het centrumpje linksaf, daarna rijden we over een nieuwe weg nog eens tien kilometer op een zo goed als vlakke manier door de bossen verder richting het volgende dorp. Het zijn kilometers waar je met het beste fatsoen niets over kunt vertellen, het lukt me zowaar om hier vrij snel doorheen te skippen. Na 84 kilometer komen we uit in Sore, het volgende dorp op de route. In de bossen liggen wel wat kleine nederzettingen, maar het zijn van die dorpjes waar ze de politie bellen als ze na zes uur 's avonds iemand op straat zien. In Sore komen we zowaar enkele bochten tegen, terwijl we langs wat huisjes met opmerkelijke gevels fietsen. Van Sore rijden we weer 14 kilometer door de bossen verder over een zo goed als kaarsrechte weg. Af en toe een keer een flauwe bocht, maar nee, het gaat echt continu rechtdoor. Bijna continu door de bossen, met heel af en toe toch ook wel een keer een weilandje tussendoor. Het spannendste moment van dit stuk van de route is dat we het departement Landes verlaten en in het departement Gironde terechtkomen, meer informatie heb ik niet in de aanbieden. Een brede en goede weg dwars door de aangeplante bossen. Nederlands vlak, niet eens Frans vlak. Geen enkele hoogtemeter hier, bizarre tocht. Na 98 kilometer komen we uit in Saint-Symphorien, waar de renners dan wel weer wat vluchtheuvels, drempels en ander straatmeubilair treffen. In het centrum ligt een flauwe bocht naar links, terwijl we tijdens onze tocht door het dorp merken dat hier ooit geld heeft gezeten. Enkele gebouwen hebben zeer fraaie façades, al is de verf inmiddels afgebladderd. De schrijver François Mauriac, afkomstig uit Bordeaux, Nobelprijswinnaar voor Literatuur, heeft hier blijkbaar nog nooit gewoond. Hij heeft een fraai huis neer laten zetten, dat bezocht kan worden. Chalet Mauriac, voor de liefhebber. Enkele van zijn bekendste werken spelen zich blijkbaar ook af in deze omgeving, in de dennenbossen van de Landes. Toch knap om over deze omgeving een verhaal te schrijven, ik doe het hem niet na. De Nobelprijs kreeg hij voor het diepe spirituele inzicht en de artistieke intensiteit waarmee hij in zijn romans het drama van het menselijk leven heeft doorgrond. Al zou hij er zelfs niet in slagen Thierry Gouvenou te doorgronden.
![Residences-decriture-du-Chalet-Mauriac.webp]()
Een kilometer of drie voorbij Saint-Symphorien slaan we in de bossen een keer linksaf een andere weg in, dit is zowaar een keer een wat smallere weg. Deze weg voert op een rechte en vlakke manier naar het dorpje Origne, het enige opzienbarende is dat we de bossen een tijdje verlaten om door een wat meer heideachtig gebied te rijden. Eenmaal in Origne komen we warempel een aantal bochten tegen, naast een iets smallere passage over een bruggetje. In het centrumpje van dit dorpje dat prima door kan gaan voor een openluchtmuseum volgt nog een wegversmalling, we komen een drempel tegen en er ligt nog wat meer bochtenwerk. Aan de rand van het dorp herhalen we dit nog eens, we komen nog wat wegversmallingen tegen, al rijdt iedereen tijdens dit moment van de rit op een dusdanig lullig tempo dat er van enige nervositeit weinig sprake zal zijn. Als al deze obstakels achter ons liggen karren we weer ouderwets zes kilometer rechtdoor, het blijft een fascinerende route. Over de heide trekken we nu naar Guillos en zodra we na 113 kilometer koers dat dorpje bereiken gaat het wel weer iets nerveuzer worden. Een paar kilometer verderop ligt de tussensprint van de dag, voor het eerst vandaag mogen de renners aan de bak. Ter hoogte van een best wel fraaie kerk slaan de renners rechtsaf een brede weg in, die weg gaat ons richting de tussensprint in Landiras brengen. De tussenspring ligt zeven kilometer verderop en de weg naar de tussensprint toe is zoals je eigenlijk al wel kunt voelen aankomen praktisch recht. We bevinden ons nog steeds buiten de bossen, op de heide. De weg die hier ligt is niet van de allerbeste kwaliteit, ik zie her en der wel wat gaten en scheurtjes. Vlak voor we Landiras bereiken fietsen we ineens tussen wat wijnranken door, we bevinden ons steeds meer in de buurt van Bordeaux en dus krijgen we ook steeds meer met wijn te maken. Voorbij de wijnranken rijden we toch weer een bos binnen, waar de weg zowaar enkele krommingen kent. Heel lichtjes vals plat omlaag werken we nu naar de tussensprint toe, dat gaat een snelle sprint worden. Na precies 120 kilometer mogen de rappe mannen aan de bak, in het dorpje waar mogelijk een aanstaande wereldkampioen vandaan komt. De man die we gisteren zijn reusachtige voorhoofd zagen verbergen is van hier, Jules Koundé! Geboren in Parijs, maar opgegroeid in Landiras. Opgenomen in de jeugdopleiding van Girondins de Bordeaux, de gevallen club. Via Sevilla vervolgens naar Barcelona gegaan, en dus al jaren een vaste waarde in de Franse ploeg. Dorpje van niets, verder. Ze hebben er wel een kerk. En wijn, natuurlijk wijn.
![Landiras_%C3%89glise_Saint-Martin_01.jpg]()
De tussensprint vindt eigenlijk plaats aan de rand van Landiras, in een buitenwijkje. Voorbij de tussensprint slingeren we een beetje door deze wijk, waarna we even verderop een bocht naar links nemen om daarna rechtdoor het centrum binnen te rijden. Hier rijden we langs de hierboven afgebeelde kerk, over een weg die wel wat obstakels kent. Na de doortocht in het centrum verlaten we Landiras om daarna weer eens vijf kilometer zo goed als rechtdoor te rijden over een brede weg. De bossen van Landes de Gascogne hebben we achter ons gelaten, nu rijden we echt alleen maar langs wijnranken af. De weg voert zonder veel problemen richting Illats, alleen ergens halverwege in het gehucht Artigues komen we een paar bochtjes tegen. Het is hier licht glooiend, maar nee, voor de profs is het vlak. Eenmaal in Illats komen we enkele vluchtheuvels tegen, terwijl er in het centrum ook weer een slingerroute volgt om de lokale kerk heen. Na een drempeltje en nog wat vluchtheuvels laten we dit dorp snel achter ons, toewerkend naar de finale van deze rit. Buiten het dorp gaat het een tijdje rechtdoor, zodra we over de snelweg zijn gereden slaan we dan weer rechtsaf een nieuwe weg in. Deze weg volgen we maar kort, maar na een bocht naar links rijden we wel weer een kilometer of vier rechtdoor over een brede, rechte en vlakke weg. Weer wat meer in de bossen bevinden we ons nu, onderweg naar het dorpje Cérons. Als we na 131 kilometer uitkomen in dit dorpje rijden we eerst door een buitenwijk met de naam Expert, goede naam. In deze buitenwijk wordt de weg even wat smaller, er liggen ook wat bochtjes, maar in het centrum van Cérons wordt de weg weer breed. In dit centrumpje rijden we eerst over brug heen, om daarna in licht dalende lijn een scherpe bocht naar links te nemen. Direct daarna gaat het bij een rotonde naar rechts, waarna we de lokale markthal passeren. Even verderop gaan we bij de volgende rotonde schuin naar rechts en bij een volgende rotonde opnieuw. Daarna verlaten we Cérons snel weer, maar niet voordat we het nog even over wijn hebben gehad. In Cérons hebben ze namelijk hun eigen AOC, een beschermde oorsprongsbenaming. In de omgeving van Bordeaux is er natuurlijk heel veel wijn, in dit specifieke gebied in de omgeving moet je vooral zijn voor zoete witte wijnen. Zonder veel wijngaarden te zien verlaten we Cérons, om buiten het dorp bijna meteen uit te komen bij een opvallende brug. We gaan de Garonne oversteken, dit doen we via een brug in de stijl van Eiffel. De metalen constructie valt op, al zal het de renners vooral opvallen dat ze even een paar meter moeten klimmen om de Garonne over te kunnen steken. Aan de andere kant van deze rivier rijden we Cadillac binnen, hier slaan we bij een rotonde ter hoogte van het lokale château linksaf. Op dit punt sluiten we aan op de route van 2023, de laatste keer dat we naar Bordeaux gingen.
![cadillac-1024x766.jpg]()
We rijden dus Cadillac binnen, waar ik mooi kan gaan knippen en plakken. Ik zie dat ik drie jaar geleden groots heb uitgepakt, dat krijgen jullie nu ook gewoon weer cadeau van me. Cadillac is een opvallend dorpje waar mooistedorpjes.nl het volgende over te melden heeft: Cadillac is niet alleen een Amerikaans automerk dat bekend staat om de luxe auto’s, het is tevens de naam van een mooi dorpje binnen het Franse departement Gironde. En deze twee hebben meer met elkaar gemeen dan je zou denken. Nee, de naam van het dorp is niet gebaseerd op de naam van het automerk. Wie beseft dat het dorp Cadillac al sinds het jaar 1280 bestaat en de automobiel pas eeuwen later uitgevonden is, die zal dat al meteen begrepen hebben. Het Amerikaanse automerk is vernoemd naar de Franse avonturier Laumet de La Mothe, Sieur de Cadillac. Deze Franse ontdekkingsreiziger stichtte in Amerika Fort Pontchartrain du Detroit, dat we tegenwoordig als de stad Detroit kennen. Daar is het automerk opgericht en nog steeds gevestigd. Het automerk is feitelijk gebaseerd op een verzonnen adelijke titel die gebaseerd is op het dorp Cadillac. Het dorp Cadillac ligt tussen de wijngaarden van de wijnstreek Entre-Deux-Mers. Het werd in 1280 gesticht door Jean de Grailly. In de loop van de veertiende eeuw werd het plaatsje versterkt door middel van een omheining en poorten. Doel was vooral om de inmiddels belangrijke stad Bordeaux vroegtijdig te kunnen verdedigen. Een deel van de oude stadsmuren, torens en stadspoorten is bewaard gebleven. Zij zorgen er samen met de vijftiende-eeuwse L’église Saint-Martin en het fraaie stadhuis voor dat Cadillac de moeite van het bezoeken waard is. Het meest opvallende bouwwerk van het dorp is het Château de Cadillac. Dit kasteel werd tussen 1598 en 1634 gebouwd in opdracht van Jean-Louis de Nogaret de la Valette, de eerste hertog van Epernon. Het kasteel werd in beslag genomen tijdens de Franse Revolutie. Vervolgens deed het kasteel dienst als gevangenis en later als onderwijsinstelling. Tegenwoordig is het Château de Cadillac in bezit van de Franse staat en kun je het tegen betaling bezoeken. De renners rijden na op een rotonde te zijn gebotst langs de stadsmuren van Cadillac, inderdaad best een mooi dorpje. Als de stadsmuren ten einde komen slaan we bij de volgende rotonde rechtsaf en na een bocht naar links direct daarna rijden we vervolgens Béguey binnen. Hier begint de enige klim van de dag.
![chateau-cadillac-Gironde-Iconique-3-HD-Loic-Lagarde-3--1-.jpg]()
![cote-de-beguey.png?v=1690037635]()
Gevaarlijk plaatsje om te wonen wel overigens, dat Cadillac. De Garonne trad in 2021 nog buiten haar oevers en toen stond de straat langs de stadsmuur volledig blank. In Béguey zullen ze droge voeten hebben gehouden, want dat dorpje ligt iets hoger. Uit Béguey is Jean Fréchaut afkomstig, de man die in 1938 drie ritten in de Tour won, boh! We rijden in zijn dorpje dwars door het bochtige centrum en slaan uiteindelijk buiten het centrum rechtsaf, waarna de enige klim van de dag echt gaat beginnen. Het gaat 1,2 kilometer aan 4,4% omhoog naar de top van de Côte de Béguey, sow. Nu Arvid de Kleijn niet meer meedoet mogen we aannemen dat niemand hier gaat lossen. Dat klimmetje begint nog best lastig met een stuk aan 6,5%, maar daarna wordt het vals plat en dus kunnen we dit enige klimmetje van de dag eigenlijk gewoon negeren. Na 137 kilometer zijn we boven en dan is het nog 38 kilometer fietsen tot de finish. Na de klim rijden de renners zes kilometer over een plateau richting Capian. Het is bijna volledig vlak en veel echte bochten komen we ook niet tegen. Wel veel wijngaarden, dit hele gebied wordt gedomineerd door één sector. De druiven zijn hier niet zuur. In Capian, we noteren een kenmerkend kerkje, een paar drempels en wat bochten, bereiken we het eind van het plateau. Buiten het dorp beginnen we aan een afdaling terug naar de Garonne, al is een afdaling wat teveel eer. Het gaat een kilometertje merkbaar naar beneden en daarna loopt de weg wat vals plat verder omlaag. In eerste instantie gaat het wel even duidelijk naar beneden, rechtdoor omlaag over een brede weg. Dan komen we evenwel een bocht naar links tegen, daarna duiken we een smallere weg in. Het grootste dalen is nu wel voorbij, maar we fietsen wel een kilometer of zeven over de smallere weg. De finale is nu toch al voorzichtig begonnen, dus dit kan wel een nerveus stukje van de etappe worden. Het is wat smaller, het is behoorlijk bochtig en we fietsen door een vrij donker bos. Niet de fijnste weg van allemaal, zeker niet met een groot peloton in volle finale tijdens een vlakke rit. Vragen om problemen, maar hey, we rijden op deze manier in ieder geval wel langs het Château Lagorce en dat is een puik kasteeltje. Sowieso nogal veel kasteeltjes in deze omgeving. Wijngaarden en kasteeltjes, daar draait hier alles om. Aan het eind van deze bochtige en smallige weg komen we uit in Langoiran, na 150 kilometer koers. Nog 25 kilometer tot het eind, Bordeaux is bijna daar. In Langoiran volgt er bij een rotonde een bocht naar rechts, daarna gaat het bijna meteen naar links en dan rijden we even door het centrum, waar ook wel wat boobytraps op de renners wachten. Na een volgende rotonde, we gaan hier weer naar rechts, verlaten we Langoiran. Nog even opletten voor de vluchtheuvels alhier en dan gaat het rechtdoor over een bredere weg verder richting de finish.
![chateau_lagorce-exterior_aerial-1024x683.jpg]()
De renners volgen 12 kilometer dezelfde weg, een weg waar vrij weinig over te vertellen valt. De weg is breed, de weg is behoorlijk recht en de weg is zo goed als vlak. We ploegen voort langs de Garonne, afwisselen fietsend door bossen en regelmatig uitgestrekte wijngaarden aanschouwend. Na drie kilometer fietsen over deze weg komen we door Baurech, waar een paar vluchtheuvels liggen. Dat zijn voorlopig de belangrijkste obstakels, verder is het een simpele route. Een paar kilometer later komen we uit in het volgende dorpje, Cambes. Ook hier wat vluchtheuvels en een drempel, meer dan dat hoeven we niet te noteren. Voorbij Cambes fietsen de renners een tijd verder met uitzicht op de Garonne, langs de rivier loopt de weg soms een piepklein beetje op en af. Amper merkbaar, wat we wel gaan merken is dat we in de omgeving van Latresne twee rotondes tegenkomen. Bij de eerste gaan de renners rechtdoor en bij de tweede slaan ze linksaf, we bevinden ons hier op ongeveer acht kilometer van de finish. Tot op vijf kilometer van de finish rijden de renners nu eigenlijk continu rechtdoor over een gigantisch brede en vlakke weg, op het feit na dat we wel redelijk wat rotondes gaan tegenkomen. Een stuk of vijf, allemaal reusachtige rotondes die dus flink wat bochtenwerk opleveren. Op zes kilometer van het eind komen we kort achter elkaar twee van die rotondes tegen, bij de eerste wordt de weg wat smaller en direct daarna komen we bij de tweede uit, kan eventueel een hectisch punt worden. Tussendoor rijden we ook nog even over een viaduct, om nog wat spaarzame hoogtemeters mee te pakken. Daarna gaat het wel even netjes een kilometer rechtdoor over een ontzettend brede weg, aan het eind van deze weg volgt er een lopende bocht naar rechts en dan kijken we ineens tegen de Arkea Arena aan. Een concertzaal, voorzichtig gesponsord door een bedrijf dat we van de koers kenden. Vlak voor de arena nemen we een bocht naar links, om voorbij de arena een tweede bocht naar links te nemen. Na die tweede bocht rijden we op 4,5 kilometer van de aankomst via de Pont Simone Veil over de Garonne heen. Deze brug die is vernoemd naar de voormalige minister van Gezondheid die een wet doorvoerde die abortus in Frankrijk legaliseerde is een van de breedste bruggen die ik ooit heb gezien, al moeten we voor we die brug bereiken kort achter elkaar wel drie bochten zien te overleven. Dit stukje van de route ziet er net iets anders uit dan in 2023, de aanloop naar de finish toe is lichtelijk aangepast. We zullen finishen op dezelfde plek, maar de weg naar de finish toe is net iets anders. Blijkbaar was men niet helemaal tevreden over de aanloop in 2023, hopelijk bevalt dit dan beter. Met net iets minder dan vier kilometer te gaan slaan we nu rechtsaf een weg in die ons vrijwel rechtdoor langs de Garonne naar de finish moet brengen. Een scherpe bocht, die een beetje terugdraait. Daarna buigt de weg flauwtjes af naar links, terwijl we de Garonne weer in beeld zien verschijnen. Hierna rijden we eigenlijk gewoon praktisch rechtdoor over een vlakke en brede weg tot op twee kilometer van het eind. Op 2,5 kilometer nemen we wel een schuine bocht naar rechts, waarna de weg net een metertje smaller wordt. Meer obstakels liggen er voorlopig niet, op de rotondes buiten Bordeaux en de bochten bij de arena na lijkt dit voorlopig zowaar een acceptabele finale, al vinden we op dit punt ook wel een drempeltje. Juist nu wordt het evenwel iets hectischer, op een flauw bochtje na gaat het tot op twee kilometer van het eind rechtdoor, maar op dat punt duiken we een tunneltje in. Hier gaat het een paar meter naar beneden, zodra de weg weer omhoog gaat buigen we eerst af naar links, om een paar meter later wat scherper af te buigen naar rechts. Na die bocht naar rechts komen we in de finishstraat terecht, hier bereiken we tevens weer het parcours van 2023. Het laatste stuk tot aan de finish zal gelijk zijn, wat me dan toch inspireerde om de beelden nog eens terug te kijken. De beelden terugkijkend van 2023 valt vooral op dat deze weg voor een massasprint eigenlijk nét iets te smal is. Het is een tweevaksweg, maar als je hier in een verkeerde positie zit ga je moeite hebben om nog op te schuiven. In de laatste twee kilometer tot aan de finish rijden we over een weg die je in principe recht mag noemen, maar we komen langs de Garonne toch wel steeds een kleine buiging tegen. Dat wordt soms nog wat erger gemaakt door de positionering van de hekken, aan het eind van het verhaal gaat het toch net niet helemaal rechtdoor. Over deze voornamelijk steeds licht naar rechts afbuigende weg rijden we verder tot op een kilometer van het eind, op dat punt rijden we een nieuwe tunnelbak in. Weer een paar meter omlaag en dan een paar meter omhoog, waarna we zo goed als rechtdoor naar de finish rijden. In de slotkilometer fietsen we alleen nog even een meter of 100 over steentjes op de Place de la Bourse, waar in 2023 dan weer amper iets van te merken viel. Het viel me verder ook op dat de hekken schots en scheef stonden, de ASO heeft nog altijd niet de beschikking over de formidabele hekken van Boplan. Het is hier net iets te smal en er is net wat teveel flauw bochtenwerk waardoor je een chaotische sprint krijgt, maar verder geen bezwaar. Geen valpartijen in 2023 in ieder geval, al deed klootzak Philipsen nog wel zijn best om mijn Bini in de hekken te rijden. Na nog een lichte kromming van de weg in de laatste meters vinden we de finish, waarvan de lijn getrokken is naast de Place des Quinconces.
Bekijk deze YouTube-video![s2oxLbS.png]()
![5fbdd]()
![142aolmc2023.jpg]()
![7oxgAxTdYoyj4td4aSeoZe.jpg]()
Na Parijs is Bordeaux de stad die het vaakst is gezocht door de Tour de France. Het is de 82e keer in de geschiedenis dat we deze stad bezoeken en toch is het zo dat dit pas de tweede keer is dat ik iets over Bordeaux hoef te schrijven. Al geef ik meteen schaamteloos toe dat ik hier integraal mijn stukje van drie jaar geleden ga kopiëren. In 2023 keerden we na een afwezigheid van 13 jaar terug naar de stad, het lijkt er op dat Bordeaux inmiddels weer op weg is om een vaste pleisterplaats te worden. Drie jaar geleden waren we getuige van de derde ritzege in die Tour van de groene Jasper Philipsen. In een chaotische sprint kwam Mathieu van der Poel eigenlijk te vroeg op kop, waardoor Philipsen nog niet aan zijn sprint wilde beginnen. Mark Cavendish besloot dan maar vroeg aan te gaan, op zoek naar zijn recordzege. Die kwam er die dag niet, want Philipsen sprong mooi op het wiel, kroop in de slipstream en vloog Cavendish even later voorbij. Toen hij in de slipstream sprong sloot hij wel meteen de deur voor Bini, die daar niet zo blij mee was. Dat waren de dagen dag Philipsen onder een vergrootglas las, maar hij tegelijkertijd overal mee wegkwam. De keer daarvoor wist Cavendish dan wel weer te winnen in Bordeaux, in 2010 degradeerde hij de tegenstand. Hij deed drie trappen, sloeg een gat van jewelste, keek twee keer om en kwam juichend over de streep. Sindsdien kwam Bordeaux een tijd niet meer voor in de Tour, wat zoals altijd meerdere redenen heeft. Een van de redenen is dat men in Bordeaux vond dat ze de Tour niet meer nodig hadden. Je haalt de Tour binnen om je imago op te poetsen, maar wat als je al heel tevreden bent met je imago? Moet je dan een flink geldbedrag op tafel leggen terwijl tegelijkertijd je hele stad een dag wordt platgelegd? Klaarblijkelijk vond men van niet. Daarnaast was er het klimaatargument. De Tour was te vervuilend, meerdere steden in Frankrijk willen de Tour niet omdat ze vinden dat ASO niet genoeg doet om hun ecologische voetafdruk te verminderen. Dat vond de opvolger van burgemeester Juppé ook, Pierre Hurmic is lid van een groene partij en dus is hij niet blij met het vervuilende element van de Tour. Maar, hij is ook een wielerfan. Toen de Tour een aantal jaar geleden in Libourne was gelegen op een steenworp afstand van Bordeaux, trok Hurmic daar naartoe en hij raakte aan de praat met Prudhomme. Die is natuurlijk zo glad als een aal en met mooie praatjes en ongetwijfeld een hoop valse beloftes wist Prudhomme Hurmic ervan te overtuigen dat de Tour steeds groener aan het worden was. Zo rijdt Prudhomme rond in een elektrisch voertuig en zo bestaat alle troep die uit de reclamekaravaan wordt geflikkerd tegenwoordig uit recyclebaar materiaal. Hurmic liet zijn wielerhart spreken, streek over zijn hart, vergat even alle ecologische argumenten en dus is Bordeaux weer een vaste stop in de Tour. “The Tour resolutely fits into an eco-responsible approach,” twitterde Hurmic na de onthulling van het parcours in 2023. “[It] has drastically limited its CO2 emissions and promotes and supports cycling-friendly cities, in line with the trajectory taken by our city.” En zo lullen we overal een punt aan, als het ons maar goed uitkomt. Hoe dan ook, Bordeaux is weer vaste prik, al hebben ze sinds een paar maanden weer een nieuwe burgemeester, we gaan de komende jaren merken wat zijn mening is. De stad waar we vandaag finishen kun je met de kortst mogelijke samenvatting zo omschrijven: Bordeaux (Bordèu in het Occitaans) is een stad in het zuidwesten van Frankrijk. Het is de hoofdstad van het departement Gironde, van de voormalige regio Aquitanië en van de nieuwe, grotere regio Nouvelle-Aquitaine. Het is de historische hoofdstad van de regio Gascogne. De agglomeratie is georganiseerd in een verband van gemeentes, Bordeaux Métropole. De gemeente telde 259.809 inwoners op 1 januari 2020. De agglomeratie telde bijna 900.000 inwoners. De stad is over de hele wereld bekend om de wijnen uit de omgeving. Sinds juni 2007 staat een deel van de stad, de Port de la Lune, op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Bordeaux heeft twee bekende bijnamen. De eerste is Port de la lune, de "maanhaven", verwijzend naar de vorm van de rivier de Garonne die door de stad loopt. Deze verwijzing komt terug in het logo van de stad in de vorm van drie halve manen. De stad staat daarnaast ook wel bekend als La belle endormie, de 'schone slaapster', verwijzend naar de weelderige architectuur te danken aan het rijke verleden, maar het rustige leven in de stad en gebrek aan economische dynamiek vandaag de dag.