Omdat zowel de startplaats als de finishplaats van vandaag een uitgebreid verhaal verdienen, richt ik me vandaag vooral op de startplaats Jaén. Córdoba is morgen startplaats en komt dan uitgebreid aan bod, inclusief een algemeen verhaal over de Moorse periode op het Iberisch schiereiland.
Etappe 15: Jaén - Córdoba (167.7km)Het gevreesde drieluik van Andalucía is voorbij, maar het peloton blijft nog even in deze regio hangen voor een rit naar de oude Moorse hoofdstad Córdoba met een heuvelachtige finale die zeker niet onderschat mag worden.
De rit start in Jaén, een stad met 120.000 inwoners in de gelijknamige provincie (668k) waar verder geen grote steden zijn behalve Linares (61k). De stad ligt ongeveer 70km ten noorden van Granada en 90km ten oosten van Córdoba op de grens van de eindeloze hoogvlaktes van centraal Spanje en een reeks bergketens tussen Gibraltar en Valencia/Murcia die samen de Cordillera Bética genoemd worden. De hoogteverschillen in de stad zelf en variëren van 420 meter tot 815 meter, het hoge deel ligt op een uitloper van de 1614 meter hoge berg Jabalcuz die hoog boven de stad uit torent.
Jaén vanaf de flanken van de JabalcuzJaén in aan het einde van de 5e eeuw v.C. gesticht als de Iberische nederzetting Auringi en werd na een Griekse periode in de 3e eeuw v.C. veroverd door de Carthaagse generaal Hannibal die er een groot fort liet bouwen. Het kon echter niet voorkomen dat de Carthaagse stad in 207 v.C. veroverd werd door de Romeinen. Het Romeinse Flavio Aurgitano werd in de vijfde eeuw veroverd door de Visigoten, ergens rond deze periode verbasterde de naam naar Aurgi, een grote stad was het echter nog nooit geweest onder al deze volkeren.
In 713 kwamen de Moren aan de macht onder wie de stad tot grote bloei kwam vanwege de gunstige ligging aan de wegen tussen belangrijke steden als Córdoba, Toledo en Granada. Het kreeg dan ook de Arabische naam Jayyan ("kruispunt"), het voorheen onbeduidende stadje groeide uit tot één van de grotere steden van El-Andalus en werd in de elfde eeuw de hoofdstad van een onafhankelijk Taifa rijk genaamd Dijaryan. Het vormde na een korte tijd van zelfstandigheid in 1019 een unie met Granada en werd in 1031 veroverd door het machtigste Taifa rijk Sevilla, die het in 1091 weer verloren aan de Almoraviden.
Het versnipperde Iberisch schiereiland werd in de 12e eeuw gereduceerd tot vijf grootmachten: De Almoraviden en vanaf 1148 Almohaden heersten over El-Andalus (zuiden), en de christelijke koninkrijken klonterden samen tot Portugal (westen), Castilla (noordwesten, centraal), Navarra (noorden) en Aragón (noordoosten, oosten) overbleven. De Almohaden boekten aan het einde van deze eeuw een aantal belangrijke overwinningen op Castilla en in mindere mate Portugal, waarbij de christenen gebieden verloren en de belangrijke stad Toledo bedreigd werd. De christenen werden door de paus opgeroepen om zich te verenigen en zo geschiedde, ze formeerden met ridders uit heel Europa een groot leger onder leiding van koning Alfonso VIII van Castilla dat op 16 juli 1212 ongeveer 60km ten noorden van Jaén op het Moorse leger stuitte: de legendarische Slag bij Las Navas de Tolosa. Het was de grootste en belangrijkste overwinning in de Reconquista, de christelijke alliantie (50k á 80k troepen) verpletterden de Almohaden (+-150k troepen) die volledig verrast werden door de tactiek van Alfonso, meer dan 100.000 moslims werden afgeslacht en het centrale gezag van de Almohaden was voorgoed verdwenen. De Reconquista was nu niet meer te stuiten en Castilla zou één voor één de Moorse steden innemen tot alleen Granada overbleef. In 1246 viel Jaén in christelijke handen, de grote moskee werd afgebroken en drie jaar later werd op deze plaats begonnen met de bouw van de "Catedral de la Asunción de Jaén", deze oorspronkelijk Gotische kathedraal werd in 1369 zwaar beschadigd bij een Moorse aanval waarna men het voor een groot deel herbouwen in de Renaissance stijl. De kathedraal is hét gezicht van de stad en werd gisteren al uitgebreid in beeld genomen toen de renners op weg naar de slotklim door de straten van Jaén reden. Het is genomineerd om een UNESCO werelderfgoed te worden. De historische Renaissance stadjes Úbeda en Baeza ten noordoosten van Jaén staan al op deze lijst.
Catedral de la Asunción de JaénJaén was de dichtst bij Granada liggende stad van Castilla en werd hierdoor een vestingstad, op de flanken van de Jabalcuz werd op de dezelfde plaats als de oude Carthaagse en Moorse forten het Castillo de Santa Catalina gebouwd als de standplaats van het leger. De stad wist in 1300 en 1369 grote Moorse aanvallen succesvol af te slaan, maar de uiteindelijke verovering van Granada in 1492 had een negatief effect op Jaén, de militaire functie was overbodig geworden en de stad moest veel aan belang inboeten. Het zou langzaam maar zeker vervallen tot de uit de kluiten gewassen provinciestad die het nu nog steeds is. Jaén is tegenwoordig vooral afhankelijk van de agrarische sector en dan bovenal de olijfolie. De provincie van de zelfbenoemde wereldhoofdstad van de olijfolie is verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de Spaanse en een vijfde van de wereldwijde productie van het vloeibare goud, ruim 3 miljoen ton per jaar.
De uitgestrekte olijfboomgaarden van JaénDe Universidad de Jaén is in de jaren '70 gesticht als dependance van de universiteit van Granada, maar sinds 1993 zelfstandig, het heeft zo'n 15.000 studenten. De voetbalclub Real Jaén CF is in 1922 opgericht en speelt haar Segunda División B (derde niveau) wedstrijden in het Nuevo Estadio de la Victoria stadion, waar plaats is voor zo'n 13.000 toeschouwers.
Jaén is de thuisbasis van de Andalucía-Cajasur wielerploeg dat ook een aantal renners uit deze provincie onder contract heeft, de enige deelnemer in deze Vuelta uit de provincie rijdt ook voor deze ploeg: Manuel Ortega. De bekendste renner die de stad (en provincie) heeft voortgebracht is Manuel Beltran, de oude knecht van Lance Armstrong werd vorig jaar op doping betrapt.
Jaén is voor de achtste keer startplaats in de ronde, geen bijzonder aantal, maar het is wel de zesde keer sinds 2002 dus bijna jaarlijkse kost de laatste jaren. In 1981 werd de stad ontmaagd en won José-Maria Yurrebaso een rit naar Granada, sindsdien volgden o.a. Mario Cipollini (2002, Málaga), Felix Cardenas (2003, Sierra Nevada) en vorig jaar Tom Boonen in de derde etappe die ook toen naar Córdoba ging (over een ander parcours).
Er zijn slechts vier aankomsten in Jaén geweest, met als bekendste winnaar vorig jaar in de tweede etappe Alejandro Valverde met een sterke sprint bergop voor Rebellin en Ballan.
Córdoba is met ruim 325.000 inwoners de elfde stad van Spanje en de derde van Andalucía achter Sevilla en Málaga. Het is de hoofdstad van de gelijknamige provincie waar 803.000 mensen wonen, de tweede stad is Lucena (41k). Córdoba ligt aan de Guadalquivir, de grootste rivier van Andalucía die in de oudheid bekend stond als de Baetis, de rivier mondt via de Andalusische hoofdstad Sevilla even ten noorden van Cádiz uit in de Atlantische Oceaan.
CórdobaDe stad heeft een rijke historie, het was één van de belangrijkste Romeinse steden van Hispania en bovenal eeuwenlang de hoofdstad van het Moorse El-Andalus. De stad was rond het jaar 1000 zelfs één van de drie grootste steden ter wereld, maar bezweek op haar hoogtepunt aan burgeroorlogen.
Morgen veel meer over de geschiedenis van Córdoba en de Moren.
Antonio Gómez del Moral (Spaans kampioen 1965, drievoudig Vuelta ritwinnaar waaronder in Córdoba in 1962) is de beste wielrenner die Córdoba heeft gehad, in deze Vuelta is wordt de provincie vertegenwoordigd door José Ruiz Sanchez (Andalucía-Cajasur).
Córdoba heeft 17 aankomsten in de Vuelta gehad, waarvan 14 sinds 1992. De eerste zege was voor de Spanjaard Antonio Karmany (1959), sindsdien volgden o.a. onze landgenoten Jean-Paul van Poppel (1992) en Bart Voskamp (1997) en recent renners als Oscar Freire (2000), Aitor Gonzalez (in zijn gouden jaar 2002), David Millar (2003), Leonardo Bertagnolli (2005), Paolo Bettini (2006) en vorig jaar Tom Boonen. De Belg klopte Bennati en Zabel in de massasprint, de finale was weliswaar niet volledig vlak, maar toch een stuk minder lastig dan vandaag.
Er zijn ook 14 ritten van start gegaan in Córdoba, Jeroen Blijlevens won er twee (1995, Sevilla & 1998, Cádiz). Vorig jaar was er een etappe Córdoba-Puertollano die Daniele Bennati op zijn naam schreef. Morgen staat dezelfde rit op het programma.
![]()
Córdoba is de warmste stad van Europa met een gemiddelde jaartemperatuur van maar liefst 24.6ºC, de heetste maand is juli als het kwik gemiddeld tot 36.2 graden stijgt en er amper 3 mm regen valt. De renners mogen van geluk spreken dat het deze hele week al meevalt met de hitte, vandaag wordt een maximale temperatuur van 27ºC verwacht, maar ook regen en mogelijk zelfs onweer, geen onbelangrijk detail gezien de finale van deze etappe.
De renners passeren na 103.5km de finish in Córdoba, er moeten dan nog twee plaatselijke rondes van ruim 30km afgelegd worden met de Alto de San Jeronimo (2e cat., 565m hoog, 13.7km á 3.1%). Deze lange klim is door een aantal afdalingen aan het einde een stuk steiler dan het gemiddelde doet vermoeden en heeft in het verleden al vaker massasprints voorkomen, zoals in 2005 toen Leonardo Bertagnolli aanviel en weg kon blijven in de afdaling. De klim werd toen één keer beklommen, vandaag zelfs twee keer met de laatste top op slechts 11.7km van de finish.
De afdaling begint niet direct na de top, er zijn eerst nog zo'n 3km over een golvend terrein alvorens de renners naar beneden duiken richting de laatste kilometer. De afdaling kan nog behoorlijk gevaarlijk worden als de weersvoorspellingen uitkomen en het inderdaad gaat regenen.