Alsof er het kabinet niet gevallen is, alsof er geen verkiezingen geweest zijn: afgelopen week moesten alle departementen bij het ministerie van Financiën hun cijfers inleveren. Welke tegenvallers verwachten ze? Maar zeker ook: welke meevallers? Wat krijgen ze niet uitgegeven?
Want dit is de tijd van de voorjaarsnota. Waarin een kabinet, demissionair of niet, de begroting van het lopende jaar moet bijpunten en alvast de begroting van het volgende jaar in de steigers moet zetten. Om dat te kunnen doen, heeft Financiën eerst alle informatie nodig.
Op het eerste gezicht is het een fluitje van een cent. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft in de recente ramingen een zonnig beeld geschetst voor de schatkist dit jaar en volgend jaar. Dit jaar komt het tekort op 2,1%, volgend jaar op 2%, terwijl de staatsschuld slechts zeer langzaam omhoog kruipt naar 48% van het bbp. Alles dus ruim binnen de grenzen van het Europese stabiliteitspact.
Maar Financiën is traditioneel wat voorzichtiger dan het CPB. In beide huizen rekenen de economen erop dat de plannen die met Prinsjesdag zijn gepresenteerd deels niet worden uitgevoerd. Vooral door personeelsgebrek lukt het niet om geld uit te geven aan bijvoorbeeld defensie of onderwijs. Geplande uitgaven die niet doorgaan, dat heet in het Haagse jargon onderuitputting.
Die onderuitputting was een serieuze bron van financiële meevallers in de afgelopen jaren en dat zal nog wel even zo blijven, denkt zowel Financiën als het CPB. Maar de instellingen hebben sterk verschillende gedachten over de omvang van die meevaller. Het CPB rekent met een kleine ¤15 mrd aan geplande uitgaven die in de pocket blijven, twee keer zoveel als Financiën. De afgelopen jaren zat het CPB ook hoger dan Financiën, en het CPB kreeg tot nu toe gelijk.
Vakminsters geven cijfers liever niet
Toch kan Steven van Weyenberg, de demissionaire minister van Financiën, in de voorjaarsnota niet zomaar de aannames van het CPB overnemen. Want het CPB kan op basis van macro-economische gegevens (zoals de historisch hoge vacaturegraad) simpelweg zeggen: zóveel procent krijgt het kabinet niet uitgegeven. Maar Financiën moet dat, per ministerie en per uitgavenpost, concreet kunnen onderbouwen.
Dat is informatie die de vakministers, als ze die al hebben, niet graag zullen geven aan Financiën. Want wie eenmaal zegt dat hij 10% van een bepaald plan niet krijgt uitgevoerd, wordt direct gekort. Mocht het later dit jaar toch mogelijk blijken om het plan helemaal uit te voeren, dan is het te laat: als Financiën het geld in het voorjaar heeft binnengeharkt, krijg je het niet meer terug.
Daarom is er dit jaar, net als vorig jaar, niet alleen een informatie-uitwisseling tussen ambtenaren, maar zijn er ook gesprekken tussen vakministers en Van Weyenberg. Ze moeten precies uitleggen waarom zij er wel in slagen het geld uit te geven, terwijl iedereen kampt met tekort aan personeel. En die tegenvaller, is die wel zo onvermijdelijk? En kan het niet minder duur?
Maar zelfs met de strengste ondervragingstactieken zal het Van Weyenberg niet lukken om de onderuitputting van het CPB in zijn begroting te zetten. Daarmee zijn de cijfers van Financiën al ongunstiger, en daarbovenop komen nog tegenvallers. De ¤2 mrd die naar Oekraïne gaat, zit nog niet in de CPB-cijfers. Ook dreigt de afwikkeling van het toeslagenschandaal en van de gaswinningsschade in Groningen duurder uit te vallen. Verder dreigt asielopvang duurder te worden.
![Capture.png]()
Uitgaven die hoger uitpakken dan gedacht, dat moet gecompenseerd worden door lagere uitgaven elders, zo luidt het Haagse credo. Oftewel: bezuinigen. Het omgekeerde doet zich ook voor: tegenvallers bij de lasten betekenen hogere belastingen elders. Die tegenvallers zijn er, omdat de Eerste Kamer twee maatregelen heeft tegengehouden. Het gaat om de afbouw van een voordeeltje voor de industrie (in verband met klimaatbeleid) en om het ‘salderen’ van zonnepanelen. Structureel had dat samen ¤0,9 mrd moeten opleveren, maar dat gaat niet door. Dus moet het kabinet hogere lasten bedenken.
Kleine maatregel geeft al veel gedoe
Volgens Haagse bronnen is het kabinet van plan, ondanks de demissionaire status, een complete begroting op te leveren, inclusief bezuinigingen en lastenverzwaringen waar nodig. Dat is voor een normaal kabinet al lastig, maar nu helemaal.
Want ingrepen liggen moeilijk. Vorige week bijvoorbeeld klaagden veel Kamerleden over de verhoging van de verkeersboetes met 4,3%. Minister Dilan Yesilgöz van Justitie moest uitleggen dat de verhoging onderdeel was van de kaasschaaf bij de vorige voorjaarsnota. Haar departement moest ook een steentje bijdragen in de vorm van hogere boetes. Zo komt er ¤69 mln extra binnen. Zoveel gedoe om zo’n kleine maatregel van een zittend kabinet, dat belooft wat.
Voor 2025 en later wordt het nog moeilijker. Want welke kant de economie opgaat, is nog niet duidelijk. Het CPB ziet dit jaar een groei van 1,1% en volgend jaar 1,6%, maar daarmee is de officiële adviseurs veel optimistischer dan andere instituten. ABN Amro denkt dat het dit jaar blijft steken bij 0,7%. Een lager groeipad betekent volgens ABN-econoom Jan-Paul van de Kerke dat er een 'kleine beetje zand’ in de overheidsmotor wordt gegooid, in de vorm van lagere belastinginkomsten en hogere uitgaven – bijvoorbeeld omdat de werkloosheid naar verwachting licht oploopt. Een wat minder oververhitte economie heeft als bijeffect dat de de overheid meer plannen kan waarmaken waardoor de ‘onderuitputting’ terugloopt. Ook dat kost geld.
En dan zijn er nog wat lijken in de kast. Coronagerelateerd is het belastinguitstel. 55.000 ondernemers lopen achter met de terugbetaling, waarmee een bedrag van bijna ¤4 mrd is gemoeid. Rabobank-econoom Hugo Erken somt nog een paar potentiële tegenvallers op. ‘Misschien wordt de overheid geconfronteerd met meer rechtszaken rond de box 3-heffing. Er wordt nog steeds met forfaitair rendement gerekend en dat kan opnieuw op kritiek rekenen.’
PVV snijdt liever niet in zorg
Die onzekerheden spelen vooral in de latere jaren, wanneer een nieuw kabinet de begrotingen moet opstellen. Drie van de vier partijen die praten over een coalitie (PVV, NSC en BBB) hebben hun plannen niet laten doorreken. Wel concreet is dat het trio kritisch is op de grote fondsen (bijvoorbeeld voor klimaat) die het huidige kabinet is begonnen.
Maar die fondsen zijn niet eens de grote oorzaak van de oplopende uitgaven. Zonder nieuw beleid geeft het Rijk in 2028, gecorrigeerd voor inflatie, ¤45 mrd meer uit dan dit jaar. Daarvan is ¤3,6 mrd veroorzaakt door klimaat- en stikstoffondsen. De grootste stijgingen zitten bij sociale zekerheid en zorg, in beide gevallen vooral door vergrijzing. En dat zijn nu net posten waar de PVV, de grootste partij, liever niet snijdt.
Wat een nieuw kabinet moet doen? ‘Dat moet in elk geval niet Prinsjesdag herhalen', zegt ABN-econoom Van de Kerke. De Tweede Kamer dwong toen af dat de verlaging van de brandstofaccijnzen niet wordt teruggedraaid, en dat de AOW meestijgt met de verhoging van het minimumloon. ‘Allemaal maatregelen die economisch niet slim waren en deels gedekt werden met maatregelen die het vestigingsklimaat aantasten. Zoals een versobering van de expatregeling en een belasting op de aankoop eigen aandelen. Dat was echt een heel slechte generale repetitie voor een kabinet dat meer macht bij het parlement legt.’
https://fd.nl/politiek/15(...)euwsbrief&utm_term=A