Dribbelende orkaan Quincy laat verpletterende indruk achterWillem Vissers
Dribbelen op topsnelheid is door Quincy Owusu Abeyie tot kunst verheven. Sensationeel was het spel van de Arsenal-speler tegen Japan op het jeugd-WK. Bondscoach De Haan: ‘Hij is onvoorstelbaar snel.’
Een wervelwind op kicksen raasde vrijdag door Kerkrade en nadat de orkaan Quincy Owusu Abeyie was gaan liggen, bleef de verpletterende indruk achter. Zelfs bondscoach Foppe de Haan had zoiets nog nooit gezien.
De international in de ploeg van Oranje tot twintig jaar dribbelde over de linkervleugel in een tempo dat vrijwel nooit is te aanschouwen. En het was niet eens gepingel om het gepingel. Vrijwel al zijn acties slaagden en waren zinvol.
Voor het grote publiek was hij nog onbekend, want de 19-jarige Amsterdammer vertrok als tiener naar Arsenal. Ajax had hem weggestuurd als onhandelbaar.
Zijn snelheid liet kinderstemmetjes overslaan. De Haan, lachend: ‘Voor de wedstrijd deden we startvormpjes. Dan zie je hem helemaal niet. Hij is onvoorstelbaar snel.’ Aanvoerder Hedwiges Maduro, die hem nog kent uit de jeugd van Ajax: ‘Hij is nog veel sneller geworden dan vroeger.’
Quincy heeft het tempo van de jonge Overmars, maar hij is getructer. Zijn spel lijkt op dat van de Braziliaan Denilson of dat van Cristiano Ronaldo. Het kan bijna niet anders of hij haalt straks het grote Oranje van Van Basten.
Met een verlegen glimlach onderging de in Amsterdam geboren zoon van Ghanese ouders de loftuitingen. ‘Alles lukte. Het publiek stimuleerde me enorm.’ Het was bijna of je Van Persie hoorde, toen die verhaalde over de lessen uit het verleden. ‘Ik heb gekeken naar Bergkamp, Henry en Pires.’
Trainer Wenger van Arsenal noemde Quincy, die bij de club uit Londen al speeltijd kreeg in het eerste elftal, de mogelijke opvolger van Henry. Dat klonk ongeloofwaardig voor wie hem nooit zag voetballen. Maar vrijdag maakte Quincy een en ander duidelijk.
Natuurlijk, relativering is op zijn plaats. ‘Vel je oordeel over twee wedstrijden’, aldus international scout Piet de Visser. Hij wijst op de zwakte van de Japanse back, terwijl die geen rugdekking kreeg. De Japanner Nakamura gaf Quincy zelfs een schouderklopje en ging nooit gemeen doen om zijn kwelgeest te verjagen.
De Visser herinnert zich dat hij Quincy zag voetballen tijdens een jeugdtoernooi in Sittard, als stagiair van Arsenal. ‘Ik heb PSV toen gemeld dat ik een groot talent had gezien, maar ze wilden geen speler die bij Ajax was weggestuurd.’
Volgens De Haan moet de aanvaller nog meer profiteren van zijn snelheid. ‘Quincy vraagt de bal te vaak in de voeten. Als anderen de bal meer achter de verdedigers laten vallen, is hij nóg gevaarlijker. En hij moet leren te scoren.’
De Haan kan zich goed voorstellen dat Ajax hem wegstuurde, want hij kent de verhalen van toenmalig hoofd opleidingen Zwamborn. ‘Hij was iedere dag te laat en speelde liever op straat dan bij de club.’ Maar dat is dus veranderd.
Hoe hij dat doet, zo’n solo over vijftig meter, zoals voor het tweede doelpunt tegen Japan? Quincy, met twinkelende ogen: ‘Ik begin gewoon. Ik kreeg de bal soms gelukkig mee, maar uiteindelijk lukte het allemaal. Dat is mooi.’ Woensdag snelt hij weer langs de lijn in Kerkrade, tegen Australië.
Ik noem een Tony van Heemschut,een Loeki Knol,een Brammetje Biesterveld en natuurlijk een Japie Stobbe !