Nico Dijkshoorn vindt er ook deze week weer wat van:
Paul
Je komt op de verjaardag van je nieuwe vriend. Je hebt twee weken zitten breien. Je pakt de trui heel leuk in. Hij scheurt het papier eraf en dan de volgende tekst: ‘Nou pak die maar weer in. Wol. Ik kan niet tegen wol. Hier, kijk maar naar mijn handen. Helemaal onder de uitslag, alleen al door het uitpakken. Weg die trui. Als ik ernaar kijk, trekken de rode vlekken al over mijn rug.’
Zo voelde het toen Annouk, de nieuwe liefdeszoeker, Paul een eau-de-toilette cadeau gaf. Wij, de kijkers, wisten allemaal: Paul ruikt niets. Het brak mij bijna in tweeën, de herinnering aan alle verkeerde cadeaus die ik zelf ooit heb gegeven. U, lezer, hebt ook ooit een keer met een volkomen mislukt cadeau in uw handen gestaan. Een fles whiskey bijvoorbeeld wanneer de jarige een week eerder, na 23 jaar onafgebroken drinken, zijn halve lever uit het lichaam heeft laten verwijderen.
Er is niets verdrietiger dan het verkeerde cadeau geven. In mijn lievelingsboek De avonden van Gerard Reve blijkt de hoofdpersoon per ongeluk een fles koolzuurhoudende drank te hebben gekocht voor oud en nieuw. Zijn moeder troost hem. Het is geen wijn. Ook weleens fijn. Lekker fris, hoor!
Annouk gaat iets minder gebukt onder Pauls gebrek aan reuk. Jubelend trekt ze door het programma, met haar neusje in de aanslag. Ze vindt alles lekker ruiken. ‘Ach ik ruik een Franse oksel. Wat enig!’
Karina, de andere vrouw die tegelijk aankwam met Annouk vind ik heel leuk. Ze heeft een radiostem en is lekker direct. Ze kwam meteen met een heerlijke eerste observatie: ‘Zeg Paul, al je buren zien iedere dag een andere vrouw met jouw hond lopen.’ Ook dapper: ze zei wat wij allemaal al zes weken dachten: die buik, is die niet wat aan de buikige kant? En daar draaide dat geurvrouwtje steeds omheen. Ze kijkt permanent alsof ze een opgezet mens in de hoek van de kamer ziet staan. Ogen als schoteltjes.
Eline
Kan ik kort over zijn. Menno, de schildpaddenschilder is weg en Tony, de Amsterdamse tattookoning is weg. Zijn hele verblijf is in één zin samen te vatten: twee dagen geweest met zestien paar sneakers in zijn koffer.
Fred
De man die zelfs jaloers is op dieren. Daarom roostert hij ze. Er hoeft maar een van de vrouwen een hond te aaien en Fred ligt met een paar plukken pluizig hoofdhaar in zijn hand trappelend op bed.
Wanneer Ellen naar huis wordt gestuurd en haar verblijf wil evalueren, onderbreekt Fred haar woedend. ‘Nee, we gaan niet verwijten, hè!’ Op dat moment droomde ik van een mondig Amsterdams wijf tegenover hem. Een lekkere agressieve Jordanese die hem even met zijn voetjes in het geverfde zand zet.
‘Ja, ik onderbreek je even, Pikkie Pluishaar met je kinderhemd. Ik loop hier nu een dag in de rondte en ik slaap nog liever met een dier dan met jou. Ja, ik houd van dieren, maar ik heb een hekel aan zwetende kippenverkopers die eruitzien alsof ze het gebit van hun oma in hun mond hebben laten metselen. Nee, je gaat je mond even houden, zwetende mossel. Je hebt alleen maar lopen zeiken en ik weet precies waarom. Ik bewonder je niet genoeg.’
‘Ik had moeten zeggen: ‘O Fred, verf op een stoel gieten, hoe verzin je het,’ maar dat is gewoon kinderfeestjesgedoe. Dat doe je met zes kinderen van vijf jaar oud, lekker met verf smijten. ‘Nee, ik ben nog aan het woord. Ik heb je bed gezien. Op de plek waar dat drijfnatte mislukte kunstenaarshoofd van jou ligt, zitten de kringen in het kussen. Verkoop dat dan ook meteen, ouwe gek. Noem je het ‘tonijnentranen in een bed vol eigenliefde’. Ik ben hier weg, ouwe C-kunstenaar. Kies de volgende vrouw met je hoofd en niet met dat minuscule vleeskwastje in je broek. Doeeiii!’
Doete, de andere vrouw, bleef nog even. Ik ben nogal dol op haar. Die vreemde verbaasde blik, net alsof alles zes keer te hard om haar heen beweegt, ontroert mij. Ze kijkt soms een beetje raar in de camera. Ik leg dat als volgt uit: ‘Help me, help me dan. Wat moet ik met deze gek?’
Mireille
Zij kreeg Kasper, een vriendelijke motorrijder, op bezoek. Een fijne man. Hij draagt een padvindershoed op zijn hoofd die vol zit met vraagjes op opgevouwen papiertjes. Lief. Zou de weggestuurde Limburger dat hebben gedaan, dan gleed er een natte Limburgse vlaai uit zijn hoed.
Mireille, en dat ontroerde mij, liet aan Kasper haar oude modellenfoto’s zien. Kasper zei geen een keer: ‘O, daar was je nog veel dunner.’ Ik juichte. Mireille is een prachtige, leuke vrouw in een lekker rommelig huis, vol met oude theezeefjes, vooroorlogse attributen om koffie te zetten en een bestekla waar ze gewoon alles in pleurt. Tot groot verdriet van Huib, een nieuw aangekomen man met laarzen die mij deden gillen van angst.
Hoe leg ik het uit? Een Duitse boswachter uit 1937, denk daar maar aan. Laarzen die eigenlijk eerst schoenen waren en dan was er een willekeurig stuk zwaar schuurpapier bovenop genaaid. Het waren laarzen die je aandoet als je de verovering van een land viert.
Huib begon meteen schilderijtjes recht te hangen en ging er blijkbaar van uit dat Kasper, de andere liefdeszoeker, een wilsonbekwame bediende was die de hele dag het bestek op alfabet probeerde te leggen. Lang verhaal kort: hij heeft zijn laarzen niet eens uitgedaan. Daar heeft hij een nacht lang mee in bed gelegen en de volgende ochtend was hij alweer weg.
Kasper ontroerde mij. Tijdens een date droeg hij een soort legerhemd met Jamaicaanse symbolen. Hij zag er opeens uit als de doodenge begeleider van een lang padvindersweekend voor geslachtsrijpe jongens. Maakte niks uit. Heerlijke man. Hij ziet wat ik zie: Mireille is de leukste liefdeszoeker in tijden.
Iris
Kan ik kort over zijn. Zij kreeg David op bezoek. Die maakte rendang en dat mocht hij alleen opeten in de gehuurde Vreemde Rare Mannen Tent. Hij gaf Iris midden op straat een bloem. Ook gingen ze samen een hemd kopen dat heel sterk beelden opriep van niet de allervrolijkste periode in de Tweede Wereldoorlog. Toch ging hij een dag later met een goed gevoel naar huis.
Timothy
Michaël, de deelnemer met wie Timothy heeft afgesproken dat hij nog even een paar weken geduld moet hebben, en dan doet hij met die andere jongens ondertussen nog even alsof hij een partner zoekt, is weer terug op Ibiza. Het voelde meteen weer vreemd vertrouwd. Zet Timothy en Michaël naast elkaar, vraag aan tien mensen wat hun relatie tot elkaar is en negen van de tien mensen zeggen: huiseigenaar en zijn vaste boekhouder.
Devon, een volkszanger met een heel lief bang hoofd, moest meteen met Timothy en Michaël lunchen. Zij aten midden op een druk plein demonstratief een kreeft en Devon genoot van een schnitzel. Zo lief. Maar ook kansloos, wist de geoefende kijker. Diezelfde geoefende kijker weet ook wat ik al weken weet: Michaël en Timothy spelen een spelletje. Zij weten al lang dat Michaël over gaat blijven. En dan samen Ibiza volplempen met foute Nederlandse restaurantjes.
Caroline
De vrouw met de ontplofte lippen die mannen beoordeelt op hun uiterlijk. Ze moeten ook van honden houden en van opgewarmde magnetronmaaltijden. Nooit eerder zag ik zo een strontvervelende in zichzelf gekeerde hondensnuffelaar door het progamma trekken. Alles om haar heen is vreselijk. Ongezellige restaurants, kakkende honden die eigenlijk permanent in een soort doodsstrijd verkeren, een slaapkamer voor de mannen waar je normaal gesproken je strijkplank in bewaart en eindeloos gezeur over gebitten.
Ik zal wel tot de fossiele mannen behoren die niets begrijpen van schoonheid, maar Carolines gebit lijkt door een dronken tandarts van een flinke afstand in haar mond te zijn gegooid. Zet Caroline met haar mond open op het strand en de dieren beginnen geluid te maken. Ha, de zon komt op!
Dat eeuwige gescharrel van Arie, die expres dingen kapot maakt zodat hij ze daarna trots kan repareren, ik word er zo ontzettend verdrietig van. Ja, ik weet het, je mag niemand op zijn uiterlijk beoordelen, maar Caroline doet dat permanent. Mannen zijn letterlijk minder dan honden. Ze zegt het ook steeds en ze handelt er naar.
Daarom eis ik dat Caroline in de laatste uitzending verplicht trouwt met een van haar honden. Het zal klassieke televisie worden. Een logge zwarte hond met het gebit van een mens in zijn snuit. Zijn naam: Arie.
There is no greater joy than be taken for an imbecile by an idiot. (Oscar Wilde)
Poef.....gone! ©golfer