quote:
Trumponomics versus Draghonomics
Europa’s troef: de rechtsstaat
Paniek! De Amerikaanse economie zou de Europese in alle opzichten voorbijstreven. Maar juist datgene wat in de VS onder druk staat, kan de sleutel vormen voor het economisch succes in de EU: de rechtsstaat.
Rens van Tilburg
12 februari 2025 – uit nr. 07
Ook voordat Donald Trump dreigde met invasies en tarieven waren de Europese leiders zich al aan het voorbereiden op de economische strijd. Sinds de financiële crisis van 2008 groeit de Amerikaanse economie namelijk veel harder dan die van de EU. Geen wonder dus dat het rapport dat Mario Draghi eind vorig jaar presenteerde zoveel indruk maakte.
Daarin becijferde de oud-president van de Europese Centrale Bank allereerst dat de Amerikaanse groeispurt vooral te danken was aan immigratie. Per hoofd van de bevolking groeide sinds 2002 het verschil in inkomen tussen de VS en EU met slechts drie procent. Evengoed stelt Draghi dat het verhogen van de productiviteit voor de EU een ‘existentiële uitdaging’ is en daarmee het allesoverheersende doel voor de komende jaren. Het goedkope Russisch gas en de gratis Amerikaanse beveiliging vallen weg. De EU zal de eigen broek moeten ophouden en daarvoor is een dure inhaalslag nodig.
Investeringen zijn nodig van industrie tot tech en van defensie tot duurzaamheid. Dat telt volgens Draghi op tot achthonderd miljard euro per jaar. Dat is maar liefst vijfmaal het roemruchte Marshallplan dat na de Tweede Wereldoorlog de Europese economie weer overeind hielp. En dat nu voor een aanzienlijk langere periode. Als het aan Draghi ligt komen deze investeringen mede uit een nieuw EU-fonds, te financieren met gemeenschappelijke schuld. Een plan dat de Nederlandse regering direct naar de prullenbak verwees.
De interne markt moet van Draghi nu ook eens echt één worden. Nu vertrekt een derde van de meest innovatieve Europese bedrijven naar de VS om daar te groeien. Opschalen is lastig in een interne markt die in de praktijk bestaat uit 27 verschillende regelgevende kaders. Ook kunnen ambitieuze ondernemers in de VS sneller en meer kapitaal aantrekken. Per hoofd van de bevolking investeren de VS bijna vijfmaal zoveel in start-ups. Plannen voor een Europese kapitaalmarktunie en de daarvoor benodigde juridische eenwording leven desondanks al zeker tien jaar een zombieachtig bestaan in de krochten van de Brusselse instellingen.
De komst van Donald Trump kan echter het verschil maken tussen het zoveelste rapport met indringende waarschuwingen en ambitieuze vergezichten dat in een Brusselse la verdwijnt en het daadwerkelijk realiseren van een_ ‘ever closer Union’._ Denemarken, traditioneel een van de zuinige bondgenoten van Nederland, heeft zijn verzet tegen gemeenschappelijke schulduitgifte al opgegeven. Het wachten is nu op de nieuwe Duitse regering en gezien de penibele staat van de Duitse overheidsfinanciën kan Europese schulduitgifte weleens een heel welkome ontsnapping vormen uit de knellende eigen begrotingskaders. De kans is groot dat Nederland dan alsnog door de knieën zal gaan, net zoals het drie jaar geleden ‘eenmalig’ deed voor het met gemeenschappelijke schuld gefinancierde EU-coronaherstelfonds.
De Europese Commissie heeft de analyse en de meeste voorstellen van Mario Draghi inmiddels enthousiast overgenomen. Onlangs presenteerde Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen haar ‘Concurrentie kompas’. De blikvanger daarin is de introductie van een ‘28ste regime’ voor innovatieve bedrijven: een enkel juridisch kader voor belastingen en ondernemings-, faillissements- en arbeidsrecht voor de hele EU. Daarnaast kondigt de Commissie grootschalige deregulering aan en een hele reeks aan investeringsplannen, zij het nog zonder specifieke getallen. Gemeenschappelijke schulduitgifte ontbreekt vooralsnog in de plannen.
Onduidelijk is wat er overblijft van de groene prioriteiten van de vorige Europese Commissie. Voor de Europese verkiezingen speelde Von der Leyens christen-democratische partij opzichtig de kaart van ‘economie eerst’, met name door de vergroening van het landbouwbeleid af te zwakken. Nu ligt de nadruk op lage energieprijzen. Aangekondigd is dat de belastingen op energie zullen dalen. Want, zoals de Poolse voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk het onlangs stelde in het Europees Parlement: ‘Als we failliet gaan, kunnen we niets doen voor het milieu.’
Tegelijkertijd stelt zowel Draghi als Von der Leyen dat het verder vergroenen van de economie juist de beste manier is om onafhankelijk te worden en te concurreren. Wind en zon zijn niet alleen te oogsten binnen de EU zelf, ze zijn ook veelal goedkoper dan de fossiele alternatieven. Zeker als ze direct bij de producent worden ingekocht. Op dezelfde manier kan alleen een circulaire economie de Unie onafhankelijk maken van de landen die nu de grondstoffen leveren. Bovendien heeft Europa juist een sterke kennis- en innovatiepositie opgebouwd in groene sectoren als windenergie, waterstof, biobrandstoffen en duurzaam transport.
Waar de stukken ook weinig richtinggevends over zeggen is de sociale dimensie van de Europese economie, anders dan de aankondiging het onderwijs te gaan verbeteren. Terwijl juist haar sociale model steeds meer het onderscheidende kenmerk van de EU is: de relatief lage ongelijkheid, toegankelijke en hoogwaardige zorg, steun bij werkloosheid, democratische besluitvorming op allerlei niveaus, inclusief de medezeggenschap in bedrijven, en meest fundamenteel: de rechtsstaat. Dat is zorgelijk, want rechtse partijen zetten dit soort verworvenheden gemakkelijk weg als een luxe die we ons nu even niet meer kunnen veroorloven, om voorrang te geven aan belastingverlaging.
Ten onrechte. De sociale prestaties vormen juist het fundament onder een EU-economie die in de kern veel gezonder is dan de Amerikaanse. Die is weliswaar hard gegroeid, maar dan wel op steroïden. Wat er op het eerste gezicht prachtig uitziet heeft voor veel Amerikanen te weinig opgeleverd. Vandaar dat Joe Biden van zijn eigen bevolking geen applaus kreeg voor zijn economische prestaties.
Dat neemt niet weg dat er het nodige verbeterd kan worden aan de Europese economie. Ongekende investeringen zijn nodig en de stap van gemeenschappelijke schulduitgifte is daarvoor onmisbaar. Maar in de concurrentiestrijd met de VS is Donald Trump Europa’s grootste bondgenoot. Het sloopwerk van de Amerikaanse economie kan de komende jaren met een gerust hart aan hem worden overgelaten. Het gevaar is dat de Europese beleidsmakers, in hun haast de Amerikanen te evenaren, dezelfde fouten gaan maken als hun Amerikaanse collega’s.
Gegeven de opkomst van allerhande trumpiaanse politici in Europa is dat geen denkbeeldig gevaar. Of die radicaal-rechtse populisten ook daadwerkelijk het stuur in handen krijgen zal afhangen van de middenpartijen. Maar ook zonder radicaal-rechtse partijen kunnen goedbedoelende middenpartijen in een economische overreactie de kip met de gouden eieren slachten. Zie de keuzes die in het toch niet bepaald armlastige Nederland zijn gemaakt: niet de hoge vermogens belasten of het minimumloon verder verhogen, wel bezuinigen op onderwijs, onderzoek, jeugd- en ouderenzorg.
Hoewel Draghi en Von der Leyen het Europese sociale model prijzen, ligt hun focus toch vooral op productiviteit en daarmee economische groei. Want, zo lijkt de logica, zonder groei is al het andere moois er ook niet. Maar het gevaar is dat de jacht op het snelle geld ten koste gaat van waar het voor de mens echt om draait. In de VS zien we bovendien hoe dat juist de basis kan ondermijnen voor een langdurige en gestage economische ontwikkeling.
Ja, Amerikanen zijn gemiddeld genomen materieel welvarender. In 2023 bedroeg het Amerikaanse bbp per hoofd van de bevolking ruim 54.000 euro, tegenover afgerond 37.000 euro in de EU. Amerikanen hebben bovendien gemiddeld bijna een ton meer vermogen dan Europeanen. Al moet daarbij worden aangetekend dat de Amerikanen daarvoor ook wel meer uren werken. Dat de Amerikanen zoveel vermogender zijn is niet alleen te danken aan hun hogere inkomen. In tegenstelling tot veel Europeanen laten zij hun zuurverdiende centjes niet op de bank staan, waar het door inflatie in waarde vermindert. Amerikanen beleggen en investeren, goed voor hun portemonnee, en goed voor hun economie.
Maar een nadere blik op de glimmende Amerikaanse groeicijfers verklaart waarom de onvrede in de VS toch zo groot is. Sinds 1990 steeg vooral het inkomen van de rijkste één procent van de VS. Daar heeft het Occupy Wall Street-protest in 2011 met de leuze ‘We are the 99%’ niets aan veranderd. Triodos-hoofdeconoom Hans Stegeman becijferde dat sinds 1990 het inkomen van de negentig procent laagste inkomens in de EU met vijf procent meer toenam dan dat van hun Amerikaanse lotgenoten. En Leidse onderzoekers lieten onlangs in economenblad ESB zien dat, na herverdeling via de belastingen, de rijkste één procent in Amerika bijna vijftien procent van het totale inkomen ontvangt, twee keer zoveel als in Europa. De onderste helft van de bevolking heeft in Europa dan ook een hoger inkomen dan in Amerika.
Voor hun geld krijgen Amerikanen ook nog eens veel minder. Zo zijn in de VS de uitgaven aan zorg per hoofd van de bevolking met zo’n vijftienduizend euro maar liefst driemaal zo hoog. Toch leeft de gemiddelde Europeaan vier jaar langer. De kans om aan een overdosis te overlijden is in de VS maar liefst 25 maal zo hoog.
De ongelijkheid vertaalt zich ook in gemiste economische kansen. Zo is de kans om van een dubbeltje een kwartje te worden, ooit wel bekend als de American Dream, inmiddels aanzienlijk groter in de EU dan in de VS met zijn peperdure elite-universiteiten. Het afschaffen van diversiteitsbeleid zal dat er niet beter op gaan maken.
Of neem veiligheid. De kans om als Amerikaan vermoord te worden of in de gevangenis te belanden is respectievelijk acht- en vijfmaal zo hoog. Ook stoten de Amerikanen twee tot drie keer zoveel CO2 uit. Het gaat dus nog flink wat pijn doen om dat naar duurzame proporties terug te brengen, iets wat de komende jaren steeds meer een voorwaarde kan worden om nog toegang te houden tot buitenlandse markten, zoals de Europese met zijn klimaattarieven voor energie-intensieve producten.
Als je breder kijkt dan enkel het economische groeicijfer, doet de EU het kortom zo slecht nog niet. En dat doet ertoe. Niet alleen omdat gezondheid, veiligheid, gelijkheid en het milieu van zichzelf waardevol zijn. De komst van een sloopkogel-president als Trump is mede te danken aan het brede ongenoegen onder veel Amerikanen. De Democraten hebben simpelweg niet geleverd (al maakte het door geld van bedrijven en miljardairs gedomineerde Amerikaanse verkiezingssysteem ze dat wellicht ook praktisch onmogelijk).
De keuze voor Trump was voor veel achtergebleven Amerikanen waarschijnlijk een schreeuw om hulp. Dat kun je dom en kortzichtig noemen. Want hoewel niemand de motieven en economische logica van Trump helemaal kan doorgronden, valt de richting die hij de VS op zal sturen in grote lijnen wel te voorspellen. En dat belooft weinig goeds voor de 99 procent. In de regering van Trump zitten maar liefst veertien miljardairs op belangrijke posities en hij laat de rijkste man van de wereld allerhande overheidsprogramma’s stopzetten waar veel van zijn stemmers van afhankelijk zijn.
Er zullen nog flinke belastingverlagingen aankomen waar vooral de hogere inkomens van profiteren. Het deporteren van illegalen en handelsoorlogen zullen de inflatie opjagen, wat de koopkracht uitholt, de rente kan doen stijgen en de werkloosheid laten oplopen. En als één ding na de eerste weken Trump II helder is, dan is het dat van enige vorm van een voorspelbare overheid en rechtszekerheid geen sprake meer is.
Juist het afgelopen jaar ging de Nobelprijs voor de Economie naar het drietal Daron Acemoğlu, Simon Johnson en James Robinson voor hun ontdekking dat samenlevingen met een slechte rechtsstaat en instellingen die de bevolking uitbuiten geen economische groei genereren. In hun boek Why Nations Fail (2012) illustreren Acemoğlu en Robinson dit met historische voorbeelden als de Engelse ‘Glorious Revolution’ van 1688, die leidde tot parlementaire controle over de monarchie en daarmee bescherming van eigendomsrechten en economische vrijheid, en het spectaculair uiteengroeien van Noord- en Zuid-Korea na hun scheiding in 1953.
Ook de Verenigde Staten zijn historisch gezien een voorbeeld van de kracht van ‘inclusieve’ instituties die nieuwe ideeën belonen, iedereen kansen en zekerheid bieden over bezittingen en investeringen. Daartegenover staan de ‘extractieve’ instituties die een kleine groep structureel bevoordelen, geen rechtszekerheid bieden en innovaties belemmeren omdat deze gevestigde machtsposities bedreigen. Waar de Spaanse koloniën in Zuid-Amerika zuchtten onder een kleine machtige elite, was de zeggenschap in Noord-Amerika van oudsher breed gespreid. En tijdens de Koude Oorlog won de Amerikaanse open markt van het centrale communistische gezag in Moskou. Die kracht is precies wat Trump met de nieuwe tech-oligarchen in een ongekend tempo uitholt.
In hun nieuwste boek Power and Progress (2023) kijken Acemoğlu en Johnson naar de rol van nieuwe technologieën. Ze concluderen dat deze in eerste instantie vooral ten goede komen aan de elite. Overheidsbeleid is nodig om iedereen te laten meeprofiteren. Daarom stellen ze onder meer voor om de monopolies van de grote tech-bedrijven te breken. In zijn afscheidsspeech bepleitte Biden dit ook. Dat was helaas vier jaar te laat, want onder Trump zal het er niet van komen. De komende jaren mag daarom de EU het voortouw nemen in deze, om met Draghi te spreken, ‘existentiële’ strijd. De EU moet doorgaan met het reguleren van big-tech-monopolies en investeren in inclusieve digitale instituties, te beginnen met een eigen cloud, om te voorkomen dat, zoals nu, vrijwel alle EU-data in Amerikaanse handen zijn.
Met het aantreden van het big-tech-kabinet van Trump staat de EU steeds meer alleen in die strijd. Nu de rechtsstaat ook in de VS zo onder vuur ligt, is de EU een eenzaam eiland van rechtsstatelijkheid aan het worden in een oceaan van autocraten. Autocraten die elkaar vinden in een gedeelde modus operandi. Dit ‘transactioneel opportunisme’, zoals Anne Applebaum, schrijfster van het boek Autocracy, Inc. (2024), het noemt, is de lijm die Chinese communisten, Iraanse ayatollahs en Russische oligarchen bindt. De rechtsstaat en de democratie zijn hun gedeelde vijand, zelf rijk worden en aan de macht blijven hun gedeelde doelen.
Recent waarschuwde Applebaum op een bijeenkomst van het Belgische dagblad De Tijd haar Europese gehoor: ‘Mensen als Elon Musk en Mark Zuckerberg begrijpen heel goed dat de Europese Unie nog de enige macht ter wereld is die X of Facebook kan reguleren. En die macht willen ze breken. Daarom steunt Musk de Duitse extreem-rechtse partij AfD.’
Applebaum richtte zich tot de bedrijfsleiders in de zaal: ‘Ik weet dat u het moeilijk hebt met de overdreven regulering van Europa. Maar besef dat al de welvaart hier voortkomt uit de rechtsstaat, uit een regelgevende overheid. Europa heeft de mogelijkheid om zichzelf te beschermen, een sterke industrie, een markt van 450 miljoen consumenten, excellente universiteiten, creatieve mensen. Mensen vragen me soms: hoe kunnen we nu optimistisch zijn in een tijd als deze? Denk dan hier eens aan: we leven in de meest welvarende, open en vrije samenleving in de geschiedenis van deze planeet. Vanuit dat besef moeten we vechten voor de overleving van Europa.’
Zo denken vast meer Amerikanen. Het is niet ondenkbaar dat de komende jaren de EU een toevluchtsoord wordt van talent dat zich niet meer welkom en veilig voelt in het Amerika van Donald Trump. Zoals gevluchte koop- en ambachtslieden en geleerden uit Antwerpen, Portugal en Frankrijk bijdroegen aan de Nederlandse ‘gouden eeuw’, kan dat nu weer gebeuren. De ‘gouden periode’ die Trump zijn land voorspiegelde zou daardoor zomaar aan de andere kant van de oceaan kunnen plaatsvinden.
Maar dat scenario is alleen kansrijk als de EU haar steeds uniekere kracht weet te bewaren. Juist het niet eerlijk verdelen van de economische vruchten ondermijnt de gezondheid van de economie en daarmee de democratie en de rechtsstaat. Voor de VS dreigt nu een vicieuze cirkel van verslechterende economische en democratische omstandigheden waaruit het heel lastig ontsnappen is.
‘Europa heeft sterke economische fundamenten. We hebben instellingen die worden bestuurd door de rechtsstaat’, stelden Ursula von der Leyen en ecb-voorzitter Christine Lagarde recent in een zeldzame gemeenschappelijke verklaring. Nog geen drie weken geleden zou zo’n uitspraak een open deur zijn geweest. Inmiddels verdienen deze woorden het om op een tegeltje boven het bureau van elke EU-regeringsleider te hangen. Een waarschuwing om de verleiding van het snelle economische suiker van deregulering en belastingverlagingen te weerstaan.