Voor- en tegenstanders van de door de Europese Commissie voorgestelde meerjarenbegroting van ¤2000 mrd willen het dit jaar nog eens worden. Nieuwe inkomstenbronnen, zoals een belasting op winsten uit cryptotransacties, kunnen de zaak vooruit helpen.
Zes nettobetalers waaronder Nederland willen een lagere begroting. De andere EU-lidstaten pleiten voor een begroting waarin niet wordt getornd aan de Europese steun voor boeren en achtergebleven regio’s. Foto: ANP
Vooraleer de EU-landen een akkoord kunnen vinden over de hoogte van de volgende meerjarenbegroting, ‘zal er bloed aan de muur moeten hangen’, zegt een Europese diplomaat. De verwachting is dat staats- en regeringsleiders op hun bijeenkomst van 15 oktober verbaal stevig zullen knokken over de geldpot die de EU van 2028 tot en met 2034 draaiende moet houden.
Die confrontatie is een goede zaak, vindt de diplomaat. ‘Voor er schot in de zaak kan komen, moeten eerst ruzies uitbreken over de punten waarvoor geen oplossing wordt gevonden. Een compromis is pas mogelijk als iedereen pijn heeft geleden en die pijn een beetje eerlijk verdeeld is.’
De ambitie is nog steeds om voor het einde van het jaar de discussie over de meerjarenbegroting succesvol af te sluiten. Volgend jaar zijn er verkiezingen in verschillende Europese landen die verdere onderhandelingen kunnen bemoeilijken – in Frankrijk voert het Rassemblement National van Marine Le Pen campagne met de belofte om de Franse bijdrage aan de EU-begroting te halveren. Bovendien vergt het sowieso maanden om alle uitvoeringsprogramma’s tijdig op te zetten.
Te diep in de loopgraven
In Brusselse kringen is te horen dat de kans zienderogen slinkt dat die zelfopgelegde deadline wordt gehaald. Daarvoor zitten de verschillende kampen nog te diep in hun loopgraven. Enerzijds zijn er de ‘zuinige landen’, waaronder Nederland, die vinden dat het voorstel van circa ¤2000 mrd dat de Europese Commissie vorig jaar op tafel heeft gelegd veel te royaal is. Brussel wil tegelijk meer geld vrijmaken voor concurrentiekracht, onderzoek, defensie en veiligheid, terwijl de traditionele uitgaven aan landbouw en cohesie overeind moeten blijven.
De zuinige landen – Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Zweden, Denemarken en Finland – willen ¤200 mrd tot ¤400 mrd van het Commissievoorstel halen. Ook landbouw en cohesie zouden daarbij moeten inleveren, terwijl concurrentiekracht, veiligheid en defensie relatief meer geld moeten overhouden.
Nettobetaler of netto-ontvanger
Aan de andere kant staan de landen die pleiten voor een ruime EU-begroting, waarin niet wordt getornd aan de Europese steun voor boeren en achtergebleven regio’s. Deze zeventien landen – waaronder Italië, Spanje en Polen – laten zich graag omschrijven als de ‘vrienden van de cohesie’.
De landen die zichzelf de ‘zuinige zes’, ‘zinnige zes’ of ‘spaarzame zes’ noemen, hebben daar een andere omschrijving voor: de ‘other people’s money group’. De zes zijn allemaal nettobetalers, wat betekent dat zij meer aan de Europese begroting bijdragen dan ze eraan onttrekken. Landen die veel cohesiesteun ontvangen zijn typisch netto-ontvangers.
‘De wereld is steeds turbulenter, en er wordt steeds meer gevraagd van Europa. Je kunt niet meer doen met minder’
Valérie Hayer, leider van de liberale fractie Renew
Ook het Europees Parlement wil geen lagere begroting dan de 1,26% van het bruto nationaal inkomen van de EU die de Commissie heeft voorgesteld. Het Parlement wil zelfs ongeveer 10% meer. ‘De wereld is steeds turbulenter, en er wordt steeds meer gevraagd van Europa’, zegt Valérie Hayer, leider van de liberale fractie Renew. ‘Je kunt niet meer doen met minder.’
Bovendien, zegt Hayer, doet snijden pijn. ‘Kunnen we echt tegen boeren zeggen dat ze minder geld krijgen, terwijl we voedselzekerheid belangrijk vinden en boeren kampen met lagere inkomsten door klimaatverandering? Kunnen we tegen arme regio’s zeggen dat er geen cohesiesteun meer komt? En kunnen we de Europese concurrentiekracht echt verbeteren zonder Europees geld?’
Nederland vraagt steevast korting
Formeel mag het Parlement de meerjarenbegroting waarover de lidstaten het eens zijn geraakt, alleen goed- of afkeuren. In de praktijk heeft het wel invloed op de onderhandelingen: EU-leiders hebben er geen belang bij dat hun moeizaam bereikte akkoord uiteindelijk niet door het Parlement wordt goedgekeurd.
De Nederlandse inzet van ‘minder minder’ is niet nieuw. Den Haag heeft er geen moeite mee dat Nederland een nettobetaler is – het is nu eenmaal een van de rijkste lidstaten – maar vindt de normaal berekende bijdrage excessief. Daarom vraagt het steevast om een korting, al spreken nettobetalers zelf bij voorkeur van een ‘fairness correction mechanism’.
De biografie van Chopin
Andere EU-landen weten hoe ijzerenheinig Nederland in deze discussie kan zitten. In 2020, tijdens de vorige onderhandelingen over de meerjarenbegroting, maakte het samen met Oostenrijk, Zweden en Denemarken deel uit van de ‘vrekkige vier’. Toenmalig premier Mark Rutte nam toen ostentatief een biografie van Chopin mee naar de besprekingen. Zodra landen wilden praten over een lagere bijdrage voor Nederland, mochten ze naar hem toe komen.
Later dat jaar kwam, na vier dagen en nachten onderhandelen, een akkoord uit de bus. Extra complicerend was dat naast de ruim ¤1070 mrd voor de reguliere meerjarenbegroting ook een coronaherstelfonds van ¤750 mrd werd opgetuigd, gefinancierd met gezamenlijke Europese schuld. Het subsidiedeel daarvan moet vanaf 2028 uit de Europese begroting worden terugbetaald.
‘Dat is nu eenmaal de politieke keuze die Nederland maakt. Wij kijken met een budgettaire bril naar die begroting, juist omdat onze nettopositie zo groot is’
bron die bij de begrotingsonderhandelingen betrokken is
Door zo hard in te zetten op de omvang van de begroting, en vooral op zijn eigen bijdrage daaraan, verspeelt Nederland volgens critici zijn politieke krediet. Als de gesprekken eenmaal gaan over wat er met het geld moet gebeuren, speelt Nederland tweede viool.
‘Dat is nu eenmaal de politieke keuze die in Nederland wordt gemaakt’, klinkt het bij iemand die bij de onderhandelingen is betrokken. ‘Wij kijken met een budgettaire bril naar die begroting, juist omdat onze nettopositie zo groot is. Als die voorgestelde begroting van de Commissie doorgaat, betekent het dat Nederland daarvoor ¤3 mrd tot ¤4 mrd extra moet vinden in zijn nationale begroting. Moet dat uit het budget voor onderwijs of gezondheidszorg komen?’
Nationale bijdragen 70% EU-inkomsten
‘Wij denken niet dat de EU-landen de budgettaire ruimte hebben voor veel hogere bijdragen’, zegt Europarlementslid Siegfried Mureșan (Europese Volkspartij), die namens het Parlement het woord voert over de meerjarenbegroting. Maar dat hoeft volgens hem ook niet als er nieuwe eigen inkomsten komen naast de nationale bijdragen.
Op dit ogenblik heeft de EU vier soorten eigen middelen, de inkomsten waarmee de begroting wordt gefinancierd: douanerechten, een btw-bijdrage, een heffing op niet-gerecycled kunststof verpakkingsafval en nationale bijdragen gebaseerd op de omvang van de economie. Die laatste zijn goed voor ongeveer 70% van alle EU-inkomsten.
Heffing op e-afval en tabak
In haar voorstel voor de meerjarenbegroting heeft de Commissie vijf nieuwe inkomstenbronnen voorgesteld: inkomsten uit emissiehandel (ETS), een koolstofgrensheffing (CBAM), een bijdrage van grote bedrijven, een heffing op e-afval en een heffing op tabak. Samen zouden die ¤44 mrd per jaar in het laatje moeten brengen. Voor nettobetalers kan dat betekenen dat ze minder uit hun nationale begroting moeten halen. Maar nieuwe eigen middelen verlagen de rekening niet zozeer als dat ze die naar een andere betaler verschuiven: burgers en bedrijven.
Er is ook geen eensgezindheid onder de lidstaten over deze voorstellen. Hoewel er brede steun is voor CBAM en de heffing op e-afval, die gezamenlijk ruim ¤16 mrd per jaar moeten opbrengen, geldt dat niet voor drie andere voorgestelde eigen inkomsten.
Een meerderheid van de lidstaten is tegen de voorgestelde bedrijfsbelasting omdat dit de concurrentiekracht zou ondermijnen, en verschillende Oost-Europese lidstaten vinden dat CO₂- en tabaksheffingen hen te hard zouden raken – zij hebben relatief veel vervuilende industrie en rokers. Voor besluiten over eigen middelen is unanimiteit onder de lidstaten nodig.
Het Europees Parlement ziet nog mogelijkheden voor extra inkomsten, zoals een belasting op winsten uit cryptotransacties, een belasting op onlinegokken en een belasting op grote techbedrijven. De studiedienst van het Europees Parlement verwacht dat alleen al de digitale belasting tot ¤25 mrd per jaar kan opbrengen, vijf keer zoveel als wat de Commissie realistisch acht.
Meerdere lidstaten vinden dat echter een politiek te gewaagde stap, aangezien het ongetwijfeld de handelsspanningen met de VS zou aanjagen. En Malta, waar veel gokbedrijven hun hoofdzetel hebben, wil niets weten van de gokbelasting, die tot ¤5 mrd per jaar zou opleveren.
Mureșan: ‘Wij verwachten van de regeringsleiders dat ze op 15 oktober overeenkomen dat nieuwe eigen middelen nodig zijn, en dat ze zich daarna buigen over de keuze welke dat zijn.’ Hij ziet een groot voordeel aan meer nieuwe eigen inkomsten. ‘Het zou de financiering van de Europese begroting voorspelbaar maken en vermijden dat we elke zeven jaar afhankelijk zijn van politieke discussies tussen EU-leiders.’
https://fd.nl/politiek/16(...)d-aan-de-muur-hangen