quote:
Mulder: ’Dit heb ik niet verdiend' PANNERDEN -
De aardigste jongen in de klas kreeg de hardste klap in zijn gezicht. Feyenoord zorgde voor een sensatie door 56 jaar na Eddy Pieters Graafland weer een keeper van Ajax te contracteren. Erwin Mulder heet het slachtoffer. Zelf opgeleid, gedebuteerd in 2007 en vanavond in één keer op de bank. Aardige jongens slaan niet terug. Maar Mulder toont – eindelijk zeggen sommigen – het gezicht van de ware topsporter. „Hier kom ik sterker uit. Ik heb een tik gehad, maar ik sta alweer in de ring en zit vol energie. In dit wereldje word je vanzelf keihard.”
Op weg naar de doelman van Feyenoord belandt een mens voor zijn gevoel aan het einde van de landkaart. Ver achter de stad Arnhem kronkelt, richting de Duitse grens, in de rivierbedding van de Rijn een smalle eenbaansweg tussen dorpjes door. Als de weg letterlijk ophoudt en het land verandert in een groen paradijs, tussen uiterwaarden en grienden van natuurreservaat de Gelderse Poort, wacht daar een minuscuul pontje naar het oorspronkelijke eiland en gehucht Pannerden.
Op het pontje is plek voor vier auto’s en het hangt met kabels vast aan de wal, zodat het niet mee wordt gezogen in de zware stroming van de Rijn, die bij het iets verderop gelegen Lobith de grens over gaat. Meteen aan de andere kant van het water verrijst de droomvilla van Erwin Mulder en zijn vriendin Jennifer. Een woning die in elk tv-programma de mensen zou doen smelten.
Als Harry Vermeegen of Johnny de Mol hier ooit met zijn filmploeg zou zijn neergestreken, zou de wereld al een ander beeld van de mens en profvoetballer Erwin Mulder hebben. Dan zou het grote publiek in één keer hebben begrepen waarom hij elke ochtend om kwart over zeven met plezier zijn auto op het pontje zet, de lange weg naar De Kuip aflegt en ’s middags met een glimlach terugkeert in het groene paradijs.
Wandelend over de dijk langs de uiterwaarden wijst Mulder (25) op al het natuurschoon. Hij vertelt hoe hoog de Rijn in de winter stijgt. Watervogels dansen op golven als er een hagelwit passagiersschip de rivier afzakt. ’s Middags wijst de keeper de weg naar de kolossale forellenvijvers van de familie, op een steenworp van zijn villa. „Hier ben ik best vaak te vinden. In de winter kan je schaatsen waar ze nu allemaal staan te vissen”, zegt hij, terwijl zijn blik is gevestigd op een grote zalm die in een schepnet verdwijnt.
Hier in Pannerden heeft hij vorige week ook ’het hoofd leeggemaakt’ nadat hij tegen FC Twente had ontdekt dat de club voor een miljoen euro voor zijn positie Kenneth Vermeer van Ajax had gekocht.
Voor de wedstrijd in Enschede wist hij niets. „Bij een schot van Ziyech tikte ik de bal naar de zijkant. Toen hoorde ik het Feyenoord-publiek achter het doel mijn naam scanderen. Zo moeilijk was die bal toch niet, dacht ik nog. Maar in het vak hadden ze toen net gehoord dat Frank de Boer elders de transfer van Vermeer bekend had gemaakt. Bij mij ging wel iets dagen, maar ik kon mijn vinger er niet op leggen. In de rust had ik ook nog geen idee. Toen ik na afloop het publiek bedankte, zongen ze een halve minuut mijn naam. Er is wel iets aan de hand, voelde ik toen.
Ik liep de catacomben van het Twente-stadion in en daar stond Martin van Geel. ’Als we in Rotterdam komen, moeten we even praten. En misschien is het niet handig dat je vandaag met de media praat’. Meer hoorde ik niet. In de kleedkamer zette ik mijn telefoon aan en daar stonden 30 berichten op: Feyenoord heeft Vermeer gehaald…’ Op dat moment begreep ik pas waarom alles die middag zo verliep.”
Keeperstrainer Patrick Lodewijks, die elke dag met hem op het veld staat, en trainer Fred Rutten hadden hem niks verteld. „Ze hadden op zijn minst mijn zaakwaarnemer (oud-profvoetballer Louis Laros, red.) kunnen informeren. Louis zou mij ook niet hebben lastiggevallen in de aanloop naar de wedstrijd, maar hij zou wel tijd hebben gehad om zich te oriënteren op de transfermarkt. Nu werden we 24 uur voor de transferdeadline voor een voldongen feit gesteld. Dan kun je niets meer doen.”
De spelers van Feyenoord waren net zo verrast als Mulder. De doelman: „Je zag aan de verbazing op het gezicht bij Jordy Clasie voor de tv-camera dat hij als aanvoerder echt van niets wist. Warner Hahn, de andere keeper voor wie dit ook gevolgen zou hebben, wist ook niks.”
Terug in Rotterdam zochten ze een kamer op. „Rutten, Lodewijks, Van Geel en ik. ’Het klopt wat er in de media is gezegd’, zeiden ze. Tja, ik had net drie uur in de bus gezeten, was nog aan het malen. Waarom moeten ze die keeper halen?, vroeg ik me af. Ik besloot te zwijgen. Als ik nu gekke dingen ga zeggen, dacht ik, heeft niemand daar wat aan.”
Van binnen kookte hij. Hij was kwaad en emotioneel. „Ik ben niet een of andere pipo die net een jaar bij Feyenoord zit. Ik zit tien jaar bij de club… En de manier waarop ik aan de kant word geschoven, doet pijn. Dit is een wond.”
Mulder maakt in de eigen, vertrouwde omgeving allesbehalve een verslagen indruk. Hij voegt er ook meteen aan toe dat de wond wel dichtgaat. „Vorige week was klote. Nu heb ik mijn vizier weer op de toekomst gericht. Ik zal de rest van dit jaar minder wedstrijden voor Feyenoord 1 spelen, maar als ik speeltijd krijg, ben ik er klaar voor en zal ik er staan.” Maar dan, wat feller: „Dit overkomt me niet meer. Nu weet ik dat ik keihard moet worden, want als het in het belang van de club nodig is, laten ze je vallen.”
Feyenoord, beseft Mulder, heeft alle recht om een keeper te halen. „Alleen werd op maandagochtend ook nog eens aan de media verteld welke kritiek er op mij was.” Bij echt mislukte spelers of miskopen gebeurde dat niet. „Ik praat niet over het niveau van mijn collega’s. Maar ik vind dat ik dit niet heb verdiend. Ik heb in tien jaar nooit iets onzinnigs over de club gezegd.”
Zijn contract loopt aan het eind van dit seizoen af. Je hoeft geen helderziende te zijn om te beseffen dat Mulder zich gaat oriënteren op een nieuwe club. Op de vraag of hij zich een toekomst zonder Feyenoord kan voorstellen, knikt de 1,93 meter lange sluitpost na een aarzeling ’ja’. „Feyenoord is de mooiste club van Nederland en zit in mijn hart. Het is een warme club; ik voel me er verschrikkelijk thuis. Maar ik moet verder. Ik ben pas 25 jaar; mijn topsportcarrière is net op gang. Andere keepers komen nu pas net kijken, ik sta al vijf jaar onder de lat bij één van de grootste clubs van het land.
Toen 3,5 jaar geleden mijn vader op vrijdag overleed, moesten we op zondag uit tegen Heerenveen. Met tranen in mijn ogen heb ik toen die middag bij mijn moeder thuis voor de televisie gezeten. Wat de supporters toen hebben gedaan en hoe ik me voelde toen Luc (Castaignos) naar het vak met de Feyenoord-fans ging, is met geen pen te beschrijven. Het zijn de beste supporters van Nederland. Ze zeggen waar het op staat, maar ze steunen je als je ze nodig hebt. Daarom zitten ze voor altijd in mijn hart.”
Naast de tv in zijn riante woonkamer hangt aan de muur een foto van Mulder senior. Het grote publiek vergeet dat zo’n jonge voetballer al geen vader meer heeft om bij aan te kloppen in zijn huidige situatie. „Met pa kon ik overal over praten. Hij was er altijd voor me, net als mijn moeder trouwens. Ze hebben heel Nederland in de rondte gereden om me na jeugdwedstrijdjes met Feyenoord mee naar huis te nemen.”
Mulder glimlacht even. Zijn pa, die ook een verdienstelijk keeper was en op z’n 45e nog in het eerste elftal bij de amateurs speelde, was nuchter. „Weet je wat-ie gezegd zou hebben nu? ’Het is nu eenmaal zo, je moet door. Vechten voor wat je waard bent!’ Hij wilde me er altijd bovenop helpen. Dat ik hier ben blijven wonen, komt mede door zijn overlijden. Ik woon op 400 meter van mijn moeder. Ik heb een tijdje meegereden met Nicky Hofs, die woonde in Arnhem. Toen ik zelf een auto kreeg, ging ik alleen. Op de terugweg laat ik alles altijd van mij afglijden. De club heeft er ook nooit een probleem van gemaakt.”
Toch woonde hij ruim drie jaar in Rotterdam. Van zijn 15e tot zijn 18e zat hij in het jeugdinternaat. „In het begin was dat best moeilijk. In je eentje in een grote, best wel rauwe stad. Ik weet nog dat iemand op de eerste training van de B-junioren een bal schoot en Cor Adriaanse schreeuwde: ’Heb jij de dozen nog om je nieuwe schoenen!?!’ Bam, alles was in Rotterdam recht voor zijn raap. Maar uiteindelijk ben ik er sterker door geworden. Toen ik na een tijdje terugkwam in het dorp hier en op een veldje er ook wat uitgooide, stond de hele groep me aan te staren. Ik was al duidelijk wat minder dorps…”
Maar Erwin Mulder blijft een geweldig mens. „Als je aan iedereen vraagt wat ze van me vinden, zeggen ze waarschijnlijk dat ik een goeie gozer ben. Geen klootzak. Maar als keeper, als eenling in het profvoetbal, moet je dat misschien juist wel zijn…”