En de mening van De Volkskrant-recensent:
'Gossiemikkie, het leek wel of we niet wég kwamen uit de jaren '70', schrijft columnist Martijn Simons over de tweede aflevering van Zomergasten 2013. 'Toen Nelleke Noordervliet op zoek ging naar haar eigen drijfveren, dreigde het even heel spannend te worden.'
En waarom ging het eigenlijk zo weinig over literatuur? Of over het schrijven zelf?
Nelleke Noordervliet, dat leek me nou nog eens een aardige vrouw. Bleek ze ook te zijn. Ze praatte netjes, beleefd, zei zo nu en dan iets waarover ik nog even na wilde denken en maakte een ontspannen indruk. Ook Wilfried de Jong zat er meer ontspannen bij dan vorige week. De kop was er per slot van rekening af. Hij zat lekker gretig op het puntje van zijn stoel en had de kleur van zijn pak op de ogen van zijn gast afgestemd, leek het. Wel een paar tinten donkerder, maar het gaat om het gebaar, zullen we maar zeggen.
Ik had er zin in. Goed.
Het begon met Hadimassa, waarin vooral de snor (was die wel echt?) van Tim Krabbé (die wil ik volgend jaar wel als gast) opviel. Noordervliet noemde het de bakermat van alle satire in Nederland, ik vond het nogal belegen.
Babyboomer
Al vanaf dat eerste fragment was duidelijk met wat voor soort gast we van doen hadden: een babyboomer. Opgegroeid in het naoorlogse Rotterdam, dat al vrij vroeg in de uitzending in beeld gebracht werd in een fragment uit de documentaire 'Houen zo', waarin wild gebarende havenarbeiders de lading van een schip lossen. Kolen, bananen, hout. Gemonteerd als een choreografie, ritmisch en zwierig. Sterk.
Een babyboomer dus. En wat voor een. Gossiemikkie, het leek wel of we niet wég kwamen uit de jaren '70. We zagen een fragment over de Bhagwanbeweging, die gekkies in die oranje lappen die zo naïef waren om te denken dat je alles maar met de mantel der liefde kunt bedekken. Noordervliet zei daar aardige dingen over. Dat bewegingen als die rond Bhagwan bij voorbaat tot mislukken zijn gedoemd bijvoorbeeld, dat de mens zijn eigenbelang en zijn jaloezie nooit kan uitschakelen.
Of De Grote Reve Show, een soort revuevoorstelling die het midden hield tussen Jiskefet en Holiday On Ice, met Gerard Reve in de rol van oppernar, zijn eigen hoofd als meest indrukwekkende decorstuk. Eigenlijk zoals je Reve al kende.
Er was nog Hannah Arendt, waarbij ik dreigde weg te dommelen, er was nog een prachtig fragment uit de film The Slavery Business, over de slavernij op Jamaica, er was nog een beroemd gedicht van Lucebert, er was Jessye Norman. Allemaal heel verantwoord, ja, en op zichzelf interessant.
Zonder adempauze
Maar toch. Ik miste een duidelijke lijn, ik miste één thema of één emotie die de avond voortstuwde en onder spanning zette. Iets waar De Jong zijn tanden in kon zetten. En halverwege de avond dacht ik: ben ik hier niet gewoon te jong voor? Er zijn ongetwijfeld allemaal VPRO-leden die het geweldig vinden, drie uur lang luisteren zonder een echte adempauze, en kan ík het gewoon niet aan. Maar daar lag het niet aan, ik kan prima luisteren, maar waar het aan ontbrak was lucht, of luchtigheid. Nergens kon er echt gelachen worden, nergens kon de druk van de ketel, al was het maar voor een moment. Het was highbrow galore. Niks mis mee, maar het vergde nogal veel van mijn uithoudingsvermogen om naar een totaal onduidelijk fragment van een obscure Franse dansvoorstelling te kijken die ook nog eens zo beroerd was opgenomen dat het leek op de schoolvoorstelling van mijn nichtje uit groep zeven. Ik wilde best geloven dat je daar, in dat fragment, Iphigeneia zag die op het punt stond geofferd te worden, maar zo vóelde het niet.
En waarom ging het eigenlijk zo weinig over literatuur? Of over het schrijven zelf? Even werd het onderwerp aangeraakt, zo halverwege de uitzending, toen Noordervliet vertelde dat ze veel research moet doen voor haar historische romans. Goh. En vlak voor het einde, toen een kort moment de achtergronden en motieven van haar schrijverschap aan de oppervlakte leken te komen. Het ging over schaamte, over jezelf in het licht durven plaatsen. Daar had ik meer over willen horen, daar zag je dat Noordervliet echt op zoek ging naar haar eigen drijfveren en obsessies, en die onder woorden probeerde te brengen.
Dat moment, daar dreigde het even heel spannend te worden. Maar toen was het afgelopen.
Martijn Simons (Twitter @martijnsimons) is schrijver en columnist voor Volkskrant.nl. Afwisselend met Martine de Jong recenseert hij Zomergasten.
There is no greater joy than be taken for an imbecile by an idiot. (Oscar Wilde)
Poef.....gone! ©golfer