quote:
De conclusie van de vandaag verschenen Sociaal en Cultureel Planbureau-publicatie "Chinese Nederlanders. Van horeca naar hogeschool" is helder: Chinezen in ons land doen het prima. Ze gaan vaker naar HAVO/VWO dan allochtone leerlingen en stromen vaker door naar het hoger onderwijs. Er zijn minder Chinezen dan vroeger werkzaam in de horeca. Ze zijn op de arbeidsmarkt juist sterk vertegenwoordigd in de hoge functies en de werkloosheid is met net 5% laag.
Er wonen in Nederland ongeveer 110.000 Chinezen. Meer dan 70.000 van hen zijn afkomstig uit de Volksrepubliek China en Hongkong. De Chinezen uit landen als Indonesië en Suriname zijn in de bevolkingsstatistieken niet als Chinezen te onderscheiden en zijn niet in het onderzoek meegenomen.
Al zijn de Chinezen als groep al 100 jaar in Nederland, toch is het aantal migranten dat hier al dertig jaar of langer is klein. De vroegst gearriveerden kwamen vooral om te werken in de horeca. Later kwam de gezinsmigratie op gang. Een op de drie Chinezen in Nederland is hier geboren.
Groot onderscheid eerste en tweede generatie
De onderzoekers stellen vast dat er een groot onderscheid is tussen eerste en tweede generatie Chinezen. Waar de tweede generatie hoogopgeleid en modern is, is de eerste generatie dat niet. De eerste generatie heeft in vergelijking met andere migrantengroepen veel moeite met de Nederlandse taal. Toch heeft de helft wel een taal- of inburgeringscursus gevolgd. Bij ruim een derde van de al lang in Nederland wonende eerste generatie is sprake van het ontbreken van frequent sociaal contact, ook met de eigen groep. Het opleidingsniveau is relatief laag: een derde van hen heeft maximaal basisonderwijs voltooid. Verder valt op dat deze eerste generatie migranten zich minder vaak gelukkig voelen en vaker gezondheidsproblemen hebben.
De tweede generatie spreekt goed Nederlands. Een op de vijf spreekt helemaal geen Chinese taal meer. Zij hebben veel contacten met autochtone Nederlanders, zijn modern in hun opvattingen en van de in Nederland geboren Chinezen voelt 90% zich thuis in Nederland.
Opvallend is dat van de tweede generatie een derde de wens heeft om te wonen in een ander land dan Nederland of China.
Familie centraal
Minder dan de helft van de Chinese Nederlanders identificeert zich (zeer) sterk met Nederland, zij gebruiken relatief weinig Nederlandse media, participeren weinig in het verenigingsleven en hebben niet zo frequent contact met autochtone Nederlanders.
De familie neemt een centrale plaats in. De Chinezen lijken verder sterker gericht op de eigen herkomstgroep dan op het herkomstland. Gevoelens van heimwee en de wens om terug te keren naar het herkomstland zijn beperkt, zo stellen de onderzoekers.
Hoog arbeidsethos
Volgens de onderzoekers lijkt het sociaaleconomische succes niet zozeer te danken aan de gerichtheid op de Chinese groep (bijvoorbeeld vooral met herkomstgenoten verkeren), maar veel meer aan de normen die in Chinese gemeenschap centraal staan. Het gaat dan om de Chinese cultuur van hard werken, veel ambitie, goed moeten presteren en de grote waarde die wordt gehecht aan goed onderwijs en een hoge arbeidsethos.
Snelle, grote sprong in opleidingsniveau
Het lijkt erop dat Chinese migranten met name in het onderwijs in korte tijd een enorme sprong hebben gemaakt. In een onderzoek van 1997 (weergegeven in het boek De maatschappelijke positie van Chinezen in Nederland onder redactie van o.a Ria Vogels) werd gesteld dat Chinezen in vergelijking met andere allochtonen en autochtonen een 'achterstandspositie in opleidingspositie' hadden. Er gingen toen beduidend minder Chinezen naar HAVO/VWO en HBO/universiteit dan autochtonen. Nu is die positie dus omgekeerd.
winnaar wielerprono 2007 :)
Last.FM