quote:
Ik knip & plak even schaamteloos knip en plak werk van mijzelf, elders:
Mijn samenvattingen worden zelden enthousiast onthaald, vandaar dat ik maar weer eens wat knip & plak uit recenties, gevonden op het internet. Mijn reden om wat aandacht te geven aan het boek is dat ik het wil aanraden. Het is vast wel een jaar geleden dat ik het las en het is een verhaal dat mij erg is bijgebleven.
Wachten op de barbaren trok volop de aandacht in Nederland bij verschijning van de vertaling in 1983. In 2002 werd er een nieuwe vertaling uitgegeven. Het verhaal lijkt daardoor minder gedateerd, wat past bij het universele karakter ervan. Nergens in het verhaal is een tijds- of plaatsaanwijzing te vinden.
De magistraat zit zijn leven uit in een grensstadje ver van de hoofdstad. Het is rustig in zijn stadje, waar buiten de muren barbaren leven die af en toe aan de poorten staan om handel te drijven. Zorgeloos leeft hij van de ene dag in de andere, genietend van zijn hobby's en zijn flirts. Zijn rustige leventje wordt verstoord wanneer van het 'Derde Bureau' een kolonel naar het grensstadje wordt gestuurd. Hij beweert dat de barbaren een aanval op de Staat voorbereiden en is gestuurd om polshoogte te nemen.
Aanvankelijk probeert de magistraat de machthebbers tot rede te brengen en raakt zo steeds meer in het conflict betrokken. Tegelijkertijd wil de magistraat zich het liefst terugtrekken in zijn eigen wereld, waarin hij de klassieken leest en een vergeten taal bestudeert.
Wanneer de kolonel terugkomt van een expeditie heeft hij gevangenen bij zich: mannen, vrouwen en kinderen. Deze barbaren worden in een kamertje gegooid en zeer hardhandig ondervraagd. De magistraat schaamt zich voor dit gedrag, heeft medelijden met de gevangenen maar doet er weinig aan. Wanneer de kolonel weer weg is laat hij de gevangenen vrij, maar er is een meisje dat in de stad blijft hangen. Haar voeten zijn gebroken, haar ogen blind gemaakt.
De magistraat neemt het meisje op in zijn eenpersoonshuishouding. De Staat is echter niet blij met zijn omgang met de vijand. Een legerdetachement wordt in het stadje gelegerd en de jacht wordt geopend op de barbaren.
Dan onderneemt de magistraat een eigen expeditie en brengt het meisje naar haar barre thuisland terug. Bij terugkomt in zijn stad wordt hij als landverrader gekerkerd, gemarteld en vernederd. Hij blijft protesteren dat hij niets verkeerd heeft gedaan. Niettemin geeft hij op het laatst toe dat hij, anders dan hij zich had ingebeeld, door zijn officiële positie deel uitmaakte van de leugen van de staat, zelfs hij.
Op subtiele wijze beschrijft Coetzee in de oude man niet simpelweg een bestuurder met een gewetensconflict, maar iemand die heen en weer wordt geslingerd tussen medeplichtigheid, onverschilligheid en verzet.