Voor een Formule 1 coureur kan het nooit snel genoeg gaan. Toch werd het voorstel van de FIA om de snelheid omlaag te brengen door diverse coureurs met enthousiasme begroet. Tijdens de GP van Brazilië in 2004 waren de G krachten dusdanig hoog dat zelfs een doorgetrainde coureur als Michael Schumacher last kreeg van zijn nekspieren.
Gedurende de wintertests zijn de auto's nauwelijks trager geworden, maar door de wijzigingen die de FIA heeft toegepast, ondermeer door het hoger plaatsen van de voorvleugel, het verder naar voren plaatsen van de achtervleugel en een kleinere diffuser, werd voorkomen dat de wagens sneller zouden worden. Ook de longlife banden en de motoren die twee weekends moeten kunnen doorstaan dragen bij aan de verlaging van de snelheid.
Hoezeer de Formule 1 in een jaar tijd kan veranderen, laat de telemetriedata van Melbourne uit 2003 en 2004 zien, die door Ferrari's remmen leverancier Brembo ter beschikking werd gesteld.
Vooral door de verbeterde banden en meer grip zijn de snelheden duidelijk omhoog gegaan. In 2003 reden de Ferrari coureurs met een snelheid van 220 km/uur op de 'Prost bocht' af die voor het rechte stuk ligt. De wagens remden binnen 120 meter af van 220 km tot 90 km/uur. Een jaar later reden de auto's al met een snelheid van 250 km/uur op dezelfde bocht af, terwijl de remweg 10 meter korter was, naar een snelheid van 90 km/uur. De topsnelheid ging dus met 14 % omhoog, de remweg ging, ondanks de snelheidsverhoging, met 8 % omlaag.
Ondanks dat in de 'Prost bocht' de snelheid laag is, en daardoor de aërodynamica nauwelijks invloed heeft, tonen andere data aan dat de verbeterde aërodynamische aanpassingen in de snelle bochten hebben geleid tot hogere snelheden.
In vier van de acht bochten waar op het Albert Park circuit in Melbourne geremd moet worden, ging de snelheid met 30 km/uur omhoog. In de 'Jones bocht' van 120 naar 150 km, in de 'Marina van 130 naar 160 km, in de 'Waite'van 200 naar 230 km en in de 'Stewart bocht' van 170 naar 200 km/uur.
Op alle acht de rempunten werd de remweg echter korter. Had Ferrari in 2003 nog 2,6 seconden nodig om voor een bocht af te remmen van 280 naar 130 km/uur, in 2004 duurde het slechts 2,0 seconden om van 300 naar 160 km/uur af te remmen.
Duidelijk mag zijn dat de performance van de remmen in de afgelopen jaren is verbeterd. De hoogst gemeten temperatuur van de remschijven bedroeg in 2003 800 graden. Een jaar later werd met regelmaat een temperatuur gemeten van 900 graden met uitschieters naar 950 graden.
Door de enorme ontwikkeling van de remmen, mede door de gemeten waardes in de acht bochten van het Albert Park circuit, lijkt de noodzaak om het tempo uit de F1 auto's te halen duidelijk, ondanks het feit dat de vergelijkingen niet 100 % met elkaar overeenkomen.
Een circuit verandert ieder jaar. Ook een blik op de rondetijden geeft aan dat de snelheid volgens de FIA omlaag moet. In 2003 reed Michael Schumacher zijn snelste ronde in 1:27.759, in 2004 had hij 1:24.125 nodig om een ronde op het circuit af te leggen. Als er door de autosportorganisatie niet was ingegrepen hadden de tijden voor dit seizoen weer beduidend lager gelegen.