Opsporingsdiensten willen leger inzetten tegen cocaïnesmokkelaars op zee
Europese opsporingsdiensten pleiten voor de inzet van marineschepen en zelfs vuurwapens tegen drugssmokkelaars op de Atlantische Oceaan. Dat blijkt uit een vertrouwelijk document van de Europese drugsbestrijdingsorganisatie MAOC-N, dat in handen is van de Duitse omroepen NDR en WDR en de Süddeutsche Zeitung. De organisatie wil dat het uitschakelen van motoren van smokkelboten, desnoods met wapens, standaardpraktijk wordt in de strijd tegen de groeiende cocaïnesmokkel naar Europa.
Aanleiding is een incident in de nacht van 17 oktober 2025. Een helikopter van de Franse marine achtervolgde toen honderden kilometers voor de Europese kust een speedboot. Toen de bemanning weigerde te stoppen, schoot een scherpschutter de motoren kapot. Kort daarna kon de bemanning worden aangehouden en werd 2,3 ton cocaïne in beslag genomen — een van de weinige successen in een strijd die opsporingsdiensten steeds meer lijken te verliezen.
Cocaïnesmokkel verschuift van havens naar open zee
Jarenlang verliep de smokkel vooral via grote havens als Rotterdam, Antwerpen en Hamburg. Sinds die havens hun beveiliging hebben aangescherpt, wordt daar minder cocaïne onderschept. Experts zien dat niet als een teken dat de smokkel afneemt. Vermoedelijk komt er zelfs meer cocaïne Europa binnen dan ooit, maar wordt die simpelweg minder vaak gevonden, omdat criminelen op nieuwe routes en methoden zijn overgestapt.
Een van die routes loopt via het zeegebied tussen Madeira en de Azoren, dat Europol inmiddels de "cocaïne-snelweg" naar Europa noemt. Cocaïne wordt steeds vaker niet meer in containers vervoerd, maar op volle zee overgeladen van grote moederschepen op speedboten, die vervolgens richting Europa varen. Criminele groepen uit Spanje en Portugal zetten daarvoor tientallen tot honderden zogeheten go-fastboten in, die de lading overnemen en verder vervoeren. Sommige boten worden onderweg bevoorraad bij drijvende "havens" op zee, waardoor ze afstanden van meer dan duizend kilometer kunnen afleggen.
Ook worden steeds vaker semi-onderzeeërs ingezet: vaartuigen die nauwelijks boven het wateroppervlak uitkomen en daardoor moeilijk te ontdekken zijn. Volgens eerdere waarschuwingen van Europol maken smokkelaars daarnaast gebruik van drones en heliumballonnen, en verstoppen zij cocaïne in legale goederen zoals plastic, voedsel of zelfs koeienhuiden, waardoor scanners en speurhonden de lading vaak niet meer opsporen.
Gevaarlijke achtervolgingen op zee
Een speedboot kan tot vijf ton cocaïne vervoeren. De boten, in Spanje "narcolanchas" genoemd, zijn moeilijk te ontdekken op de uitgestrekte oceaan en vaak sneller dan de vaartuigen van politie en douane. Bemanningen zijn bovendien regelmatig zwaar bewapend en maken daar ook gebruik van wanneer een lading dreigt te worden onderschept.
Uit onderzoek van de betrokken media blijkt dat sinds 2024 minstens veertien Europese agenten gewond raakten bij dit soort achtervolgingen, van wie er vijf zijn omgekomen. Vorig jaar wisten opsporingsdiensten op basis van informatie van MAOC-N in totaal 92 ton cocaïne in beslag te nemen. Volgens de belangrijkste analist van de organisatie werd daarnaast naar schatting zo'n 700 ton cocaïne niet onderschept, simpelweg omdat de benodigde middelen ontbraken.
Roep om regels voor speedboten en marine-inzet
In het document, met de titel "Call to Action", pleit MAOC-N voor Europese regels rond de verkoop van speedboten en voor langdurige marinemissies tegen drugssmokkelaars, met name voor de kust van West-Afrika en in het zeegebied tussen de Azoren en de Canarische Eilanden. MAOC-N is gevestigd in Portugal en telt acht deelnemende EU-landen, waaronder Duitsland.
Ook Franse autoriteiten hebben inmiddels een vergelijkbaar plan opgesteld, dat momenteel wordt besproken binnen Europese ministeries en instanties. De Europese Commissie riep eind 2025 al op tot nauwere samenwerking tussen politie en justitie in de strijd tegen drugssmokkel.
De reacties uit de EU-landen lopen uiteen. Het Nederlandse ministerie van Justitie liet weten in principe open te staan voor een grotere rol van het leger. In Duitsland ligt dat anders: een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken wees daar de roep om meer marine-inzet juist van de hand, omdat het leger daar in principe niet wordt ingezet bij misdaadbestrijding.
Internationaal onderzoek
Aan het onderzoek werkten behalve NDR, WDR en de Süddeutsche Zeitung ook Le Monde (Frankrijk), NRC (Nederland), IrpiMedia (Italië) en The Washington Post (Verenigde Staten) mee. Voor het project spraken de betrokken media met vertegenwoordigers van zo'n twaalf Europese en internationale opsporingsdiensten.
Daarnaast werden meer dan honderd video's van sociale media en autoriteiten geanalyseerd en geverifieerd. Om vermoedelijke drugsschepen op de Atlantische Oceaan te identificeren, reconstrueerde het team de vaarpatronen van meer dan tweeduizend schepen, aan de hand van AIS-positiegegevens en deels ook satellietbeelden.
Bron