Etappe 3: Granollers - Les Angles, 195,9 kmDe Tour is begonnen, maar eigenlijk is de Tour meteen ook wel weer voorbij. We hebben weer een staaltje wielrennen gezien dat we liever niet hadden aanschouwd. We leven in een vreemd tijdperk, waarin er niet alleen in het wielrennen dingen gebeuren die eigenlijk niet kunnen. Iedere keer denk je dat je alles wel hebt gezien, maar er kan altijd nog een schepje bovenop. Zo ook in deze Tour, dat gaat de komende weken nog wat worden. De rit begon nochtans op een vrij normale manier, vanuit het vertrek waren er wel een aantal renners die zin hadden om in de aanval te gaan, maar het werd al vrij snel duidelijk dat er geen grote kopgroep zou vertrekken. De controle van UAE was er al vrij snel, de intenties van die ploeg waren duidelijk. Tussen de aanvalslustige renners zagen we meerdere pionnen van Caja Rural, die ploeg heeft meteen laten zien waarom ze een wildcard hebben gekregen. Een van de renners van Caja Rural zat uiteindelijk ook nog eens in de vlucht, ONZE Alex Molenaar. Een halve Catalaan, hij reed een thuiswedstrijd. Hij kreeg het gezelschap van Felix Engelhardt, de kersvers Duits kampioen, voorzien van een smerig snorretje, en nog eentje van ONS. Frank van den Broek was van de partij, maar het bleek al snel dat Frank niet over de benen van een paar jaar geleden beschikt. Net op het moment dat de rit wat rustiger leek te worden vond er een valpartij plaats, onder meer MIJN Bini lag erbij, gelukkig zonder erg. Baptiste Veistroffer probeerde nog even in de aanval te gaan, maar die poging strandde vrij snel. Nouja, daarna gebeurde er een paar uur niet zoveel, of het moet zijn dat onderhand het halve peloton met een lekke band af te rekenen kreeg. Wellicht toch wat Catalaanse sabotage, wie zal het zeggen. In de kopgroep was het wachten op de tussensprint en de bergsprint, voor we terug zouden keren naar Barcelona. Beide sprintjes werden gewonnen door Molenaar, die zo zijn ploeg Caja Rural heel wat ritsucces bezorgt. Hij mag vandaag zelfs de bolletjestrui dragen, de Tour van Caja Rural is nu al geslaagd. Precies de reden dat ASO ze erbij wilde hebben, je hebt toch een ploeg nodig vol gasten die zin hebben om iedere dag aan te vallen. Na deze rit zullen ze extra gemotiveerd zijn, het is mogelijk om succesjes te boeken. Op de klim haakte Van den Broek af met krampen, terwijl we in het peloton Arnaud De Lie weer kansloos zagen lossen. Een lijdensweg, zijn tweede grote ronde op rij waar ze hem ziek laten rondrijden. In het peloton werd iets van tempo gemaakt, waardoor de voorsprong van de koplopers slonk. Het zou niet voor de koplopers zijn, zoveel was duidelijk. Ze kregen een paar keer extra voorsprong, maar het peloton had het onder controle. Onder meer omdat Pinarello-Q36.5 besloot UAE te helpen, sommige ploegen leren het nooit. In aanloop naar het circuit in Barcelona zagen we vooral een rotnerveuze Paul Seixas. Hij reed lek, kreeg een fiets van een ploeggenoot, daarna toch maar op z'n eigen fiets, en hij probeerde zo snel mogelijk terug te keren in het peloton. Ging nog bijna mis, een auto van de organisatie reed hem bijna de hekken in. De Tour is een aparte koers, zo nerveus zie je het nergens. Eerder kreeg Del Toro ook al te maken met een lekke band, de ploegleiderswagen reed hem glad voorbij. Hectiek, dat is het Tourwoord bij uitstek.
Uiteindelijk begonnen we met een vrij grote groep aan het lokale circuit in Barcelona. De koplopers waren ingerekend, het zou voor de favorieten zijn. Drie rondjes met daarin drie keer het klimmetje naar het kasteel van Montjuïc, het zou een loodzware finale worden. Op de eerste van de drie beklimmingen trok McNulty meteen stevig door namens UAE, er bleek gelijk niet veel volk meer over. Dat leidde tot het vermoeden dat Pogacar dan wel op de tweede passage zou aanvallen, maar dat gebeurde niet. Niemand viel aan, überhaupt. Niemand haalde het in z'n hoofd, misschien ook omdat het zo schofterig warm is. Bang om jezelf op te blazen, liever wachten dan maar. Dat wachten duurde alleen wel heel lang, want zelfs op de derde beklimming van de op de Redoute lijkende Montjuïc gebeurde er amper iets. Een knakworst waagde een halfslachtige poging, terwijl ook Carapaz twee keer versnelde. Twee keer sprong Pogacar meteen op het wiel, het was duidelijk dat UAE deze rit niet uit handen wilde geven. Nadat McNulty zijn werk gedaan had werd er vooral naar Del Toro gekeken. Hij moest het dan maar opknappen voor Pogacar, maar dat pakte even anders uit. De voormalig mountainbiker zette weer eens zijn wapen in: het rijden van goede lijnen. Zo won hij vorig jaar een keer een rit in de Giro, in de slotkilometer ging hij toen net wat harder dan de tegenstand door twee bochten en weg was hij. Na de lastige beklimming richting het kasteel van Montjuïc volgde er iedere keer een korte afdaling, waarna we met hoge snelheid naar een bocht naar rechts reden. Daarna was het nog maar 600 meter tot aan de finish, wel in stijgende lijn. Del Toro besloot zo hard hij kon door de bocht te knallen en daarna direct weer te versnellen. Dat bleek een briljante tactiek te zijn, hij sloeg meteen een gat en niemand kreeg het voor elkaar om dat gat te dichten. Of nouja, niemand van de concurrentie. Vingegaard zat op het wiel, maar hij kreeg het gaatje gewoon niet dicht. Evenepoel liet in al zijn wijsheid juist het gat vallen omdat hij had verwacht dat de tegenstand wel stil zou vallen, bijzondere logica. Een renner van UAE valt nooit stil, Remco. Del Toro reed een sprint alsof hij over een vlakke weg reed, tijdens die laatste 600 meter verzwakte hij geen moment, hij viel helemaal niet stil. Vingegaard moest passen, terwijl Evenepoel van te ver moest komen. Pogacar zat eerst even in het wiel bij Vingegaard te chillen, ging er daarna lachend voorbij en reed met dichtgeknepen remmen naar Del Toro. Hij wilde de Mexicaan laten winnen, alleen al omdat hij dan niet zelf de gele trui hoeft te dragen. Hij zat achterom op z'n fiets, te vragen aan de rest of ze echt niet harder konden. Ondertussen kneep hij zijn remmen dicht, om Del Toro niet in te halen. Het was een heel apart beeld, het is iets dat ik eigenlijk nog nooit heb gezien. Natuurlijk is er wel eens een sprint geweest waarin de lead-out won voor de kopman, maar op deze manier? Het voelt bij UAE altijd heel erg alsof ze een spelletje aan het spelen zijn met de moeilijkheidsgraad op makkelijk. Alles gaat zo soepel, alles gaat vanzelf, niets lijkt moeite te kosten. We hadden al Pogacar die alles kan en nooit een slechte dag heeft, daar krijg je nu ook nog Del Toro bij. Dat is geen leuk vooruitzicht voor de komende weken. Dit was echt weer even een masterclass de kijker belachelijk maken. Iedereen weet dat het niet klopt, de dominantie is te extreem. Het is alsof ze als profs meedoen aan een amateurwedstrijd. Dit is de Tour, de grootste wedstrijd van het jaar. Er hoort spanning te zijn tijdens deze wedstrijd, het hoort niet zo te zijn dat alle favorieten samen op de finish afgaan en dat dan de knecht van de grootste favoriet de zege cadeau krijgt. Over de streep geduwd door Pogacar, het is een beeld dat helemaal niet thuishoort in de sport. Ze maken de wielrennerij echt belachelijk, en dat begint steeds vervelender te worden. Op zich was de dominantie al vervelend, maar er gaat iedere keer een schepje bovenop. Ik wacht op het moment dat ze tijdens een rit een keer 1e, 2e, 3e, 4e, 5e, 6e, 7e en 8e worden. En ik wacht dan nog meer op het moment dat mensen mij gaan uitleggen dat daar eigenlijk best een logische verklaring voor is. Ja, nee, bedankt. Een goede bocht van Del Toro, dat wel, maar hoezo kan hij die inspanning doortrekken tot op de finish terwijl de rest aan het sterven is? Hoe kan Pogacar lachend op z'n fiets zitten terwijl de rest duizend doden sterft? Het verschil begint wat te groot te worden, waardoor er weinig hoop is op een spannende Tour. Je kijkt naar de volgende rit en je denkt: hey, ze zouden wel weer eens eerste en tweede kunnen worden. Dat is niet geweldig. Het leukste aan de wielersport is dat je in normale omstandigheden 's ochtends niet weet wie er 's middags wint. Dat werkt tegenwoordig helaas niet meer zo, vaak weet je maanden op voorhand al wie er gaat winnen. Iets meer onvoorspelbaarheid, iets meer spanning, dat hebben we nodig. Laten we daarom maar hopen dat de derde rit er eentje voor de vluchters is. Als we überhaupt gaan fietsen, met alle bosbranden in de omgeving is dat ook nog maar even afwachten.
![f3454]()
![55d8b]()
We gaan beginnen aan de derde en laatste dag in Catalonië, een van de zeventien autonome gemeenschappen van Spanje. De hoofdstad van Catalonië, Barcelona, hebben we inmiddels genoeg gezien, we zijn nu aanbeland in een andere stad in deze regio. De regio ligt aan de kust van de Middellandse Zee en heeft een kustlijn van 580 kilometer die bestaat uit de Costa Brava, de Costa del Maresme, de Costa del Garraf en de Costa Daurada, een aantal van die costa's hebben we de afgelopen dagen gezien. De regio grenst in het zuiden aan de Comunidad Valenciana, in het westen aan Aragón en in het noorden aan Frankrijk en Andorra. Het huidige Catalonië omvat het grootste deel van het historische vorstendom Catalonië, met het noordelijke deel dat nu deel uitmaakt van de Franse Pyrénées-Orientales. Heel belangrijk, er is ook een Frans-Catalaans stukje planeet. De Spaanse autonome gemeenschap Catalonië heeft een inwonertal van meer dan 8 miljoen inwoners. De regio heeft een sterk ontwikkelde eigen identiteit, door zijn statuut van autonomie (de regionale grondwet) wordt het erkend als natie binnen het land Spanje. Catalonië heeft drie officiële talen: Catalaans, Spaans en Aranees (Occitaans), het gebruik van de Catalaanse taal wordt door de regionale regering sterk gepromoot. De Catalaanse Nationale Feestdag wordt gevierd op 11 september. Zomaar nog wat basisinfo over deze regio die zich de afgelopen dagen keurig heeft gedragen. Trots wapperen met je estelada, maar verder waren ze braaf. Er zijn nog steeds een hoop mensen in Catalonië die graag onafhankelijk van Spanje zouden willen worden, maar dat zal voor altijd een lastig verhaal blijven. Je kunt alleen een geldig onafhankelijkheidsreferendum organiseren met toestemming vanuit Madrid, da's grondwettelijk zo geregeld, maar die toestemming gaat natuurlijk nooit komen. Dus kom je niet verder dan een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring, die door de centrale overheid in Madrid naar de prullenbak kan worden verwezen. Enfin, in deze regio met een sterke eigen cultuur en identiteit zijn we inmiddels aanbeland in Granollers. In de regio van de castells, om maar een gekke hobby te noemen, gaan we van start in deze stad met 60.000 inwoners in de provincie Barcelona. De stad hebben we verlaten, de provincie nog niet. Het doet me wat denken aan de Tourstart van 2023, toen we de eerste dagen in het Baskenland waren. Gingen we na een rit in Bilbao en een rit in Donostia op de derde dag van start in Amorebieta-Etxano, bepaald niet de grootste of meest bekende stad van de regio. Zoiets doen we nu in Catalonië dus ook, na twee dagen in Barcelona te zijn geweest zijn we nu in Granollers, of all places. Van Amorebieta-Etxano reden we toen naar Baiona, van Baskenland ging het naar Noord-Baskenland. Vandaag gaan we van Catalonië naar Noord-Catalonië, mooie parallel. Goed, Granollers is dan misschien niet heel bekend, maar de stad heeft wel een lange geschiedenis. Al in 1044 werd Granollers genoemd als
marktplaats. Aan het einde van de dertiende eeuw kreeg Granollers een stadsmuur van 816 meter lang. Granollers beleefde een bloeitijd in de zestiende eeuw, de stad groeide tot buiten haar middeleeuwse omwalling en er werden een nieuw stadhuis en een graanmarkt (La Porxada) gebouwd. Er kwam ook een franciscanenklooster en het middeleeuwse hospitaal werd uitgebreid. In de negentiende eeuw werd Granollers een industriestad. De stadsmuur werd grotendeels afgebroken. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog, op 31 mei 1938, werd de stad gebombardeerd door Italiaanse vliegtuigen die ongeveer zestig bommen afwierpen. Hierbij vielen 224 doden en 165 zwaargewonden. Hey, nog een parallel met het Baskenland. Om een of andere reden had Franco het niet zo op regio's met een sterke eigen identiteit. Dan maar je fascistische vriendjes inschakelen om wat bommen te gooien, altijd lekker.
![017_La_Porxada_de_Granollers.jpg]()
Symbool van de stad is La Porxada (1587), de overdekte markt. Oorspronkelijk was dit een graanmarkt. Tussen 1872 en 1968 werd hier de stadsmarkt gehouden. Het gebouw liep schade op tijdens het bombardement van 1938 en werd hersteld in 1940. De Sant Estevekerk is grotendeels twintigste-eeuws. Een eerste, romaanse kerk werd in de vijftiende eeuw vervangen door een gotische kerk. Deze werd vernield tijdens de Spaanse Burgeroorlog en enkel de klokkentoren bleef bewaard. Tussen 1940 en 1942 werd een nieuwe kerk gebouwd. Enkele bouwelementen van de vernielde gotische kerk worden bewaard in het Museu de Granollers. De Santa Esperança- en de Santa Annakapel werden gebouwd in de zestiende eeuw bij de toenmalige stadspoorten. Maar enkele kleine stukken van de stadsmuur zijn bewaard gebleven. De Adoberia dels Ginebreda is een voormalige leerlooierij en museum waar de geschiedenis van het complex en van de stad worden getoond. Dat zijn de hoogtepunten volgens Wikipedia, het is wel duidelijk dat Granollers geen Barcelona is. In de Vuelta van 2023 reden we nog eens door Granollers heen, dat gebeurde tijdens de tweede rit van die Vuelta, toen we van Mataró naar Barcelona reden. Zodra er een
grand départ, of in dat geval
gran salida is in Barcelona vereren we blijkbaar Granollers met een bezoekje. In een verder verleden eindigde de Volta a Catalunya hier ook wel eens, al moeten we dan wel echt ver terug in de tijd. De laatste finish hier dateert van 1993, toen won Laurent Jalabert hier voor Sean Kelly. Als we teruggaan naar 1977 zien we dat Freddy Maertens ooit een tijdrit won in Granollers, terwijl het Baskische fenomeen Txomin Perurena hier in 1972 een van zijn meer dan honderd profzeges wist te boeken. In de Vuelta van 2023 werkten we overigens nog een gimmick af, we reden toen een rondje over het Circuit de Barcelona-Catalunya heen. Dat circuit draagt dan wel de naam Barcelona, maar het ligt om de hoek van Granollers. Op dit F1-circuit werken de wielerploegen graag een training af met het oog op de ploegentijdrit. Dat was in de Vuelta van 2023 zo, dat was in aanloop naar de ploegentijdrit in deze Tour ook weer het geval. Nederlands favoriete kermisklant Max Verstappen schijnt hier de afgelopen jaren de Grote Prijs van Spanje wel eens gewonnen te hebben, ik zie dat hem dat dit jaar niet gelukt is. Mooi. Op 16 februari 2026 werd bekendgemaakt dat de Grand Prix tot en met 2032 om de twee jaar zal worden verreden in roulatie met de Grand Prix van België, waarvan akte. Terug naar Granollers, uit de stad waar we gaan starten is Aleix Espargaro afkomstig. Een man die ook regelmatig op dit circuit te vinden was. Hij hield zich dan wel niet bezig met Formule 1, maar wel met de MotoGP. In 2023 kreeg hij het voor elkaar om te winnen op zijn thuisbaan, dat gaf hem zoveel voldoening dat hij naderhand besloot de motor aan de kant te schuiven en zich definitief te richten op zijn andere hobby. Espargaro stond al jaren bekend als een fervent wielrenner, er waren al jaren geruchten dat hij ooit een keer de overstap zou maken naar de koers. Vorig jaar kwam het er eindelijk van, op 35-jarige leeftijd werd hij lid van de opleidingsploeg van Lidl-Trek. Dat dit vooral een marketingstunt was bleek al snel, Espargaro reed amper een koers en hij reed er nog minder uit. Zijn contract werd logischerwijs niet verlengd, maar hij is nog steeds wel actief voor Lidl-Trek als een soort van ambassadeur, ofzo. In feite is het gewoon een influencer, hij is heel actief op de socials waar hij in het shirtje van Lidl-Trek nog wel eens domme fratsen uithaalt. Beetje halsbrekende toeren uithalen op de fiets, doe dat nou niet. In Andorra trainen met Nairo Quintana, doe dat nou ook niet. Aleix heeft ook een jonger broertje, Pol. Pol is eveneens motorcoureur, ook hij is actief geweest in de MotoGP. Dat is de lokale trots waar ze het in Granollers mee mogen doen, hierna kom je al uit bij een paar voetballers die niemand kent. In de verdere omgeving van Granollers ligt Sabadell, waar David de la Cruz vandaan komt, en een stukje ten zuiden van de stad ligt Montcada i Reixac, waar de grote Catalaanse held Miguel Poblet dan weer vandaan komt. Bij een Catalaanse start moet die naam uiteindelijk toch een keer de revue passeren, ik heb mijn plicht gedaan. Na een passage in de Tours van 1965 en 1957 gaat er nu voor het eerst een rit van start in Granollers, doe ook maar meteen voor het laatst.
![4-granollers-guia-turismo.jpg]()
De rit gaat van start net buiten het centrum van Granollers, langs een enorm grote parkeerplaats. Niet de mooiste plek van de stad, maar dankzij die grote parkeerplaats is er wel genoeg ruimte om de hele karavaan plaats te bieden. Na de start volgt er een neutralisatie van tien minuten in de straten van Granollers, de renners rijden een mooi rondje door het centrum heen en daarbij fietsen ze een tijd door een vrij fraaie winkelstraat over een geplaveide weg. Ze fietsen bijna langs La Porxada, de mooie overdekte markt van de stad. We passeren even later de Plaça de la Corona, waar de renners om een paar bomen heen moeten sturen, het is maar goed dat we hier niet passeren terwijl de koers al bezig is. In de winkelstraat zien we enkele villa's, maar we zien toch ook vooral weer een hoop appartementencomplexen. Na een tijd rijden we langs het Palau d'Esports de Granollers, een sportpaleis! Gewoon een gymzaal dus. Het Palau d’Esports werd gebouwd voor de handbalcompetitie tijdens de Olympische Zomerspelen van 1992 en ontving wedstrijden van het WK handbal voor de mannen in 2013 en het WK handbal voor de vrouwen in 2021. Enfin, na een tijd komen we een paar rotondes tegen en daarna rijden we langs het centrum af op weg naar het noorden, om echt aan de rit te kunnen beginnen. Via een paar buitenwijken van Granollers komen we uit in Canovelles, als we over een brede weg vol rotondes door dit plaatsje zijn gereden begint de rit buiten Canovelles officieel. Christian Prudhomme gaat uit het dak van de auto hangen en zal zwaaien met zijn vlaggetje, we mogen aannemen dat er tijdens deze rit meer renners gaan zijn die graag in de vlucht van de dag willen zitten en dus schuiven we richting het puntje van onze stoelen. Een tijdje rijden we overigens over de Carrer de Girona, ergens vind ik het verbazingwekkend dat we tijdens deze Catalaanse grand départ geen bezoek brengen aan Girona. Toch de plek waar de helft van het peloton woont, of in ieder geval wel eens tijd heeft doorgebracht. De wielerhoofdstad van Catalonië, in die zin. Maar nee, geen Girona, geen thuisrit voor meerdere renners in dit peloton. In de laatste meters voor de rit echt begint rijden de renners in een groene omgeving over een brede en bochtige weg omlaag, dat wordt remmen achter de auto van Prudhomme. Zodra de dalende weg een paar bochten later wordt omgezet in een stijgende weg gaan we beginnen, maar dat stijgen duurt niet lang. Na de eerste officiële meters van deze rit loopt de weg een halve kilometer aan een procent of vier omlaag, dat wordt een vliegende start. Alsof we BMX'ers zijn rijden we van de startschans af, om daarna vier kilometer aan 3% te klimmen in de richting van Caldes de Montbui. In het begin van deze klim rijden we door Lliçà d'Amunt, van dat Catalaans valt ook weinig te maken. Uit Llicà d'Amunt is overigens wel een ex-wielrenner afkomstig, niemand minder dan Kiko Galván is van hier! Kiko reed jarenlang voor Kern Pharma, waar hij vooral opviel dankzij zijn snelle benen en het feit dat hij van onder tot boven onder de inkt zit. Kiko is een beetje
edgy, liet hij ook buiten de koers zien. Hij werd gefilmd terwijl hij alle mogelijk verkeersregels overtrad en dat zorgde ervoor dat Kern Pharma hem op straat zette. Niemand anders wilde hem hebben en dus was de carrière van Galván ineens voorbij. Uiteraard kwam er een huilverhaal op de socials waarin hij aangaf zoveel spijt te hebben, recent werd hij wederom gefilmd terwijl hij opnieuw allerlei halsbrekende toestanden aan het uithalen was op de openbare weg. Kiko kon best een aardig eindje fietsen, maar veel licht brandt er niet in de bovenkamer. In het Lliçà d'Amunt van Galván, tegenwoordig woonachtig in Barcelona, komen we een rotonde tegen, verder rijden we redelijk rechtdoor over een keurige weg. Breed, goed asfalt, dat hebben de Catalanen doorgaans goed voor elkaar. Even die schans in de eerste halve kilometer overleven, daarna kunnen de mannen met vluchtambities meteen proberen de rest van het peloton achter te laten op een klimmetje dat vooral veel vals plat bevat. Soms heel kort een lastiger strookje, wel lekker om de rit in ieder geval niet op een volledig vlakke manier te beginnen. Op een rotonde en een paar brede bochten na liggen er weinig obstakels op de weg, zonder veel problemen komen we na vijf kilometer terecht op het grondgebied van Santa Eulàlia de Ronçana. Hier is de vals platte aanloop voorlopig voorbij, maar er zit nog meer aan te komen. Van Santa Eulàlia de Ronçana rijden we naar Caldes de Montbui, het is nu even een kilometer zo goed als vlak voor we een kilometertje rechtdoor mogen afdalen richting Caldes de Montbui. Uit Santa Eulàlia de Ronçana is voormalig prof Pedro Vilardebo afkomstig, hij reed in 1978 en 1979 de Tour. Rond dezelfde tijd eindigde er in dit plaatsje een keer een rit in de Setmana Catalana, gewonnen door de waterverslaafde Freddy Maertens. In de vlakke kilometer komen we meerdere bochten tegen, in de dalende kilometer gaat het dan weer rechtdoor, merkwaardig. Aan het eind van dit stuk in dalende lijn komen de renners uit op een brede rotonde in Caldes de Montbui, een plaatsje met warmwaterbronnen. Sinds de tijd van de Romeinen is dit een thermenplaatsje, uit die tijd is er zelfs nog een Romeins badhuis over. Na 7,5 kilometer rijden we langs Caldes de Montbui af, we slaan bij de brede rotonde rechtsaf en laten het centrum van dit kuuroord voor wat het is.
![can-masponc-canovelles.png?v=1776634883]()
![image-3.png?w=1024]()
Mooi historisch centrumpje in Caldes de Montbui nochtans, er valt naast de Romeinse thermen nog veel meer te zien, maar in plaats daarvan rijden de renners verder naar het noorden over de doorgaande weg, een weg die weer wordt opgeschrikt door heel wat paaltjes. Ik neem aan dat er tegen deze tijd nog steeds pogingen worden ondernomen om de vlucht van de dag te laten ontstaan, dan zijn dit elementen die je kunt missen als kiespijn. Al hebben ze hier misschien de paaltjes wel weggehaald, gisteren hebben we er ook weinig last van gehad. Voorbij Caldes de Montbui is het even anderhalve kilometer zo goed als vlak, al komen we wel een kort knikje omhoog en ook een stukje in dalende lijn tegen. Als dat hobbeltje achter ons ligt gaan we beginnen aan de eerste gecategoriseerde klim van de dag. Fijn, klimwerk in het begin, laat hier maar mooi een sterke kopgroep ontstaan. Tijdens de anderhalve vlakke kilometer staan er continu paaltjes in het midden van de weg, zodra de weg definitief omhoog begint te lopen verdwijnen de paaltjes. De renners gaan 7,6 kilometer aan 4,5% klimmen naar het dorpje Sant Feliu de Codines. Over een soort van snelweg rijden de renners omhoog, waarbij ze af en toe een dorpje passeren in de volgebouwde Catalaanse heuvels. In de buurt van de weg ligt ook een kasteelruïne, Castell de Montbui zal door de helikopter vast in beeld worden gebracht. Tussen de dorpjes in rijden we vooral door een groene omgeving, terwijl de klim nooit heel spannend wordt. Na een eerste knikje omhoog volgen er een paar meter in dalende lijn, daarna loopt de weg zodra de organisatie de klim officieel laat beginnen vier kilometer aan 5% omhoog, dat is het lastigste stuk van deze klim. Zeker geen klim van de buitencategorie, het is zelfs maar een klim van de derde categorie, maar als het gaat om het laten ontstaan van een fatsoenlijke kopgroep zijn we met iedere klimmende meer blij. De brede weg gaat voornamelijk rechtdoor omhoog, pas in de buurt van het dorpje Sant Feliu de Codines komen we iets meer bochten tegen. Net in die omgeving vlakt het af, richting het dorp is het ineens niet meer zo spannend. Toch maar kijken of je als renner iets kunt doen met die paar strookjes aan 6% halverwege de klim. Na 13,5 kilometer rijden we Sant Feliu de Codines binnen, waar we na een paar meter in dalende lijn uitkomen bij een rotonde, toch even een listig punt. Voorbij deze rotonde komen we terwijl we dwars door het dorp rijden een strookje in stijgende lijn aan 5% tegen, al slingerend rijden we door het niet eens zo onaardige centrum van Sant Feliu heen. Klimmen aan 5% is niet zo spannend, maar het kan genoeg zijn om de vlucht hier al te laten vertrekken, al sluit ik niet uit dat het vandaag langer gaat duren. In Sant Feliu de Codines staat overigens een mooi gebouwtje in het centrum, terwijl we in het buitengebied ook nog een gave toren zien liggen. Bij het verlaten van Sant Feliu rijden we ook nog even tussen twee rotswanden door, waarna we nog eens drie kilometer gaan klimmen aan bijna 5%. De brede weg buiten Sant Feliu kent enkele bochten, een paar haarspeldbochten is dit slotstuk van de klim wel rijk. Na 17,2 kilometer bereiken we een eind buiten het dorpje Sant Feliu de Codines midden in de natuur de top van deze klim van derde categorie, een klim waar het hopelijk oorlog gaat zijn in het peloton.
![sant-feliu-de-codines-caldes-de-montbui.png?v=1779994868]()
![BLzlQR5.png]()
![1280px-31_Sant_Feliu_de_Codines_des_de_la_Sagrera%2C_al_fons_el_parc_de_Can_Xifreda.JPG?utm_source=www.wikidata.org&utm_campaign=index&utm_content=thumbnail]()
![d1418b8c-c421-442e-812f-36ebe9c53322.jpg]()
Voorbij deze klim beginnen we aan een stukje parcours waarin het een paar keer op en af zal gaan. Als je op het officiële profiel van de organisatie kijkt lijkt het net of het voorlopig helemaal vlak is, maar dat komt vooral omdat er dit jaar iets niet helemaal goed is gegaan met de Y-as. Het gaat absoluut niet vlak zijn de komende kilometers, nee, er komt nog wat meer klimwerk aan. Ongecategoriseerd, dat wel, maar alsnog. Voorbij de top van de klim is het twee kilometer zo goed als vlak, over een brede weg slingeren we door een bosrijke omgeving met af en toe een rotswand heen. Klein beetje op en af, maar dat mag geen naam hebben. Wel lekkere stroken om nog even weg te knallen uit het peloton als je goede benen hebt. Langs de kant van de weg zien we een keer een silo verschijnen met op die silo een estelada geverfd, hup Catalonië! Wij staan uiteraard volledig achter een onafhankelijk Catalonië, het was wel aangenaam om gisteren naast een hoop Palestijnse ook een grote hoeveelheid Catalaanse vlaggen te zien verschijnen. En goed dat er verder geen incidenten waren natuurlijk, al zou je dankzij de vele lekke banden wel beginnen te vermoeden dat er iemand met punaises heeft gestrooid. Na een tweetal wat vlakkere kilometers slaan we rechtsaf een nieuwe weg in, hier rijden we door de bossen heen nog even een halve kilometer aan 5% omhoog, vooraleer er een afdaling van een kleine drie kilometer zal volgen. Over een net iets minder brede en net iets minder goede weg gaat het op een bochtige manier omlaag in de omgeving van Sant Quirze Safaja. In deze omgeving vinden we een paar fabelachtige watervallen, noteer de naam Sant Miquel del Fai in je notitieboekje. Dit is een klooster dat half is uitgehakt in een grote rotswand, om het klooster heen vinden we meerdere watervallen. Tamelijk fenomenaal. Ligt net niet op de route, maar dichtbij genoeg om het te vermelden. De afdaling waar we nu mee bezig zijn zou ik gevaarlijk willen noemen, en daar heb ik uitstekend bewijs voor. Op het moment dat het karretje van Google hier passeerde was er net een ongeluk gebeurd, een auto ligt op z'n kant langs de weg. Opletten dus, zou ik vooral willen zeggen tegen de altijd levensgevaarlijke toeren uithalende ploegleiderswagen van UAE. Paar stevige bochten hier, waarvan er een aantal kort achter elkaar volgen. Aan het eind van dit stukje in dalende lijn rijden we langs een mooi wit huisje, waarna we via een oude brug over het riviertje de Tenes fietsen. Dit riviertje heeft in deze omgeving een mooie kloof uitgesleten, de Gorgs del Tenes. Aan de andere kant van het water loopt de weg direct omhoog, de komende vier kilometer gaat het gemiddeld aan 3% omhoog, met stroken tot 5%. Het is niet de breedste weg, wel een weg die dit jaar nog is voorzien van nieuw asfalt. De renners rijden door een mooie groene omgeving, terwijl ze dus nog een paar stukjes aan 5% tegenkomen. Voorlopig het laatste klimwerk van belang, de laatste kans om als potentiële vluchter met klimmersbenen weg te rijden uit het peloton. Het hangt natuurlijk ook af van de instelling van het peloton, het kan een dag zijn waarop UAE zin heeft om te controleren voor een nieuwe 1-2, maar het kan ook best zijn dat ze het nu wel leuk geweest vinden. Lekker een kopgroepje laten rijden en iemand anders het geel een tijd laten dragen, gezien de rit van gisteren lijkt Visma sowieso met dat idee rond te lopen. Geel is leuk, maar nu nog niet. Als de vlucht vrij spel krijgt kan het lang duren voor er een groep vertrokken is, dan krijgen we hopelijk een leuk eerste uur te zien. Het moet wel echt hier gebeuren, want we naderen een lange vlakke fase. Tijdens deze ongecategoriseerde klim zien we na een tijd een aantal mooie rotsachtige bergtoppen in beeld verschijnen, waarna we na het stukje van vier kilometer in stijgende lijn een kort stukje in dalende lijn tegenkomen. De weg is ineens vrij bochtig geworden, we slingeren van hot naar her. Steil gaat het evenwel niet naar beneden, het duurt ook niet lang, maar het is toch even een beetje technisch. In het altijd nerveuze begin van de Tour toch een punt van belang, toch maar geen al te gekke fratsen uithalen. Na het korte stukje in dalende lijn gaat het nog eens twee kilometer omhoog, maar dan wel op een vals platte manier. Zodra we de top van dit onvermelde klimmetje bereikt hebben beginnen we aan een afdaling van zeven kilometer richting Centelles. Vlak voor de top is de bochtige weg ineens recht geworden, ook in het eerste deel van de afdaling komen we weinig bochten tegen. In de eerste paar kilometer een stuk of drie wat listigere bochten, terwijl we in de buurt van het gehucht Les Comes een schitterende bergtop zien liggen. Op die bergtop ligt dan weer een kasteelruïne, Castell de Sant Martí de Centelles. Gemiddeld dalen we dit hele stuk aan 3%, maar het gaat ook een tijd aan 5% omlaag. Niet heel spannend, maar voorbij Les Comes komen we wat meer bochten tegen en als het peloton hier nog niet tot rust is gekomen kan dat altijd problemen opleveren. Vlak voor we Centelles bereiken komen we een paar stevig doordraaiende bochten tegen, de weg is hier in principe goed, maar het is een minder brede weg dan we deze Tour tot nu toe gewend zijn. Eenmaal in Centelles wordt de weg een stuk breder, we dalen hier een tijd verder op een vals platte manier. Op een paar drempels na schuilt er nu geen gevaar meer voor de renners, al komen we na 35 kilometer in dit dorpje ook wel een keer een vluchtheuvel tegen.
![coll-de-can-talo-caldes-de-montbui-collet-de-la-creu-del-serra.png?v=1779988469]()
(de eerste drie kilometer van dit profiel hebben we al gehad)
![RI-51-0005209.jpg]()
![93814_castell_de_sant_mart_de_centelles_14.jpg]()
Voorbij rijden we over een vlakke weg die wel wat bochten kent naar Els Hostalets de Balenyà toe, hier komen we een paar kilometer later aan. In dit nogal nieuwerwets ogende dorpje komen de renners nog wat bochten tegen, en wat drempels. Het is voorlopig even vlak, maar buiten Els Hostalets de Balenyà beginnen we aan een nieuwe strook 'bergop' waarin het een kilometer of drie aan 2,5% omhoog zal gaan. Het echte klimwerk ligt voor nu even achter ons, maar helemaal vlak wordt het in het Catalaanse binnenland dan toch ook niet. Na de passage in dit dorpje vol nieuwbouw komen we een rotonde tegen, waarna we een tijdje over een wat smallere weg langs de snelweg richting Tona fietsen. Het Tona van Adrià Pericas, een van de nieuwe godstalenten van UAE, alsof ze er niet al genoeg hadden. Al is die knul nu al naar Andorra verhuisd, hij laat er geen gras over groeien. Weinig inspirerende omgeving ineens, langs de snelweg zien we vooral veel industrie liggen. Na het stukje vals plat slaan we in Tona rechtsaf bij een rotonde, om vervolgens twee kilometer zo goed als rechtdoor te fietsen naar Sant Miquel de Balenyà. Paar drempels, vluchtheuvels en rotondes onderweg, verder is het voorlopig even helemaal vlak. We bevinden ons hier op het grondgebied van de gemeente Seva, waar met Alex Crivillé een bekende motorcoureur vandaan komt. In 1999 won hij de MotoGP, dat leverde hem zelfs een standbeeld op in Seva. Maar oké, door het dorp Seva rijden we helemaal niet. Alleen door de gemeente, waar in Sant Miquel de Balenyà een stevige bocht naar links volgt. Na deze bocht fietsen we een kilometer of drie over dezelfde weg, tot we uitkomen in Taradell. Deze weg voert door de bossen en is eerst recht, maar na een tijd wordt het lekker bochtig. Zodra het bochtig wordt moet er ook weer enigszins geklommen worden, het gaat een kilometer of twee aan 2% omhoog. Plots rijden we door een behoorlijk rotsachtige omgeving, het ziet er hier een tijdje vrij ruig uit. Na een tijd rijden we weer de bossen in, dan is het, als de boel niet in de fik is gevlogen tenminste, weer heerlijk groen. Na 47 kilometer koers rijden we door Taradell, een dorpje met een kasteeltje. Daarvan hebben ze er nogal wat in deze regio, ook in Tona, waar we een paar kilometer geleden nog waren, staat er op een heuveltje een kasteeltje. In Taradell komen de renners meerdere bochten en rotondes tegen, dit vormt weer even een technische passage. Na een laatste rotonde aan de rand van dit dorpje komen we weer eens op een brede weg terecht en deze weg loopt de komende zeven kilometer in vals plat dalende lijn verder. In deze zeven kilometer rijden we vooral rechtdoor in een vrijwel volledig open omgeving. Tussendoor fietsen we wel door Santa Eugènia de Berga heen, waar dan toevallig toch nog één brede haarspeldbocht te vinden is. Verder, geen enkel punt van belang. Beneden, voor zover je tijdens deze strook vals plat van een beneden mag spreken, komen we uit in de buurt van Vic. Hier worden we vrij kort achter elkaar dan wel weer getrakteerd op een stuk of zes rotondes, daarnaast komen we meerdere bochten tegen terwijl we door het centrum van dit stadje fietsen. Een bijzonder plaatsje, zo is het de hoofdstad van de comarca Osona en de zetel van het bisdom Vic. De gemeente is een van de stichtende leden van de Associació de Municipis per la Independència, die het onafhankelijkheidstreven in Catalonië ondersteunen, hoppa! Een plaats met een hoop geschiedenis, kijk alleen al maar naar de eerste alinea van Wiki: De plaats werd gesticht als Auso of Vicus Ausonensis in de eerste eeuw tijdens de Romeinse heerschappij. De Romeinen hadden bij de verovering van Spanje de oude hoofdstad van de Iberische stam der Ausetani, de stad Ausa, verwoest. Zij kozen een heuvel bij de rivier Mèder om hier een nieuwe hoofdstad voor de Ausetani te bouwen. Op het hoogste punt van de stad werd een tempel gebouwd. In de vijfde eeuw onder Visigoten werd de stad de zetel van een bisschop. Met de komst van de Moren in de zevende eeuw werd de stad verwoest en verlaten. En dat is dan alleen nog maar de vroegste geschiedenis, kun je nagaan. In het huidige Vic vinden we een bisschoppelijk paleis, er is een kicken centrale plein, de Plaça Major, terwijl er van de stadsmuur uit de 14e eeuw ook nog een restant te vinden is bij de Pont de Queralt. De Romeinse tempel van Vic is het enige zichtbare restant van het Romeinse Auso. De tempel bleef bewaard omdat hij werd geïntegreerd in het kasteel van Vic. Toen in 1882 het bouwvallige kasteel deel werd afgebroken werd de Romeinse tempel ontdekt en nadien gerestaureerd. Heel interessant.
![Castell_de_Taradell_-_Taradell_CIC_20100422_11555.jpg]()
![e5a2457e-bbc6-4fa4-ab68-b0ed7eb25d44.jpg]()
![4795871212_c062404b35_b.jpg]()
Uit Vic is ook een bekende wielrenner afkomstig, niemand minder dan Melchor Mauri is van hier! De man waar Mauri Vansevenant naar is vernoemd, dan moet je wel een grootheid zijn. En inderdaad, Mauri mogen we best een grootheid wonnen. Zijn beste prestatie leverde hij in 1991, door dat jaar in de Vuelta drie ritten en het eindklassement te winnen. Die prestatie wist hij nooit meer te herhalen, wel won hij een paar jaar later nog een keer een rit in de Vuelta, terwijl hij in andere Spaanse koersen ook met enige regelmaat een zege wist te boeken. In Vic is de koers verrassend lang niet meer geweest, terwijl deze stad met 43.000 inwoners toch groot genoeg lijkt om zo nu en dan een koers te ontvangen. De Vuelta was hier voor het laatst in 1998, toen ging er een rit van start die zou eindigen in Andorra. Ik had eigenlijk wel verwacht dat we vandaag ook naar Andorra zouden gaan, maar de angst dat Pogacar al meteen de Tour in een beslissende plooi zou leggen was waarschijnlijk te groot. Daarom nu maar deze halfbakken rit, dan blijft het weer een paar dagen langer 'spannend', haha. De Volta a Catalunya is hier al helemaal lang niet meer geweest, maar vroeger was Vic wel een vaste bestemming voor de inmiddels verdwenen Setmana Catalana. Net ten westen van Vic ligt dan weer het dorpje Santa Eulàlia de Riuprimer, hier komt voormalig prof Josep Jufré vandaan. Zijn dorpje bereiken we alleen net niet, maar we krijgen wel een mooie doortocht aangeboden in Vic. Genoeg te zien hier, al moeten de renners tijdens deze redelijk technische passage wel weer even alert zijn. Wel wat obstakels her en der, zullen we maar zeggen. Na heel wat bochten, rotondes en andere fratsen laten we het centrum van Vic achter ons om via het lokale industrieterrein aan een wat treurigere tocht te beginnen. Door een open omgeving vol landbouwgrond rijden we buiten Vic een kilometer of zeven volledig rechtdoor in de richting van Manlleu. Een keer een rotonde onderweg, maar dat is het wel. Het is te hopen dat de vlucht van de dag al vertrokken is tegen deze tijd, dit zijn van die stroken waar anders een paar onbenullen kunnen wegrijden. Als de vlucht wel vertrokken is kun je dit deel van de rit dan weer probleemloos overslaan, dit zijn de stille kilometers van de rit. Onderweg passeren we een leuk kerkje op een heuveltje, het enige hoogtepunt op de weg richting Manlleu. Na 64 kilometer komen we uit in dit stadje, na een wegsplitsing rijden we hier over de rivier de Ter heen, waarna we aan de andere kant van de rivier over een weg vol rotondes door het centrum zullen banjeren. In Manlleu moesten ze het een tijd vooral van de textielindustrie hebben. Het Museu del Ter, een museum over de geschiedenis van de streek (van de prehistorie tot het industrieel verleden), is gevestigd in een voormalige katoenfabriek. Toch wel zo'n beetje het hoogtepunt hier, of het moet zijn dat Mario Cipollini hier in 1998 een rit wist te winnen in de Volta a Catalunya. Schijnbaar ook nog wel een aardig pleintje in het centrum, maar dat zien de renners niet. Ze moeten vooral opletten voor de vluchtheuvels en de paaltjes hier, het is de Tour en dus loert er om iedere bocht een valpartij.
![l1Or61Y.jpeg]()
Na de doortocht in Manlleu duiken we weer de natuur in, de komende zes kilometer rijden we zonder veel tekenen van leven tegen te komen door de bossen heen op weg naar Torelló. Onderweg komen we een keer een rotonde tegen, terwijl de weg een kilometer of vier wat vals plat omhoog zal lopen. Na deze vier kilometer gaat het kort vals plat naar beneden, waarna we na 70 kilometer uitkomen in Torelló. In dit plaatsje komen we weer de nodige bochten en rotondes tegen, in eerste instantie in dalende lijn. Na een tijd rijden we over de rivier de Ges heen, waarna de weg weer wat omhoog begint te lopen. Via nog wat meer bochten banen we ons een weg door het niet buitengewoon bijzondere Torelló, waarna we buiten het dorp langs de rivier de Ter komen te fietsen. De weg langs deze rivier is breed, maar wel vrij bochtig. We slingeren door een grond decor waarin af en toe een rotswand figureert langs de rivier, onderweg komen we uit in enkele dorpjes. Vila-seca, bijvoorbeeld. Hier ligt dan weer een verdwaald vluchtheuveltje en een drempeltje, maar dat valt te overzien. Tussendoor zitten we vooral in het groen, met uitzicht op enkele bergen in de verte, en de Ter komt soms ook in beeld. De weg langs de rivier is niet volledig vlak, maar voor het gemak mogen we wel stellen dat het hier eigenlijk gewoon vlak is. In de 20 kilometer na Torelló volgen we continu de Ter, in deze 20 kilometer komen we amper 200 meter hoger uit. Klimmen aan één procent, dat is dus niet klimmen. Het is dus wel bochtig langs de rivier, met af en toe wat straatmeubilair. In Colònia Borgonyà komen we dan weer een opvallend fabriekspand tegen, je kun je in ieder geval nog laven aan dit soort zaken als de rit in slaap is gesukkeld. Een tijdje fietsen we langs de snelweg en langs een imponerende rotswand af, dan komen we weer een paar rotondes tegen die ervoor zorgen dat we aan de andere kant van de snelweg gaan fietsen, er is altijd iets te doen. Een paar rotondes laten keren we toch weer terug naar de andere kant van de snelweg, op al die rotondes na is het verder een saaie en simpele tocht. Zonder veel bijzondere momenten rijden we na 80 kilometer door Sant Quirze de Besora, een dorpje aan de Ter. Deels gebouwd op een heuvel, ziet er wat dat betreft wel aardig uit. We rijden rechtdoor in dit dorpje, waarna we een kilometer later uitkomen in Montesquiu. Nee, niet Montesquieu, Montesquiu. In dit plaatsje, ook weer fraai gelegen aan de Ter, valt er weer een kasteel waar te nemen.
![Montesquiu.jpg]()
![151126_108131006]()
In de tien kilometer na Montesquiu blijven we rijden langs de Ter, we fietsen door een enorm groene omgeving over een brede weg die steeds een piepklein beetje omhoog blijft kruipen. Het blijft een mooie omgeving, met zo nu en dan ook nog eens een rotswand in beeld, naast natuurlijk het zicht op de Ter, maar voor de koers houdt het niet over. We rijden op deze weg ook een keer door een tunneltje heen, of nouja, meerdere tunneltjes zelfs. We zien ook nog een keer een leuk gebouwtje aan de rand van de Ter, maar van dat soort architectonische hoogstandjes en de bergen in de omgeving moeten we het voorlopig hebben. In tien kilometer komen we weinig van belang tegen, we rijden toch vooral over een soort van snelweg rechtdoor naar Ripoll. Vlak voor we die stad bereiken komen we wel nog enkele rotondes tegen, bij de vierde rotonde slaan we rechtsaf de Ter over en via nog wat meer rotondes rijden we na 91 kilometer door het centrum van de stad heen. Een stad die we vorig jaar nog in de Vuelta hebben gezien, toen we tijdens de zesde rit van Olot naar Pal reden, in Andorra. Jay Vine won daar uiteindelijk, weer UAE natuurlijk, terwijl Igor Antón in 2010 won in Pal, weer gelukt om hem te noemen! Via nog wat meer bochten rijden we na een tijd nog een keer over de Ter heen, waarna we langs het hoogtepunt van de stad zullen rijden. Over een weg die soms wat smaller wordt en enkele drempels kent fietsen we langs het Monestir de Santa Maria de Ripoll, het lokale klooster dat terug te vinden is op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Het is gebouwd in de 9e eeuw door Graaf Ripoll Guifré el Pilós, bijgenaamd Wilfried de Harige. Wilfred was in dienst van de graven van Barcelona en voorvechter van het christelijk geloof. Hij stichtte het klooster met als doel de omringende valleien te bekeren tot het christendom. In een gevecht met de Moren is hij in 898 gedood. Ripoll is het middelpunt geweest van het kloosterleven in het middeleeuwse Catalonië. Het klooster bezit een fraaie 12e eeuwse Romaanse portaal en een mooie kloostergang met fraaie religieuze afbeeldingen. Een van de mooiste voorbeelden van de Catalaans-Romaanse architectuur, toe maar. En dat in een verder vrij onooglijk industriestadje, een stadje dat volledig om het klooster heen is gebouwd. Naast het klooster vinden we ook nog een Etnografisch Museum, waar je onder meer bewijs kunt vinden dat deze vallei sinds de bronstijd bewoond wordt. In de 19e eeuw werd Ripoll het centrum van het Catalaans nationalisme. De Catalaanse vlaggen in de kerk zijn hier nog een uiting van. Ook vandaag zeggen we: Visca Catalunya! In dit stadje met het klooster van de benedictijnen is de Vuelta niet vaak geweest, de Volta dan weer wel. In de Volta a Catalunya van 2021 ging hier bijvoorbeeld een rit van start, toen reden we naar Port Ainé en daar zou Esteban Chaves winnen, nu nog amper voor te stellen. In een andere Catalaanse koers, de Setmana Catalana, won Eddy Planckaert in 1986 een rit, dat is ook wat zeg. In de Vuelta van 2000 reden we eens dwars door Ripoll heen onderweg naar La Molina, daarna duurde het zo'n beetje tot de Vuelta van vorig jaar voor Ripoll nog eens terugkeerde. En dan komt nu ineens de Tour voorbij! Alleen al vanwege dat klooster de moeite waard, natuurlijk.
![vista_aeria.jpg]()
![plaza-ripoll.jpg]()
Na wat bochtjes in het centrum van Ripoll komen we aan de rand van dit stadje een rotonde tegen, voorbij deze rotonde gaat het peloton beginnen aan een lange tocht door een nieuwe vallei. We gaan nu de loop van de rivier de Freser volgen, de komende 13 kilometer loopt de weg langs deze rivier continu vals plat omhoog tot in Ribes de Freser. In de 13 kilometer voorbij Ripoll komen de renners net iets meer dan 200 meter hoger uit, gemiddeld gezien wordt er dus aan minder dan 2% geklommen. Deze weg door de vallei is redelijk ellendig, het gaat een eeuwigheid duren en echt koersen kun je hier niet. De koers zit de komende kilometers nog steeds in de slaapstand, al werken we nu langzamerhand wel toe naar de volgende klim van de dag. Van Ripoll naar Ribes de Freser rijden we continu zo goed als rechtdoor over een waanzinnig brede weg, we passeren onderweg een plaats als Campdevànol en dat is dan nog wel even een momentje om recht te gaan zitten, want in Campdevànol zal na 98,4 kilometer, zo ongeveer halverwege de rit, de tussensprint van de dag volgen. Een sprintje vals plat omhoog, terwijl we verder gewoon zo goed als rechtdoor rijden. Voorbij de tussensprint in Campdevànol passeren we nog wat gehuchten, maar verder rijden we toch vooral door een natuurlijk decor heen. Veel groen in deze vallei, een tijdje rijden we ook door de kloof van de Freser en daar zijn dan weer overal indrukwekkende rotswanden te vinden. Een paar ruïnes ook, en ineens in het midden van het niets een hotel met een imponerende gevel. De Freser komt soms in beeld, verder heb ik niets te melden over deze weg. Na 107 kilometer komen we uit in Ribes de Freser, een plaats waar in 1964 een rit in de Volta a Catalunya eindigde! Uit deze plaats is Joan Triadú i Font afkomstig, dat was een schrijver, literair criticus en leraar die in de tijd van de franquistische dictatuur onderwijs bleef geven in de Catalaanse taal, ofschoon dit verboden was. Hulde! Uit Ribes de Freser zou ook Maria Isabel Moreno afkomstig moeten zijn, zij werd drie keer Spaans kampioene op de weg, terwijl ze ook een keer derde wist te worden in de Giro Donne. Ribes is tevens het onderste eindpunt van de tandradspoorweg van Núria, die toeristen naar het bedevaarts- en skioord Vall de Núria op bijna 2000 meter hoogte in de Pyreneeën brengt. Vanuit Ribes gaan we beginnen aan een klim, een klim die ons niet naar 2000 meter hoogte gaat brengen, we gaan naar de Collada de Toses toe en deze klim eindigt op een hoogte van bijna 1800 meter. Het grappige is dat er twee wegen omhoog zijn naar deze Collada de Toses, vorig jaar kozen we in de Vuelta de makkelijke weg. Dit tot mijn grote onvrede, want er is ook een alternatieve, lastigere route omhoog. En die route nemen we nu wel, ja! In de Vuelta van vorig jaar reden we 24,3 kilometer aan 3,5% omhoog naar de top van de Toses, nu rijden we de eerste zeven kilometer van de klim tot in Planoles over dezelfde weg, om vervolgens voorbij dit dorpje een andere weg in te duiken, waarna het echt leuk wordt. De variant in de Vuelta was vooral heel lang, zonder dat het zwaar werd, we gaan het met deze variant een stuk zwaarder maken.
![RibesdeFresser2.jpg]()
We passeren het best fraaie centrum van Ribes de Freser en daar loopt de weg meteen omhoog, we beginnen de klim met twee kilometer aan 5%. Al begint de klim hier volgens de organisatie nog niet, zij nemen alleen het laatste deel van deze Collada de Toses mee, maar in de zeven kilometer na Ribes de Freser gaat het toch echt omhoog. Buiten Ribes komen we in een buitengewoon groene omgeving terecht, waar de brede weg via wat bochten omhoog zal lopen langs de rivier de Rigard. In de eerste kilometers van de klim komen de renners voorlopig tot de conclusie dat alles mooi is aan deze klim, behalve de percentages. We gaan door met twee kilometer aan 4%, met daarna een keer een kilometer aan 4,5%, weer eentje aan 4% en dan een helemaal makkelijke kilometer aan 3%. Het gaat continu vrij gestaag omhoog, terwijl de omgeving alleen maar mooier wordt. We beginnen in de bossen, hogerop hebben we steeds meer uitzicht op een mooie vallei en een hoop bergen in de verte. Na zeven kilometer klimmen komen we uit in Planoles, zodra we dit dorp zijn gepasseerd slaan we ter hoogte van een mooi restaurantje linksaf een smaller weggetje in. Dit weggetje loopt even een paar meter omlaag, sterker nog, het gaat zelfs twee kilometer omlaag. De weg is vrij smal en behoorlijk bochtig, in een bosrijke omgeving komen we meerdere scherpe bochten tegen. Dit is wel even een link stukje, ergens is het bijzonder dat ze deze weg niet op durfden te nemen in de Vuelta, maar dan juist wel weer in de Tour. Enfin, ik ben in ieder geval op mijn wenken bediend. Ik wilde deze weg in de Vuelta, maar ik kreeg 'm niet. De geruchten waren toen al dat we in het jaar daarna in de Tour ook de Collada de Toses zouden bedwingen en ik zag het al helemaal gebeuren dat men dan over de brede doorgaande weg continu vals plat omhoog zou rijden, de leukere variant negerend. Toch nog een puntje voor de Tourorganisatie, ze kiezen in deze verder onooglijke rit hier wel voor de beste optie. Na twee listige kilometers in dalende lijn rijden we onder een smalle spoorbrug door, waarna de weg een kilometer vrij vlak zal zijn. Het begint alweer wat omhoog te lopen, maar dit kilometertje vals plat aan 2% telt de organisatie nog niet mee. De klim begint volgens de organisatie officieel pas zodra we op deze smalle weg ingeklemd tussen rotswanden en bomen een kilometer aan 4% tegenkomen. We gaan vanaf dit moment 9,3 kilometer aan 6,5% gemiddeld omhoog richting het dorp Toses, een gemiddelde dat nogal wordt gedrukt door de eerste officiële kilometers van de klim. We beginnen namelijk met drie kilometer aan 4%, gevolgd door twee kilometer aan 5%. Zo lijkt deze variant van de Collada de Toses (door de vieze Fransen Col de Toses genaamd) net zo makkelijk als de variant over de brede hoofdweg die we in de Vuelta zaten. Heb geduld, de beloning volgt. De klim wordt gradueel steeds lastiger, terwijl we onderweg ook een keer een verlaten gehucht passeren. Scherend langs wat rotswanden en een tijdje langs het spoor rijdend wordt de klim steeds leuker als we het dorpje Fornells de la Muntanya gepasseerd zijn, maar de pret begint pas echt als we uitkomen in het dorpje Toses. Voorbij de naamgever van deze klim gaan we echt los, het wordt ineens leuk. In de kilometer voor we door Toses rijden gaat het aan 5% omhoog, zodra we het dorp doorkruist hebben volgt er een kilometer aan 7%. Een kilometer waarin we de eerste steile percentages tegenkomen, het gaat een halve kilometer boven de 10% omhoog, het gemiddelde zakt omdat we in de tweede helft van deze kilometer een vlakke strook treffen, met zelfs een paar meter in dalende lijn. Onregelmatig ding, die Collada de Toses. Al wordt ie in de laatste drie kilometer wel heel regelmatig, maar dan wel op zo'n manier dat je benen spontaan in de brand vliegen. De smalle weg door de smalle vallei wordt na een nieuwe passage onder de spoorweg door in het dorpje Toses omgezet in een bredere weg. Normaal wordt het steil als je een smalle weg bereikt, hier werkt het andersom. Zodra we de brede weg bereiken gaat het loodrecht omhoog, al lijkt dat helemaal niet zo. De brede weg zorgt voor optisch bedrog, het lijkt hooguit aan een procentje of zes omhoog te gaan, maar in werkelijkheid moeten we tot aan de top eerst een kilometer aan 9% klimmen voor er zelfs twee kilometer aan 10% zullen volgen. De Collada de Toses komt richting de top helemaal los, over een weg die continu is omgeven door een hoop bomen slingeren we via een paar bochten stevig omhoog, met in de laatste drie kilometer meerdere stroken boven de 10%. Zoals gezegd lijkt dat niet zo, maar in de praktijk is het wel het geval. Vlak voor de top een piek tot 14%, dit is de plek waar je oorlog kunt maken. Het nadeel is alleen dat we de top van de Collada de Toses na 128 kilometer bereiken, op 70 kilometer van het eind. De laatste strook voor de top is heel lastig, maar de finish is heel ver. Dat kan ervoor zorgen dat men in het peloton geen actie onderneemt op deze klim, ik ga er vanuit dat men op deze klim eerder voor een gezapig tempo zal kiezen. Voor de vluchters kan het wel een interessante klim zijn, je kunt jezelf hier in de
fuga de la fuga rijden. Een mooi moment om alvast wat ballast overboord te gooien, wat ik je brom. Deze uiteindelijk heel zware Collada de Toses is een beklimming van de eerste categorie, de strijd om de bergtrui barst hier ook los. Volgens de organisatie klimmen we dus 9,3 kilometer aan 6,5%, in totaal hebben we het met het eerste stuk erbij over 20 kilometer aan 4,3%. Leuk dat we de goede kant van de Toses zien, jammer dat deze klim in de rest van de etappe geen navolging krijgt.
![tosesxtoses.png]()
![IMG_1037.JPG]()
![IMG_1124.JPG]()
![IMG_1109.JPG]()
Op 70 kilometer van de finish komen we dus boven op de top van deze lastige Collada de Toses, de eerste beklimming van deze Tour van de eerste categorie. Het is een klim met enige geschiedenis in de koers, zo zijn we tijdens de Ronde van Catalonië ook wel eens via het dorpje Toses op de lastigere manier naar de top van deze klim gereden. Toen reden we ook door Ripoll heen om vervolgens de weg door Toses heen te nemen. Daarna reden we verder naar Port Ainé, waar Pogacar weer eens met gemak zou winnen. Landa probeerde het nog even, maar uiteraard kon hij niet volgen. In de Volta a Catalunya Femenina zagen we in 2024 jaar de Collada de Toses van de andere kant, waarna we bergop bij La Molina zouden eindigen. Een aankomst bergop, dus was de logische winnares... Marianne Vos? Opvallend genoeg rijden we in de Ronde van Catalonië altijd omhoog over de Collada de Toses vanuit een van de andere kanten. We rijden vaak omhoog vanuit het dorpje Urtx, of we pakken de omweg via het dorp Toses. De weg die vorig jaar in de Vuelta gevolgd werd komt eigenlijk nooit voorbij, het is wat dat betreft goed nieuws dat de Tour aansluit bij de traditie van de Ronde van Catalonië. Van de Collada de Toses rijden we doorgaans meestal naar La Molina, vaste prik in de Ronde van Catalonië. Ook nu gaan we naar La Molina, leuk! Voorbij de top van de Collada de Toses komen we uit op een kruispunt, als je hier rechtsaf zou slaan fiets je naar de weg toe die vorig jaar diende als klim in de Vuelta. We gaan nu echt naar links, op weg naar Super Molina. De renners rijden een aantal kilometer over een plateau naar dit goddeloze skioord, oer een waanzinnig brede weg gaat het een klein beetje op en af door de bossen heen, met wat ruime bochten erbij. Zonder veel gedoe bereiken we Super Molina, waar een afdaling van een kilometer of drie richting La Molina gaat beginnen. Met een prachtig uitzicht op de omgeving dalen we op een zeer eenvoudige manier via een soort van snelweg af naar La Molina, een skidorp in de gemeente Alp in de Catalaanse Pyreneeën. Het heeft een skigebied met 50 kilometer pistes, waarvan 25 blauw, 18 rood en 7 zwart. Het gebied heeft 16 skiliften en ligt tussen de 1700 en 2445 meter hoogte. La Molina, waar in 2011 de wereldkampioenschappen snowboarden plaatsvonden, kennen we verder vooral van de koers. De Volta a Catalunya komt hier haast ieder jaar aan, meestal door vanuit Urtx omhoog te rijden naar de Collada de Toses, af te dalen naar Alp en dan vanuit die plaats via een andere weg weer omhoog te rijden. De weg omhoog vanuit Alp is niet zo lastig, dus levert dit vaak geen boeiende koers op. In 2023 wist Remco Evenepoel in La Molina te winnen door aan het eind weg te sprinten van Roglic, daarachter eindigde een groep van een man of 10 op een seconde of 13. In 2022 won Ben O'Connor dan weer solo in La Molina, zes seconden achter hem eindigden acht renners in dezelfde tijd. De aankomsten bergop in de Ronde van Catalonië zijn vaak saai, het gaat doorgaans omhoog naar skidorpen over gelijkmatige en enorm brede wegen, zelden goed voor spektakel. In 2019 reed Miguel Angel Lopez iedereen wel eens op een hoop in La Molina, maar we weten inmiddels hoe Lopez dat kon doen. Dat Alejandro Valverde hier meermaals kon winnen zegt genoeg. De Vuelta kwam ook ooit aan in La Molina, in 2000 wist Felix Cardenas hier Jon Odriozola en Victor Hugo Peña te kloppen in een sprint bergop, typerend voor deze klim. Een jaar later kwam Santi Blanco hier dan weer solo aan met een voorsprong van drie minuten, maar goed, dat was vanuit de vlucht. Achter hem eindigde weer een groep van bijna twintig renners in dezelfde tijd, ik ben niet zo onder de indruk van La Molina. Zonder veel bochtenwerk dat het benoemen waard is bereiken we het skidorp na 132 kilometer, het meest opzienbarende is dat we door een tunneltje moeten rijden. Na een rotonde rijden we La Molina binnen en hier liggen alleen maar wat brede bochten die geen probleem zullen vormen, buiten het skidorp beginnen we vervolgens aan de afdaling richting Alp die we zowat ieder jaar in de Volta Catalunya zien verschijnen. Bekend terrein voor praktisch iedere renner die aanwezig is in deze koers. In 2025 passeerden we hier tweemaal, in maart van dat jaar eindigde de derde rit van de Ronde van Catalonië maar weer eens in La Molina, het werd een beetje een gekke aankomst. De favorieten hadden er geen zin in om koers te maken, dus konden een paar renners van de tweede lijn in de aanval gaan. Marco probeerde het spel naar zijn hand te zetten, maar in de laatste kilometer werd hij dan toch weer tot de orde geroepen door een grote groep favorieten. We zouden weer eens gaan sprinten, en in die sprint leek Primoz Roglic onklopbaar. Hij ging aan, pakte een voorsprong en leek fluitend op weg naar de zege, tot hij Juan Ayuso ineens aan de binnenkant liet passeren. Hij vergat even de deur dicht te doen, Ayuso kroop door het gaatje en daarna moest Roglic nog eens versnellen, maar hij kwam te laat. Een millimetersprint werd in het voordeel van Ayuso beslecht en zo verloor Roglic dus maar weer eens op La Molina. Een sprint bergop, had ook perfect bij deze Vuelta gepast, al kan het aan het eind van deze rit zomaar alsnog gebeuren. En in de Vuelta kwamen we dan nog eens voorbij, onderweg naar Andorra. Dit jaar reden we in de Ronde van Catalonië op een andere manier naar La Molina, zonder de Collada de Toses te benutten. Die rit werd ingekort wegens harde wind, altijd iets in deze regio. Regen, wind, bosbranden, ze verzinnen iedere keer iets nieuws. Zelfs in een ingekorte rit reed Vingegaard alsnog iedereen naar huis, maar goed, dat zal hij nu op 70 kilometer van het eind niet gaan doen.