Het kabinet moet veel meer doen om huizen van arme mensen te verduurzamen, zegt Kim Putters (Ser)
Door de oorlog in Iran dreigen hoge gasprijzen, ook komende winter. Vooral zorgwekkend voor mensen met weinig geld en een tochtig huis. Het kabinet moet meer doen om deze mensen te helpen verduurzamen, zegt de Sociaal-Economische Raad.
Wie een kleine beurs heeft, een oud dieselautootje en een gezin te onderhouden, voelt deze weken serieus de pijn van de hoge brandstofprijzen. Rijke mensen laden ondertussen lachend hun elektrische auto op. Wie in een oud tochtig huis woont, kijkt al angstig naar de mogelijk torenhoge gasprijzen van komende winter. Maar wie een luxe warmtepomp heeft, haalt zijn schouders op, en verwarmt zijn huis toch al goedkoop en elektrisch.
Dat de energietransitie niet voor alle Nederlanders even rechtvaardig verloopt, was al bekend, zegt Kim Putters, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (Ser). “Maar de oorlog in Iran en de hoge energieprijzen onderstrepen dat nu extra.”
De Ser, de adviesraad van de regering over sociaal-economische vraagstukken, maakt zich al langer zorgen over lage- en middeninkomens. Die blijven achter bij de verduurzaming van huizen, terwijl de rijken vrolijk zonnepanelen leggen. Dus komt de Ser woensdag – op eigen initiatief – met een uitgebreid advies aan het kabinet over hoe ook lagere en middeninkomens de overstap naar schonere en goedkopere energie kunnen maken.
Maak de ingewikkelde jungle van subsidies met technische namen veel toegankelijker, bepleit de SER. Reserveer geld voor de verduurzaming van huizen ná 2030 – daar ligt nu nog niets voor klaar. En het meest drastisch: kom met nieuwe ‘normering’ (regels of verplichtingen) voor het verduurzamen van huizen. Maar wel op ‘natuurlijke momenten’, dus als iemand gaat verbouwen of renoveren. Wie in een huis met energielabel C woont, moet het dan bijvoorbeeld naar B brengen, wat kan door zonnepanelen of isolatie.
“Wij zijn er als raad om bij te dragen aan de economie van de toekomst”, zegt Putters. “De energietransitie is daarvoor van groot belang. Maar niet iedereen komt nu mee.”
Putters schetst over wat voor mensen hij zich zorgen maakt. “Denk aan een alleenstaande moeder met een minimuminkomen, die met meerdere baantjes rond moet komen.” En die óók nog met een hoge energierekening kampt. Of zij nou in een particuliere huurwoning woont, of in een goedkope koopwoning: betere isolatie en goedkope zonnestroom zouden haar kosten drukken. “Maar zelfs als ze wil verduurzamen, weet ze niet waar ze moet beginnen of heeft ze er de financiële middelen niet voor.”
Hulp van ‘energiehuizen’
Veel gemeenten hebben wel ‘energieloketten’ of ‘energiecoaches’. Toch hebben huishoudens vaak geen idee waar te beginnen of wat voor subsidies er zijn, constateert de SER. Veel positiever is Putters over het idee van een ‘energiehuis’, die er nu al in een aantal gemeenten zijn, en die eigenlijk overal zouden moeten komen. Eén herkenbare fysieke locatie waar iedereen welkom is. “Zelf heb ik er vorig jaar een bezocht, in Houten.” Putters beschrijft hoe iemand die wel wil verduurzamen, maar geen idee heeft hoe, daar binnenstapt, en een medewerker treft die zijn of haar situatie ‘echt probeert te begrijpen’.
Zo’n ‘mensgerichte’ aanpak is veel meer nodig vanuit de overheid, vindt Putters. Zeker ook om betrouwbaardere informatie te geven in tijden waarin verkopers van thuisbatterijen of zonnepanelen met mooie praatjes langs de deuren gaan. “In een energiehuis krijg je gewoon de vraag: tegen welke problemen loopt u aan, wat betaalt u nu voor energie?” Veel Nederlanders zijn bang dat verduurzamen vooral ‘gedoe’ is, stelt de SER, en ze weten niet welke subsidies er zijn. “In een energiehuis wordt de tijd genomen en gekeken wat helpt in jouw situatie. Daar is grote behoefte aan.”
Want, zegt Putters: de energietransitie – en of die slaagt – gaat uiteindelijk om mensen. “Als je dat centraal stelt, behaal je veel meer succes. Want juist die lage- en middeninkomens zijn de backbone van de energietransitie. Grote bedrijven en vrijstaande huizen kunnen wel vergroenen, maar als de rest niet meegaat, valt het draagvlak weg en haalt Nederland zijn klimaatdoelen niet.”
Hoe kan de rekening omlaag?
Is er bij lagere inkomens ook niet vaker weerstand tegen klimaatbeleid, tegen het idee van je huis verduurzamen? Grotendeels is dat een misvatting, zegt Putters. “De steun voor de energietransitie is groot. Driekwart van de Nederlanders staat erachter.”
Maar – en dat is de crux – zegt hij: lang niet iedereen vindt klimaat de reden. Denk aan de hoge brandstofprijzen nu, en de toename aan mensen die online zoeken op elektrische occasions. “We moeten de energietransitie uit de ideologische discussie trekken, het frame breken tussen ‘wappies’ en ‘woke’.” Het gaat voor veel mensen over de energierekening, en vooral over hoe die omlaag kan.
En dat gegeven is goed nieuws. “Bij verduurzaming spelen meerdere dingen een rol: de klimaatdoelen, het minder afhankelijk worden van energie uit andere landen, lagere prijzen. Steeds meer mensen zien die samenhang in.”
Toch voelt het tegenstrijdig: lage- en middeninkomens die verduurzamen ‘gedoe’ of te duur vinden stimuleren, door ze hier deels toe te verplichten. Juist nu deze groep stress heeft over hogere rekeningen. De SER stelt dat verplichtingen simpelweg nodig zijn voor groepen die wel kunnen maar nog niet verduurzamen.
Putters benadrukt dat die verplichting in het geval van huurhuizen bij de verhuurder ligt, en niet bij de bewoner zelf. En dat als iemand met een tochtig koophuis en slecht energielabel écht niet kan verduurzamen, bijvoorbeeld door geld, dan een uitzondering moet krijgen.
Plus, zegt Putters: het ondermijnen van draagvlak komt niet zozeer door verplichtingen. “Dat komt eerder door jojobeleid. Dat de overheid ergens mee komt en het dan weer terugdraait, zoals de laatste jaren vaak gebeurde.”
Denk aan de verplichting voor hybride warmtepompen. Het kabinet Rutte IV kondigde die aan, het kabinet Schoof trok hem weer in, Jetten wil die nu opnieuw invoeren, maar wel pas vanaf 2029. Goed nieuws, zegt Putters, maar dan moet het kabinet dit keer ook echt voet bij stuk houden. Want voor de gemiddelde Nederlander is dit ‘gejojo’ niet te volgen. “En dan denken mensen: het zal mijn tijd wel duren.”
Bron:
https://www.trouw.nl/duur(...)%2Fduckduckgo.com%2F