De afgelopen jaren ben ik mij steeds meer gaan ergeren aan wat tegenwoordig permissive parenting wordt genoemd, vaak ook aangeduid als gentle parenting. Sinds ongeveer 2010 is er een trend ontstaan waarin ouders en beginnende jonge docenten lijken te geloven dat elk gedrag van een kind volledig en honderd procent het gevolg is van de volwassenen om het kind heen. Het kind zelf zou geen enkele eigen beslissingsruimte hebben, geen autonomie, geen verantwoordelijkheid voor het eigen gedrag. Alles is altijd de schuld van de ouder, de docent, het systeem.
Kinderen worden daarbij voortdurend neergezet als extreem gevoelig, snel overprikkeld en kwetsbaar. Maar iedereen met echte ervaring met kinderen en jongeren weet dat er een fundamenteel verschil bestaat tussen overprikkeling en de manier waarop iemand daarop reageert, en bewust sabotage-, machts- en pestgedrag. Die twee worden tegenwoordig structureel op één hoop gegooid, en dat is een ernstige denkfout.
Pestgedrag ontstaat niet uit overprikkeling. Pestgedrag ontstaat uit de behoefte om te domineren. Dat kan voortkomen uit onzekerheid, maar ook uit een opvoeding waarin een kind te veel heeft mogen bepalen zonder tegenspraak. Op het moment dat zo’n kind dan geconfronteerd wordt met een simpele grens, zoals “nu moet je even stil zijn”, “nu moet je opletten”, of “nu ruim je je bordje op”, volgt boos en opstandig gedrag. Niet omdat het kind overprikkeld is, maar omdat het niet gewend is dat iemand anders autoriteit uitoefent. De onderliggende boodschap is dan: wie ben jij om mij te vertellen wat ik moet doen?
Dit is precies het probleem van permissive of zogenaamde gentle parenting. Grenzen ontbreken, alles is onderhandelbaar, en kinderen krijgen dezelfde rechten als volwassenen zonder de bijbehorende plichten. Dat is geen gezonde ontwikkeling. In de volwassen wereld heeft iedereen rechten én verantwoordelijkheden. Dat leer je niet door alles vrijblijvend te maken.
Overprikkeling bestaat, absoluut. Een jong kind kan overprikkeld raken omdat het te moe is, bijvoorbeeld na een lange dag zonder voldoende rust. Een ouder kind kan overprikkeld raken door frustratie, bijvoorbeeld wanneer een proefwerk te moeilijk is en niet wordt begrepen, en er vervolgens nog extra eisen worden gesteld. Dat zijn herkenbare situaties waarin begeleiding, rust en ondersteuning nodig zijn.
Maar dat is iets totaal anders dan structureel sabotagegedrag, grensoverschrijdend gedrag en doelbewuste provocatie. Dat laatste komt voort uit gebrekkige begrenzing, verwendheid en soms uit zwaardere psychische problematiek. Door dit alles te blijven framen als “overprikkeling” ontneem je kinderen juist de kans om verantwoordelijkheid te leren nemen voor hun gedrag.
Onlangs zag ik in een winkel een vader met een kind van ongeveer zes of zeven jaar bij het gebak. Het kind pakte zonder aankondiging een donut en vroeg terwijl het hem al vast had: “Mag ik een donut?” De vader zei dat ze straks zouden eten. Het kind nam vervolgens gewoon een hap, keek de vader uitdagend aan, en de vader zei niets. Hij zuchtte, legde de donut in het mandje en zei impliciet: nu moeten we die wel kopen.
Dat vind ik onacceptabel. Waarom begrens je je kind niet? Waarom corrigeer je dit gedrag niet? Waarom leer je geen oorzaak en gevolg? In zo’n situatie zou je de donut kunnen betalen en hem vervolgens voor de ogen van het kind weggooien, zodat duidelijk wordt dat grensoverschrijdend gedrag geen beloning oplevert. Dat is geen hardheid, dat is opvoeding.
Ik ben zelf opgevoed met zeer strenge ouders, maar ik heb daardoor wel geleerd wat oorzaak en gevolg zijn. Ik heb mijn ouders nooit in het openbaar durven uitschelden of schoppen. Ik heb nooit tegen een docent durven schreeuwen dat diegene zichzelf iets aan moest doen, of dat ik zijn uiterlijk zou vernielen. Dat soort gedrag was simpelweg onacceptabel.
En dat is het punt. Dat gedrag is niet het gedrag van een overprikkeld kind. Dat is het gedrag van een kind met serieuze gedragsproblemen. Zulke kinderen hebben duidelijke grenzen nodig en in veel gevallen professionele hulp. Door alles te blijven vergoelijken en psychologiseren, maak je het probleem alleen maar groter, voor het kind zelf én voor de samenleving waarin het moet functioneren.
Ik denk dat dit ook het probleem is. Managers zonder genoeg wetenschappelijke kennis om het te begrijpen die denken dat handelen bij overprikkeling en pestgedrag hetzelfde is.
Iemand die achter de kassa werkt gaat zich ook niet laten bedreigen met de dood omdat de Grolsch niet meer in de korting is.