Oost-Europa wint aan zelfvertrouwen en claimt het gelijk aan zijn zijde.
quote:
Het conservatieve ideaal van Oost-Europa
Terug naar de jaren vijftig
Polen, vanaf 1 januari voorzitter van de EU, laat zich niet langer de les lezen door het Westen. Integendeel. Net als andere voormalige Oostbloklanden claimt Polen zijn rol als het betere Europa: welvarend, veilig en blank.
Ekke Overbeek
7 januari 2025
‘Wie had dat twintig jaar geleden gedacht? We zijn rijk, we reizen. Onze democratie is puik in orde. Polen komen massaal terug uit het buitenland.’ Twintig jaar geleden schreef Bartek Michałowski een boekje: Kan Polen normaal zijn? Toen leek het een utopisch idee. Nu luidt zijn antwoord volmondig: ja! Polen is een normaal Europees land geworden. Sterker nog, bij veel Polen – zeker bij de conservatieve Sobieski-organisatie waar Michałowski mee samenwerkt – leeft het gevoel dat zij normaler zijn dan die naïeve West-Europeanen met hun doorgeschoten liberale ideeën. Wat voor veel Polen geldt, geldt ook voor inwoners van andere voormalige Oostbloklanden: het minderwaardigheidscomplex heeft plaatsgemaakt voor het gevoel dat ze het misschien wel beter doen dan het Westen.
De eerste reden is materiële vooruitgang. De generatie van Michałowski – de vijftigers – hebben in hun volwassen leven beleefd wat in West-Europa was voorbehouden aan de naoorlogse ‘boomers’: het Wirtschaftswunder, de ‘Trente Glorieuses’. Dat laatste zelfs letterlijk: het voormalige Oostblok is in drie decennia onherkenbaar veranderd. In de steden regeert de suv. Op het platteland is de modder verdwenen onder keurig plaveisel. De infrastructuur is moderner dan in West-Europa en dankzij de wet van de remmende voorsprong doen mobiel internet en telefoon het op slag beter zodra je vanuit Duitsland Polen binnenrijdt. Ongeacht wie er regeerde, liberaal pro-Europees of nationalistisch reactionair – als vanzelf trok de wet van vraag en aanbod de welvaart richting het Europese gemiddelde. Griekenland en Portugal zijn armer dan Polen en Tsjechië. Naar verwachting zullen de komende jaren ook Italië en Spanje worden ingehaald. Een voorproefje daarvan is zichtbaar in Józefosław, een gehucht dat is geëxplodeerd tot voorstadje van Warschau.
Arcangelo Pace geniet een cappuccino op het terras van Caffè Prego, een ontmoetingsplaats van Italianen die een beter bestaan hebben gevonden in Polen. Pace vertelt hoe hij hier een glansrijke carrière maakte, waar hij in Italië alleen van kon dromen. Leidinggevende functie bij een financiële instelling, eigen huis, Mercedes voor de deur. Duizenden Italianen met hem, zo laten de statistieken zien. Italianen zijn de op een na grootste groep EU-burgers in Polen (na Duitsers, maar dat is een verhaal apart). Zijn conclusie: ‘Polen is een beter land om te leven en te werken dan Italië of andere landen van West-Europa.’ Dat is niet alleen een kwestie van geld, meent Pace. Hij looft de ‘betere work-life balance’ dan in Italië; ‘betere scholen’ en vooral ‘een gevoel van veiligheid’. Warschau is veiliger en schoner dan andere Europese steden. Hij wijst op een fiets die niet op slot staat. ‘Waar kan dat nog in Europa?’
Ciao, ciao Italia dus. Maar ook ciao Nederland. Terwijl steeds meer buitenlanders hun weg naar Polen vinden, gaan minder Polen werken in het buitenland. De tijd is voorbij dat ze massaal het werk kwamen doen waar Nederlanders hun neus voor ophalen. Maarten van Rossem schetste het onlangs beeldend in zijn podcast: eerst kwamen de Polen in gammele Oostblok-busjes, toen in tweedehands westerse busjes en nu komen ze in hun eigen Mercedes. De volgende stap vermeldde hij nog niet: ze komen helemaal niet meer.
‘Nederlandse bedrijven kloppen bij ons aan, maar wij kunnen geen werknemers meer leveren’, zegt Artur Sawastian. Hij runt al ruim vijftien jaar een uitzendbureau in het Poolse Szczecin en heeft de markt de afgelopen paar jaar radicaal zien omzwaaien. Polen is veranderd van emigratie- in immigratieland. Lonen stijgen razendsnel. Sawastian: ‘Poolse bedrijven concurreren met elkaar om werknemers.’ Om aan de vraag te voldoen zoekt hij ze buiten de EU. Niet alleen meer in de voormalige Sovjet-Unie, maar ook verder van huis: ‘Nepal, India, de Filipijnen en af en toe uit Vietnam, daar halen we nu mensen vandaan.’
Het regent aanvragen van bureaus in Azië, Afrika en Zuid-Amerika die arbeidskrachten naar Polen willen sturen. ‘Ze doen productiewerk, magazijnwerk, zwaar fysiek werk’, somt Sawastian op. Als ze eenmaal legaal in Polen werken, mag je volgens de EU-regels diezelfde mensen detacheren naar Nederland. ‘Bijvoorbeeld lassers uit India.’ Zelf vindt hij het te veel gedoe: ‘Ik heb de Nederlandse markt niet nodig. De Poolse markt is voor mij veel veiliger en lucratief genoeg.’
Oost heeft West economisch minder hard nodig dan voorheen. Maar het laat zich ook niet meer de les lezen in andere kwesties. De Oost-Europeanen zien hun gelijk bevestigd door de trage maar gestage paradigmaverschuiving die liberale elites steeds meer tot bedreigde diersoort maakt. Op zeker drie punten halen ze hun gelijk: identiteitsdenken, een carnivore wereld en migratie.
Om met dat eerste te beginnen: Oost-Europa is bij gebrek aan ‘maatschappelijke 1968-revolutie’ in bijna alle opzichten traditioneler. Familie, kerk en vlagvertoon horen er gewoon bij. Tot voor kort gold dat in Europa als ouderwets, maar de opkomst van identitaire bewegingen in West-Europa en Amerika heeft dat perspectief omgekeerd. De Hongaarse leider Viktor Orbán geldt als lichtend voorbeeld voor rechts-populisten als Geert Wilders, die in Oost-Europa hun gedroomde jaren vijftig menen te zien: geen regenboogvlaggen en geen multiculti, maar een homogene natie op basis van traditionele gezinswaarden.
Bijna alle landen in de regio hebben een experiment met illiberal democracy achter de rug, of zitten er middenin. Wat in de jaren 2000 nog een terugval leek op het pad naar de liberale democratie, is veranderd in een Oost-Europees exportproduct. De politieke carrière van Jarosław Kaczyński is hiervan een goede illustratie. In de jaren negentig werd hij beschouwd als een zonderling. In 2005 kwam hij voor het eerst aan de macht; twee jaar lang smulden redacties in West-Europa van het klungelconservatisme van zijn gammele coalitie, met als symbolisch hoogte- of dieptepunt Tinky Winky, de Teletubbie met het handtasje die in de ban werd gedaan wegens vermeende homoseksualiteit. Maar na 2015 verging de liberalen het lachen. Acht jaar lang won Kaczyński’s Recht en Rechtvaardigheid (PiS) alle verkiezingen op rij en liet schouder aan schouder met Orbán zien dat een rechts-nationalistisch alternatief in Europa mogelijk is.
Een steeds rechtser en steeds nationalistischer alternatief. Volgens de peilingen is PiS onveranderd de grootste, maar zou ze nu – in geval van verkiezingen – gaan regeren met de Konfederacja, een samenraapsel van nog chauvinistischere, nog Europa-vijandigere, nog xenofobere politici. Kaczyński nam een voorschot op deze samenwerking door op 11 november mee te lopen in het jaarlijkse feestje van Europees extreem-rechts: de Onafhankelijkheidsmars in Warschau. Hij stond tussen skinheads, voetbalhooligans, reactionaire katholieken en onverbloemde fascisten. De Europese vlag werd verbrand; een luxe die ze zich in Oekraïne, Moldavië of Georgië niet kunnen veroorloven. Het symbool van Europa verbrand je alleen als je zeker bent van je plek in Europa, of sterker nog: als je het gevoel hebt dat je het zonder EU ook wel redt.
Nog sprekender voor het groeiende zelfvertrouwen is de metamorfose van Kaczyński’s grote tegenspeler, de voormalige voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk. Hij regeert sinds december Polen met een moeizame vier-partijen-coalitie. Tusk begon rond de val van het communisme als uitgesproken (neo-)liberaal, verschoof na de eeuwwisseling richting christen-democratie en adopteert sinds het heroveren van de macht steeds meer rechts-nationalistische retoriek. Als een politiek dier dat zich feilloos aanpast aan de veranderende sfeer in de samenleving.
Verdwenen is de ‘loopjongen van Merkel’. Hier staat een zelfbewuste politicus die Duitsland – Polens voormalige beschermheer binnen de EU – de maat neemt. De Zeitenwende die in Berlijn voor zoveel verwarring zorgt, heeft Warschau juist nieuw zelfvertrouwen gegeven: zie je wel, wij hadden gelijk toen we waarschuwden voor het Russsiche gevaar. Radosław Sikorski, Tusks minister van Buitenlandse Zaken, onderstreepte het onlangs in Trouw: ‘Jullie zouden er goed aan doen nu naar ons te luisteren.’
Niets verbeeldt het Oost-Europese gelijk beter dan de Nordstream, de rechtstreekse gasleiding van Rusland naar Duitsland. Duitsland en Nederland vonden dat economische samenwerking met Moskou geen kwaad kon. Het zou voor ons decennialang goedkope energie opleveren, en bovendien: wie handelt, voert geen oorlog. Oost-Europeanen waarschuwden voor naïef wishful thinking. Minister Sikorski noemde de pijpleiding indertijd ‘een nieuw Molotov-Ribbentroppact’, een samenwerking gericht tegen Centraal-Europa, zoals ten tijde van Stalin en Hitler. Dankzij de Oostzeeleiding kon Poetin Oost-Europa afknijpen zonder de export van gas naar West-Europa in gevaar te brengen.
De oorlog in Oekraïne bewijst het gelijk van de Polen en de Balten, maar eigenlijk van heel Oost-Europa. Dat sommige landen, zoals Hongarije en Slowakije, feitelijk de kant van Poetin kiezen in het conflict, doet daar niets aan af. Ook zij laten schijnbaar moeiteloos het ideaal varen van een wereld die sterk is dankzij het recht, en voegen zich naar het recht van de sterkste.
Kort na het escaleren van de Oekraïense oorlog explodeerde de Nordstream. De Duitse justitie speurde de daders op: Oekraïense duikers met ondersteuning vanuit Polen. Warschau gaf geen krimp. Integendeel, Tusk berispte ‘alle beschermheren en initiatiefnemers van de Nordstream’: ‘Jullie horen op dit moment maar één ding te doen: excuses aanbieden en je mond houden.’ Hij echode de beruchte uitspraak waarmee de Franse president Jacques Chirac ooit de Oost-Europeanen de mantel uitveegde: ‘Jullie hebben een kans laten liggen om je mond te houden.’ Dat was in 2003, toen de Oostblokkers nog geen lid waren van de EU en tegen de zin van Frankrijk en Duitsland de Amerikanen steunden bij hun aanval op Irak.
Twee decennia later zijn de rollen omgedraaid. Tusk laat geen gelegenheid onbenut om West-Europa – Duitsland voorop – subtiel op de vingers te tikken. ‘Het is niet genoeg als degenen die Polen aanvielen, en de Tweede Wereldoorlog ontketenden, praten over verzoening en het hoofd buigen uit schuldgevoel.’ De Poolse premier zei dit op Westerplatte bij Gdańsk, waar precies tachtig jaar eerder de Duitsers hun aanval op Polen begonnen. ‘Vandaag herhalen we niet: “Nooit meer oorlog.” (…) We moeten nu luid en duidelijk zeggen: “Nooit meer zwakte.” Daarom bouwen wij het modernste leger van Europa, zodat ons vaderland nooit meer gevaar loopt, zodat we nooit meer het leven van onze helden hoeven op te offeren’, aldus de Poolse premier. ‘Zonder helden overleeft geen enkel volk.’
‘Vaderland’, ‘helden’ en wapens: het is een vocabulaire dat West-Europa nog steeds moeilijk over de lippen krijgt. Zo niet de oostflank. Dit jaar geven de oostelijke Navo-lidstaten zeventig miljard euro uit aan wapentuig. Koploper is het 38 miljoen inwoners tellende Polen, dat volgend jaar naar schatting 43 miljard euro aan het leger gaat besteden, oftewel 4,7 procent van het bbp. ‘Polen heeft het grootste leger van Europa’, twitterde de chef van het Nationaal Veiligheidsbureau Jacek Siewiera met louter hoofdletters, toen in juli de jongste Navo-cijfers bekend werden: 216.000 soldaten. Binnen de Navo zijn alleen het Amerikaanse en het Turkse leger omvangrijker. In 2030 moet het aantal Poolse beroepsmilitairen bijna verdubbeld zijn tot een kwart miljoen. Zo ook de territoriale strijdkrachten: tot ruim vijftigduizend. Plus reservisten. En ze krijgen moderne wapens. Het oude materieel van sovjetmakelij gaat naar Oekraïne en wordt vervangen door het nieuwste van het nieuwste. De digitale Poolse zakenkrant Forsal concludeerde triomfantelijk: ‘De oostflank brengt West-Europa in verlegenheid.’
Oost-Europa komt economisch langszij, krijgt militaire spierballen, en heeft mentaal minder moeite met een carnivore wereld. Maar het idee dat West-Europa, waar ze zo tegen opkeken, misschien wel heel naïef is, heeft nog een grond: migratie. Ook hier zijn de Oost-Europeanen van dwarsliggers veranderd in trendsetters.
Want dwarsliggers waren ze. Niet alleen de rechts-populistische regeringen in Warschau en Boedapest, maar ook pro-Europees geachte leiders van de andere voormalige Oostbloklanden weigerden mee te werken aan het gelijkelijk verdelen van immigranten over de hele Unie om zo de zuidelijke lidstaten te ontlasten. Niks geen verdeelsleutel, zei Oost. West reageerde verbolgen, want hadden deze landen niet enorm geprofiteerd van de financiële solidariteit binnen de EU, deels ten koste van Zuid-Europa? En nu weigerden ze zelfs maar een paar duizend mensen uit Afrika en Azië op te nemen uit solidariteit met Griekenland en Italië. Maar de Oost-Europeanen, ongeacht politieke kleur, hielden voet bij stuk. Sindsdien is de stemming ook in West-Europa gekanteld. Onlangs voerde de Duitse – nota bene links-liberale – regering grenscontroles in en verscherpte het asielbeleid. Einde Willkommenskultur. En opnieuw klinkt uit het oosten: zie je wel.
In het oosten sloeg de stemming al veel eerder om. Stond in 2015 – het jaar van ‘Wir schaffen das’ – een meerderheid van de Polen nog open voor asielzoekers, in een recent opinieonderzoek geeft driekwart te kennen geen enkele asielzoeker meer te accepteren. 85 procent vindt het prima als vuurwapens worden ingezet om migranten tegen te gehouden. Bij de laatste verkiezingen wedijverde de partij van Tusk met die van Kaczyński om de gunst van de angstige kiezer. Een verkiezingsspotje van Tusks partij, toen nog in de oppositie, ging als volgt: ‘Het is gebeurd. De [PiS-]regering heeft 250.000 immigranten uit Afrika en Azië uitgenodigd om naar Polen te komen. Dat is meer dan Duitsland of Frankrijk’, zei een dreigende stem terwijl de kijker plaatjes van een doodshoofd en vluchtelingen rondom een kampvuurtje kreeg voorgeschoteld.
Half oktober kondigde Tusk aan dat het recht op asiel wordt opgeschort langs de grens met Belarus. Het grenshek wordt verstevigd, het aantal grensbewakers opgevoerd. De premier beloofde ‘hard en meedogenloos’ op te treden tegen illegale immigratie en het Europese migratiepact aan de kant te schuiven: ‘Wij zullen geen Europese ideeën respecteren of implementeren als we zeker weten dat ze onze veiligheid in gevaar brengen’, aldus Tusk, die waarschuwde voor West-Europese taferelen: ‘We hebben boekdelen met negatieve ervaringen uit westerse landen.’ En ten slotte: ‘Polen wordt mede dankzij onze migratiestrategie, niet alleen de prettigste, maar ook objectief de veiligste plek in Europa.’
Het ‘prettigste’ land van Europa, dankzij pushbacks die niet-Europeanen buiten de deur houden: migranten uit Afrika en Azië worden zonder pardon teruggestuurd naar Belarus zonder de mogelijkheid asiel aan te vragen. Dat dit in strijd is met internationaal, Europees en Pools recht interesseert slechts een kleine groep Gutmenschen met academische titels. Blanke, (post-)christelijke, Slavisch sprekende Oekraïners zijn ondertussen welkom om de gaten in de arbeidsmarkt op te vullen, hoewel ook hier xenofoob gemor begint te klinken. De teleurstelling en verbittering zijn groot onder mensenrechtenactivisten die iedere dag opnieuw proberen niet-Europese migranten te helpen in de bossen en moerassen langs de grens met Belarus. Zij hadden een koerswijziging verwacht, maar Donald Tusk voegt zich naar de stemming in de samenleving. Deels om Kaczyński en andere bedreigingen van de liberale democratie de pas af te snijden, deels uit politiek opportunisme, en misschien omdat hij ook zelf Polen liever zo homogeen mogelijk houdt.
Miljoenen Oost-Europeanen hebben in West-Europa geleefd. Ze komen nu in groten getale terug, niet alleen met een kapitaaltje, maar ook met de overtuiging dat migranten uit Azië en Afrika alleen maar ellende veroorzaken. Onderzoekers zien dit terug in de statistieken. Eurostat stelde dit jaar, zoals ieder jaar, vast dat de Polen nog altijd enthousiast EU-lid zijn, maar registreerde een dissonant: 46 procent van de Polen vindt dat hun land problemen beter aan kan zonder de EU.
Hoe valt dit te rijmen? Volgens onderzoekers van de Europese Raad voor Buitenlandse Zaken (ecfr) heeft deze uiting van zelfvertrouwen vooral betrekking op de migratiekwestie. Oost-Europa is ‘het sterkst anti-migratie, maar ook anti-moslim’, concludeerde de ecfr in een recent rapport. ‘Een etnisch begrip van Europa’ is hier wijdverbreid. En ook op dit punt zijn de Oost-Europeanen niet van plan zich de les te laten lezen door politiek correcte continentgenoten.