quote:
Het fenomeen waarbij mensen hun eigen scheten minder onaangenaam vinden dan die van anderen, heeft te maken met een combinatie van gewenning, psychologische factoren en olfactorische aanpassing.
Gewenning en bekendheid: Mensen zijn gewend aan hun eigen geur, inclusief die van hun scheten. Omdat je jezelf voortdurend ruikt, wordt je lichaam min of meer immuun voor je eigen geur. Deze vertrouwdheid zorgt ervoor dat je je eigen geur als minder storend ervaart.
Olfactorische aanpassing: Dit is een mechanisme waarbij je reukzin zich aanpast aan een constante geur. Als je iets een tijdje blijft ruiken, neemt je brein de geur na verloop van tijd minder sterk waar. Dit gebeurt ook met je eigen scheten: je reukzin past zich snel aan en daarom ruik je ze minder intens.
Psychologische factoren: Mensen hebben de neiging om hun eigen handelingen en lichaam minder negatief te beoordelen. Dit geldt ook voor lichaamsgeuren. Omdat je weet dat de geur van jezelf komt, ervaar je het minder bedreigend of vies dan wanneer het van een ander komt.
Evolutie en overlevingsmechanismen: Sommige onderzoekers suggereren dat er een evolutionair voordeel kan zijn in het minder negatief reageren op je eigen geur, omdat het detecteren van andermans geur belangrijker kan zijn voor het identificeren van potentiėle bedreigingen of ziekte.
Deze factoren samen zorgen ervoor dat je je eigen scheten over het algemeen als minder onaangenaam ervaart dan die van anderen.