FOK!forum / Weer, Klimaat en Natuurrampen / Poolkappen, IJsbergen en Gletsjers #5
Adrie072zaterdag 1 augustus 2020 @ 18:17
In navolging van deel 1 -> WKN / Poolkappen smelten en het 2e deel -> WKN / Poolkappen, IJsbergen en Gletsjers #2 is hier deel 3. Alle informatie en/of nieuwsberichten over (smeltende) poolkappen, land-/zeeijs en/of gletsjers Kan je hier kwijt :) Even wat voorinformatie

Gletsjers

Een gletsjer is een ijsmassa die gevormd wordt op land en dik en groot genoeg is om bergafwaarts te stromen.
Gletsjers, inclusief de Antarctische en Groenlandse ijskap, bedekken circa 15 miljoen km2 aardoppervlak en bevatten 29 miljoen km3 ijs, ongeveer 87% van alle zoetwater op aarde.
Gletsjers oefenen door hun enorme gewicht en sterke slijpende werking grote invloed op het land eronder uit. Een gletsjerdal heeft een U-vormige doorsnede, in tegenstelling tot een rivierdal dat meer V-vormig is.

f1-1.jpg

Waar in de winter meer sneeuw valt dan er afsmelt in de zomer zal deze zich opstapelen. Een gletsjer wordt gevormd als dikke sneeuwlagen door hun eigen gewicht onderaan tot ijs worden verdicht. Dat gaat in fasen. Sneeuw wordt eerst omgezet tot firn, een korrelige ijsmassa die gevormd wordt doordat sneeuwkristallen onder de toenemende druk van de bovenliggende lagen van vorm veranderen en zich herordenen. Onder invloed van sijpelend smeltwater kan dit proces sneller plaatsvinden.

Later, en dus dieper in de gletsjer, vormt firn door de toenemende druk wit gletsjerijs. Tenslotte wordt het verdicht tot blauw gletsjerijs. Het ijs wordt door de enorme druk plastisch en kan onder invloed van de zwaartekracht langzaam bergafwaarts gaan stromen.

Klimatologische voorwaarden voor het ontstaan van gletsjers zijn voldoende neerslag en voldoende lage temperaturen. Deze omstandigheden doen zich voor in hooggebergten en in de poolgebieden.

Aan het eind van de gletsjer vindt afsmelting plaats. Het smeltwater stroomt hier uit de gletsjerpoort en vormt een riviertje.

f2-1.jpg

IJskappen, of soms genoemd Poolkappen

Een ijskap is een koepelvormige, aaneengesloten ijsmassa van grote omvang. Op Aarde bevinden zich twee grote ijskappen, te weten de Groenlandse ijskap en de Antarctische ijskap. Daarnaast bevinden zich op Aarde nog talloze kleinere ijskappen, bijvoorbeeld de VatnajŲkull op IJsland, de HardangerjÝkulen in Noorwegen en de Agassiz-ijskap op Ellesmere Island in Arctisch Canada.

In het Nederlands wordt ook de term poolkap gebezigd. Daarmee wordt de Antarctische ijskap bedoeld, en het meerjarige zeeijs rond de Noordpool. Het laatstgenoemde is echter volgens de definitie geen ijskap.

De huidige opwarming van de aarde zorgt ervoor dat de Groenlandse ijskap in omvang afneemt. Van de Antarctische ijskap is dit minder zeker, omdat een stijging van de temperatuur in het Antarctische gebied ook kan leiden tot meer verdamping van oceaanwater en vervolgens voor meer sneeuwval. Een grootschalige afsmelting van ijskappen door klimaatverandering kan grote gevolgen hebben voor het leefklimaat van mensen overal ter wereld door de stijging van de zeespiegel. Hieronder kan je zien wat er al voor verschil is opgetreden op de NoordPool.

d1-1.gif

d2.gif

Antarctica
Antarctica is een continent rond de Zuidpool van de aarde, omringd door de Indische Oceaan en de Grote Oceaan, die beneden de 60e breedtegraad tegenwoordig worden aangeduid als de Zuidelijke Oceaan (of Antarctische Oceaan). Het land en de zeeŽn om Antarctica worden gezamenlijk aangeduid als Antarctis. Antarctica is de koudste plek op aarde. De laagste temperatuur officieel ooit gemeten was op de Zuidpool: -88įC; (Officieus zelfs -91įC), en het continent is bijna volledig bedekt met ijs. Antarctica mag niet verward worden met de Arctis, de Noordpool, een naam die afkomstig is van het Griekse woord \"arctos\" (beer). Antarctica ligt aan de andere kant (anti-) van de aarde waar het sterrenbeeld Grote Beer niet zichtbaar is.

Antarctica is het vijfde continent qua oppervlakte, na AziŽ, Afrika, Noord-Amerika en Zuid-Amerika. Het is ook het continent met de laagste gemiddelde luchtvochtigheid. Van al het ijs op de wereld ligt 90% op Antarctica. De gemiddelde dikte van de ijskap bedraagt 2200 meter en op het dikste punt is het ijs maar liefst 4776 meter dik. Het meeste ijs is meer dan honderdduizend jaar oud, maar niet heel Antarctica heeft al die tijd onder het ijs gelegen. Een Brits-Zweedse expeditie ontdekte in 1949 dat grote delen van Antarctica, zoals Dronning Maud Land, tot zo\'n 10.000 jaar voor Christus nog vrij waren van ijs.

Er loopt ook een apart topic over Antarctica op Fok! WKN / Antarctica !

f4.png

Pakijs of Zeeijs
Pakijs of zeeijs ontstaat uit bevroren oceaanwater. Omdat de oceanen uit zoutwater bestaan vindt dit plaats bij een temperatuur van ten hoogste -1.8 įC. Een ijsberg is een drijvende ijsmassa afkomstig van een gletsjer of een ijskap en dus geen pakijs.

Pakijs komt voor nabij de polen van de Aarde, en beslaat in de winter een groter gebied dan in de zomer. Rondom Antarctica (aan de zuidpool) komt veel meer pakijs voor dan bij de noordpool. Zuidpoolpakijs is gemiddeld ongeveer ťťn meter dik, in de zomer smelt het grotendeels weer. Het pakijs bij de noordpool smelt in het zomerseizoen minder door de kleinere variatie in temperatuur, waardoor het ijs daar uit meerdere lagen bestaat en drie tot vier meter dik wordt.

f5a-1.gif
Het veranderende gebied waar pakijs voorkomt tijdens het jaar

Ijsbergen
Een ijsberg is een drijvende ijsmassa afkomstig van een gletsjer of een ijskap. IJsbergen worden via de zeestroom vervoerd en kunnen wel een afstand van meer dan 1000 km afleggen alvorens ze gesmolten zijn. Ongeveer 8/9 van deze ijsmassa bevindt zich onder water, waardoor men een vertekend beeld krijgt van de ijsberg of deze veel te laat opmerkt.

Omdat ijs in gewicht 10% lichter is dan water (de dichtheid van ijs is ongeveer 920 kg/m3 en die van zeewater ongeveer 1025 kg/m3), ligt 90% van de berg onder water. Dat betekent niet, dat een ijsberg van 10 meter hoog, tot 90 meter onder water zit, zoals wel wordt beweerd. Van een ijsberg zijn alleen de uitstekende delen boven het water zichtbaar en niet de brede basis die onder water ligt. IJsbergen zijn groot; de meeste hebben een hoogte van 50 meter, maar dat is nog altijd de hoogte van een flat van 20 verdiepingen. Sommige steken meer dan 100 meter boven het water uit, vergelijkbaar met de Utrechtse Domtoren. In de Baffin Baai is ooit een ijsberg van 215 meter hoogte gesignaleerd.

f6-1.jpg

In bergachtige, koude streken schuiven gletsjers ongeveer een meter per dag. Zodra ze de zee bereiken, breken er grote stukken af en dat zijn de ijsbergen. Op het Noordelijk Halfrond worden per jaar zo\'n 12000 ijsbergen gevormd, waarvan er 8000 ontstaan langs de Groenlandse westkust. Een kleine 400 ijsbergen drijven met de koude Labradorstroom zuidwaarts tot bij Newfoundland. Daar zijn ze een gevaar voor de scheepvaart. Vooral de kleinere brokken waarin ijsbergen uiteenvallen zijn gevaarlijk, omdat de radar die niet ziet. Mist die vaak in gebieden met smeltend ijs optreedt maakt het nog gevaarlijker.

Landijs[/u]
Landijs is ijs dat op het land ligt, in tegenstelling tot zeeijs. Landijs dat niet, of slechts voor een heel klein deel, wegdooit in de zomer wordt meestal gletsjer genoemd.

De grootste massa\'s van permanent landijs bevinden zich op Antarctica en Groenland en heten ook wel ijskappen.

De ontwikkeling van het landijs is van groot belang voor de verwachte zeespiegelstijging ten gevolge van het versterkte broeikaseffect. Het water dat vrijkomt door het kleiner worden van de hoeveelheid permanent landijs zal een bijdrage leveren aan de stijging van de zeespiegel. Het zeeijs, zoals het ijs rond de Noordpool, speelt hier geen rol in omdat het immers al drijft op het water, z\'n eigen gewicht aan water verplaatst en zo al dezelfde bijdrage levert aan de hoogte van de zeespiegel dan wanneer het gesmolten zou zijn. Dat betekent dat voor de hoogte van de zeespiegel het smelten van de poolkap in de Arctische zeeŽn geen gevolgen heeft. Het smelten van het landijs van bijvoorbeeld Groenland en Antarctica daarentegen heeft wel gevolgen voor de zeespiegel.

De gemiddelde zeespiegel is in de 20e eeuw gestegen met 0,1 tot 0,2 meter, voornamelijk vanwege opwarming van het zeewater en het smelten van landijs. Wanneer de grote massa landijs op West-Antarctica geheel zou smelten zou de zeespiegel mondiaal zo\'n 6 meter stijgen. Zo\'n grote smelting wordt in de 21e eeuw echter niet waarschijnlijk geacht. De huidige bijdrage van de ijskappen op Groenland en Antarctica is kleiner dan die van kleinere gletsjers. Grote massa\'s landijs reageren namelijk traag en langdurig op klimaatsverandering. De reactietijd (of responstijd) van grote ijskappen is groot: veranderingen in het klimaat werken nog enkele millennia door in het gedrag en omvang van ijskappen.

Gedurende de ijstijden was een groot gedeelte van Noord-Europa, de Alpen en Noord-Amerika met landijs bedekt. Destijds stond de zeespiegel ongeveer 125 meter lager dan tegenwoordig.

[u]De Cryosfeer (Cryosphere)

De cryosfeer zijn de gebieden waar water voorkomt in de vorm van sneeuw, permafrost, pakijs of gletsjers. Pas twee miljard jaar geleden, door afkoeling van de aarde, werd voor het eerst de cryosfeer gevormd.

Seizoen- en klimaatveranderingen leiden tot fluctuaties in de cryosfeer. Grote veranderingen in de cryosfeer leiden tot zeespiegelstijgingen wat weer invloed heeft op het klimaat en de biosfeer. Tegenwoordig is met behulp van satellieten de omvang van de cryosfeer vrij nauwkeurig te bepalen. Tijdens ijstijden neemt de cryosfeer sterk in omvang toe.

Actuele Stand van Zaken op de Noord- en Zuidpool
arctic.seaice.color.000.png
NOORDPOOL

antarctic.seaice.color.000.png
ZUIDPOOL

Overige Links

WikiPedia over IJskappen
WikiPedia over Gletsjers
LiveScience - Antarctica
All About The Cryosphere
De Cryosphere Today
All About Glaciers/Gletsjers
WikiPedia over Antarctica

===========================================================================
Heb je informatie, nieuwsberichten en/of andere nuttige linkjes omtrent de Poolkappen, Gletsjers of Jjsbergen/IJsmassa\'s, alles is welkom hier :Y
Adrie072zaterdag 1 augustus 2020 @ 18:21
Freaked out scientists and gleeful captains of fossil-fuel tankers are now sailing through climate history in the melting polar region.

By Laura Millan Lombrana, Anna Shiryaevskaya, Dina Khrennikova, Olga Tanas, and Mira Rojanasakul

Published: 27 juli 2020 10:00 | Updated: 27 juli 2020 17:44
On a sparkling day in May, the nearly 300-meter-long tanker Christophe de Margerie set sail from the northern Russian port of Sabetta. Crossing the so-called Northern Sea Route in the Arctic waters, in just under three weeks it moored at the Chinese port of Yangkou, unloading its shipment of liquefied natural gas.

That relatively routine journey has now entered the record books: the earliest date a cargo ship took what’s usually an ice-blocked route. It’s yet another sign of how climate change is shrinking the Arctic.

Around the same time the gas reached port, a ship called the Polarstern was also sailing in Arctic waters. But it was loaded with about 100 climate scientists from some 20 countries engaged in an exhaustive, year-long examination of the warming environment. To put it another way, the crew of the scientific ship is trying to understand why the tanker was able to leave so early in the season and what it means for the future of the planet.

The Arctic is rich in natural resources like fossil fuel and already under significant climate stress, warming more than twice as fast as the rest of the planet. The more the Arctic warms and melts, the more humans build industrial infrastructure, mine metals and produce oil and gas–emitting greenhouse gases that accelerate the warming and melting.

The two vessels tell the tale of a tug of war now playing out in Earth’s last frontier. One is looking for clues to climate change, and the other is racing to exploit that change for financial profit. It’s another kind of feedback loop, with ships passing in melting waters.

Unlike other areas of the planet, the Arctic is so inaccessible that there’s very little data to predict with precision how the ice cap will change under rapid warming. Researchers on the Polarstern’s MOSAiC mission—the largest polar expedition in history and the first modern vessel to spend a full winter close to the North Pole—are aiming to fill in the gaps of knowledge.

Scientists are certain that the Arctic ice is disappearing. The shrinking ice cap accelerates warming globally. As Greenland and other Arctic glaciers lose ice, they help raise sea levels, potentially exposing millions of people to flooding. Nearly every dramatic, headline-grabbing effect of climate change, from alarming coastal erosion to intense and frequent fires, is already happening in the Arctic, at a fast pace and at a giant magnitude.

“These individual things are part of a very complex system that’s changing dramatically,” says Guido Grosse, head of the permafrost research unit at the Alfred Wegener Institute, Helmholtz Institute for Polar and Sea Research, or AWI. “Because it is very remote people have a hard time understanding how it might affect our life in more temperate regions. But it will.”

About a third of the size of the Christophe de Margerie gas tanker, the Polarstern is almost like a second home for polar scientists. The ship has been sailing Arctic and Antarctic waters for almost four decades. Spending months on the blue and white research vessel means sharing a tiny cabin with another scientist, sleeping in tight bunk beds and sipping infinite amounts of tea and coffee in the ship’s Red Saloon.

A satellite internet connection allows the researchers to communicate with loved ones on the mainland via Whatsapp. On the long winter days, Agatha Christie-style murder mystery games are organized to kill the hours. Friendships are forged–and broken—and the vessel’s sauna, gym and the small swimming pool become welcomed distractions. With no goals and multiple balls, scientists have invented a special discipline of water polo that only exists on the Polarstern.

The centuries-old quest to establish a northern navigation route that would connect Russia with Asian ports, the one taken by the Christophe de Margerie, helps illustrate the Arctic’s transformation. That route has long been a strategic priority for Russia, which accounts for over half of the total Arctic coastline.

The reason is obvious: The Northern Sea Route, stretching more than 3,000 nautical miles between the Barents Sea and the Bering Strait, provides a shortcut to Pacific ports. Shippers could send oil, gas and metals such as nickel and palladium to Asia more quickly, potentially shaving costs.

So far, Russia’s largest liquefied-gas producer, Novatek PJSC, and the nation’s largest private oil producer, Lukoil PJSC, send their eastbound cargoes via the route during summer.

The issue, of course, is that the Arctic waters are covered with ice nearly round the year, with only a few areas completely ice-free even in summer, a trend that has historically frustrated shippers and explorers alike.

An Englishman named Sir Hugh Willoughby gave the route a shot in 1553. He described “very evil weather” and “terrible whirlwinds” as he attempted to find a northeastern passage. A year later, his diaries were found along with his frozen body and the rest of his crew on the Kola Bay, in a place he named “the heaven of death.”

The first to succeed in crossing was adventurer Adolf Erik Nordenskiold, who spent the winter months of 1878 and 1879 stuck in the ice aboard the Vega before finding his way. In 1932, Polar explorer Otto Schmidt on board Soviet icebreaker Alexander Sibiryakov completed the first ever uninterrupted voyage through the route, taking four summer months.

That got the attention of Soviet leader Joseph Stalin. He created an authority, Glavsevmorput, and charged it with maintaining what is now known as the Northern Sea Route. By the turn of this century, traffic exploded as periods of ice-free conditions grew longer and longer.

Russian scientist Alexander Yulin recalls how only two or three decades ago the summer navigation period in the Russian Arctic lasted just 80 days a year. “Now, it's 120, and most recently even as many as 150 days,” says Yulin, who runs the science lab that prepares ice outlooks for Russia’s state-owned Northern Sea Route Administration.

That may be conservative. A 2014 research paper from Kyoto University estimates that if navigation in the Northern Sea Route is extended to around 225 days per year, it may be economically viable to use the Arctic link during that entire period (with the Suez Canal used the remainder of the year).

These changes will prove a huge boon for Russia, which extracts almost 90% of its natural gas and more than 17% of its oil output from the Arctic zone. The region also contains around nearly all of Russia's platinum and palladium reserves, and accounts for 97% of the nation's nickel production.

Rosatom, the Russian state-owned nuclear corporation in charge of managing the route, is forecasting a big jump in shipments of these products through the Northern Sea Route. The company now navigates it, deploying nuclear icebreakers for nine months of the year. Ice-class vessels such as the Christophe de Margerie don’t need icebreakers in summer, though the early journeys this year did require assistance for part of the route. But Rosatom won’t wait for global warming to run its course. It’s looking at year-round navigation starting in 2025, with help from more powerful icebreakers.

Andrew Dale is a captain on another ice-class liquefied natural gas carrier that sailed the Arctic route this spring. His pictures posted on LinkedIn show calm water, blue skies and even a playful polar bear— nothing like harsh forces that doomed Sir Willoughby. “The salary doesn’t always just go into the bank,” Dale wrote in testament to the beautiful scenery. He also acknowledged that it had been one of the most challenging navigations in his career.

Scientists aboard the Polarstern are trying to better understand the mechanics driving that difference across the centuries. Their vessel sailed into Arctic currents last September, turned the engines off and began drifting toward the North Pole. Their task: to peer into the mass of its ice and snow and measure everything, from its atmosphere to its chemistry and ecosystem. The mission mirrors that of Norwegian explorer and scientist Fridtjof Nansen, who drifted north sailing on a wooden ship 127 years ago.

“Things that we will experience over the next couple of decades are already happening in the Arctic,” says Grosse, the AWI researcher, who, while not onboard this journey, has been to the Arctic dozens of times before on scientific missions.

Most scientific models suggest that the first ice-free Arctic summer could happen around the middle of this century. There are more pessimistic forecasts suggesting total melting of the ice cap in summer could happen before, and optimistic outliers pointing to some time after 2100.

By the end of summer 2019, the Arctic ice cap had shrunk to the second-lowest level since satellite monitoring started in 1979. As of last week, on July 18, it was 26% lower than the historical average for the day. The Arctic is currently on track to record the lowest-ever ice coverage for the whole season. A study released in March estimated that the Arctic and Greenland lost ice during the 2010s at a rate six times greater than in the 1990s. That’s causing ocean levels to increase, leading some Arctic coastlines to lose as much as 50 meters to the sea annually.

It’s a scope and speed of change that doesn’t require scientific skills to observe. “Climate change is obvious,” says Vyacheslav Konoplev, 68, who has spent his life in the Arctic. “The ice is thawing and becoming thinner.” He now works at Russian miner Norilsk Nickel, managing a fleet shipping metal from the miner’s Arctic facilities to the northwestern port of Murmansk.

The Arctic is warming so fast that it has become an accelerator of climate change in the rest of the world. The white surface of the ice cap helps reflect sunlight back into space, effectively cooling the planet. When the ice melts, it’s replaced by ocean, which is dark and absorbs the light, heating up the sea surface.

“This affects oceanic and atmospheric circulation in the northern Atlantic, which has effects in faraway places like New York or Germany,” Grosse says.

The heat is speeding up the thawing of permafrost, the frozen ground that covers much of Russia’s Siberia, Alaska in the U.S. and the Yukon territories in Canada. When permafrost thaws, the organic matter that has been stored there since the ice age releases greenhouse gases such as carbon dioxide and methane into the atmosphere.

Drier ground and high temperatures are also leading to seasonal fires that are starting earlier in the year, lasting longer and burning larger areas of land. Last year’s fire season was the worst in those terms, as well as in the amount of carbon dioxide emitted. This year the seasonal fires started even earlier and have so far released even more carbon dioxide.

Stefanie Arndt, a sea physicist at AWI in Germany, boarded mid-voyage in March as the leader of the ice team. A seasoned scientist, she had been on board the vessel seven times before. Yet this one was different, spending so much time in the ice and so close to the North Pole.

It didn’t start auspiciously. A landing strip built on the ice for emergency evacuations fell apart, trapping the scientists who were supposed to end their shift and return home by plane. But Arndt eventually made it home in June.

“When you compare the extent of the sea ice with previous decades you see that it is decreasing,” she says. Timing the exact moment when the Northern Sea Route will become ice-free is tough. “This decade or the next one,” Arndt says, “but it will come for sure.”

—With assistance from Yuliya Fedorinova

Editor: Larry Reibstein

bron https://www.bloomberg.com/graphics/2020-arctic-sea-ice-crossing/
aloazondag 2 augustus 2020 @ 16:22
Canada raakt 2 ijskappen kwijt

Het is snel gegaan met de St. Patrick Bay-ijskappen, zo vertelt Mark Serreze die de ijskappen in 1982 voor het eerst bezocht. “Toen ik deze ijskappen voor het eerst bezocht, leken het zulke permanente landschapskenmerken. Om vervolgens te zien dat ze in minder dan 40 jaar tijd verdwijnen, is verbazingwekkend.”

In 1959 bestreek de grootste St. Patrick Bay-ijskap nog 7,48 vierkante kilometer. De kleinste St. Patrick Bay-ijskap mat in datzelfde jaar 2.93 vierkante kilometer. In de jaren die volgden, werden de ijskappen echter snel kleiner. En in 2016 besloegen ze nog maar 5 procent van die oorspronkelijke omvang. In 2017 voorspelden onderzoekers – waaronder ook Serreze – dan ook dat de ijskappen binnen vijf jaar zouden verdwijnen. En die voorspelling is deze maand uitgekomen. Want ASTER – ťťn van de instrumenten aan boord van de TERRA-satelliet – onthulde op 14 juli dat beide ijskappen compleet verdwenen zijn.

Lees hier verder
aloazondag 2 augustus 2020 @ 18:24
twitter
aloazondag 2 augustus 2020 @ 18:29
UagOFLs.gif

https://sites.uci.edu/zlabe/arctic-sea-ice-extentconcentration/
Basp1zaterdag 8 augustus 2020 @ 09:45
Canada's last intact Arctic ice shelf has collapsed
Adrie072woensdag 19 augustus 2020 @ 21:25
De wetenschap heeft de ijskap van Groenland nog niet opgegeven

Geplaatst op 19 augustus 2020 door Hans Custers | Een reactie plaatsen

stromende-gletsjer.jpg?w=768&h=433

Een nieuw onderzoek naar het ijsverlies van Groenland leverde de afgelopen dagen nogal wat paniekreacties op. Het bijbehorende persbericht droeg daar ongetwijfeld aan bij, omdat dat spreekt van een “point of no return”. Dat kan de indruk wekken dat het definitieve kantelpunt bereikt zou zijn en dat de hele ijskap van Groenland gedoemd zou zijn om te verdwijnen. Dat is naar alle waarschijnlijkheid nog niet het geval.

Het is een gedetailleerde glaciologische studie naar het ijsverlies van ruim 200 gletsjers die deel uitmaken van de ijskap van Groenland, aan de hand van satellietgegevens en lokale metingen. Er blijkt begin deze eeuw een stapsgewijze versnelling te zijn geweest in de snelheid waarmee het ijs smelt. Ian Howat, een van de onderzoekers, vat het op de site van CNN zo samen:

We’ve passed the point of no return but there’s obviously more to come. (..) Rather than being a single tipping point in which we’ve gone from a happy ice sheet to a rapidly collapsing ice sheet, it’s more of a staircase where we’ve fallen off the first step but there’s many more steps to go down into the pit.

Hoeveel treden er precies zijn en hoe hoog die eerste trede is is nog wel onduidelijk.

De onderstaande afbeelding geeft de resultaten van het onderzoek weer. Een toelichting op de terminologie en informatie uit de grafieken volgt onder de afbeelding.

king_fig1.jpg?w=768&h=671

Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee mechanismes die de krimp of groei van de ijskap bepalen:

Het meteorologische mechanisme, aangeduid als SMB (van surface mass balance). De SMB is het verschil tussen hoeveel verse sneeuw er over het oppervlak van de ijskap valt en hoeveel er verdwijnt door smeltwater dat wegstroomt en sublimatie aan het oppervlak.
Het dynamische mechanisme, aangeduid als D (van discharge). Dit is de hoeveelheid ijs die verdwijnt door het afkalven van ijsbergen en het smelten van onder water gelegen delen van gletsjers door de inwerking van zeewater. Dynamisch ijsverlies ontstaat door het stromen van de gletsjer.
Als de ijskap in evenwicht is wordt het ijsverlies door het dynamische mechanisme aangevuld door het meteorologische mechanisme. Ofwel: D is een negatief getal, SMB is een ongeveer net zo groot positief getal. Met natuurlijk wel een aanzienlijk variatie van jaar tot jaar.

Het onderzoek concentreert zich op het dynamische ijsverlies. Dit is in het bovenste paneel van de afbeelding hierboven weergegeven. De stapsgewijze toename in de periode 1999 – 2007 is duidelijk zichtbaar. In het midden staat het totale ijsverlies. SMB en D zijn weergegeven als anomalieŽn (afwijkingen van het gemiddelde) ten opzichte van de periode 1985 – 1999. Hier is te zien dat er tot eind vorige eeuw nog regelmatig jaren voorkwamen waarin er meer ijs bijkwam dan er verdween, ofwel omdat er veel sneeuw viel, ofwel omdat er weinig smolt door een lage temperatuur, of beide. Inmiddels is de kans op zo’n jaar bijzonder klein geworden. Bij een hogere temperatuur valt er weliswaar meer neerslag, en dus in Groenland meer sneeuw, maar dat weegt niet op tegen wat er extra smelt en afkalft. Onderaan de afbeelding staat het totale ijsverlies en de bijdrage daaraan van de verandering in SMB en D.

Het onderzoek vond een sterk verband tussen het dynamische ijsverlies en de terugtrekking van de gletsjers door de jaren heen. Dit wijst mogelijk op gemeenschappelijke processen die de toename van de ijsstroming kunnen verklaren. Maar een eenvoudige verklaring voor de stapsgewijze toename van de afkalving is er nog niet. Elke gletsjer heeft weer zijn eigen eigenschappen. Er is geen eenvoudige onderliggende oorzaak aan te wijzen waardoor zoveel Groenlandse gletsjers in een periode van nog geen 10 jaar sneller zijn gaan afkalven. Het zou deels toeval kunnen zijn.

Wat zou er nu gebeuren als de opwarming van het klimaat vandaag zou stoppen? De hoeveelheid sneeuw die er op Groenland valt zou dan ongeveer gelijk blijven. De snelheid waarmee het ijs smelt in eerste instantie ook. Maar omdat de ijskap dan krimpt blijft er na verloop van tijd steeds minder ijs over om te smelten of af te kalven. Bovendien zou het afkalven helemaal stoppen als gletsjers die nu in zee eindigen zich terugtrekken op het land. Uiteindelijk zou er daardoor toch een nieuw evenwicht kunnen ontstaan. Al zijn er nog wel de nodige complicaties, waardoor het niet zo eenvoudig is om vast te stellen waar dat evenwicht precies ligt. Als een gletsjer die op de zeebodem rust zich terugtrekt kan de weerstand tegen stroming van het ijs afnemen, waardoor het dynamische ijsverlies toeneemt. Hoogteverschil is ook een factor: wordt het ijs aan de kust dunner en gebeurt dit op hogere delen van de ijskap minder, dan kan het ijs sneller gaan stromen; in het omgekeerde geval vertraag die juist.Maar het dunner worden van hooggelegen delen van de ijskap heeft dan ook weer een ander effect. De temperatuur in de atmosfeer neemt af met de hoogte, dus als de ijskap minder hoog wordt kan de temperatuur aan het oppervlak stijgen, waardoor er meer ijs smelt. Als dat laatste mechanisme in een zichzelf versterkende spiraal terecht zou komen zou het echte kantelpunt van de Groenlandse ijskap zijn bereikt. Er zijn geen aanwijzingen dat dat al het geval is.

Een toelichting van eerste auteur Michalea King op dit onderzoek is hier te vinden.

Onderzoek op smeltende ijskappen is niet ongevaarlijk. Vorige week overleed Konrad Steffen, een Zwitserse glacioloog en veteraan van het onderzoek op Groenland, door een val in een diepe spleet in het ijs. Steffen deed 30 jaar lang onderzoek op Groenland en was een van de eersten die wees op de toename van de snelheid waarmee het ijs daar smelt. Wetenschap is zelden gemakkelijk. Maar de wetenschappers die onder deze barre en gevaarlijke omstandigheden belangrijke resultaten produceren verdienen nog wat meer respect dan de meeste anderen.

Dank aan professor Michiel van den Broeke voor het beantwoorden van vragen over dit onderzoek en het becommentariŽren van het concept van dit blogstuk.

bron https://klimaatveranda.nl(...)-nog-niet-opgegeven/
Rolstoelvandaaldinsdag 25 augustus 2020 @ 08:48
Dat rapport heeft het toch enkel over de gletsjers van Groenland en niet over de gehele Groenlandse ijskap. Het staat als ik me goed herinner zelfs in de titel vermeld.

Het viel me op dat in de media de afgelopen week overal gesproken werd (ook door de er bij gehaalde experts) over de volledige ijskap van Groenland. Dat is toch een groot verschil, niet?
cynicuswoensdag 26 augustus 2020 @ 12:21
quote:
0s.gif Op dinsdag 25 augustus 2020 08:48 schreef Rolstoelvandaal het volgende:
Dat rapport heeft het toch enkel over de gletsjers van Groenland en niet over de gehele Groenlandse ijskap. Het staat als ik me goed herinner zelfs in de titel vermeld.

Het viel me op dat in de media de afgelopen week overal gesproken werd (ook door de er bij gehaalde experts) over de volledige ijskap van Groenland. Dat is toch een groot verschil, niet?
De Volkskrant deed dat ondermeer maar daar werden dan ook twee studies uit Nature aangehaald: ťťntje over satelliet massabalansmetingen van de gehele ijskap en eentje over de sneller stromende gletsjers.
Rolstoelvandaalwoensdag 26 augustus 2020 @ 21:16
quote:
0s.gif Op woensdag 26 augustus 2020 12:21 schreef cynicus het volgende:

[..]

De Volkskrant deed dat ondermeer maar daar werden dan ook twee studies uit Nature aangehaald: ťťntje over satelliet massabalansmetingen van de gehele ijskap en eentje over de sneller stromende gletsjers.
Hier in BelgiŽ werd enkel dat rapport over de gletsjers besproken terwijl men het wel voortduren over de volledige ijskap had.
cynicusdonderdag 27 augustus 2020 @ 10:31
quote:
0s.gif Op woensdag 26 augustus 2020 21:16 schreef Rolstoelvandaal het volgende:

[..]

Hier in BelgiŽ werd enkel dat rapport over de gletsjers besproken terwijl men het wel voortduren over de volledige ijskap had.
Nou geef je telkens geen link, dus kan ik het niet verifieren maar de enige Belgische media die ik ken, HLN, geeft de studie over de versnelling van de Groenlandse gletsjers en diens implicaties voor de massabalans van de Groenlandse ijskap correct weer
Rolstoelvandaaldonderdag 27 augustus 2020 @ 10:45
quote:
0s.gif Op donderdag 27 augustus 2020 10:31 schreef cynicus het volgende:

[..]

Nou geef je telkens geen link, dus kan ik het niet verifieren maar de enige Belgische media die ik ken, HLN, geeft de studie over de versnelling van de Groenlandse gletsjers en diens implicaties voor de massabalans van de Groenlandse ijskap correct weer
Het journaal/nieuws op VRT en VTM en ook in Terzake bijvoorbeeld.
cynicusdonderdag 27 augustus 2020 @ 11:46
Ah, ik denk het probleem te weten. Nieuwsberichtjes op TV waarin Groenland (waarschijnlijk) minder dan een minuut aandacht krijgt. In zo'n korte tijd is het natuurlijk lastig om naar ieders zin genoeg nuance te verwerken terwijl in de geschreven media, zoals de twee voorbeelden die ik gaf, wel ruimte is om de onderzoeksresultaten met voldoende detail uit te leggen.
Adrie072zaterdag 29 augustus 2020 @ 17:18
twitter
Zwoerdwoensdag 9 september 2020 @ 18:20
Het minimum is nabij en 2020 is het eerste jaar dat enigszinds in de buurt kan komen bij het dramatische jaar 2012:

ssmi_ice_ext_small.png
aloavrijdag 11 september 2020 @ 17:55
Zeeijs Noordpool: net geen recordsmelt

Nu we bijna halverwege de septembermaand zijn, loopt ook het smeltseizoen van het zeeijs in het Noordpoolgebied op zijn einde. Er is veel gesmolten, maar een laagterecord wordt het net niet. Het seizoen van 2020 zal als het seizoen met de op een na laagste zeeijsbedekking ooit de geschiedenis in gaan, na het jaar 2012 dat nog altijd het record bezit.
In het nu voorbije seizoen is de smelt van het zeeijs vooral in de julimaand kolossaal geweest. In die maand ging voor in totaal ongeveer 3,8 miljoen vierkante kilometer aan zeeijs verloren, een gebied ruwweg ter grootte van twee keer de Middellandse Zee. Het was een maand waarin er hogedrukgebieden boven het noordpoolgebied lagen. De zon scheen toen veelvuldig, de temperaturen waren hoog en het ijs smolt in hoog tempo weg. De kou die van de Noordpool wegstroomde, had bij ons juist een wisselvallig weerbeeld tot gevolg.

Vanaf augustus minder smelt
Vanaf de augustusmaand ging het smelttempo omlaag. Reden was dat de hogedrukgebieden grotendeels verdwenen en door lagedrukgebieden werden vervangen. Daarmee werd het ook kouder en beef het ijs dat er nog was, beter behouden. Wel kwam het halverwege de maand tot een storm die in vooral het zeeijs op het oostelijke deel van de Arctische Oceaan grote gaten sloeg. Gebroken ijs smelt makkelijker dan massief ijs. Daardoor bleef het tempo er toch in en is ook in september tot nu toe nog flink wat ijs gesmolten.

Inmiddels is er nog ongeveer 3,8 miljoen vierkante kilometer aan zeeijs over, rond 250.000 vierkante kilometer meer dan in het recordjaar 2012. Hoewel ruwweg de komende week nog wat meer ijs kan smelten, is het de verachting dat het laagterecord van 2012 toch niet zal worden gehaald. Op de meeste plaatsen op het ijs vriest het inmiddels ook weer. Belangrijk bij de smelt van het zeeijs zijn het weer (zon of geen zon), de luchttemperatuur, de wind en zeestromingen, die warm zeewater onder het ijs kunnen brengen.

Diepzee ook van belang
Zeeijs smelt niet alleen als een reactie op wat erboven gebeurt, ook de temperaturen van het water onder het zeeijs spelen een belangrijke rol. Daar lijkt zich een nieuwe trend voor te doen. Onderzoekers hebben ontdekt dat de Arctische Oceaan, als gevolg van de afnemende ijsbedekking, steeds meer op de Atlantische Oceaan gaat lijken. Door het in de zomer smeltende ijs staat op het zoute zeewater in het poolgebied een laag zoetwater. Zoetwater heeft een geringere dichtheid dan zoutwater en komt zo bovendrijven.

Behalve lichter is het zoete water ook kouder dan het zoute water eronder. Tot nu toe was die laag met zoetwater ongeveer 150 meter dik. Hij functioneerde mooi als een isolerende laag en beschermde het ijs erboven tegen de invloed van het warmere zoute water eronder. Nu er in de zomer steeds minder zeeijs is (en dus kan smelten) wordt die laag met zoetwater aan de bovenkant van de zeewaterkolom steeds dunner. Op plekken in de Barentszzee is a een afname tot ongeveer 80 meter waargenomen.

IJs komt in winter minder makkelijk terug
Daarmee wordt ook de isolerende werking van de zoetwaterlaag geleidelijk minder. Dit heeft vooral invloed in de herfst en in de winter als de Arctische Oceaan tijdens het donkere winterhalfjaar weer dichtvriest. Al jarenlang lukt dat minder goed en de gebieden die het hele jaar open blijven, worden steeds groter. Dit proces wordt waarschijnlijk in grote mate beÔnvloed door het dunner worden van de zoetwaterlaag op de zeewaterkolom en het makkelijker doordringen van warmte, horend bij het diepere zoute water naar boven.

Behalve in het noordpoolgebied, komt ook op Groenland een einde aan het smeltseizoen. Ook daar smolt bovengemiddeld veel ijs weg, maar was de situatie minder extreem dan vorig jaar. Er waren duidelijke, regionale verschillen. Zo was de smelt aan de zuidwest- en de noordoostkant van de ijskap veel groter dan normaal, terwijl delen van het zuidoosten en noordwesten juist een relatief gematigd seizoen beleefden met iets minder afsmelt van ijs dan normaal. De balans sloeg wel duidelijk naar boven normaal door. Bovenop de ijskap bleef het op een groot deel van de plaatsen de hele zomer vriezen. Ook dit is een verschil met vorig jaar. Toen kwam het ook op de ijskap vrijwel overal tot enkele smeltdagen

https://www.weer.nl/nieuw(...)et-geen-recordsmelt/