quote:
Op maandag 2 maart 2020 00:46 schreef Bluesdude het volgende:[..]
Dat noemen ze nou koloniale arrogantie.
Nederlanders staan er niet bekend 340 jaar geld uit te geven voor een ander volk ver weg en minder te "verdienen" dan is uitgegeven.
Dat verdienen staat tussen haakjes. Naar wens is het te vervangen voor uitzuigen, jatten al dan niet met geweld.
In het begin 20e eeuw...was er een schuldgevoel die de Nederlandse politiek probeerde te hanteren met "de ethische politiek" Er werd wel meer geld uitgegeven aan onderwijs voor Indonesiërs, maar in verhouding was dat vele % minder dan dat men uitgaf aan onderwijs voor Europeanen. Een overheid heeft immers de taak goed onderwijs te organiseren.... dat kun je geen ontwikkelingshulp noemen.
Infrastructuur? De grote postweg van Daendels..... duizenden Indonesische dwangarbeiders kwamen om.
[..]
https://nl.wikipedia.org/wiki/Grote_Postweg
Multatuli [1860] ...aan Nederland...Koning Willem III ......een roofstaat aan de Noordzee......
.....dat spoorwegen bouwt van gestolen geld en tot
betaling de bestolene bedwelmt met
opium, Evangelie en jenever...
Aan U durf ik met vertrouwen te vragen of het
Uw wil is dat daarginds Uw meer dan dertig
millioenen onderdanen worden mishandeld en
uitgezogen in UWEN naam?
-----------
Deze link gaat over Hendrik Colijn, die in de jaren daarvoor in de Atjeh-oorlog een verderfelijke rol heeft gespeeld.
In 1914 schreef Colijn een brochure ter gelegenheid van de opening van het Haagse Vredespaleis(!):
het ordinaire machtsimperialisme was niet langer gerechtvaardigd, het cultuurimperialisme is echter een roeping van een hogere orde
Onder cultuurimperialisme verstond Colijn (en velen waren het hier mee eens) het streven om eigen kennis en macht dienstbaar te maken aan de beschaving van andere volken, die, aan zich zelve overgelaten, ten prooi blijven aan een toestand van wanorde, ongerechtigheid en verregaande onkunde die hen verhinderd de zegeningen der Westerse beschaving te verwerven. Men moet de primitieve volkeren opvoeden tot zoodanigen graad van sociale, politieke en economische ontwikkeling dat zij in staat zijn haar eigen zaken te beheeren met inachtneming van de in beschaafde staten algemeen aanvaarde beginselen. Nederland heeft deze roeping in den Oost-indischen archipel. (maar er komt nog een venijnig staartje bij:) het bezit van het insulair gebiedsdeel is voor het Moederland meer dan een voorrecht, het is een economische levenskwestie (en daar draait het natuurlijk om)
Want eveneens In 1914 ging Colijn in de olie, zoals dat toen heette, hij werd directeur bij de BPM die grote belangen had op Sumatra. Na deze periode was hij financieel onafhankelijk. Tijdgenoten vonden toen al dat hij zich had gecompromiteerd en niet meer als onafhankelijk politicus kon optreden en dan vooral niet over Nederlands Indie.
Colijn was ook de man die de opdracht gaf tot het bombarderen van de Zeven Provincien om zo de muiterij op dit schip de kop in te drukken.
Op de, aldus Colijn, onbeschaamde Kamervragen van den Heer Roestam Effendi:
Wil de Regeering mededelen waarom zij is overgegaan tot het beperken van de vergaderrechten van verschillende politieke vereenigingen in Indonesie en waarom zij een reeks andere maatregelen heeft genomen die verder de vrijheid van drukpers en vergadering voor de Indische bevolking beperken?
Wil de Regeering de redenen meedelen die in de nacht van 1 augustus j.l. geleid hebben tot de arrestatie in Batavia van Ir Soekarno ?
Is de Regeering niet van mening dat door bovengenoemde maatregelen de vrije meningsuiting voor de Indonesische bevolking nog meer wordt onderdrukt?
Staan deze maatregelen in verband met de processen tegen de bemanning van de Zeven Provincien?
Is de Regeering bereid die maatregelen te treffen waardoor onverwijld bovenvermelde repressies worden ongedaan gemaakt?
werd door dezelfde Colijn in zijn funktie van Minister van Kolonien geantwoord:
Omdat de Indische Regeering een en ander nodig acht
Omdat de Indische Regeering een en ander nodig acht
Neen
Onbekend
Neen
Over dit zeer kort aangebonden antwoord van de regering toonde De Tribune zich zeer verontwaardigd:
Op de meest onbenullige vraagjes van burgerlijke kamerleden wordt uitvoerig en volkomen naar den vorm geantwoord, aan een vertegenwoordiger van 50 millioen menschen, die zuchten onder het juk van het Hollandse imperialisme acht Colijn het niet eens nodig een antwoord te geven (............)