Stormloop op Feyenoord
Nog maar een paar maanden geleden stond Feyenoord eindelijk weer op de Coolsingel. De KNVB-beker was de eerste prijs sinds acht jaar. Het zorgde voor een run op seizoenkaarten en shirts. Nu wil Feyenoord verder op de weg naar boven. Afgelopen zondag rolde de bal voor het eerst weer in het stadion.
Niets is sterker dan dat ene woord, klinkt het op de lege Coolsingel. Nou ja, bijna leeg. Het is zondagochtend iets na achten. Het miezert, met uitzicht op erger. Toch schuifelen plukjes mensen door de slapende stad. Een paar zingen er over dat ene woord. Kerkgangers, zou je zo denken. Dat klopt ook wel. Het zijn Kuip-gangers. Feyenoord-gelovigen. Ze hebben vandaag al een tijdje in de agenda staan. Het eerste vakantiegeld is van de rekening gehaald. Want het is zaak het nieuwe shirt zo snel mogelijk te bemachtigen. En dat kan vanaf negen uur in weer een nieuwe Feyenoord-winkel, die hier vlakbij wordt geopend. Daarna kan het shirt aan en volgt de gang naar de eerste mis in De Kuip. Een open training waar iedereen weer zal zingen. Psalmboeken zijn niet nodig, de teksten zijn bekend.
Geloof, hoop en liefde, dat is het devies. De zomer is bij Feyenoord altijd een mooie jaargang, omdat de hoop dan nog prominent aanwezig is. Dat verandert doorgaans ergens in het seizoen als duidelijk wordt dat de titel weer te hoog gegrepen is.
Voorganger Jan Boskamp is vanochtend om zes uur in zijn auto geklommen. Sloot mooi aan op de laatste wedstrijd om de Copa América. Vandaag signeert hij het boek Leven met Feyenoord van André van Kats, die hem het afgelopen seizoen volgde. Hij knipt een lint door en buldert naar de groep wachtenden. ‘Kom erin, jongens!’ Meteen staat er een rij, die als een slang door de winkel slingert tot aan de uitgang toe. De lampen doen hun werk en binnen een paar minuten gutst het zweet van het gezicht van de man die op zijn vierde al met zijn vader naar hét stadion ging.
Jan Boskamp: 'Kom erin, jongens!'
Zijn vader was suppoost. ‘Dan smokkelde hij me naar binnen, zat ik daar uren voor de wedstrijd al zenuwachtig te zijn. Dan haalde ik een kroketje, je moet toch wat.’ Als Feyenoord verloor, kwam de kroket er zomaar weer uit, zo ziek was de kleine Boskamp dan. Later reed hij met Wim Jansen achter op de brommer naar de jeugd, ze haalden samen het eerste elftal. Hij zag net in het jaar dat hij werd verhuurd hoe Feyenoord als eerste Nederlandse club de Europa Cup I won. Sterker nog, hij stond onder het balkon te zingen bij de huldiging. Hij was er zelf bij toen Feyenoord als eerste Nederlandse club de Wereldbeker won. Speelde (even) mee, toen Feyenoord als eerste Nederlandse club de UEFA Cup won. En nog veel later, in 2002, was hij supporter toen Feyenoord als laatste Nederlandse club een Europese beker (UEFA Cup) won. Dus kom bij hem niet aan met andere clubs. Feyenoord was in alles de eerste.
Hoe anders is dat deze eeuw. Ajax, AZ, PSV en FC Twente werden kampioen. Feyenoord niet. Boskamp snakt naar de titel, net als al zijn lotgenoten. Tegenwoordig is hij weer vaak te vinden op Varkenoord, waar hij samen met zijn oude maatje Wim Jansen de wortels van de club liefdevol verzorgt. Als Feyenoord, zoals afgelopen seizoen, de beker wint, dan heeft hij die ook gewonnen. Verliest Feyenoord zeven keer op rij, dan is hij de verpersoonlijking van honderdduizenden die lijden. Je moet wel gelovig zijn, om de hoop en liefde stand te laten houden.
We lezen de eerste zin in het boek:
‘Een leven met Feyenoord is een mooi leven.’
Fred Blankemeijer
Boskamp grijnst. Ome Fred kan het mooi verteld hebben. Ome Fred haalde hem levens geleden naar Feyenoord. Maar die wist ook wel beter. ‘Veertig jaar misère. Dat is het. Wanneer zijn we voor het laatst een keer kampioen geworden?’ Uit de wachtende rij klinkt het meerstemmig 1999. ‘Onder Leo’, voegt iemand toe. Twee jaar na de laatste Elfstedentocht. En waar in december de rayonhoofden zenuwachtig worden, gebeurt dat in Rotterdam-Zuid doorgaans in de zomer. Statistisch gezien is de kans op een Elfstedentocht (anno 1909, vijftien keer verreden) iets groter dan die op een titel van Feyenoord (anno 1908, veertien keer kampioen).
Boskamp weet het ook, net zoals hij weet dat met een nieuw stadion het gat pas echt gedicht zal worden. En toch blijft hij hopen. ‘Het zal toch nog wel een keer gebeuren voor ik naar de warme bakker ga? Daarna mag het voor mij afgelopen zijn.’ De colbert is intussen uit en de brede rug kleddernat. Het uurtje signeren loopt volledig uit de hand. ‘Prachtig man. Dit is toch werelds. Die gasten stonden om acht uur al voor de deur, waar open je nou een winkel op zondagochtend en lopen ze je dan bijna onder de voet? Dat kan echt alleen maar hier.’
‘Het zal toch nog wel een keer gebeuren voor ik naar de warme bakker ga? Daarna mag het voor mij afgelopen zijn’
Jan Boskamp
Naast hem staat een glunderende Alex van Mook, manager merchandising bij de club. Schitterend is het, die stormloop op Feyenoord. Op zijn camera laat hij kiekjes van een paar kilometer verderop zien. Ook daar staan rijen voor de winkel. ‘Wij verkopen vandaag meer dan bijna alle andere clubs in de Eredivisie in een jaar. Deze club leeft zo gigantisch.’
Het Kuijt-effect zorgde vorig jaar al voor een run op seizoenkaarten. Na het winnen van de KNVB-beker is dat alleen maar erger geworden. De teller staat al op 32 duizend. Nog nooit zat het zo vol in De Kuip als vorig jaar. Oefenwedstrijden, bekerduels en competitiewedstrijden waren allemaal stijf uitverkocht. Vooral de bekercampagne leverde zoveel extra geld op dat het de gemiste Europese inkomsten goedmaakte. Ook dit seizoen speelt de Stadionclub iedere wedstrijd voor een vol huis. De club kiest er bewust voor niet alle stoelen te vergeven aan seizoenkaarthouders om zo ook nieuwe en jonge fans de kans te geven de club te bezoeken. Iets wat alleen thuis kan, want ook bij uitwedstrijden zijn alle vakken in Nederland te klein voor de aanvragen uit Rotterdam. Geen club trekt zo veel mensen op verplaatsing als de Stadionclub. Feyenoord is een ongekroonde koning.
Captain Dirk Kuijt voert zijn manschappen aan. Captain Dirk Kuijt voert zijn manschappen aan.
Het is intussen al dik na elven, tijd om naar het stadion te gaan. Boskamp wordt via de achterdeur in veiligheid gebracht. Wat weet hij eigenlijk van de enige grote aankoop tot nog toe, Nicolai Jørgensen? De Deense spits van dik drie miljoen euro, die nooit meer dan vijftien keer scoorde en voor liefst vijf jaar is vastgelegd. ‘Ik heb Morten Olsen even gebeld, hij heeft hem bij de Deense selectie gehaald. Sterke, snelle jongen, hij ziet het wel zitten met hem. Ik heb zelf ook op YouTube gekeken, die goals in Denemarken waren niet altijd even moeilijk, maar hij heeft Europees ook wel wat laten zien. Maar weet je, het moet ook passen. Die jongens van Vitesse vorig jaar, die speelden bij Bosz een veel beter positiespel. Hier kregen ze het ineens moeilijk. Maar waar ik nou weer niets van begrijp? Dat ze Jari Schuurman hebben uitgeleend, daar kan ik met mijn pet niet bij. Ik zweer het je, die legt er gewoon vijftien per jaar in vanaf het middenveld. Kuijt kan hem helpen, misschien na een uurtje wisselen en anders spelen Vilhena en Kuijt maar in zijn dienst. Ik zou liever zien dat ze onze eigen gasten meer kans zouden geven.’ Zodra Boskamp over Schuurman begint, is het tijd een veilig heenkomen te zoeken.
Al foeterend stapt hij zijn auto in. We grinniken. Feyenoorders kankeren de hele dag op hun club, maar oh wee als een ander het doet. We moeten de Maas weer over. De stad is deze eeuw in razend tempo uitgegroeid tot een soort Manhattan aan de Maas. Al op de Erasmusbrug zijn plukken rood en wit in de tram te zien, net als op de fietspaden en de voetpaden groepjes, stelletjes, gezinnetjes. De imposante skyline heeft de gigantische Kuip als het ware doen krimpen. Maar daar zien we de befaamde lichtmasten dan toch. De oude Kuip staat als een Colosseum in het nieuwe landschap. Het grootste openluchtmuseum van Nederland. Ontroerend oud. En ontoereikend voor de ambities van de volksclub. Ronald Koeman zei het drie jaar geleden al. Structurele aansluiting is onmogelijk zonder een hogere begroting. Geen munten, geen punten.
Alle rekenmeesters zijn het er wel over eens dat Feyenoord met een nieuw onderkomen jaarlijks om de titel gaat meedoen. Wat er gebeurt als je te lang wacht, valt in Antwerpen te aanschouwen waar de plaatselijke FC intussen in de tweede divisie speelt in de vervallen Bosuil. Zo ver zal het hier niet komen. Maar het is wel tijd voor daden in plaats van woorden.
De batterijen van Duracell Dirk waren nog nooit zo opgeladen. Dat belooft wat
Koning Kuijt staat de pers te woord. Vijf weken vakantie heeft hij gehad. De batterijen van Duracell Dirk waren nog nooit zo opgeladen. Dat belooft wat. Hij kwam voor prijzen en hield zijn belofte. Reken maar dat hij dit jaar méér wil. Ook Giovanni van Bronckhorst oogt uitgerust na zijn eerste seizoen. Hij heeft zijn selectie zowaar al bijna rond. ‘Het begint alweer te kriebelen. We hebben weinig spelers hoeven laten gaan, dat was de afgelopen jaren wel anders. We willen de sprong naar boven maken. Natuurlijk kan dat. Alleen zal er dan wel de focus moeten zijn die we ook in de beker hadden.’
Zijn naam schalt al door het stadion. De Noordzijde van het stadion is goed gevuld. Zo’n negenduizend fans staan alweer op hun stoeltjes. Kuijt wordt uiteraard als eerste toegezongen, daarna klinkt het Oe A Elia. De vleugelspeler heeft zich snel in de harten van de fans gespeeld. Beide mannen speelden nog een WK-finale met hun huidige trainer en wilden zilverwerk naar De Kuip brengen. En ze hielden woord. De KNVB-beker is de eerste prijs in acht jaar. Op 31 juli kan daar nog de Johan Cruijff Schaal aan worden toegevoegd. Twee prijzen in één jaar. Hoelang is dat geleden?
In Gio we trust is het credo bij de achterban. Kind van de club, hij was in 1981 pas zes toen hij Feyenoorder werd. Zelfs na zeven nederlagen op rij kreeg hij geen zakdoekjes. Hij bleef de rust zelve en kantelde met hulp van Dick Advocaat het seizoen alsnog in positieve zin. Hij ziet veel aanknopingspunten voor een vervolg. De inconsistentie moet eruit en het gros van de aankopen van vorig seizoen moet beter kunnen. Met het onverwachte bijtekenen van Vilhena, de komst van Nicolai Jørgensen en de terugkeer van Lucas Woudenberg is de concurrentie alleen maar groter geworden. En dat is precies wat hij wil. ‘Concurrentie maakt je scherp.’
Nicolai Jørgensen heeft maar één klein probleempje en dat is een beetje hoogtevrees
Jørgensen heeft net zijn eerste nacht in zijn nieuwe appartement doorgebracht en lepelt meteen een paar ballen binnen. Hij omschrijft zichzelf als een easy guy en verwacht snel te wennen aan een 4-3-3-systeem. Hij heeft in ieder geval het shirt met nummer 9 al gekregen. Zenuwachtig is hij niet. De Deen heeft maar één klein probleempje en dat is een beetje hoogtevrees. Zal je altijd zien dat je nieuwe club de aankopen per helikopter presenteert. Vilhena heeft nummer 10, de Deen nummer 9. Dat zegt volgens Van Bronckhorst niet zo veel. ‘Tonny droomt al zijn hele leven om met dat nummer in De Kuip te spelen, het kwam beschikbaar, dus dan mag hij het nu dragen. Ik ben blij dat hij bij ons blijft. Nummer 9 betekent helemaal niet dat Kramer weggaat. Michiel heeft het uitstekend gedaan. Zeker in de beker en de eindfase van de competitie. Hij heeft zich ontwikkeld en is een optie voor de spitspositie, maar ik wil dubbele bezetting. Kazim is weg, Achahbar is weg. Dan moet er wel wat bij. Bas Dost was niet haalbaar. Deze jongen moet met zijn kwaliteiten moeiteloos in ons systeem kunnen spelen.’
Wie wordt de spits van Feyenoord: Nicolai Jørgensen of Michiel Kramer?
In een zee van fonkelnieuwe shirts verlaten we De Kuip. Thuis lezen we het boek in één ruk uit. We grinniken als we de passage van precies een jaar geleden lezen, als Boskamp hoopvol naar de eerste oefenwedstrijd tegen Southampton gaat en na negentig minuten vloekend op de wc staat met beide handen tegen de muur. ‘Echt, ik zweer het je, we worden weer geen kampioen.’
De mogelijkheden
De selectie blijft zo goed als intact. Achterin en op het middenveld zijn er veel en goede opties. Voorin is het nog wat dun. Giovanni van Bronckhorst wil ook komend seizoen verder met een 4-3-3-formatie. Met de nieuwe spits Jørgensen als balvaste kapstok moet de rest van het team makkelijker aan het voetballen komen. Feyenoord is nog op zoek naar een aanvaller die, als het even kan, op beide vleugels kan acteren.
![fbd1c5af-5e8a-4398-ab07-9aa6192d3b18_actueel-mogelijkheden_580x476.jpg]()
VI