abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
pi_138755516
quote:
0s.gif Op dinsdag 8 april 2014 10:18 schreef ATuin-hek het volgende:

[..]

Zelfs Haushofer is er bij :)
Op een anti deSitter achtergrond kunnen tachyonen zelfs stabiel zijn :Y
pi_138801007
quote:
1s.gif Op vrijdag 11 april 2014 09:57 schreef Haushofer het volgende:

[..]

Op een anti deSitter achtergrond kunnen tachyonen zelfs stabiel zijn :Y
Tachyonen bestaan in driedimensionale tijd en eendimensionale ruimte. Hoe is dat verenigbaar met driedimensionale ruimte en eendimensionale tijd?
pi_138818588
quote:
0s.gif Op zaterdag 12 april 2014 18:57 schreef superdrufus het volgende:

[..]

Tachyonen bestaan in driedimensionale tijd en eendimensionale ruimte. Hoe is dat verenigbaar met driedimensionale ruimte en eendimensionale tijd?
Ik weet niet precies wat je bedoelt :) Tachyonen worden normaliter gewoon in dat laatste gedefinieerd zover ik weet.
  zondag 13 april 2014 @ 13:37:38 #254
381953 NaturalScience
The delusion that we have.....
pi_138823727
Heeft TS inmiddels al een ban? Want die waardeloze topics en trollgedrag van hem beginnen me een beetje te irriteren...
pi_138900200
Ik heb in de afgelopen jaren vaker artikels geplaatst waar Einstein's theorieën worden getest en bewezen.
Een paar artikel uit voorgaande jaren:

quote:
0s.gif Op maandag 24 oktober 2011 08:58 schreef ExperimentalFrentalMental het volgende:
19-10-2011

Einsteins examens

Einsteins absolute lichtsnelheid ligt sinds vorige maand onder vuur maar er lijken nog geen serieuze barsten in zijn werk te zitten. De speciale en algemene relativiteitstheorie uit 1905 en 1916 zijn inmiddels gangbare modellen en staan in het hart van de moderne natuurkunde. Einstein is de afgelopen honderd jaar al verschillende keren op examen gegaan. Een aantal toetsen der kritiek die hij wél heeft doorstaan.

De eerste ‘test’ die de relativiteitstheorie onderging was een astronomisch probleem uit de negentiende eeuw. In 1859 publiceerde de Franse wiskunde Urbain Le Verrier een boek waarin hij stelde dat Mercurius niet deed wat hij volgens de wetten van de klassieke mechanica zou moeten doen. Namelijk in een keurige ellips om de zon draaien. Le Verrier had de tijdstippen van de Mercuriusovergangen – wanneer de planeet voor de zon langs beweegt – van de voorgaande 150 jaar bestudeerd en zag dat de overgangen zich steeds net iets sneller begonnen dan verwacht.

Een deel van deze afwijking kon nog wel verklaard worden door zwaartekrachtsverstoringen van de andere planeten, die ook voorspeld worden door de oude wetten van Newton en Kepler. Maar het probleem was een kleine afwijking van zo’n honderdste van een graad per eeuw tussen de berekende en waargenomen planeetbeweging. Astronomen stonden voor een raadsel.

De wetten van Kepler zeggen dat planeten in een ellipsvorm rondom hun ster draaien. Maar door de zwaartekracht van andere planeten draait deze ellips zelf ook. Dit wordt precessie genoemd. Afbeelding: © Wikimedia/WillowW

Er werden een aantal oplossingen bedacht, inclusief het bestaan van een extra planeet dichtbij de zon. Die werd echter niet gevonden. En andere oplossingen leverden theoretische problemen op.
Toen Einstein op de proppen kwam met zijn relativiteitstheorie had hij echter wél een oplossing voor het inmiddels 50 jaar oude probleem. Hij zei dat de ruimtetijd rond de zon zo wordt vervormd dat er een afwijking ontstaat van de klassieke wetten. En hoe sterker het zwaartekrachtveld, des te sterker deze afwijking. Bovendien kon Einstein in zijn publicaties de afwijking precies berekenen. En daarmee leverde hij het eerste bewijs voor zijn theorie.

De zon buigt licht
Einsteins relativiteit voorspelt dat licht door zwaartekracht wordt beïnvloed. Dat was echter al langer bekend. De wetten van Newton voorspelden namelijk ook dat licht zou buigen onder invloed van de zwaartekracht. Alleen, Einstein stelde dat deze buiging twee keer zo sterk moest zijn.
Eind jaren ’10 van de vorige eeuw, toen er nog veel wetenschappers twijfels hadden bij Einsteins nieuwe theorie, probeerde de Engelsman Sir Arthur Eddington te achterhalen wie er in deze kwestie gelijk had, Newton of Einstein.

Bij een zonsverduistering staat de maan precies tussen den zon en aarde, waardoor de zon op een bepaalde plek op aarde niet meer te zien is. Meestal zijn er zo’n twee van deze verduisteringen per jaar.

Hij had het perfecte experiment in gedachten. En daarvoor had hij maar één kans die hij zou grijpen op 29 mei 1919. Wat hij nodig had was namelijk een zonsverduistering; als de maan voor de zon schuift en haar zo volledig verduistert. Het idee van het experiment was dat de zon genoeg massa heeft om sterlicht van achter de zon meetbaar te kunnen buigen. Wanneer de ster voor een veel verder object schuift zal dat object nét voordat hij achter de zon verdwijnt een klein beetje verschuiven.

Eddington moest dus net naast de zon naar de sterrenhemel kijken. Wat normaal gesproken onmogelijk is vanwege het verblindende licht van onze ster. Vandaar dat Eddington een zonsverduistering nodig had.

In het experiment wilde hij de zwaartekrachtsbuiging waarnemen bij sterren uit het heldere Hyaden-stelsel. De zon zou tijdens de verduistering zo dicht langs de Hyaden schuiven dat er volgens Einstein een verschuiving zou moeten plaatsvinden van zo’n 1,75 boogseconden. Newtons aloude wetten voorspelde de helft van die buiging.

Door de grote zwaartekracht van de zon wordt licht dat er net langs reist afgebogen. Dit effect is te meten tijdens een zonsverduistering. Afbeelding: © UnMuseum.org/Lee Krystek

Er werden twee teams van wetenschappers samengesteld om de eclips op twee verschillende plekken in de wereld te volgens. Een in Sobral, Brazilië, de ander in Príncipe, West-Afrika.

Uiteindelijk kwam Eddington terug in Londen en berekende wat de verschuiving was geweest. In Sobral was er een verschuiving geweest van bijna 2 boogseconden. In Príncipe kwam hij op 1,6 boogseconden uit. Ondanks een onzekerheid in de metingen concludeerde Eddington dat er maar één theorie de correcte kon zijn: de relativiteitstheorie van Einstein. Op 6 november 1919 publiceerde Eddington zijn resultaten en dat was voor velen hét bewijs dat Einstein op het goede spoor zat. Het haalde de voorpagina’s van de kranten over de hele wereld. Einstein was plots wereldberoemd.

Tijddilatatie
Een van de implicaties van wat Einstein publiceerde in 1905 is dat wanneer een persoon snel door de ruimte reist, de tijd voor dat voorwerp langzamer zal gaan. Dus wanneer je een klok meeneemt zal hij langzamer gaan tikken. Niet dat je daar als waarnemer iets van merkt, want jij zal zelf ook ‘langzamer’ waarnemen.

Op snelheden die wij hier op aarde bereiken is er nauwelijks sprake van deze tijddilatatie. Slechts wanneer je snelheid in de buurt van de lichtsnelheid begint te komen, wordt de tijdrek merkbaar.
Bedenk maar eens wat voor bizarre consequenties dit heeft. Een voorbeeld: Een astronaut die met 90 procent van de lichtsnelheid naar bijvoorbeeld Proxima Centauri zou reizen, doet daar in zijn eigen ervaring bijna 4,7 jaar over (de afstand tot die ster is 4,2 lichtjaar). Als hij bij aankomst meteen weer terugkeert zal bij binnen pakweg negen jaar na vertrek weer voet op aarde zetten, althans dat zegt zijn boordcomputer. Tot zijn grote verbazing is er op aarde ruim 21 jaar verstreken. Zijn tweelingbroer is ruim tien jaar ouder dan hijzelf!

Einsteins algemene relativiteitstheorie zegt dat wanneer je sneller reist, de tijd relatief steeds langzamer zal lopen. De grafiek laat de tijddilatatie ten opzichte van een stilstaande persoon zien. Reis je bijvoorbeeld met 85 procent van de lichtsnelheid, dan gaat de tijd twee keer zo langzaam. In de buurt van de lichtsnelheid staat de tijd bijna stil. Afbeelding: © Wikimedia/Alexander Preuss

Ik ga op vakantie en neem mee… een atoomklok!
In 1971 besloten de Amerikaanse wetenschappers Joseph Hafele en Richard Keatin Einstein op dit punt op de proef te stellen. Niet door naar Proxima Centauri te vliegen maar door simpelweg het vliegtuig te nemen. Het idee was dat als ze tweemaal rond de aarde zouden vliegen met commerciële vluchten er een meetbare tijddilatatie zou zijn ontstaan. Om dit te kunnen meten namen ze vier atoomklokken mee. Daarnaast lieten ze ook een atoomklok thuis in Washington.

Joseph Hafele en Richard Keating stappen in 1971 op het vliegtuig met hun vier atoomklokken. Afbeelding: © electricalfun.com

Op 4 oktober 1971 om 19:30u vertrok de eerste lading atoomklokken. Ze gingen oostwaarts, met de draaiing van de aarde mee. De dubbele wereldreis duurde iets meer dan 65 uur, waarvan ruim 41 uur lijnvluchten werd doorgebracht.
Ruim een week later, op 13 oktober, werd dezelfde lading klokken westwaarts gestuurd. Op een reis van ruim 80 uur, tweemaal rond de planeet.
Bij terugkomst in Washington vergeleken ze hun atoomklokken met klokken die op de grond waren achtergebleven. En wat bleek? De klokken die naar het oosten waren gereisd liepen gemiddeld 59 nanoseconden achter! Oftewel 59 miljardsten van een seconden. De klokken die naar het westen waren gegaan liepen 273 nanoseconden voor.

Waarom kan tijd sneller gaan?
De relativiteitstheorie stelt dat de tijd langzamer gaat wanneer je sneller beweegt. Nu lijkt dat tegenstrijdig met het experiment van Hafele en Keating waarin hun klokken op één van de reizen juist tijd wonnen. Hoe zit dat?
Het punt is dat als wij ‘stilstaan’ op aarde ook bewegen. Bedenk dat als je in je strandstoel ligt in Equador (op de evenaar), je alleen al door de draaiing van de aarde een snelheid hebt van zo’n 1670 km/h!
Een vliegtuig dat richting het westen gaat, vliegt precies tegen deze aardse draaiing in. Omdat iemand in dat vliegtuig daarom een lagere snelheid heeft dan iedereen op de grond, gaat zijn tijd volgens Einstein juist sneller.
Hafele en Keating berekende hoeveel tijd ze volgens de relativeitstheorie zouden moeten hebben gewonnen of verloren en tot hun grote vreugde kwam het overeen met het tijdsverschil van hun reizende atoomklokken.

Hafele en Keating probeerden hun eigen resultaten vervolgens ook te ontkrachten. Ze gingen na of hun atoomklokken misschien op andere manier waren beïnvloed. In hun artikel staat te lezen dat druk en temperatuur geen systematische fout produceren in de atoomklokken, de klokken extreem goed bestand zijn tegen acceleratie en ze driedubbel afgeschermd waren tegen kosmische straling.
De twee Amerikanen wisten het zeker. De verloren en gewonnen nanoseconden waren afkomstig uit relativistische effecten. En Einstein was niet van zijn troon gestoten.

Ondertussen is tijddilatatie ook aangetoond in deeltjes die razendsnel rondjes maken in deeltjesversnellers op aarde.

Laatste examen
De laatste bevestiging van de theorie van Einstein kwam vorige maand uit Denemarken. Van wetenschappers van het Dark Cosmology Centre binnen het Niels Bohr-instituut van de Universiteit van Kopenhagen. Ze presenteerden hun resultaten in het blad Nature.

De algemene relativiteitstheorie is Einsteins model voor zwaartekracht en stelt dat licht niet alleen gebogen wordt door deze kracht, maar ook op een andere manier wordt beïnvloed. Gaat licht namelijk vanuit een omgeving met een grote zwaartekracht naar een laag zwaartekrachtveld, dan wordt de golflengte langer. Het licht zal daarom in het zichtbare spectrum ‘dichter bij het rood’ komen te liggen. Daarom wordt van een gravitationele roodverschuiving gesproken.

Sterrenstelsels zijn vaak gebundeld in clusters, die wel duizenden stelsels kunnen bevatten. Elk puntje hier is een sterrenstelsel. Afbeelding: © Hubble Space Telescope

De Denen hebben deze roodverschuiving gemeten van extreem verre clusters van sterrenstelsels. En vooral naar het verschil tussen de roodverschuiving van stelsels in het midden en aan de rand van zo’n cluster.

De redenering is dat het licht afkomstig van het midden van het cluster, door de zwaartekracht van het cluster verder naar het rood verschoven is dan het licht van de rand van het cluster.
Ze namen 7800 clusters onder de loep. En inderdaad, de binnenste stelsels waren roder dan de buitenste. De wetenschappers schrijven dat de algemene relativiteitstheorie van Einstein nu eindelijk voor het eerst op kosmische schaal is getest. En daarmee is Einstein dus alweer geslaagd.

Bronnen
Sneller-dan-het-licht-deeltjes gevonden? – Kennislink.nl
F. Dyson, A. Eddington en C. Davidson, A Determination of the Deflection of Light by the Sun’s Gravitational Field, from Observations Made at the Total Eclipse of May 29, 1919, Philosophical Transactions of the Royal Society A, 1920
J. Hafele en R. Keating, Aroud-the-World Atomic Clocks: Observed Relativitsic Time Gains, Science, 1972
‘May 29, 1919: A Major Eclipse, Relatively Speaking’ – Wired.com
R. Wojtak, S. Hansen, J. Hjorth, Gravitational redshift of galaxies in clusters as predicted by general relativity, Nature, 2011

(Kennislink)
quote:
0s.gif Op donderdag 18 februari 2010 08:33 schreef ExperimentalFrentalMental het volgende:
17-02-2010

Relativiteitstheorie bevestigd met 10.000 keer grotere precisie

[ afbeelding ]
Een wassen beeld van Albert Einstein in het museum van Madame Tussauds in Berlijn.

Een nieuwe studie heeft met een 10.000 keer grotere precisie bewezen dat Albert Einstein gelijk had over de relativiteit van tijd en ruimte, staat in het jongste nummer van het vakblad Nature. De bevestiging is van belang voor satellietnavigatiesystemen.

Zwaartekracht vervormt de tijd, beweerde Einstein in 1915. Experimenten in vliegtuigen en raketten hebben inderdaad al bewezen dat onder invloed van versnelling door zwaartekracht een horloge trager begint te tikken dan een toestel dat op Aarde blijft. In 1976 liet een experiment van de NASA toe dit effect preciezer te berekenen.

Cesiumatomen
Holger Müller van de Universiteit van Californië in Berkeley deed nu een nieuwe proef, met name op cesiumatomen die 0,3 seconden vast kwamen te zitten door koude lasers. Er was een tijdsverschil tussen een atoom dat onder invloed van de zwaartekracht een duik van 0,1 mm had gemaakt, en tussen een atoom in rust. Het verschil bedroeg een tiende van een miljardste van een miljardste van een miljardste seconde, of een getal van 28 nullen voor het cijfer 1. Anders gezegd: indien de val van het atoom 14 miljard jaar had geduurd in plaats van 0,3 seconden, zou het tijdsverschil 0,01 seconden zijn geweest.

Belang
De nieuwe bevindingen zijn van belang voor satellietnavigatiesystemen die sowieso ultraprecieze (atoom)klokken vergen. Wanneer hun baan met een meter verlaagt, vermindert dit lichtjes hun precisie. Een grotere afstand tot de Aarde beperkt immers het effect van de zwaartekracht. (belga/sam)

(HLN)
quote:
0s.gif Op zaterdag 9 juni 2012 09:30 schreef ExperimentalFrentalMental het volgende:
08-06-012

Einstein had toch gelijk, zeggen de neutrino-onderzoekers nu

[ afbeelding ]

Het team wetenschappers dat vorig jaar neutrino's sneller dan het licht had zien reizen, heeft vandaag toegegeven dat Albert Einstein gelijk had en dat zijn algemene relativiteitstheorie ook opgaat voor deze elementaire deeltjes.

In september 2011 had een aan het Europese Centrum voor Deeltjesonderzoek CERN verbonden team opschudding veroorzaakt door te zeggen dat volgens het Opera-experiment neutrino's sneller dan het licht reizen. De deeltjes legden de 730 km tussen het CERN en een lab in het Italiaanse Gran Sasso 60 nanoseconden (of met bijna 20 meter) sneller af dan het licht.

Verificatie
De bevinding ging in tegen de relativiteitstheorie van Einstein die in 1905 stelde dat niets sneller was dan het licht. Menige wetenschapper twijfelde aan het resultaat, waarop het team ter verificatie weer aan het werk toog.

Falende verbinding
Op een wetenschappelijke conferentie in het Japanse Kyoto heeft het team vandaag gezegd dat het er naast zat en dat het resultaat niet klopte. Oorzaak is een falende verbinding tussen een gps en een computer voor de meting. Daardoor was 74 nanoseconden minder nodig voor de afstand. Ook het hogeprecisie-uurwerk faalde lichtjes, door dan weer 15 nanoseconden toe te voegen. Eenmaal daaraan verholpen bleken de neutrino's een snelheid te ontwikkelen die "coherent" was met de theorie van Einstein.

Dinsdag is de Italiaanse coördinator van het Opera-experiment opgestapt. De Italiaanse krant Corriere della Serra had Antonio Ereditato de "flopnatuurkundige" genoemd.

(HLN)
quote:
0s.gif Op maandag 15 maart 2010 08:37 schreef ExperimentalFrentalMental het volgende:
13-03-2010

Einstein krijgt alweer gelijk, nu vanuit heel ver weg in de kosmos

[ afbeelding ]
Albert Einstein. (Foto AP)

Het wordt saai. Ook de laatste test geeft Einstein gelijk: zijn algemene relativiteitstheorie klopt alweer met de resultaten (Nature, 11 maart 2010).

[ afbeelding ]
Stukje hemelkaart van de Sloan Digital Sky Survey.
M. Blanton en SDSS

Wat het toch spannend maakt: de test strekt zich uit tot op een derde van het zichtbare heelal. Precisietests van Einsteins werk speelden zich tot nu toe vooral af in het zonnestelsel.

Reina Reyes van Princeton University en haar collega’s gebruikten de Sloan Digital Sky Survey. Die heeft van 70.000 sterrenstelsels de positie, de relatieve snelheid en de (waargenomen) vorm vastgelegd.

Door de gegevens doordacht te combineren kon het team toetsen of de werkelijkheid op kosmische schaal afwijkt van de voorspellingen van de relativiteitstheorie. Daarnaast verifieerden zij alternatieve zwaartekrachtstheorieën.

Een groot probleem in de kosmologie is dat astronomen in de jaren negentig ontdekten dat het heelal versneld uitdijt. Volgens de algemene relativiteitstheorie zou de zwaartekracht juist steeds meer greep op de uitdijing krijgen, en die afremmen. Om het onverwachte fenomeen te verklaren werd het begrip ‘donkere energie’ ingevoerd, maar het is een mysterie waar dat begrip voor staat. Eén klasse van alternatieve modellen (f(R)) probeert om de donkere energie uit de weg te ruimen door parameters uit Einsteins theorie bij te stellen voor de grote afstandsschalen.

Nog een probleem is dat het heelal deels gevuld moet zijn met een onbekende materievorm, de ‘donkere materie’. Een tweede klasse van alternatieve modellen (TensorVectorScalar) probeert de donkere energie én de donkere materie samen op nieuwe wijze te verklaren.

De theorieën doen elk andere voorspellingen voor de mate waarin licht van verre sterrenstelsels onderweg door de zwaartekrachtsvelden van andere sterrenstelsels wordt afgebogen. Dat verschijnsel – de zwaartekrachtslens – zorgt ervoor dat wij die stelsels vervormd waarnemen. Ook de voorspellingen voor de vaart waarmee sterrenstelsels groeien en clusteren verschillen.

Na een (complexe) toets aan die drie maten – de lenssterkte, de groei en het clusteren – kon het team de TeVeS-modellen afvoeren. Om uit te maken of de algemene relativiteitstheorie beter werkt dan aangepaste varianten is meer precisie vereist – en dat vergt nog wel 20 jaar meten.

(nrc)
quote:
0s.gif Op zaterdag 25 september 2010 07:59 schreef ExperimentalFrentalMental het volgende:
24-09-2010

Einstein had gelijk: hoe hoger je staat, hoe sneller de tijd tikt

[ afbeelding ]

Wie op de bovenste verdieping van een wolkenkrabber leeft, wordt sneller ouder dan iemand in een bungalow. Het gaat natuurlijk slechts om extreem kleine verschillen, maar onderzoekers hebben bewezen dat Albert Einstein gelijk had.

Einstein stelde al in een theorie dat een klok sneller tikt naarmate ze zich verder van de grond bevindt. Hoewel dat gegeven al jaren geaccepteerd wordt, kan het tijdsverschil nu voor het eerst met opmerkelijke accuraatheid gemeten worden. Met de meest exacte klokken ter wereld ontdekten ze dat de tijd al sneller tikt door simpelweg de trap op te lopen.

Het gaat afhankelijk van de hoogte echter maar om miljoensten en miljardsten van een seconde op basis van een mensenleven. Volgens de onderzoekers tikken de klokken op hoogte sneller, omdat ze minder beïnvloed worden door de zwaartekracht. Het principe werkt evenwel niet in vliegtuigen omdat die zich voorwaarts bewegen. (gb)

(HLN)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_138923762
quote:
0s.gif Op dinsdag 15 april 2014 12:09 schreef ExperimentalFrentalMental het volgende:
accuraatheid
als we nou eens een klok op de maan zetten . . .
  dinsdag 15 april 2014 @ 22:25:24 #257
191823 ludicrous_monk
Met de grappige habijt
pi_138925830
quote:
0s.gif Op maandag 7 april 2014 10:00 schreef Skelshyqueveso het volgende:

[..]

Zelfs de huidige wiskunde is een krankzinnig dom en onhandig en vrij achterlijk systeen.
En het was ooit mijn hobby die wiskunde, ongelooflijk!
Over wiskunde zeggen dat het "onhandig" is of "achterlijk" of "dom" heeft helemaal geen zin. Dat heeft volstrekt geen betekenis.

Als iemand bijvoorbeeld getallen en operators verzint zodat 1 + 1 = 2, dan is dat vanaf dat moment een op zichzelf staande aanname. Je kan dan bijvoorbeeld zeggen dat die aanname "achterlijk" is, maar die uitspraak betekent helemaal niets.

Hooguit is jouw manier van toepassen van de wiskunde onhandig, achterlijk of dom, maar dat verandert niets aan de kwaliteiten van de op zichzelf staande axioma's en daaruit volgende theorema's in de wiskunde.

[ Bericht 1% gewijzigd door ludicrous_monk op 15-04-2014 22:36:18 ]
"The only real valuable thing is intuition. The intellect has little to do on the road to discovery."
  dinsdag 15 april 2014 @ 22:33:34 #258
191823 ludicrous_monk
Met de grappige habijt
pi_138926391
quote:
0s.gif Op maandag 7 april 2014 09:50 schreef Skelshyqueveso het volgende:
fpr starters ,en er is zoveel meer

[..]

Tachyonen zijn hypothetische deeltjes die nooit experimenteel zijn aangetoond. De dr. Freeman Cope in je quote is nergens traceerbaar, laat staan een peer-reviewed artikel waarin zijn zogenaamde bevindingen over de zon zijn gepubliceerd. Dit is je reinste pseudowetenschap.
"The only real valuable thing is intuition. The intellect has little to do on the road to discovery."
pi_139005948
17-04-2014

Ook de witte dwerg geeft Einstein gelijk
Zelfs losse ster vormt zwaartekrachtslens

Dat de enorme massa van een sterrenstelsel licht afbuigt en als een lens kan werken, was al bekend. Nu is het effect zelfs bij een afzonderlijke ster gemeten.


Schema van de dubbelster waar de lenswerking door een rondcirkelende witte dwerg is gedetecteerd.

Einsteins triomf
De eerste waarneming van de afbuiging van licht door de zwaartekracht was een triomf voor Einsteins Algemene Relativiteitstheorie. Dat was al in 1919, toen de astronoom Arthur Eddington tijdens een totale zonsverduistering vaststelde, dat sterren rondom de zon verder van elkaar af leken te staan dan wanneer de zon ergens anders aan de hemel stond. De massa van de zon werkte als een soort lens op het beeld van de achterliggende sterrenhemel.

Later ontdekten telescopen die diep het heelal in keken, dat het beeld van sommige verre sterrenstelsels vervormd is door de enorme massa van een tussenliggende cluster van sterrenstelsels. Het verre sterrenstelsel is door zo'n zwaartekrachtslens meerdere malen te zien, of als een uitgerekte sliert of zelfs een zogeheten Einstein- ring.

Dubbelster
De Amerikaanse Kepler ruimte-telescoop heeft nu voor het eerst waargenomen, dat de ene ster als zwaartekrachtslens werkt op het beeld van een andere ster. Het gaat om de dubbelster KOI-327, waarvan de ene ster sterk lijkt op de zon, terwijl zijn partner een 'witte dwerg' is.

Een witte dwerg is het overblijfsel van een grotere ster die aan het eind van zijn leven een groot deel van zijn buitenlagen afgestoten heet. Wat overblijft, is een zeer heet en zeer compact sterretje dat ongeveer honderd keer zo klein is als de zon.

De partners draaien in 88 dagen om elkaar heen, en toevallig kruist de witte dwerg, vanuit de aarde gezien, voor – en achterlangs de zon-achtige ster. De dubbelster staat zo ver weg, dat de Kepler-telescoop de twee sterren niet afzonderlijk ziet, maar alleen hun gezamenlijke lichtsterkte meet. Als de witte dwerg achterlangs gaat, levert dat een dipje in de lichtsterkte op. Een dergelijk effect is al vaak waargenomen bij andere dubbelsterren, en wordt ook gebruikt om planeten rond andere sterren op te sporen.
Uniek is echter, dat de lichtsterkte een kleine piek vertoont wanneer de witte dwerg voorlangs kruist. De enige verklaring is, dat de witte dwerg door zijn zwaartekracht werkt als een klein lensje dat een deel van de achterliggende ster uitvergroot.

Dit effect was voorspeld, de verwachting was vooraf zelfs dat de Keppler-telescoop er inmiddels al een stuk of tien had moeten vinden. Dankzij het mini-zwaartekrachtslensje is een nauwkeurige bepaling mogelijk van de massa van de witte dwerg, en vervolgens ook van de partner-ster.

KOI-3278: A Self-Lensing Binary Star System, Ethan Kruse en Eric Agol, Science, 18 april 2014.

(wetenschap24.nl)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_139022654
quote:
0s.gif Op vrijdag 18 april 2014 13:20 schreef Haushofer het volgende:
Op Einsteins sterfdag :P
Het is hem nooit gelukt om een unified field theory te bedenken omdat hij kwantum mechanica negeerde.
  zaterdag 19 april 2014 @ 01:16:48 #262
191823 ludicrous_monk
Met de grappige habijt
pi_139034788
quote:
0s.gif Op vrijdag 18 april 2014 20:17 schreef superdrufus het volgende:

[..]

Het is hem nooit gelukt om een unified field theory te bedenken omdat hij kwantum mechanica negeerde.
Dat hij kwantummechanica negeerde is niet helemaal waar, maar voor zover het wel zo is is het niet vreemd. Einstein was voornamelijk een theoreticus. De aanzet voor het ontwikkelen van de kwantummechanica was vooral het niet kunnen verklaren van effecten die werden waargenomen bij bepaalde experimenten. Maar bij eentje daarvan, het foto-elektrisch effect, heeft Einstein wel degelijk een belangrijke contributie gedaan aan de kwantummechanica. Dat heeft hem zelfs een Nobelprijs opgeleverd.

Later werd hij echter een van de meest uitgesproken critici t.a.v. de nog jonge kwantummechanica, deels omdat hij niet kon verkroppen dat kans en onzekerheid ineens hun intrede deden in de natuurkunde. Hij vond het wellicht ook niet heel erg elegant, iets wat je in elk geval ook kan zeggen over het huidige standaardmodel van de deeltjesfysica. Snaartheorie is mogelijk een oplossing -- het is zowel een elegante theorie als een Unified Field Theorie -- maar er zal nog veel geëxperimenteerd moeten worden voordat we weten of het echt een goede theorie is.
"The only real valuable thing is intuition. The intellect has little to do on the road to discovery."
pi_139038130
De elegantie van snaartheorie is nogal waarnemersafhankelijk ;)
  zondag 20 april 2014 @ 19:08:51 #264
240100 ATan
Listige code is lastig lezen
pi_139081795
quote:
0s.gif Op vrijdag 4 april 2014 19:23 schreef Skelshyqueveso het volgende:

[..]

Tsja, dat hele idee van ruimte tijd kromming is natuurlijk ook helemaal van de pot gerukt.
Zodra je rustmassa geheel kan beschrijven en verklaren heb je ook geen zelfstandig gekromde ruimtetijd meer nodig, naast rustmassa. Dan leiden de som van alle coordinaten in rustmassa tot een projectie waarbij ruimtetijd gekromd lijkt. Een foton heeft zelf geen rustmassa maar komt door lengtecontractie 'in beweging'. Het legt door andere rustmassa toch afstand langs een gekromd pad af in het gezamenlijk coordinatenstelsel.
Als je snapt wat rustmassa is, hoe het werkt, kan je de rustmassa naar je hand zetten, dan kan je de ruimtetijd naar je hand zetten, dan kan je de ruimte in zonder raket, terug in de tijd lijken te gaan en daarbij toch stiekem sneller dan het licht lijken te gaan (maar je kan niet op twee plaatsen in dezelfde ruimtetijd tegelijk zijn).

quote:
0s.gif Op vrijdag 18 april 2014 20:17 schreef superdrufus het volgende:

[..]
Het is hem nooit gelukt om een unified field theory te bedenken omdat hij kwantum mechanica negeerde.
Zoals gezegd dien je eerst de rustmassa van materie te verklaren door alle elektromagnetische en subatomaire bewegingen te verklaren met behulp van beweging door lengtecontractie in verscheidene coordinatenstelsels. Pas daarna kan je proberen te verklaren waarom het lijkt dat sommige deeltjes vanuit het niets kunnen verschijnen en weer verdwijnen. Pas daarna kan je denken aan een verklaring wat materie is, waarom het er is, waar het vandaan kwam en waar het naartoe gaat. Of een koppeling proberen te maken met een andere theorie.

[ Bericht 9% gewijzigd door ATan op 20-04-2014 21:22:44 ]
pi_141522857
25-06-2014

Samenscholende sterrenstelsels stellen algemene relativiteitstheorie op de proef


Sterrenstelsels hebben de neiging om naar elkaar toe te ‘vallen’. (SDSS)

De algemene relativiteitstheorie is geslaagd voor een zware test. De tot nu toe meest nauwkeurige metingen van de zwaartekrachtsinteracties tussen verre sterrenstelsels zijn er volkomen mee in overeenstemming. Dat wordt vandaag bekendgemaakt op de National Astronomy Meeting van de Royal Astronomical Society in Portsmouth.

Om tot die conclusie te komen hebben astronomen meer dan 600.000 sterrenstelsels geanalyseerd die met de Sloan Digital Sky Survey III in kaart zijn gebracht. Daarbij is onderzocht hoe sterk die stelsels de neiging hebben om, onder invloed van de zwaartekracht, samen te klonteren. Op die manier waren de wetenschappers in staat om de sterkte van de zwaartekracht tot op zes procent nauwkeurig te meten.

De algemene relativiteitstheorie stelt dat zwaartekracht een gevolg is van de kromming van de ruimtetijd. Objecten met veel massa vervormen de hen omringende ruimtetijd, en beïnvloeden zodoende de bewegingen van naburige objecten.

Veel verschijnselen laten zich met deze theorie op elegante wijze verklaren. Maar er bestaan ook alternatieve theorieën, en wetenschappers proberen er proefondervindelijk achter te komen welke de beste is. Tot nu toe heeft de theorie die bijna honderd jaar geleden door Albert Einstein is opgesteld alle tests doorstaan. (EE)

(allesoversterrenkunde)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
pi_144716265
19-09-2014

Natuurconstante ook constant in een sterk zwaartekrachtsveld


Foto van de laseropstelling waarmee de laboratoriumspectra zijn gemeten. (LaserLaB Vrije Universiteit Amsterdam/Wim Ubachs)

Een internationaal team van natuurkundigen heeft aangetoond dat de massaverhouding tussen het proton en het elektron hetzelfde is in zwakke en in sterke zwaartekrachtsvelden (Physical Review Letters, 18 september).

Het idee dat de natuurwetten en fundamentele natuurconstanten niet afhangen van lokale omstandigheden staat bekend als het equivalentieprincipe. Dit principe is de hoeksteen van Einsteins algemene relativiteitstheorie. FOM-fysici, werkzaam bij het LaserLaB op de Vrije Universiteit Amsterdam, hebben het principe getest door te bepalen of een van de natuurconstanten, de massaverhouding tussen protonen en elektronen, afhangt van de sterkte van het zwaartekrachtsveld waarin de deeltjes zich bevinden.

De onderzoekers vergeleken de proton-elektron-massaverhouding nabij het oppervlak van witte dwergen met de massaverhouding in een laboratorium op aarde. Witte dwergen zijn sterren in een laat stadium van hun levenscyclus, die geïmplodeerd zijn tot één procent van hun oorspronkelijke afmeting. Het zwaartekrachtsveld op het oppervlak van deze sterren is daarom zo'n 10.000 keer sterker dan dat op aarde.

De fysici concludeerden dat zelfs in deze sterke velden de proton-elektron-massaverhouding hetzelfde is, binnen een marge van 0,005 procent. In beide gevallen is het proton 1836,152672 maal zo zwaar als het elektron.

(allesoversterrenkunde)
Death Makes Angels of us all
And gives us wings where we had shoulders
Smooth as raven' s claws...
  maandag 22 september 2014 @ 17:19:13 #267
38496 Perrin
Toekomst. Made in Europe.
pi_144794270
quote:
Special relativity aces time trial

Physicists have verified a key prediction of Albert Einstein’s special theory of relativity with unprecedented accuracy. Experiments at a particle accelerator in Germany confirm that time moves slower for a moving clock than for a stationary one.

The work is the most stringent test yet of this ‘time-dilation’ effect, which Einstein predicted. One of the consequences of this effect is that a person travelling in a high-speed rocket would age more slowly than people back on Earth.

Few scientists doubt that Einstein was right. But the mathematics describing the time-dilation effect are “fundamental to all physical theories”, says Thomas Udem, a physicist at the Max Planck Institute for Quantum Optics in Garching, Germany, who was not involved in the research. “It is of utmost importance to verify it with the best possible accuracy.”

The paper was published on 16 September in Physical Review Letters1. It is the culmination of 15 years of work by an international group of collaborators including Nobel laureate Theodor Hänsch, director of the Max Planck optics institute.

To test the time-dilation effect, physicists need to compare two clocks — one that is stationary and one that moves. To do this, the researchers used the Experimental Storage Ring, where high-speed particles are stored and studied at the GSI Helmholtz Centre for heavy-ion research in Darmstadt, Germany.

The scientists made the moving clock by accelerating lithium ions to one-third the speed of light. Then they measured a set of transitions within the lithium as electrons hopped between various energy levels. The frequency of the transitions served as the ‘ticking’ of the clock. Transitions within lithium ions that were not moving served as the stationary clock.

The researchers measured the time-dilation effect more precisely than in any previous study, including one published in 2007 by the same research group2. “It’s nearly five times better than our old result, and 50 to 100 times better than any other method used by other people to measure relativistic time dilation,” says co-author Gerald Gwinner, a physicist at the University of Manitoba in Winnipeg, Canada.
And what rough beast, its hour come round at last,
Slouches towards Bethlehem to be born?
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')