quote:
Op dinsdag 21 mei 2013 20:27 schreef Tiezol het volgende:Vraag 7 van 2011-2. Mijn hersens slaan op tilt.
Ondanks de uitleg van gister hier in dit topic snap ik hier geen kanarie van.
Sowieso het voorbeeld al van 20 dagen kom ik niet uit.
Ik zou toch echt zeggen dat ik nPr moet gebruiken aangezien de volgorde van belang is?
Wtfffffffffffffffffffffffffff mindfuck
quote:
Op dinsdag 21 mei 2013 20:49 schreef Tiezol het volgende:Allemaal supertoffe uitleg, maar m'n hersenen geven ergens kortsluiting.
Zelfs m'n moeder die niet eens weet wat nCr en nPr was kon me dit uitleggen.
Mijn hoofd zegt nog steeds dat het nPr moet zijn: de volgorde maakt toch uit?
Echt heel vreemd dit haha, mijn hersenen willen gewoon niet aannemen dat het nCr is.
Ik begrijp je verwarring, want het gaat toch om volgordes, dus waarom nu nCr en niet nPr?
Ten eerste haal je hier geen groep uit een grotere groep, je hebt dus geen klas met leerlingen waar je er 5 uithaalt en die je dan in computers of giraffen verandert naar aanleiding van plek 1, plek 2. plek 3 enz.
Je hebt een even aantal ritten, en B rijdt er evenveel als S. Bij 6 ritten rijdt B 3 keer en S ook 3 keer.
Je kan hier een rooster bij tekenen van 3 bij 3, als B rijdt ga je horizontaal, als S rijdt verticaal, op hoeveel manieren kan je bij het eindpunt komen. Lopen in een rooster is altijd nCr.
Je kan het ook met muntjes of zo uit proberen, op hoeveel manieren kan je een rijtje van 6 maken, hoeveel volgordes zijn er met 3 stuivers en 3 euro's (of zoiets), maar dat wordt met meer munten al vlug ondoenlijk.
Wat je bij die munten wel ziet, is dat hoewel het om volgordes gaat de volgorde niet uitmaakt.
Voordat je hersens nu op tilt slaan: zet met stift op de onderkant van elke munt een tekentje, en draai de munt om zodat je dat teken niet ziet. Stel de stuivers stellen S voor, en je hebt een stip, een streep en een sterretje gezet, maar omdat elke stuiver S voorstelt maakt het niet uit of S met stip of S met streep ergens ligt, de volgorde van de S'en maakt dus NIET uit, want S is steeds S.
En dat geldt ook voor B.
Nou probeer ik er een vaas van te maken, ik stop in die vaas knikkers met de cijfers 1 tot en met 6.
Ik trek voor S de ritnummers, dus als ik een 2 uit de vaas trek, rijdt S in rit 2, als ik een 3 uit de vaas trekt rijdt S in rit 3 en als ik een 5 uit de vaas trek, rijdt S in rit 5.
Ik trek 3 keer, want de helft van de ritten is voor B, die krijgt wat er in de vaas overblijft.
De vraag is dus nu: hoeveel verschillende combinaties kan ik voor S uit de vaas halen (en automatisch hoeveel verschillende combinaties blijven er voor B over)?
En hier zie je dat de volgorde niet uitmaakt: want of ik nu 2 , 3 en 5 of 3 , 5 , en 2 of 5, 2 en 3 of ... uit die vaas haal, ik leg ze daarna in volgorde van groot naar klein. Ik kan ze toevallig al in die volgorde trekken, maar dat hoeft niet. Ik kan wel afspreken dat ik bij het eerste cijfer de munt met de stip neerleg, bij het tweede de munt met de streep en bij het derde de munt met het sterretje, maar die stuiver stelt met welk teken dan ook steeds S voor, en niemand anders.
En daarna mag je inderdaad met getal voorbeelden gaan kijken wanneer je over de 365 komt, dus uitproberen mag.