Accountants op zoek naar vertrouwen
Er is twijfel over de rol van de accountant. Laat hij steken vallen of verwachten we te veel van hem?
Enkele weken geleden kwam in de Tweede Kamer een voorlopig einde aan de politieke discussie over de rol van accountants. Nieuwe wetgeving moet ervoor zorgen dat beleggers niet meer onaangenaam verrast worden door bedrijven die kort daarvoor nog een goedkeurende verklaring van hun accountant hebben gekregen. Een messcherpe accountant die zich niet laat afleiden door commercieel eigenbelang, en die op tijd waarschuwt als een bedrijf in de problemen dreigt te komen. Daar gaat het de Kamer om.Er is twijfel over de rol van de accountant. Laat hij steken vallen of verwachten we te veel van hem?
Enron-schandaal
Kenners van de sector hebben hun twijfels of deze verwachtingen nu worden ingelost. Regels zijn niet zinloos, maar ze veranderen de mentaliteit niet, zegt de een. ‘Het helpt een beetje’, zegt de ander, ‘maar het lost niet de kern van het probleem op: de commerciële cultuur en de belonings- en beoordelingssystemen binnen de grote kantoren.’
Die mentaliteit en cultuur hebben hun wortels in de tijd voor het Enron-schandaal uit 2001. Het was de tijd dat niet de accountants maar de adviseurs de eerste viool speelden bij de grote kantoren. Hun commerciële instelling zette de toon, het genereren van omzet was het hoogste goed. De angst voor omzetverlies leidde tot de neiging om te buigen wanneer er een probleem was met een bestuurder van een onderneming over een post in de jaarrekening. De onafhankelijkheid van de accountant stond onder druk.
‘De grootste fout is de fout die je alleen maakt'
Nadat accountantskantoor Arthur Andersen, de grote voortrekker van de commerciële cultuur, ten onder was gegaan aan het Enron-schandaal, is er veel veranderd. Kantoren hebben hun adviesactiviteiten aan banden gelegd. Er is wetgeving gekomen en de AFM houdt toezicht op de naleving ervan. Vooral de laatste vier jaar hebben alle kantoren maatregelen genomen om de kwaliteit van de controle te verbeteren.
Ruud Dekkers, accountant bij PwC en bestuurder van de beroepsorganisatie NBA, heeft na de Enron-affaire als bestuurder van PwC er hard aan getrokken om de cultuur te veranderen. Hij legt uit dat een controleteam dat zorgen heeft over een klant die zorgen tegenwoordig kan delen in de eigen organisatie. ‘De grootste fout is de fout die je alleen maakt. Bij PwC is het juist een teken van kracht om je dilemma’s te delen. De moeilijkste klanten worden ook op onze grootste kantoren behandeld, zodat je dagelijks overleg kan plegen met de andere partners.’ Hij wijst er verder op dat accountants bij PwC niet alleen op financiële indicatoren worden afgerekend. Tot de ‘key performance indicators’ behoort bijvoorbeeld het aantal uren dat een partner aandacht besteedt aan de klant, maar ook aan IT- en data-analyse.
Noodzaak tot veranderingen
Dekkers ziet ook een belangrijke rol voor toezichthouder AFM. ‘De druk van de AFM geeft de leiding van kantoren meer macht om intern verbeteringen door te voeren.’ Een boete, zoals de AFM onlangs aan Ernst & Young en Deloitte uitdeelde, is pijnlijk en drukt alle partners met de neus op de noodzaak tot veranderingen.
Dat neemt niet weg dat de cultuur niet van de ene op de andere dag verandert en ook niet bij alle kantoren even snel. De partners van de grote kantoren zijn hun carrière vaak gestart in het pre-Enron-tijdperk. ‘Halverwege de jaren ’90 is professionele dienstverlening van een ambacht een bedrijf geworden. Een bedrijf waar bovenmatig verdiend werd. De gedachte dat je met dit vak veel geld kan verdienen heeft de hoofden van de mensen niet meer verlaten. Een systeem waar geld zo belangrijk is, helpt niet om dwars te liggen bij een klant’, zegt een fiscalist die lange tijd bij een van de grote kantoren heeft gewerkt.
“Too little, too late”
Hij vindt het veelzeggend dat nog geen enkel kantoor de grote stap heeft gezet om alleen controle te doen en het advies helemaal af te stoten. ‘Als je nu steeds zo aan kritiek bloot staat waarom zet je die stap dan niet? Maak jezelf tot de ultieme “independent brand”.’
Accountants hebben ook de neiging om in de discussie over hun rol vooral verdedigend te opereren. Marcel Pheijffer, hoogleraar accountancy in Nyenrode: ‘Zeker, het is de afgelopen jaren beter geworden. Er wordt meer op kwaliteit gelet en er is een gedeeltelijke scheiding van advies en controle. Maar het is “too little, too late”. Het is afgedwongen door de politiek en de regelgeving. Het komt niet uit henzelf. Als de politieke karavaan verder is getrokken bestaat de kans dat accountants weer in oude fouten vervallen, zo leert de geschiedenis.’
De kritiek op accountants en de trage reactie van de ‘Big 4’ (PwC, KPMG, Deloitte en Ernst & Young) heeft geleid tot een tegenbeweging binnen het vak. Een groep jonge accountants die streeft naar nieuw elan, heeft zich verenigd onder de naam Tuacc, wat staat voor ‘Tweet-up accountants’.
'Intensieve menshouderij'
Voorman Pieter de Kok, die zegt te opereren uit ‘liefde voor het mooiste vak op aarde’, betoogt dat accountants veel te weinig doen aan innovatie. De moderne IT-middelen staan een bredere en diepere controle toe. Met moderne data-analyse kunnen alle transacties van een onderneming gecontroleerd worden. Nu beperkt de controle zich vaak tot steekproeven.
Die andere aanpak vereist wel ‘meer brains en minder handjes’, zegt De Kok. En dat spoort volgens hem niet met het businessmodel van de grote kantoren, dat juist op leverage is gebaseerd: veel laagwaardig werk voor jonge en goedkope krachten maar wel tegen het dure tarief van de partner. Een systeem dat door hoogleraar Pheijffer wel eens als ‘intensieve menshouderij’ is getypeerd.
De andere aanpak die De Kok c.s. voorstaat, opent ook de weg tot een andere rapportage. Want als één ding duidelijk is geworden in de discussie van de afgelopen jaren is het dat beleggers niet zozeer geïnteresseerd zijn in de controle van het verleden, maar vooral in inschattingen van de toekomst, in het bijzonder de risico’s die de onderneming loopt. Banken die de handtekening van hun accountant onder de jaarrekening hadden staan, bleken in 2008 plotseling om te vallen. Daar hadden beleggers toch graag iets meer over gehoord van de accountant.
Prijskaartje
Geconfronteerd met deze wensen wijzen accountants erop dat risico-analyse niet hun opdracht is en dat het hen ook aan de normen ontbreekt om daarover uitspraken te doen. Zij spreken in dit geval van ‘een kloof tussen wat de maatschappij verwacht en wat de accountant vindt dat hij moet doen’. Bovendien willen politiek en beleggers de bredere controle wel, maar voelen bedrijven er vanwege de extra kosten weinig voor.
Toch stellen de kantoren zich niet louter defensief op. Deloitte heeft afgelopen week de boodschap de wereld ingestuurd dat als de samenleving een bredere rapportage wil het kantoor die in de toekomst ook zal leveren. Zekerheid geven over risicomanagement, financiële stabiliteit, governance, het kan allemaal. Maar daar hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan. Zo gaat tegemoet komen aan maatschappelijke kritiek toch weer samen met nieuwe commerciële mogelijkheden.
http://fd.nl/economie-pol(...)zoek-naar-vertrouwen 
Ze dekken zichzelf eerst in vervolgens leggen ze de schuld bij iemand anders en dan pleitten ze voor meer bevoegdheden en hogere vergoedingen
Accountants zijn triest volk