Overmoed leidt tot val hoogvliegerTopman Erik Staal (60) van woningcorporatie Vestia werd in een week van de mannetjesputter van de corporatiesector tot de risee. Hoe kon dat zo snel gaan? Staal zelf wilde het deze krant niet vertellen. Een rondgang langs bekenden van Staal moet licht brengen in deze kwestie.
‘Erik Staal is een ongelooflijk goed organisator’, zegt Henk Jagersma, directeur vastgoed bij pensioenbelegger Syntrus Achmea. ‘By far de beste bestuurder die ik ken, ongelooflijk scherp hoe hij organisaties in elkaar zet. “Lean and mean” en voorzien van de juiste sturingsinstrumenten.’
Tot donderdag zwaaide Staal als directeur-bestuurder de scepter bij het door zijn toedoen nu wankelende Vestia. Afgelopen maandag maakte deze krant bekend dat Vestia kampt met een miljardentekort op haar derivatenportefeuille. De dag ervoor had minister Spies van Binnenlandse Zaken al een aantal fractievoorzitters vertrouwelijk over de kwestie ingelicht. Spies meldde ondanks haar verantwoordelijkheid voor de sociale huisvesting, niet openlijk bij Vestia te kunnen ingrijpen.Gifpillen in de derivatencontracten zouden het tekort kunnen doen omslaan in een echt miljardenverlies. Bij één corporatie.
‘In meerdere opzichten een Grieks drama’, zegt Jagersma in reactie op Staals vertrek bij Vestia. Staal en hij kennen elkaar al vanaf medio jaren negentig. De Groninger Staal was destijds directeur van het Haags gemeentelijk woningbedrijf dat net was verzelfstandigd, en Jagersma was directeur financiën van de gemeente Den Haag en moest met hem onderhandelen over de afwikkeling van de verzelfstandiging van het woonbedrijf.
‘Niemand had verwacht dat de rente door de Europese Centrale Bank in Europa zo sterk omlaag zou worden geduwd om de eurocrisis en het Griekse bijna-faillissement te lijf te gaan’, aldus Jagersma. Ook Staal niet. Maar de Vestia-topman had die onverwachte rentedaling in zijn treasury onvoldoende afgedekt.
En nu is dat vuurwerk in zijn gezicht ontploft. De corporatie moest afgelopen maanden enkele miljarden bijstorten omdat haar derivaten ‘onder water’ stonden.
De affaire kan ook doorgaan voor een Grieks drama omdat Staal, net als Icarus met zijn vleugels van was en veren in de Griekse mythologie, in zijn overmoed te hoog ging vliegen. Ook Staals overmoed — zijn door hem geroemde derivatenwinkel — is zijn ondergang geworden.
‘De treasury was zijn profit centre’, zegt Jim Schuyt, Staals evenknie bij de Huizense corporatie De Alliantie. ‘Dat mag je als corporatie natuurlijk helemaal niet zo organiseren. Je moet juist met derivaten je risico’s beperken. Staal vond zichzelf briljant met zijn treasury. Hij wilde zijn methode alleen niet delen met anderen. Gelukkig maar. Anders waren er nog wellicht veel meer ongelukken gebeurd.’
De treasury maakte Vestia rijk. Staal leende internationaal en kort. Maar moest zijn rente daarom voor de toekomst wel afdekken. Dankzij zijn derivaten betaalde Staal over zijn miljardenleningen een rente van iets meer dan 2%. Een normale rente bedraagt rond de 4% en sommigen lenen zelfs voor 6%. Vestia-treasurer Marcel de Vries rapporteerde direct aan Staal, voorbijgaand aan Kees Wevers, het hoofd financiën.
Vestia was een gevierde klant bij de in derivaten handelende banken. ABN Amro-bestuursvoorzitter Gerrit Zalm, oud-minister van Financiën, kwam zelfs in hoogsteigen persoon op visite. Het personeel was supertrots.
Van een Haagse-Delftse-Zoetermeerse corporatie medio jaren negentig maakte Staal via overnames van Vestia een grote sociale verhuurder en ontwikkelaar met vestigingen in Delft, Nootdorp, Zoetermeer, Den Haag, Hoogvliet, Liemeer, Nieuwerkerk aan den IJssel, Brielle Rotterdam, Bergeijk en Tilburg.
Én Hoofddorp... In 2010 nam Vestia nog in overleg met de toezichthouders de bijna ook door derivaten omgevallen corporatie SGBB in Hoofddorp over. Op deze daad liet Staal zich graag voorstaan. ‘Dat liet hij ook weten aan zijn omgeving’, aldus een oud-commissaris van Vestia die anoniem wil blijven. Zijn overnames liepen altijd heel soepel. Hij liet de nieuwe aanwinsten twee of drie jaar draaien en ging dan bijsturen. ‘Dat liep altijd op rolletjes’, aldus de oud-commissaris.
Velen die hem van dichtbij kennen, roemen Staal om zijn kennis en kunde als sociaal huisvester. Hij liep met zijn herstructureringsactiviteiten in Spoorwijk, Duindorp en Zuid-West Den Haag en ook in Rotterdam voorop ten opzichte van de sector. Ook was hij rond de eeuwwisseling nog geliefd in Den Haag. Hij kreeg diverse ministeriële adviesopdrachten en had jarenlang goede contacten met de Tweede Kamer en het ministerie.
‘Staal gaf Vestia een ziel’, aldus een financieel deskundige van buiten die Staal herhaaldelijk trof. Hij constateerde bij Vestia ‘een familiegevoel, een verbondenheid met elkaar’. Staal gaf mensen veel ruimte, was toegankelijk en wist draagkracht te organiseren. Ook eiste hij niet alle eer op van het succes van Vestia. Bij tal van openingen van nieuwe gebouwen gaf hij zijn directeuren — veelal vrouwelijke managers — de ruimte. ‘Dat viel me echt op’, zegt Jagersma.
Maar Staal — vaak in spijkerbroek gehuld en met stoppelbaard — hield ook de touwtjes strak in handen en duldde geen echte tegenspraak.

Hij vormde het eenhoofdig bestuur en alle directeuren rapporteerden aan hem. Overleg met zijn directeuren verliep via maandelijks bilateraal overleg, waarbij hij menigmaal beter op de hoogte was dan zijn rapporteur. Hij had een hekel aan bureaucratie.
Menigeen die iets over Staal zegt, bedient zich van het woord ‘geducht’. ‘Hij wist altijd precies waarover hij het had, en ontstond in het overleg twijfel over iets, dan trok Staal het initiatief naar zich toe’, zegt Jagersma. ‘Ik was destijds tot de tanden toe gewapend bij gesprekken over de afwikkeling van de privatisering en bij het garanderen van leningen aan Vestia.’
‘En hij liet zich niet kisten door de crisis’, reageert Friso de Zeeuw, directeur nieuwe markten bij ontwikkelaar Bouwfonds. ‘”Ik bouw gewoon door”, zei hij. Hij beroemde zich erop dat hij het allemaal financieel goed voor elkaar had.’
Een al te sterke en bemoeizuchtige raad van commissarissen stelde Staal niet op prijs. Hij omringde zich vooral met vrienden. ‘Het voelde niet als een orgaan dat Staal echt op de huid zat’, aldus een bron van buiten Vestia. Lange tijd zat Peter Noordanus, nu burgemeester van Tilburg en eerder wethouder te Den Haag en bestuursvoorzitter bij ontwikkelaar AM, de raad van toezicht van Vestia voor. Nu is zijn studievriend Erik Molenaar uit Brielle de voorzitter. Commissaris is ook zijn goede vriend Nico Dijkhuizen. Die benoemde als wethouder in Den Haag ooit Staal als baas van het Haagse woonbedrijf, waarna Staal Dijkhuizen bij Vestia als commissaris aanstelde. Voor wat hoort wat. Ook Susan Baart, partner van Peter Noordanus, heeft inmiddels een commissariszetel bij Vestia bemachtigd voor een dikke ¤ 8000 per jaar.
Allengs streek Staal steeds meer mensen tegen de haren in. Binnen de corporatiesector raakte hij steeds meer geïsoleerd. Men ergerde zich aan zijn arrogantie. ‘Hij had het fantastisch voor elkaar en anderen deden gewoon hun best’, straalde hij volgens diverse zegslieden uit.
‘
HIj kon ook tegenover overheden uiterst onaangenaam zijn’ 
, aldus Friso de Zeeuw. ‘Die vond hij veel te bureaucratisch.’
In 2006 kreeg Staal ook een conflict met de branchevereniging Aedes wegens een door Aedes met het ministerie afgesproken huurverhoging. Staal was het daarmee niet eens en zegde het lidmaatschap van Vestia op.
En dan zijn salaris. In 2005 verdiende Staal bruto ¤ 343.000 plus een pensioenbijdrage van ¤ 95.000. Sybilla Dekker, toen minister van Volkshuisvesting, bestempelde het salaris als ‘overdadig’ en sprak de raad van commissarissen erop aan. Intussen was er een salariscode voor de corporatiesector gaan gelden. Maar de raad van commissarissen liet weten dat Staal zijn hoge salaris zou behouden. Staal had ‘een te sterke rechtspositie’ om in te grijpen. In 2010 was het salaris van Staal opgelopen tot bijna 5 ton.
‘Hij had simpelweg omlaag gemoeten met zijn salaris’, zegt Henk Jagersma. ‘Dat had hij gewoon zelf moeten doen. Daar heeft hij echt een inschattingsfout gemaakt. De druk is groot, daar sta je niet boven. Met zijn salaris en zijn derivaten, daarmee is hij in de fout gegaan. Voor het overige resteren bij mij woorden van waardering.’
Staal beroemde zich erop dat hij het allemaal financieel goed voor elkaar had
Groot en Rotterdams, dat zijn kenmerken van de woningcorporatie uit de Maasstad. Het bedrijf beheert ongeveer 89.000 woningen en heeft 1150 medewerkers in dienst. Daarmee is het de grootste corporatie van Nederland. De meeste huizen staan in Zuid-Holland.
Naast het beheren van huurwoningen moet Vestia ook zorgen voor stadsvernieuwing. Het bedrijf heeft een zware bouwtaak, in 2010 leverde de corporatie 1777 nieuwe woningen op.
De corporatie groeide door een reeks overnames en fusies. Een grote fusie vond plaats op 1 januari 1999, toen Vestia Delft, Vestia Zoetermeer en het Gemeentelijk Woningbedrijf Den Haag samengingen.
Vestia heeft te grote financiële risico’s genomen. Om nieuwbouw van huizen te financieren moeten corporaties langlopende leningen aangaan. Om het risico uit te sluiten dat een corporatie in de toekomst met veel hogere rentes te maken krijgt, sluiten corporaties rentederivaten af. Met zo’n derivaat verzekert een corporatie zich tegen een toekomstige rentestijging.
Maar Vestia sloot riskante derivaten af bij banken. De corporatie kon geld ontvangen als in de toekomst de rente zou stijgen. Zou de rente dalen, dan moest de corporatie bijstorten. Dit leek interessant omdat de rente enkele jaren geleden al erg laag stond. Het zag er niet naar uit dat de rente nog verder zou dalen, en dus leek het lonend om vol in de derivaten te stappen.
Helaas voor Vestia daalde de rente nog verder. Dat betekent dat het bedrijf moet bijstorten, waardoor er een verlies dreigt van ¤2,5 mrd. Als de rente stijgt is het probleem opgelost, maar op dit moment staat Vestia op verlies en moeten andere corporaties bijspringen. Dit alles gaat met geld van de huurder. Dat laatste tot onvrede van de Tweede-Kamer.
Andere woningbouwcorporaties werken ook vaak met derivaten. Ze moeten wel, want wie grote bouwplannen moet financieren, wil niet afhankelijk zijn van renteschommelingen in pakweg de komende dertig jaar.
Maar dat wil niet zeggen dat zij dezelfde risico’s lopen als Vestia. Veel woningbouwcorporaties hoeven niet zo veel stadsvernieuwing uit te voeren als Vestia, en sluiten daarom minder hoge leningen af.
Ook hanteren andere corporaties soms veiligere derivaten. Die kosten meer, maar dan is er niet meer het risico dat de corporatie moet bijstorten als de rente daalt. Andersom hebben deze corporaties niet het voordeel dat ze geld ontvangen als de rente stijgt.
Salaris Vijf tonErik Staal verdiende bijna vijf ton. Wie heeft hem dat salaris toegekend? Een ingewijde weet precies hoe het is gegaan. Eerst ontving Staal als directeur van het Haags gemeentelijk woningbedrijf een salaris ‘naar gemeentelijke normen’. Na de fusie tussen dat woningbedrijf en Vestia in 1999 werd het fusieproduct in 2001 omgedoopt tot Vestia Groep. ‘Er was een speciale commissie van de raad van commissarissen, die het salaris van Staal heeft vastgesteld’, zegt de ingewijde. ‘Dat waren Staals studievriend Jeroen Lugte, commissaris van 2001 tot 2011. En Peter Noordanus, voorzitter van de raad van commissarissen van 2001 tot 2004. De rest van de raad is niet eens geïnformeerd. Die kreeg alleen informatie over de procedure.’ Noordanus, nu burgemeester van Tilburg, was niet bereikbaar voor commentaar. Salarisnormen voor de corporatie kwamen pas in 2004.
http://fd.nl/Print/krant/(...)lieger_bron_fd_krant