quote:
Op dinsdag 30 maart 2010 22:49 schreef Lotusss het volgende:[..]
ik vraag me sowieso af of de kmar überhaupt wel de bevoegdheid heeft om in een niet-militaire omgeving een burger aan te mogen houden. Dat zal de KLPD moeten doen dunkt me.
Waarbij ik wel moet zeggen dat de toezegging die de heren dan deden totaal achterlijk is als ze niet eens van plan waren (wel of geen bevoegdheid daargelaten) om er iets aan te doen.
Ik als zijnde medewerker bij de voornoemde organisatie geef aan dat ze deze bevoegdheid hebben, en jij gaat het je afvragen?
Artikel 141 SV
Met de opsporing van strafbare feiten zijn belast:
a.
de officieren van justitie;
b.
de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, en tweede lid van de Politiewet 1993 .
c.
de door Onze Minister van Justitie in overeenstemming met Onze Minister van Defensie aangewezen militairen van de Koninklijke marechaussee;
d.
de opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten .
-----
Aanwijsingsregeling opsporingsambtenaren KMAR
Aanwijzingsregeling algemeen opsporingsambtenaren Koninklijke marechaussee
30 juni 2009
Nr. 5608854/09
De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gelet op artikel 141, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering;
Besluit:
Artikel 1
De officieren en de onderofficieren der Koninklijke marechaussee zijn voor zover zij namens de Commandant der Koninklijke marechaussee geschikt en bekwaam zijn geoordeeld, met de opsporing van strafbare feiten belast.
Artikel 2
Met de opsporing van strafbare feiten zijn eveneens belast de militairen van de Koninklijke marechaussee die zijn toegelaten tot de fase beroepspraktijkvorming van de opleiding algemeen opsporingsambtenaar Koninklijke marechaussee in de gevallen waarbij tijdens die fase van de opleiding door hen daadwerkelijk politietaken worden uitgeoefend.
======================
Politiewet artikel 6
Artikel 6
1
Aan de Koninklijke marechaussee zijn, onverminderd het bepaalde bij of krachtens andere wetten, de volgende politietaken opgedragen:
a.
het waken voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis, in samenwerking met andere daartoe aangewezen organen;
b.
de uitvoering van de politietaak ten behoeve van Nederlandse en andere strijdkrachten, alsmede internationale militaire hoofdkwartieren, en ten aanzien van tot die strijdkrachten en hoofdkwartieren behorende personen;
c.
de uitvoering van de politietaak op de luchthaven Schiphol en op de andere door Onze Ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie aangewezen luchtvaartterreinen, alsmede de beveiliging van de burgerluchtvaart;
d.
de verlening van bijstand alsmede de samenwerking met de politie krachtens deze wet, daaronder begrepen de assistentieverlening aan de politie bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit;
e.
de uitvoering van de politietaak op plaatsen onder beheer van Onze Minister van Defensie, op verboden plaatsen die krachtens de Wet bescherming staatsgeheimen (Stb. 1951, 92) ten behoeve van de landsverdediging zijn aangewezen, alsmede op het terrein van de ambtswoning van Onze Minister-President;
f.
de uitvoering van de bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 opgedragen taken, waaronder begrepen de bediening van de daartoe door Onze Minister van Justitie aangewezen doorlaatposten en het, voor zover in dat verband noodzakelijk, uitvoeren van de politietaak op en nabij deze doorlaatposten, alsmede het verlenen van medewerking bij de aanhouding of voorgeleiding van een verdachte of veroordeelde;
g.
de bestrijding van mensensmokkel en van fraude met reis- en identiteitsdocumenten;
h.
het in opdracht van Onze Minister van Justitie en van Defensie ten behoeve van De Nederlandsche Bank N.V. verrichten van beveiligingswerkzaamheden.
2
Onder personen die behoren tot de andere strijdkrachten en internationale hoofdkwartieren, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden mede begrepen personen, voor zover aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Defensie.
3
Onze Minister van Justitie kan de commandant van de Koninklijke marechaussee de nodige algemene en bijzondere aanwijzingen geven, voorzover het betreft:
a.
de uitoefening van de taken, bedoeld in het eerste lid, onder a en h;
b.
het waken voor de veiligheid van door Onze Minister van Justitie aangewezen personen als bedoeld in het eerste lid, onder b;
c.
de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid, onder c, ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en de beveiliging van de burgerluchtvaart;
d.
de bewaking en beveiliging van de ambtswoning van Onze Minister-President, bedoeld in het eerste lid, onder e.
4
Hoewel bevoegd tot de opsporing van alle strafbare feiten, onthoudt de militair van de Koninklijke marechaussee die is aangewezen krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering , zich van optreden anders dan in het kader van de uitoefening van zijn politietaken, bedoeld in het eerste lid.
============================================
lid 4 is hier wat ik bedoel, onthouden van. Dit is voor ons geregeld in OI-III-50a (operationele instructie 3-50a)
wat inhoud:
Noodzaak - Voorkom je er direct gevaar mee? Kan je optreden niet daargelaten worden, is het echt noodzakelijk?
Bijstand collega - Collega hulp nodig? Dan compleet bevoegd weer.
================================================
In principe zijn wij dus net zo bevoegd als een politieagent + de bijzondere dingen vermeld in art 6 pw, alleen onthouden wij ons van de niet in 6 lid 1 pw genoemde taken volgens OI-III-50a.
[ Bericht 0% gewijzigd door Esses op 30-03-2010 23:32:20 ]
Conform aanwijzing SG-Sociale Media: Al mijn publicaties zijn op persoonlijke titel en zijn geen officiële publicaties van mijn werkgever.
[i]Sed quis custodiet ipsos custodes?[/i]