Beste Bleiblei,
Inkepingen in hout kun je op verschillende manieren maken, er zijn ook verschillende soorten inkepingen.
Scharnierinkrozingen worden tegenwoordig veel met de bovenfrees gedaan, maar met de beitel kap je eerst, om splijten te voorkomen, de korte kanten in en daarna de lange kanten. Daarna steek je het hout op diepte uit.
Nesten in trapbomen, waar de treden in steken, worden ook veel met frees en mal gedaan. Ik doe het ook wel eens met de kleine handcirkelzaag op diepte eerst netje bij de strepen langs zagen en dan het midden eruitzagen.Vervolgens met de beitel netjes vlakmaken.
Gaten waar pennen in moeten, zoals bij kozijnverbindingen of in de restauratie van boerderijen, oude binten e.d. kun je het beste zo vaak mogelijk eerst inboren met een scherpe speedboor of gewone boor, hangt van de grootte van je gat af. De diepte kun je het beste wat ruimer nemen, dus het gat iets dieper dan de lengte van wat erin moet (pen), dan past het immers altijd en hoef je het gat onderin niet zo vlak af te werken want dat wil niet, zeker bij een diep gat.
Inkepingen die in het zicht blijven, bij bijv. houtsnijwerk of ander zichtwerk vereisen vlijmscherp gereedschap voor het mooiste resultaat. Met een scherpe beitel die niet te breed is (minder weerstand) kun je de nderkant van een inkeping mooi vlak uitsteken of kappen. Hou de beitel anders een beetje scheef (gedraaid) zodat-ie meer snijdt. Uiteindelijk kun je nog met een bredere, scherpe beitel de bodem mooi vlakschrapen of natuurlijk gewoon opschuren als je erbij kunt.
Ik hoop dat je hier wat mee kan, het valt me niet mee om dit zonder praktijkvoorbeeld uit te leggen