quote:
Op zaterdag 3 oktober 2009 17:44 schreef ikhouvannoodles het volgende:[..]
Njaa misschien is mijn beeld over filosofen een beetje vertekend, omdat ik net van een topic over William Lane Craig las. Een filosoof die zich met dingen zoals de Big Bang te gaat bemoeien zonder enige berekening of experiment.
Veel mensen associëren filosofie met logica, maar het is absoluut geen zuiver logica, omdat het vaak subjectief is. Wat is het doel van het leven? Iedereen heeft daar een ander antwoord op en je kan het niet echt fout hebben.
Filosofen kunnen overal wel een uitspraak over doen, maar ik weet niet in hoeverre het zinnig is. Voor zuiver logica moet je de wiskunde in, als je wilt weten over het universum kan je beter de natuurkunde in, heb je interesse in menselijk gedrag, dan moet je iets met psychologie doen, interesse in politiek kan je beter iets met politicologie of geschiedenis doen etc.
Ik geloof best dat filosofie de basis was van de moderne wetenschap, maar tegenwoordig wordt het bij elk maatschappelijk of wetenschappelijk onderwerp afgetroefd door de gespecialiseerde studie.
De vraag wat is de doel van het leven is natuurlijk zo'n beetje de meest clichématige filosofische vraag die je kunt stellen.
Overigens gestelt dat ik idd interesse heb in menselijk gedrag, waarom dan geen filosofie?
Ik heb voor het gemak even een stukje' van de site van de universiteit van Nijmegen gehaalt.
Geschiedenis van de filosofie
Filosofie bedrijven zonder kennis van de geschiedenis van de filosofie is eigenlijk onmogelijk. Elke gedachte, bewering of theorie heeft een geschiedenis. Geschiedenis van de filosofie scherpt het bewustzijn daarvan aan. En wanneer je je beroept op een tekst of gedachte uit het verleden, dan is het nodig dat je de context daarvan kent. Geschiedenis van de filosofie maakt ons bewust van de situatie waarin teksten uit het verleden zijn geschreven. De geschiedenis van de filosofie wordt veelal onderscheiden in: Geschiedenis van de antieke wijsbegeerte, Geschiedenis van de middeleeuwse wijsbegeerte, Geschiedenis van de moderne wijsbegeerte en Geschiedenis van de hedendaagse wijsbegeerte.
Kenleer
Er zijn veel zaken die we als zeker beschouwen, bijvoorbeeld dat Nijmegen in Nederland ligt, dat rijpe tomaten rood zijn en dat de aarde om de zon draait. Andere dingen weten we iets minder zeker: het is vrij waarschijnlijk dat het momenteel niet regent in de Sahara, maar niet absoluut zeker. Waarop zijn dergelijke zekerheden en bijna-zekerheden gebaseerd? Met welk recht nemen we aan dat sommige dingen waar zijn en andere niet? We weten (of menen te weten) dat de zintuigen ons soms bedriegen; kunnen we eigenlijk wel uitsluiten dat ze ons altijd bedriegen? De kenleer gaat over de vraag of en zo ja hoe kennis mogelijk is. Wat is kennis? Wat maakt kennis geldig? Wat is de verhouding tussen de kenner en het gekende? Zijn we voor kennis primair aangewezen op de waarneming of draait het bij kennis vooral om het verstand? Vandaag de dag is de kenleer dicht in de buurt komen te liggen van de cognitieve psychologie. Niettemin bestaat er een fundamenteel verschil tussen beide. De cognitieve psychologie is empirisch van aard. Zij beperkt zich tot een beschrijving van het kenproces en probeert de werking van onze hersenen in kaart te brengen. De kenleer daarentegen probeert de mogelijkheidsvoorwaarden vast te stellen waaronder kennis bestaat en regels op te stellen volgens welke een opvatting tot kennis gerekend kan worden.
Metafysica
Dat de werkelijkheid om ons heen bestaat, zal niet vaak betwijfeld worden. Wat die werkelijkheid precies is, en op welke manier die werkelijkheid bestaat, daarover gaan de ideeën wellicht uiteen. Vanouds houdt de metafysica zich bezig met de grondvragen aangaande de werkelijkheid. Wat is de fundamentele structuur van alles dat er is? Wat is "Zijn"? Wat onderscheidt "Zijn" van de "zijnden"? De metafysica wordt veelal gezien als de 'eerste filosofie'. Zij legt de basis voor alle andere filosofie. In de metafysica wordt gevraagd naar de vooronderstellingen die mensen in acht nemen wanneer ze spreken over 'zijn', 'werkelijkheid' of 'bestaan', bijvoorbeeld binnen de natuurwetenschappen of binnen andere filosofische kernvakken. De metafysica overstijgt de andere filosofische vakken door bijvoorbeeld te vragen naar de relatie tussen het ware, het goede en het schone. Vandaag de dag staat de metafysica onder zware kritiek. Immanuel Kant probeerde reeds te breken met de metafysica van zijn tijd. Martin Heidegger legde het ontotheologisch karakter van de metafysica bloot. Hedendaagse postmoderne denkers bekritiseren de metafysica vanwege het totaliserende karakter ervan en vanwege de absolute aanspraken.
Wijsgerige antropologie
De wijsgerige antropologie behandelt de vraag naar het wezen van de mens. Sinds de antieke tijd bestaan er vele definities van de mens. Men probeerde het kenmerkende van de mens te bepalen, vaak in vergelijking met dieren en de dingen. Zo is gewezen op het feit dat de mens bij uitstek rationeel is, dat hij taal spreekt, dat hij in staat is tot het spelen van een spel. De vraag is wat nu werkelijk kenmerkend is. De wijsgerige antropologie houdt zich bezig met de verschillende mensbeelden die er bestaan. Ook wordt de vraag gesteld naar het menselijk bewustzijn en in hoeverre dat bewustzijn bij machte is om baas te kunnen spelen over ons denken en handelen. Vandaag de dag is een hoofdthema van de wijsgerige antropologie de vraag naar de verhouding tussen lichaam en geest. Hoe moeten we deze verhouding denken? Wat is de consequentie van het feit dat we heden ten dage geneigd zijn de geest te reduceren tot lichaam? Een andere vraag is die naar de menselijke persoon. We zeggen dat opa dezelfde persoon is als toen hij een baby was. Toch is opa totaal veranderd. Wat betekent dat met betrekking tot het persoonsbegrip?
Logica
Eén van de manieren om kennis te verwerven is door te redeneren. Er zijn heel veel verschillende redeneervormen, maar één soort is bijzonder interessant, namelijk de redeneringen die we doorgaans "logisch" noemen. Logische redeneringen zijn (hoe kan het ook anders) het onderwerp van de logica. Een voorbeeld van een logische redenering is: "De butler heeft het gedaan of de chauffeur heeft het gedaan. Maar de chauffeur heeft het niet gedaan. Dus heeft de butler het gedaan." Wat deze redenering zo interessant maakt, is dat de inhoud er niet toe doet. De redenering is waar op grond van haar vorm. Dat wil zeggen: elke redenering van deze vorm is waar. "A of B. Maar niet B. Dus A." Een ander voorbeeld is: "Als Ansje lief is, dan krijgt ze een snoepje. Ansje krijgt geen snoepje. Dus Ansje is niet lief." Ook hier kun je stellen dat de redenering waar is op grond van haar vorm. "Als P, dan Q. Niet Q. Dus niet P." Maar hoe kan een redenering waar zijn puur op grond van haar vorm? Welnu dat is het centrale probleem van de logica. Wat maakt een redenering geldig? Hoe onderscheiden we tussen geldige argumentatie en drogredenen? De logica houdt zich bezig met redeneringen, maar zoals gezegd eerder met de vorm ervan dan met de inhoud. Of de argumenten feitelijk waar of onwaar zijn is niet van belang voor de notie van geldigheid. De logica houdt zich enkel bezig met de vraag of de conclusie op geldige wijze uit de premissen getrokken wordt. Gekeken wordt naar het logisch verband tussen premissen en conclusie in een redering.
Wetenschapsfilosofie
Is astrologie een wetenschap? Is psychologie een wetenschap? De eerste vraag zullen de meesten ontkennend beantwoorden; de tweede vraag zal vaak een bevestigend antwoord krijgen. Maar hoe weten we dat zo zeker? Hiermee raken we de kern van de wetenschapsfilosofie. Wat maakt wetenschap tot wetenschap? Wat is het onderscheid tussen wetenschap en pseudo-wetenschap? De beantwoording van deze vragen vereist een criterium voor wat wetenschappelijke kennis is: aan welke kenmerken moeten wetenschappelijke uitspraken voldoen? De wetenschapsfilosofie houdt zich ook bezig met het verschil tussen waarden en feiten. Wat zijn wetenschappelijke feiten? Of de wetenschap geheel waardevrij is, wordt in de 20e eeuw volop betwijfeld. Er is steeds meer aandacht gekomen voor de maatschappelijke inbedding van wetenschap. Is er sprake van wetenschappelijke vooruitgang en hoe werkt dat dan? Ook heeft men oog gekregen voor de verschillen tussen sociale wetenschappen, geesteswetenschappen en natuurwetenschappen. Eén ware wetenschappelijke methode is er niet, er zijn er meerdere. De vraag is dan: hoe verhouden die zich tot elkaar? Is een historisch feit net zoiets als een natuurkundig feit? Of moeten we erkennen dat er verschillende soorten feiten bestaan?
Taalfilosofie
Filosofische problemen zijn als ijsbergen: aan de oppervlakte lijkt er niet veel aan de hand te zijn, maar zodra je iets dieper gaat, wordt het probleem alsmaar groter. Dit geldt ook voor de centrale vraag van de taalfilosofie: Wat is betekenis? In zekere zin weten we allemaal wat betekenis is: we spreken en verstaan immers een of meerdere talen en dat zou ondenkbaar zijn als we niet wisten wat woorden en zinnen betekenen. Maar probeer eens onder woorden te brengen wat de volgende woorden betekenen: "van", "de", "heel". Iedereen gebruikt deze woorden, maar wat ze betekenen is helemaal niet zo duidelijk. Vervolgens kun je je afvragen wat betekenissen eigenlijk 'zijn'. We spreken van "de betekenis" van een woord, maar wat is dat voor een object? Is het wel een object en zo nee, wat is het dan? Bovendien is het begrip betekenis veel ruimer dan je aanvankelijk zou denken: de inhoud van een zin (= de betekenis) kan ook betrekking hebben op wat iemand gelooft, weet, vermoedt, etc. Een persoon kan bijvoorbeeld geloven of weten of vermoeden dat het sneeuwt. Taalfilosofie houdt zich bezig met de verhouding tussen taal, denken en werkelijkheid. Hoe kennen we betekenis toe aan woorden? Hoe kunnen woorden en zinnen betrekking hebben op standen van zaken in de werkelijkheid? Wat is de relatie tussen mijn denken en het gebruik van woorden? Heeft elk woord een eigen betekenis of ontdekken we de betekenis pas op het niveau van een zin?
Wijsgerige ethiek
Als we een zwakker iemand helpen, vinden we dat in veel gevallen een goede handeling. Iemand bedriegen of een belofte niet nakomen, achten we meestal niet goed. Wat we wel en niet goed vinden, heeft te maken met moraliteit. De filosofische discipline die zich met moraliteit bezighoudt, heet "wijsgerige ethiek". De ethiek laat zien dat de vraag wat een moreel goede handeling is en waarom dat zo is vanuit meerdere perspectieven kan worden beoordeeld. Men kan zich beroepen op beginselen of principes, maar men kan zich ook baseren op de gevolgen van de handeling. Ten derde kan men letten op de intentie waarmee de handeling is uitgevoerd. De wijsgerige ethiek houdt zich tevens bezig met normen en waarden. Zijn er normen en waarden die voor altijd en overal gelden of zijn zij aan tijd en plaats gebonden? Anders gezegd: bestaat er zoiets als een universele moraal of is moraliteit relatief en cultuurgebonden? De wijsgerige ethiek heeft ten slotte ook betrekking op de vraag naar een goed, gelukkig en deugdvol leven. Hoe kan een mens gelukkig worden? Wat is daarbij van belang? Welke waarden staan daarbij centraal? Heden ten dage zijn de antwoorden op ethische kwesties niet langer eensluidend. Er is sprake van moreel pluralisme, dat wil zeggen dat er meerdere opvattingen naast elkaar bestaan over wat goed en slecht is. Ethiek houdt zich dan ook vaak bezig met het expliciteren van de verschillende posities die bewust of onbewust worden ingenomen ten aanzien van morele problemen.
Sociale en politieke wijsbegeerte
In een moderne samenleving worden voortdurend beslissingen genomen. Moet er wel of geen Betuwelijn komen? Wat heeft de voorrang: economische voorspoed of behoud van het milieu? Wat is een rechtvaardige verdeling van de welvaart? Beslissingen over zulke zaken worden voorafgegaan door beslissingen op een fundamenteler niveau. Die fundamentele beslissingen zijn het onderwerp van de politieke filosofie. Welke maatschappelijke ordening is er nodig om goede politieke beslissingen te kunnen nemen? Welk politiek systeem is het meest rechtvaardig? Reeds bij Plato en Aristoteles vinden we antwoord op deze kwesties. In tegenstelling tot onze tijd was Plato's antwoord dat dat in ieder geval niet de democratie kan zijn. Ook Aristoteles was geen voorstander van de democratie. In de moderne samenleving is de democratie de vanzelfsprekende staatsvorm geworden. Wat democratie precies is en hoe de democratie idealiter moet werken, blijven echter fundamentele vragen. Immers: wat is de verhouding tussen democratische besluitvorming en economische vrijheid in onze maatschappij? Hoe moet er in een democratie worden omgegaan met de minderheid?
Andere kernvragen van de politieke filosofie zijn: Wat is macht? Wat is een conflict? Wat is de aard van het politieke? Wat is de verhouding tussen publiek en privé? De politieke filosofie beperkt zich daarbij niet tot de politiek binnen een land, maar houdt zich ook bezig met het politieke (met macht) binnen organisaties, zoals bedrijven, ziekenhuizen of de universiteit.
http://www.ru.nl/filosofiestuderen/is_filosofie_iets/vakgebieden/Lijkt mij, dat filosofie juist in deze tijden weer (nog steeds!) een belangerijke rol speelt.