abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
pi_70026153
quote:
Op maandag 15 juni 2009 15:01 schreef __Saviour__ het volgende:

[..]

Het is spijtig dat jij het zo wilt spelen. Maar blijkbaar kun je niet anders.
Ik heb het ook anders geprobeerd, blijkbaar ben je gewoon te dom. Geeft niets verder.
  Donald Duck held maandag 15 juni 2009 @ 15:04:03 #142
46149 __Saviour__
Superstapelsmoor op Kristel
pi_70026181
quote:
Op maandag 15 juni 2009 15:03 schreef Meh7 het volgende:

[..]

Ik heb het ook anders geprobeerd, blijkbaar ben je gewoon te dom. Geeft niets verder.
Ik weet wat je probeert. Constant dat "dom" noemen. Maar het gaat je verder niet lukken.
❤ Rozen zijn rood ❤
❤ Viooltjes zijn blauw ❤
❤ Kristel, ik hou van jou! ❤
  maandag 15 juni 2009 @ 15:09:09 #143
3542 Gia
User under construction
pi_70026379
quote:
Op maandag 15 juni 2009 14:50 schreef __Saviour__ het volgende:
Dat is gewoon hoe ik er tegenaan kijk, met gezond verstand en mijn interpretatie van de wet gelijke behandeling.
Er worden op zoveel plekken eisen gesteld aan bezoekers/klanten. Kledingeisen in een zwembad, in een nachtclub, in een casino, een moskee. Het kan allemaal. Maar nu omdat er een moslim in het nadeel is, zou het ineens niet meer kunnen. Dat is een extreem hypocriete benadering. Geloof staat nergens boven.
En er is geen duidelijke juridische onderbouwing omdat het nog nooit voor een rechter is gekomen. Maar jij hebt ook niks. Je komt aanzetten met een betekenisloze CGB-"uitspraak" met een waarde van 0.0 en een uitspraak in een rechtszaak onder totaal andere omstandigheden.
Nogmaals:
quote:
Op maandag 15 juni 2009 13:33 schreef Gia het volgende:

[..]

Hoe zou jij het vinden als de sportschool gaat eisen dat je een lange zwarte sportbroek draagt, een wit shirt met lange mouwen en witte sportschoenen en sokken?

Heb je totaal geen problemen mee? Als je dat niet aan hebt, wordt je geweigerd. Gelijke behandeling, hé!
Kun je hier ook antwoord op geven?
  maandag 15 juni 2009 @ 15:10:05 #144
257624 telavivnick
hier is het altiojd warm
pi_70026417
quote:
Op zaterdag 13 juni 2009 15:54 schreef zomaareennaam het volgende:
hoofddoeken horen niet in de Nederlandse cultuur en horen dus ook niet toegestaan te worden.

ik denk dat dit de eenigste goede reaktie is ,10000 % mee eens
vredesoverleg whahahahahahahahahahahha
  Donald Duck held maandag 15 juni 2009 @ 15:12:17 #145
46149 __Saviour__
Superstapelsmoor op Kristel
pi_70026500
quote:
Op maandag 15 juni 2009 15:09 schreef Gia het volgende:
Kun je hier ook antwoord op geven?
Als ze dat eisen, dan doen ze maar. Hun bedrijf.
❤ Rozen zijn rood ❤
❤ Viooltjes zijn blauw ❤
❤ Kristel, ik hou van jou! ❤
pi_70026548
Ik zou liever zien dat we de hoofddoek gaan behandelen als datgene wat het feitelijk is: een Arabisch symbool van vrouwenonderdrukking. De koran verplicht vrouwen namelijk niet tot het dragen van een hoofddoek, dus religieuze noodzaak is niet aanwezig. Wat mij betreft kun je de hoofddoek als ongewenste uiting van bepaald gedachtengoed (vrouw als minderwaardig wezen dat beschermd moet worden tegen de lusten van mannen) in één categorie scharen met bijvoorbeeld een hakenkruis.
  maandag 15 juni 2009 @ 15:17:38 #147
8875 Mdk
Smart-ass
pi_70026701
quote:
Op maandag 15 juni 2009 13:33 schreef Gia het volgende:

[..]

Hoe zou jij het vinden als de sportschool gaat eisen dat je een lange zwarte sportbroek draagt, een wit shirt met lange mouwen en witte sportschoenen en sokken?

Heb je totaal geen problemen mee? Als je dat niet aan hebt, wordt je geweigerd. Gelijke behandeling, hé!
Ik weet trouwens niet hoe dat bij jou zit, maar ik zou een andere sportschool zoeken en niet meteen gaan klagen bij een of andere commissie.
Latest releases: http://www.dekooker.nl
pi_70026802
quote:
Op maandag 15 juni 2009 15:17 schreef Mdk het volgende:

[..]

Ik weet trouwens niet hoe dat bij jou zit, maar ik zou een andere sportschool zoeken en niet meteen gaan klagen bij een of andere commissie.
Ik ook trouwens. Zo'n oordeel en eventueel een uitspraak afwachten lijkt mij te veel moeite.
pi_70031632
quote:
Op maandag 15 juni 2009 15:03 schreef Meh7 het volgende:

[..]

Ik heb het ook anders geprobeerd, blijkbaar ben je gewoon te dom. Geeft niets verder.
Staat iemand op repeat

Onze K3-fan heeft gewoon een punt met dat een bepaalde groep altijd een speciale behandeling krijgt of eist. Het is om moe van te worden. Laten we vooral niet verwachten en eisen van mensen dat ze zich mentaal langzaam aan naar het jaar 2009 toe bewegen.
pi_70031652
quote:
Op maandag 15 juni 2009 14:08 schreef Meh7 het volgende:

[..]

http://www.cgb.nl/_media/downloadables/CGB%20evaluatie.pdf

In 81% van de gevallen betrekt de rechter het oordeel van de CGB bij zijn uitspraak, in 61% van de gevallen wordt het oordeel overgenomen door de rechter.
61%? Bedroevend laag percentage als je jouw bewering volgt dat de commissie uit zeer hoog opgeleide mensen bestaat waaronder een aantal ex-rechters. En des te meer bewijs dat het CGB een hele andere set van criteria aanhangt dan een echte rechter. (en natuurlijk nog meer bewijs dat de leden van het CGB niet echt door hebben wat er in de maatschappij speelt)

Een wet op gelijke behandeling gebruiken om een uitzonderingspositie te bemachtigen.....
Democracy is the theory that the common people know what they want, and deserve to get it good and hard. - H.L. Mencken
pi_70031686
quote:
Op maandag 15 juni 2009 17:36 schreef Hamilcar het volgende:

[..]

Staat iemand op repeat

Onze K3-fan heeft gewoon een punt met dat een bepaalde groep altijd een speciale behandeling krijgt of eist. Het is om moe van te worden. Laten we vooral niet verwachten en eisen van mensen dat ze zich mentaal langzaam aan naar het jaar 2009 toe bewegen.
Welnee, als hij geen argumenten meer heeft, dan gooit hij het er gewoon op dat je dom bent....eeuwenoude tactiek, lekker makkelijk doorheen te prikken.
Democracy is the theory that the common people know what they want, and deserve to get it good and hard. - H.L. Mencken
pi_70031832
Staat nog steeds als een bus:

De Algemene wet gelijke behandeling stelt regels omtrent gelijke behandeling:
quote:
Van de AWGB: §
Artikel 1
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. onderscheid: direct en indirect onderscheid, alsmede de opdracht daartoe;
b. direct onderscheid: onderscheid tussen personen op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat;
c. indirect onderscheid: onderscheid op grond van andere hoedanigheden of gedragingen dan die bedoeld in onderdeel b, dat direct onderscheid tot gevolg heeft.
Een rechter constateert dat het weigeren van een hoofddoek onder indirect onderscheid valt:

LJN: BC3697, Rechtbank 's-Gravenhage , AWB 06-4333
Datum uitspraak: 20-08-2007
Datum publicatie: 13-03-2008
quote:
Vervolgens ligt de vraag voor of sprake is van indirect onderscheid naar godsdienst. Er is sprake van indirect onderscheid vanwege godsdienst indien een op het eerste gezicht neutraal criterium personen met een bepaalde geloofsovertuiging, in casu het moslimgeloof, in overwegende mate treft. Verweerders standpunt roept bij eiseres, wanneer zij zich wil conformeren daaraan - anders dan bij andere personen die omwille van andere dan religieuze redenen de traditionele kleding willen dragen - gewetensconflicten op. Het door verweerder gehuldigde standpunt treft dan ook in overwegende mate personen die dezelfde geloofsovertuiging aanhangen als eiseres en vanuit die overtuiging de traditionele kleding dragen. Het standpunt van verweerder levert naar het oordeel van de rechtbank dan ook een indirect onderscheid op naar godsdienst.

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=BC3697&u_ljn=BC3697
De CGB oordeelt dat het weigeren van een hoofddoek in een sportschool onder indirect ongerechtvaardigd onderscheid valt:
quote:
Samenvatting oordeel
Een vrouw draagt op grond van haar godsdienstige overtuiging een hoofddoek. Een sportschool heeft haar - met beroep op zijn huisregel - niet toegestaan een hoofddoek te dragen tijdens het trainen.
De sportschool heeft jegens de vrouw indirect onderscheid op grond van godsdienst gemaakt. De sportschool heeft de Commissie niet kunnen overtuigen dat het middel, te weten het algehele verbod op het dragen van hoofdbedekkingen in de trainingsruimte, noodzakelijk is voor het behouden van een goede sfeer en het tegengaan van ordeverstoring. De Commissie ziet genoeg mogelijkheden, en heeft die ter zitting met de sportschool besproken, om de huisregel nauwkeuriger aan te laten sluiten bij de groep waar die daadwerkelijk voor bedoeld is, zonder personen uit te sluiten die uit godsdienstige overwegingen een hoofdbedekking dragen. Daarom acht de Commissie het middel niet noodzakelijk om het doel te bereiken en het onderscheid naar godsdienst dat hiervan het gevolg is niet objectief gerechtvaardigd.

http://www.cgb.nl/opinion.php?id=453056972
De CGB is een wettelijk orgaan. De commissieleden zijn allemaal juristen. Er zitten universitaire docenten tussen, (oud) advocaten zijn geen uitzondering, (oude) rechters en (oud) kamerleden.

http://www.cgb.nl/people.php

De CGB is een gerespecteerd orgaan:
quote:
Als u zich ongelijk behandeld voelt, kan dat een gevoel van onmacht en onrechtvaardigheid geven. Door de CGB om een oordeel te vragen, kunt u wat doén met dat gevoel. Degene door wie u zich ongelijk behandeld voelt moet zich dan immers richting de CGB verantwoorden.

Doordat een oordeel van de CGB ‘juridisch niet bindend’ is, kan de CGB een partij die zich schuldig heeft gemaakt aan ongelijke behandeling niet dwingen om haar oordeel op te volgen. In de praktijk wordt het oordeel van de CGB echter geaccepteerd en nageleefd, zij het soms na enige druk vanuit de CGB.

Mocht het oordeel onverhoopt niet worden opgevolgd, dan kunt u altijd nog een rechtzaak aanspannen en hierbij het oordeel van de CGB gebruiken. Een rechter is verplicht om het oordeel van de CGB mee te laten wegen in het vonnis, als dezelfde situatie wordt voorgelegd.
quote:
Evaluatie ■ Hoewel sprake is van kleine aantallen blijkt uit de kwantitatieve analyse dat de rechter
steeds meer gewicht toekent aan het CGB-oordeel. In 81% van de uitspraken zaken waarin de rechter
toekomt aan het oordeel van de CGB, komt het oordeel expliciet in de motivering van de uitspraak
aan de orde.
De rechter volgt in 61% het oordeel van de CGB.

■ Als rechterlijke uitspraken verschillen van het CGB-oordeel is dit vaak het gevolg van verschillen in
de rechtsvragen, toetsingskaders en aangevoerde feiten verschillen. De verschillen komen slechts in
een beperkt aantal gevallen voort uit een andere waardering van de feiten of een andere interpretatie
van (internationaal) recht en jurisprudentie;
■ Het overgrote deel (69%) van de zaken die na een CGB-oordeel voor de rechter komen, gaat over
onderscheid naar geslacht. Dat komt waarschijnlijk (mede) omdat de CGB-oordelen omtrent de
grond geslacht slechter worden opgevolgd dan oordelen over de andere gronden.
■ De conclusie over de eerste evaluatieperiode, dat de lagere rechter eerder geneigd was het oordeel
van de CGB naast zich neer te leggen, wordt niet bevestigd door de bevindingen uit het onderzoek
over de periode 2001 – 2004. Het komt nog slechts zelden voor dat de rechter een CGB-oordeel
ongemotiveerd ter zijde legt. Er is dan ook geen reden meer om erop aan te dringen dat naast de algemene
motiveringsplicht van artikel 121 van de Grondwet een bepaling in de wet wordt opgenomen
inhoudend dat de rechter alleen gemotiveerd van het CGB-oordeel kan afwijken.


Aanbevelingen ■ De CGB neemt zich voor om in de toekomst systematisch(er) na te gaan of, en zo ja
op welke wijze, de rechter haar oordelen in zijn beslissingen betrekt.
■ De CGB is van plan de wettelijke mogelijkheid voor de rechter om advies te vragen aan de CGB,
meer onder de aandacht te brengen en te wijzen op haar mogelijkheid de rechter bij te staan bij de
beoordeling van de noodzaak om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie EG en de
formulering van die vragen.
http://www.cgb.nl/_media/downloadables/CGB%20evaluatie.pdf

In 81% van de gevallen betrekt de rechter het oordeel van de CGB bij zijn uitspraak, in 61% van de gevallen wordt het oordeel overgenomen door de rechter.
pi_70031885
Dat betoog is nog steeds niet ontkracht, jullie komen steeds niet verder dan: de CGB is niks, de CGB is niks. Waarom het inhoudelijke oordeel niet klopt, kunnen jullie niet onderbouwen.
pi_70031921
Volledig oordeel:

2008-146 Sportschool maakt indirect onderscheid op grond van godsdienst door een vrouw niet toe te laten met hoofddoek te trainen.

Een vrouw draagt op grond van haar godsdienstige overtuiging een hoofddoek. Een sportschool heeft haar - met beroep op zijn huisregel - niet toegestaan een hoofddoek te dragen tijdens het trainen.
De sportschool heeft jegens de vrouw indirect onderscheid op grond van godsdienst gemaakt. De sportschool heeft de Commissie niet kunnen overtuigen dat het middel, te weten het algehele verbod op het dragen van hoofdbedekkingen in de trainingsruimte, noodzakelijk is voor het behouden van een goede sfeer en het tegengaan van ordeverstoring. De Commissie ziet genoeg mogelijkheden, en heeft die ter zitting met de sportschool besproken, om de huisregel nauwkeuriger aan te laten sluiten bij de groep waar die daadwerkelijk voor bedoeld is, zonder personen uit te sluiten die uit godsdienstige overwegingen een hoofdbedekking dragen. Daarom acht de Commissie het middel niet noodzakelijk om het doel te bereiken en het onderscheid naar godsdienst dat hiervan het gevolg is niet objectief gerechtvaardigd.


Oordeel
2008-146


Datum: 5 december 2008
Dossiernummer: 2008-0196


op het verzoekschrift van 2 juni 2008 van
. . . .
woonachtig te Den Bosch, verzoekster


tegen

. . . .
gevestigd te Den Bosch, verweerster
vertegenwoordigd door. . . . , financieel directeur Fit for Free Beheer B.V.


1 Procesverloop

1.1 Bij het voornoemde verzoekschrift heeft verzoekster de Commissie Gelijke Behandeling, hierna: de Commissie, gevraagd te onderzoeken of verweerster jegens haar onderscheid heeft gemaakt en haar oordeel daaromtrent kenbaar te maken.

1.2 Verweerster heeft bij brief van 7 juli 2008 schriftelijk verweer gevoerd.

1.3 Verzoekster heeft de Commissie desgevraagd op 26 augustus 2008 aanvullende informatie gestuurd.

1.4 De Commissie heeft partijen opgeroepen de standpunten ter zitting van 7 oktober 2008 mondeling nader toe te lichten. Verzoekster is met bericht van verhindering niet verschenen.

1.5 De Commissie heeft verweerster ter zitting in de gelegenheid gesteld aanvullende informatie te verschaffen. De Commissie heeft het onderzoek, in afwachting daarvan, aangehouden.

1.6 Verweerster heeft de Commissie bij email van 20 oktober 2008 aanvullende gegevens gestuurd. De aanvullende gegevens zijn ter kennisname aan verzoekster gestuurd. De Commissie heeft het onderzoek op 3 november 2008 afgesloten en partijen hiervan in kennis gesteld.


2 Feiten

2.1 Verzoekster is moslim en draagt op grond van haar godsdienstige overtuiging een hoofddoek.

2.2 Verweerster exploiteert een fitnesscentrum. Zij maakt deel uit van een groep van 24 fitnesscentra, waarvan de holdingmaatschappij is gevestigd in Den Haag. Alle bij de holdingmaatschappij aangesloten vestigingen opereren onder dezelfde naam en hanteren dezelfde huisregels. Toegang tot de sportaccommodatie van verweerster en de andere vestigingen van de groep is alleen mogelijk voor leden.

2.3 De huisregels, die ook door verweerster worden gehanteerd, zijn opgesteld door het hoofdkantoor, op schrift gesteld alsmede gepubliceerd op de website van de holdingmaatschappij. Een van de huisregels luidt als volgt:

“In de trainingsruimte mag je geen petjes, caps of andere hoofdbedekking dragen.” Tevens vermelden de huisregels dat het in strijd handelen met de regels intrekking van de lidmaatschapspas tot gevolg kan hebben.

2.4 Verzoekster heeft op 19 mei 2008 kenbaar gemaakt belangstelling te hebben om bij verweerster te komen trainen. Met een beroep op bovenstaande huisregel heeft verweerster verzoekster de toegang geweigerd, omdat verzoekster aangaf niet bereid te zijn haar hoofddoek af te doen bij het trainen.


3 Beoordeling van het verzoek

3.1 In geding is de vraag of verweerster onderscheid op grond van godsdienst heeft gemaakt door verzoekster niet toe te staan een hoofddoek te dragen in de trainingsruimte.

Wettelijk kader

3.2 Artikel 7, eerste lid, onderdeel a, Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) verbiedt, in samenhang met artikel 1 van deze wet, onderscheid naar godsdienst bij het aanbieden van en het verlenen van toegang tot goederen of diensten en bij het sluiten, uitvoeren of beëindigen van overeenkomsten ter zake, indien dit geschiedt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De activiteiten van verweerster als commerciële exploitant van een sportaccommodatie vallen binnen het bereik van deze bepaling.

3.3 Niet in geding is dat het dragen van een hoofddoek een uitdrukking kan zijn van een godsdienst. Dergelijke uitingen worden volgens vaste oordelenlijn van de Commissie beschermd door de AWGB.

3.4 Op grond van het bovenstaande komt de Commissie tot de conclusie dat de regeling die verweerster hanteert, inhoudende dat zij verzoekster niet toestaat een hoofddoek te dragen in haar trainingsruimte, kan worden getoetst aan de normen van de AWGB.

Direct of indirect onderscheid op grond van godsdienst?

3.5 Artikel 1 AWGB bepaalt onder meer dat onder onderscheid zowel direct als indirect onderscheid wordt begrepen. Onder direct onderscheid wordt verstaan onderscheid dat rechtstreeks verwijst naar één van de in de AWGB genoemde discriminatiegronden.
Indirect onderscheid is onderscheid dat op grond van een neutraal criterium, voorschrift of handelen personen bijzonder treft in verband met een of meer in de AWGB genoemde gronden.

3.6 Bij het beantwoorden van de vraag of verweerster direct of indirect onderscheid heeft gemaakt, toetst de Commissie of verweerster bij het verbod op het dragen van een hoofddoek in de trainingsruimte rechtstreeks verwijst naar de godsdienst van de betrokkenen. Dit is niet het geval. De onder 2.3 aangehaalde huisregel refereert in algemene bewoordingen aan hoofdbedekkingen, zonder enige verwijzing naar de godsdienst van de betrokkenen. Hieruit volgt dat verweerster met haar huisregel geen direct onderscheid maakt naar godsdienst.

3.7 De Commissie oordeelt dat de huisregel van verweerster wel indirect onderscheid opleveren op grond van godsdienst. Het verbod op het dragen van hoofdbedekkingen treft, naast andere groepen, in overwegende mate personen die op grond van hun godsdienst een hoofddoek of ander hoofddeksel dragen, zoals verzoekster.

Objectieve rechtvaardiging voor het indirecte onderscheid?

3.8 Artikel 2 AWGB bepaalt dat het verbod van indirect onderscheid niet geldt indien dat onderscheid objectief gerechtvaardigd wordt door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn. In dat geval dient de partij die mogelijk verboden onderscheid heeft gemaakt feiten aan te dragen ter rechtvaardiging hiervan. Of in een concreet geval sprake is van een objectieve rechtvaardiging moet worden nagegaan aan de hand van een beoordeling van het doel van het onderscheid en het middel dat ter bereiking van dit doel is ingezet. Het doel dient legitiem te zijn, in de zin van voldoende zwaarwegend dan wel te beantwoorden aan een werkelijke behoefte. Een legitiem doel vereist voorts dat er geen sprake is van een discriminerend oogmerk. Het middel dat wordt gehanteerd moet passend en noodzakelijk zijn. Een middel is passend indien het geschikt is om het doel te bereiken. Het middel is noodzakelijk indien het doel niet kan worden bereikt met een middel dat niet leidt tot onderscheid, althans minder bezwaarlijk is, en het middel in een evenredige verhouding staat tot het doel. Pas als aan al deze voorwaarden is voldaan levert het indirecte onderscheid geen strijd op met de gelijke behandelingswetgeving.

Doel van het onderscheid

3.9 Het doel dat verweerster met de huisregel wil bereiken, is het behouden van een goede sfeer en het tegengaan van ordeverstoring, meer in het bijzonder groepsvorming en ongewenst gedrag van jongeren met petjes en caps. De Commissie stelt vast dat dit doel beantwoordt aan een werkelijke behoefte van verweerster. Voorts treft de Commissie in de doelstelling geen discriminerend oogmerk aan. Geconcludeerd wordt dat de doelstelling legitiem is.

Middel ter bereiking van het doel

3.10 Het middel om eerder genoemd doel te bereiken is, naast andere geboden en verboden zoals vastgelegd in de huisregels, het verbod op het dragen van een hoofdbedekking in de trainingsruimte.

3.11 De Commissie heeft eerder geoordeeld dat het niet goed voorstelbaar is dat een verbod op het dragen van een hoofdbedekking op zich, zonder dat er andere maatregelen worden getroffen, kan bewerkstelligen dat ordeverstoring en groepsvorming niet meer voorkomt. Een dergelijk verbod kan hieraan wel bijdragen (zie CGB, 6 februari 2007, oordeel 2007-20 en CGB, 12 juli 2006, oordeel 2006-144). Nu verweerster huisregels hanteert die diverse geboden en verboden bevatten gericht op het behouden van een goede sfeer en het tegengaan van ordeverstoringen oordeelt de Commissie dat het middel passend is.

3.12 Ten aanzien van de vraag of het middel noodzakelijk is, overweegt de Commissie als volgt.

3.13 Reeds eerder heeft de Commissie geoordeeld over de weigering van een fitnesscentrum dat deel uitmaakt van dezelfde groep als verweerster om, met een beroep op deze huisregel, een vrouw die om godsdienstige redenen een hoofddoek droeg toe te laten (zie CGB 6 februari 2007, oordeel 2007-20). De Commissie heeft in die zaak geoordeeld dat het middel niet noodzakelijk was, omdat de huisregel een grotere groep personen raakte dan nodig is ter bereiking van het nagestreefde doel. De uitvoeringsproblemen die verweerster voorzag als zij, in uitzondering op de huisregel, personen die om godsdienstige redenen een hoofddeksel dragen wel zou toelaten, waren gebaseerd op een niet nader onderbouwde inschatting, zonder dat is getracht de huisregel nauwkeuriger te laten aansluiten bij de aard van de problematiek. De Commissie kwam dan ook tot het oordeel dat verweerster verboden onderscheid op grond van godsdienst heeft gemaakt bij het aanbieden van en het verlenen van toegang tot goederen en diensten.

3.14 In vervolg op bovengenoemd oordeel heeft de holdingmaatschappij in een van haar vestigingen een proef gehouden om te onderzoeken wat de effecten zijn van het hanteren van een aangepaste huisregel. De proef is gehouden in de periode van 27 april tot en met 4 mei 2007. De huisregel werd tijdens de proef als volgt aangepast:

“In de trainingsruimte mag je geen petjes, caps of andere hoofdbedekking dragen, met uitzondering van hoofdbedekking die wordt gedragen vanuit religieuze overtuiging”.

3.15 Ter zitting heeft de Commissie verweerster gevraagd naar de wijze waarop de proef is uitgevoerd en naar de uitkomst ervan. Verweerster heeft verklaard dat de directie van het betreffende fitnesscentrum de aangepaste huisregel binnen de vestiging kenbaar heeft gemaakt. Aan enkele medewerksters die in het dagelijks leven een hoofddoek dragen is gevraagd om in de proefperiode met een hoofddoek te komen trainen. Ook hebben enkele klanten met een hoofddoek getraind. Omdat verweerster niet bekend was met alle feiten van de proef, heeft de Commissie verweerster in de gelegenheid gesteld na afloop van de zitting aanvullende informatie over de proef te overleggen. Bij email van 20 oktober 2008 heeft verweerster deze informatie toegestuurd.

3.16 Verweerster schrijft in haar email van 20 oktober 2008 over de bevindingen van de proef: “Op verschillende dagen hebben dames met hoofddoeken getraind op de vestiging [plaats]. Klanten met zeer uiteenlopende profielen (jong, oud, man, vrouw) kwamen verhaal halen bij de balie. Waar onze medewerkers normaliter veelvuldig complimenten krijgen over de sfeer, over het goed (laten) naleven van de huisregels, werden nu vaak vragen gesteld en/of opmerkingen gemaakt over deze specifieke huisregel. Baliemedewerkers gaven als uitleg dat op grond van de wet een uitzondering gemaakt moet worden (…) ontmoette niet of nauwelijks begrip. Het aanspreken van de in de trainingsruimte petjesdragende klanten leverde nog veel lastiger situaties op. Deze klanten zijn veelvuldig de discussie aangegaan in de trant van “waarom zij wel en ik niet?”of “jullie discrimineren mij”. Verschillende keren is het onze medewerkers niet gelukt de naleving van de huisregel af te dwingen en ontstond een grimmige sfeer. De proef is dan ook, mede op verzoek van de medewerkers, beëindigd na acht dagen. “Op grond van de uitkomst van deze proef constateert verweerster dat het middel niet alleen passend, maar ook noodzakelijk is om het doel te bereiken. Verweerster geeft dan ook aan niet bereid te zijn de huidige huisregel aan te passen.

3.17 Op grond van het bovenstaande acht de Commissie het niet aannemelijk dat verweerster deugdelijk heeft onderzocht in hoeverre het mogelijk is om, als uitzondering op de huisregel dat hoofdbedekkingen zijn verboden, personen met een hoofdbedekking die wordt gedragen vanuit religieuze overtuiging tot haar trainingsruimte toe te laten. Verweerster heeft desgevraagd noch ter zitting, noch in de schriftelijke stukken kunnen aangeven hoeveel klanten op welke dagen in de onderzoeksperiode met een hoofddoek hebben getraind. Ook heeft verweerster geen logboek van incidenten bijgehouden. Daarbij komt dat de betreffende vestiging onvoldoende kenbaarheid heeft gegeven aan de aangepaste huisregel door slechts de “oude” huisregel bij de ingang van de vestiging weg te halen. Zodoende is het niet aannemelijk dat nieuwe klanten daadwerkelijk in staat gesteld zijn om met een hoofddoek te komen trainen. Tot slot heeft verweerster de Commissie er niet van kunnen overtuigen dat een proef van acht dagen lang genoeg is om vast te stellen dat de aangepaste huisregel niet werkt. Het is immers goed denkbaar dat de discussies na verloop van tijd verstommen, indien verweerster de aangepaste huisregel een langere periode handhaaft. Temeer nu niet alleen verweerster maar ook haar klanten de tijd nodig hebben om de aangepaste huisregel tot zich te nemen en zich bewust te worden dat deze noodzakelijk is vanwege de gelijkebehandelingswetgeving.

3.18 Op grond van het voorgaande concludeert de Commissie dat verweerster haar niet heeft kunnen overtuigen dat het middel, te weten het algehele verbod op het dragen van hoofdbedekkingen in de trainingsruimte, noodzakelijk is voor het behouden van een goede sfeer en het tegengaan van ordeverstoring. De Commissie ziet genoeg mogelijkheden, en heeft die ter zitting met verweerster besproken, om de huisregel nauwkeuriger aan te laten sluiten bij de groep waar die daadwerkelijk voor bedoeld is, zonder personen uit te sluiten die uit godsdienstige overwegingen een hoofdbedekking dragen. De Commissie acht het middel daarom niet noodzakelijk om het doel te bereiken. Hieraan doet niet af dat verweerster, zoals zij stelt, betaalbare accommodatie aanbiedt die voor iedereen toegankelijk is en dat zij door het toestaan van uitzonderingen op de huisregel genoodzaakt is meer zaalmedewerkers aan te stellen om de aangepaste huisregel te handhaven. Het is vaste oordelenlijn van de Commissie dat financiële argumenten alléén niet kunnen leiden tot rechtvaardiging van een onderscheidmakende bepaling of regeling (zie o.a. CGB 1 maart 2004, oordeel 2004-16).

3.19 Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat de door verzoekster bestreden huisregel en het daarop gebaseerde beleid niet noodzakelijk zijn ter objectieve rechtvaardiging van het indirect onderscheid naar godsdienst. Verweerster heeft derhalve verboden onderscheid gemaakt op grond van godsdienst bij het aanbieden van en het verlenen van toegang tot goederen en diensten, zoals verboden in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, AWGB.


4 Oordeel

De Commissie Gelijke Behandeling spreekt als haar oordeel uit dat . . . . B.V. verboden onderscheid op grond van godsdienst heeft gemaakt jegens . . . . door haar niet toe te staan een hoofddoek te dragen in de trainingsruimte.

De Commissie bepaalt voorts dat dit oordeel op de voet van artikel 13, derde lid, AWGB ter kennis gebracht zal worden van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Aldus gegeven te Utrecht op 5 december 2008 door prof. mr. A.C. Hendriks, voorzitter, mr. C.A. Goudsmit en mr. H.J. Vilters, leden van de Commissie, in tegenwoordigheid van mr. N. Günes, secretaris.


prof. mr. A.C. Hendriks
namens deze,
mr. E.J.M. Hofhuis
Commissielid


mr. N. Günes

http://www.cgb.nl/opinion-full.php?id=453056972
pi_70032154
Wordt hoogste tijd dat artikel 1 aangevuld wordt mbt vrjheid van religie dat dit niet automatisch betekent "licence to kill all"


Vrijheid van religie prima maar het houdt op zodra anderen in hun vrijheden worden beperkt.
pi_70032257
quote:
Let op het vetgedrukte woordje.

Je vergelijkt een oordeel van de ene zaak van een echte rechter, met een oordeel van een andere zaak van een commissie die niet gemachtigd is om een bindend oordeel uit te spreken. Bovendien heb ik je ook een paar stukjes laten lezen dat het CGB een andere set criteria hanteert dan een echte rechter. Bovendien maakt het percentage van 61% wat betreft oordelen van het CGB die overgenomen worden door een echte rechter het alles behalve logisch dat het oordeel van het CGB wat betreft de hoofddoekjes in de sportschool ook 1-op-1 overgenomen door een echte rechter.

Je blijft maar hetzelfde stukje plakken en knippen, maar echte argumenten heb ik je nog niet zien geven. (en nee: "Jij bent dom" is GEEN echt argument...)
Democracy is the theory that the common people know what they want, and deserve to get it good and hard. - H.L. Mencken
pi_70032306
De rechter heeft zich eveneens te houden aan de AWGB. Leg jij nou eens uit waarom de CGB in dit specifieke geval een onjuiste rechtsopvatting heeft in plaats van te herhalen: "de CGB is niks, de CGB is niks".
pi_70032369
quote:
Op maandag 15 juni 2009 17:57 schreef Meh7 het volgende:
De rechter heeft zich eveneens te houden aan de AWGB. Leg jij nou eens uit waarom de CGB in dit specifieke geval een onjuiste rechtsopvatting heeft in plaats van te herhalen: "de CGB is niks, de CGB is niks".
Ik zeg dat het CGB andere criteria hanteert dan een echte rechter. Als je moeite hebt om te lezen wat ik typ, raad ik je aan een inburgeringscursus te volgen.
Democracy is the theory that the common people know what they want, and deserve to get it good and hard. - H.L. Mencken
pi_70032437
quote:
Op maandag 15 juni 2009 17:58 schreef Snapcount2 het volgende:

[..]

Ik zeg dat het CGB andere criteria hanteert dan een echte rechter. Als je moeite hebt om te lezen wat ik typ, raad ik je aan een inburgeringscursus te volgen.
Wel inburgeringscursussen erbij halen, maar owee als ik je dom noem, dan heb ik het gedaan. Welke criteria dan? En hoe zorgt die criteria er in dit specifieke geval voor dat de rechter tot een andere uitspraak zal komen? Leg even uit waarom de CGB hier fout zit.
pi_70032622
quote:
Op maandag 15 juni 2009 17:52 schreef Dr.Nikita het volgende:
Wordt hoogste tijd dat artikel 1 aangevuld wordt mbt vrjheid van religie dat dit niet automatisch betekent "licence to kill all"


Vrijheid van religie prima maar het houdt op zodra anderen in hun vrijheden worden beperkt.
Neem een voorbeeld aan Nikita, die zegt gewoon hoe het er volgens haar uit zou moeten zien, die zit niet zonder enige onderbouwing te roepen dat een sportschool huisregels mag hebben die in strijd zijn met de wet.
abonnement Unibet Coolblue Bitvavo
Forum Opties
Forumhop:
Hop naar:
(afkorting, bv 'KLB')