De kernramp van Tsjernobyl was een ernstig ongeluk met een van de kernreactoren van de Kerncentrale Tsjernobyl dat plaatsvond op zaterdag 26 april 1986 nabij de gelijknamige Oekraïense plaats (toen nog Sovjet-Unie) Tsjernobyl.
De stad Tsjernobyl ligt aan de rivier Prypjat in het noorden van Oekraïne, niet ver van de grens met Wit-Rusland. Voor de ramp telde de stad ongeveer 15.000 inwoners. Nu woont er vrijwel niemand.
De naam van de stad is tegenwoordig verbonden met het ongeval met de kerncentrale te Tsjernobyl op 26 april 1986. Dit was het zwaarste ongeval met een kerncentrale waarbij grote hoeveelheden radioactieve stoffen vrijkwamen en er grote gevolgen voor de volksgezondheid waren.
Het is echter niet het enige nuclaire ongeval in de geschiedenis. Rondom de opwerkingsfabriek Majak in Rusland zijn in de jaren '50 en '60 van de vorige eeuw twee grote en diverse kleine nucleaire ongelukken geweest waarbij eveneens grote hoeveelheden radioactiviteit over meer dan 26.000 km2 bewoond gebied werden verspreid. Ook in Groot-Brittannië (Sellafield) en in de Verenigde Staten (Three Mile Island) zijn er ongevallen geweest waarbij radioactiviteit vrijkwam.
Op 26 april 1986 werd in kernreactor nummer 4 van het complex een proef uitgevoerd. Een test was voorzien voor de dagploeg, maar moest uitgesteld worden, omdat een andere elektriciteitscentrale uitgevallen was. Daarom moest de avondploeg zonder voorbereiding testen, of de generator bij uitschakelen van de reactor nog genoeg vermogen gaf om de koelinstallatie te laten werken gedurende de 40 tot 60 seconden die de noodaggregaten nodig hadden om op te starten. Door een verkeerde instelling van het systeem of een bedieningsfout, werd de reactor op een gegeven moment onbedoeld vrijwel volledig stilgelegd. Het warmtevermogen viel terug tot 30 MW, 5 procent van de 600 MW die nodig was voor de proef. door de snelle daling van het vermogen ontstond in de reactor een grote hoeveelheid 135I en daaruit 135Xe, dat neutronen opslorpt (een zogeheten neutronengif) en daardoor de kernreactie vertraagt. De operatoren haalden daarop regelstaven omhoog en het vermogen steeg tot 200 MW, nog altijd maar een derde van de nodige 600 MW om de geplande proef uit te voeren. Ze zetten toch door met de proef en op 26 april om 01.05 uur schakelden ze de waterpompen in. Omdat water ook neutronen absorbeert, zakte het vermogen nog verder. De operatoren haalden nu ook de handbediende veiligheidsstaven omhoog. Om 01.23 uur sloten ze de stoom naar de turbines af. Daar alleen draaiende turbines de pompen konden aandrijven, verminderde nu het waterdebiet en zo ook de absorptie van neutronen door het water. De reactor werd heter en stoombelletjes ontstonden toen het water aan de kook raakte. Door de belletjes steeg het vermogen. 135Xe werd nu sneller omgezet naar 136Xe dan het aangemaakt werd uit 135I. Daardoor ging de reactor nog heviger werken. Omdat alle staven uit de reactor waren, nam het vermogen alsmaar toe. Om 01.23:40 uur drukte de operator op knop AZ-5 voor een snelle noodstop, om alle controlestaven terug in de reactor te doen zakken. Het mechanisme om de staven in te brengen had 19 seconden nodig en ondertussen braken door de hitte de brandstofstaven, waardoor de controlestaven klem kwamen te zitten op een derde van hun normale diepte. Om 01.23 uur bereikte de reactor 30 GW, tien keer zijn normale vermogen van 3 GW. De brandstofstaven smolten en de stoomdruk steeg en veroorzaakte een stoomontploffing, die het dak van de reactor wegblies. De binnenstromende lucht stak de hete grafietstaven in brand. De brand voerde een radioactieve rookwolk in de atmosfeer. De reactor ontplofte midden in de nacht, toen de meeste inwoners van Tsjernobyl sliepen.
Bij de brand en de explosie kwamen 31 mensen om. Evacuatie van de directe omgeving kwam pas op 27 april op gang; na tien dagen waren circa 135.000 mensen geëvacueerd uit een gebied met een straal van 30 km rond de reactor. Ongeveer 3500 inwoners weigerden het gebied te verlaten. In 2006 waren hiervan nog slechts 461 in leven. De 30-kilometer zone, ook wel "vervreemdingszone" (Oekraïens: Zona Vidtsjoezjennja) genoemd is nog altijd streng verboden gebied en omvat 90 plaatsen, waaronder de daarvoor snelgroeiende steden Prypjat en Tsjernobyl.
Er kwam een grote wolk met radioactief materiaal in de atmosfeer, die door de wind naar het noorden en het noordwesten werd gedreven. De eerste melding van het ongeluk kwam niet van de sovjetautoriteiten, maar van onderzoekers die radioactieve neerslag opmerkten in Zweden. De meeste neerslag met radioactieve stofdeeltjes kwam vrij gedurende de eerste tien dagen na het ongeluk. Rond 2 mei bereikte de radioactieve wolk Nederland en België.
Deze fall-out van het ongeluk trok over een groot deel van Europa. In Nederland kreeg het RIVM de opdracht om meer metingen te doen dan normaal. Er werd een graasverbod ingesteld om besmetting van melk te voorkomen. Tevens mocht net geoogste bladgroente niet verkocht worden. In België echter werd geen enkele maatregel genomen. Weerman Armand Pien mocht in zijn weerbericht zelfs niets zeggen over de radioactieve wolk. Het was zelfs zo erg dat de ministers elkaar tegenspraken[bron?]. In de landen rond Oekraïne waren er mensen die jodiumtabletten innamen, om te voorkomen dat hun schildklier vrijgekomen radioactief jodium op zou nemen.
Op dinsdag 28 februari 2006 13:50 schreef Avery het volgende:ik ben dan nieuw ik zie zo dat jij irritant ben jpg
PieAirIk denk altijd heel goed na voor ik iets stoms zeg...