Hebben jullie het uitmuntende stuk van CDA'er Wim de Kok in de Opinio van deze week al gelezen?
quote:
De roze bril moet af
“Europeanen komen van Venus, Amerikanen van Mars.” Zo beschreef de Amerikaanse conservatief Robert Kagan de tegenstellingen aan weerszijden van de Atlantische Oceaan. Terwijl Europeanen geloven in vreedzame dialoog, diplomatie en internationaal recht, zouden de Amerikanen de wereld meer zien als een jungle waarin desnoods unilateraal gebruik van geweld geoorloofd is. Hoezeer deze stelling ook te nuanceren valt, hij heeft aan actualiteitswaarde niets ingeboet en is voor Nederland maar al te relevant. De werkelijkheid in de wereld is namelijk beduidend minder rooskleurig dan we lang tegen beter weten in hebben volgehouden. De roze bril moet daarom af.
Aan ambities in het buitenlands beleid is in elk geval geen gebrek. Het kabinet staat op basis van de eerste pijler van het regeerakkoord een actieve rol in Europa en de rest van de wereld voor. Het moet gezegd, er is enige moed voor nodig om in het naar binnen gekeerde Nederland anno 2007 een regeerakkoord zo aan te laten vangen. Deze gang tegen de stroom in is niet minder dan terecht. Al was het maar omdat we als negende exportnatie en zestiende economie ter wereld belang hebben bij vreedzame, stabiele internationale betrekkingen. Nederland hééft verantwoordelijkheid te nemen; noblesse oblige. Maar de wijze waarop we daar invulling aan geven, behoeft fundamentele wijziging.
De kern van de noodzaak hiervan wordt verwoord in het eerder dit jaar verschenen rapport Zo ver de wereld strekt van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA. De wereld is onveiliger dan we zouden willen en er zijn écht militairen voor nodig om daar iets aan te doen. Het gaat te ver om op alle ontwikkelingen in te gaan die deze conclusie rechtvaardigen; het zijn er zóveel dat ze zelfs in het rapport niet uitputtend beschreven staan. Om één voorbeeld te noemen: zelfs de droom dat onze landsgrenzen niet meer bedreigd worden, zou door de Venezolaanse volksmenner Hugo Chávez wel eens ruw verstoord kunnen worden. Zijn claim van de soevereiniteit over de Nederlandse Antillen wordt nu alleen nog verbaal geuit. De vraag is: hoe lang nog? De tijd zal leren of ons een Falkland-oorlog bespaard blijft. Intussen wordt een groot deel van de fregatten van de Koninklijke Marine wegbezuinigd; en anders dan de socialisten in Nederland voorstaan, investeert Hugo Chávez wél in zijn krijgsmacht.
Buiten Europa stijgen wereldwijd de defensieuitgaven tot recordhoogte. Maar nog schokkender waren de aanslagen van 11 september. Voor de ineenstorting van de Twin Towers had niemand het voor mogelijk gehouden dat Nederland langdurig militair actief zou worden in Afghanistan. Nu zitten we met ruim 1600 man en vrouw in een van de gevaarlijkste provincies. Daar is alle reden toe. Als de internationale gemeenschap zich met de staart tussen de benen zou terugtrekken, zal de geschiedenis zich ongetwijfeld in de VS of Europa herhalen. Dreigingen kunnen zich immers vanaf duizenden kilometers afstand voordoen. Veel veiligheidsproblemen als terrorisme, drugshandel en schendingen van mensenrechten, hebben een grensoverschrijdend karakter. Falende staten waar amper sprake is van effectief overheidsgezag vormen in de eerste plaats een probleem voor de bevolking ter plaatse, maar ze kunnen tevens een broeinest van terrorisme vormen.
Niet alleen de Amerikaanse Nationale Veiligheidsstrategie, ook de Europese Veiligheidsstrategie hanteert het uitgangspunt dat we vaker op de problemen af zullen moeten, voordat ze ons bereiken. So much for de tegenstelling Mars-Venus, althans op papier. De consequenties van dit uitgangspunt zijn hoe dan ook verstrekkend. Ze vergen de inzet van een breed politiek, diplomatiek, economisch én militair instrumentarium. De VN hebben de onderlinge samenhang tussen veiligheid en ontwikkeling onderkend met het in 2004 verschenen rapport van het ‘Hoge Panel’ over ‘bedreigingen, uitdagingen en verandering’.
Deze verwevenheid ligt ten grondslag aan de zogenoemde 3D-benadering van Diplomacy, Defence and Development, waar Nederland actief invulling aan geeft in bijvoorbeeld Afghanistan. Inzet van militairen, van ontwikkelingssamenwerking en van diplomatie zijn elk noodzakelijk en versterken elkaar. Zonder deze geďntegreerde benadering hebben stabilisatie en wederopbouw geen kans van slagen. De rauwe werkelijkheid van veel (post-)conflictgebieden, of het nu delen van Afrika betreft, Irak of Afghanistan, is dat basale voorwaarden voor ontwikkeling bevochten moeten worden. Of in elk geval een aanzienlijke, kostbare, militaire presentie vergen. Dezelfde militairen die de weg plaveien voor ontwikkeling, zijn evenzeer noodzakelijk voor het welslagen van diplomatie. “Je kunt veel bereiken met diplomatie, maar nog veel meer met diplomatie die gesteund wordt door kracht,” aldus de voormalige secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan. En gelijk had hij: zonder krijgsmacht kan de fluwelen handschoen van de diplomatie geen vuist maken. Het is onwaarschijnlijk dat een dictator als Saddam Hoessein of een terrorist als Osama bin Laden zich van hun agenda’s hadden laten afhouden door culturele dialoog of ontwikkelingshulp. De sterkte van een krijgsmacht en de bereidheid die desnoods in te zetten, doen er nog steeds toe in de internationale betrekkingen. Of we nu willen of niet. De invloed van Nederland in Afghanistan is bovendien recht evenredig met de omvang en kwaliteit van onze militaire bijdrage aan de NAVO-operatie in Afghanistan, de ISAF. Om nog maar te zwijgen over onze reputatie als NAVO-bondgenoot.
Er zijn, met andere woorden, rechtse middelen nodig om linkse doelen te bereiken. Maar de krijgsmacht heeft sinds 9/11 grotere materiële verliezen ten gevolge van de Nederlandse politiek geleden dan op het strijdtoneel. Bij het aantreden van het eerste kabinet-Balkenende heeft Defensie de grootste bezuinigingsoperatie sinds het opschorten van de dienstplicht om de oren gekregen. Een omvangrijke reductie van 12.000 functies, diverse locaties en vaak nog modern materieel volgde. Terwijl de afronding van de Operatie ‘Nieuw Evenwicht’ nog gaande is en de laatste loodjes ervan pijnlijk zijn, moet minister Van Middelkoop opnieuw diep het mes in de organisatie zetten. De uitverkoop van hoofdwapensystemen als tanks, houwitser-artilleriestukken en F-16’s gaat zo mogelijk nog verder dan linkse partijen een paar jaar geleden durfden voor te stellen. Deze partijen zijn dan ook niet voor niets positief over de stapsgewijze omvorming van de krijgsmacht naar een vredesmacht, die het hogere geweldsspectrum geleidelijk aan het verlaten is.
Minister Van Middelkoop noemde de financiële situatie van Defensie onlangs niet voor niets ‘alarmerend’. Terwijl er meer van de krijgsmacht wordt gevraagd dan ooit – in 2006 zijn maar liefst 10.000 militairen uitgezonden geweest – is het budget niet meegegroeid met deze praktijk. En dat terwijl de kosten van operaties oplopen, personeelskosten stijgen door een krappe arbeidsmarkt en wapensystemen en bevelvoerings-, informatie- en communicatiemiddelen gecompliceerder en duurder worden. Investeringen zijn broodnodig, al was het maar vanwege de steeds hogere eisen die de samenleving aan militair optreden stelt. Het behoeft dan ook geen verbazing te wekken dat de extraatjes uit het coalitieakkoord, die door de verkoop van materieel en locaties door Defensie zélf moeten worden opgebracht, snel verdampen. Ze zijn bovendien slechts incidenteel, in tegenstelling tot de structureel doorwerkende kortingen die het kabinet oplegt, zoals op ‘bureaucratie’, of als gevolg van hogere btw, bedoeld om de linkse hobby’s van de PvdA mee te financieren. Defensie dreigt daardoor na 2011 in een diep gat te vallen.
Intussen kijkt Nederland enigszins verongelijkt om zich heen voor hulp in Uruzgan. Onze bondgenoten zouden te weinig doen, te weinig solidair zijn. Zonder af te doen aan de voortreffelijke inzet van onze militairen, en hoezeer Europa ook tekortschiet: het werkelijke probleem zijn wij zélf. De secretaris-generaal van de NAVO, De Hoop Scheffer, heeft de regering in een brandbrief met de neus op de feiten gedrukt; de Nederlandse defensieuitgaven dalen in deze kabinetsperiode van 1,4 procent naar mogelijk zelfs 1,2 procent van het bnp, ver ónder de NAVO-norm van 2 procent. Dat blijft niet zonder gevolgen. Uit een uitgelekt advies van commandant der strijdkrachten Berlijn blijkt dat Nederland eenvoudigweg niet in staat is de missie in de huidige omvang na augustus 2008 vol te houden. Sterker nog, de krijgsmacht dreigt zichzelf te moeten ‘opeten’. In plaats van de moderne Leopard-tanks in te zetten, ter ondersteuning van de infanteristen die dagelijks onder vuur liggen, worden er 28 verkocht. Ook de fonkelnieuwe houwitsers, die tijdens de slag om Chora noodzakelijke vuursteun hebben gegeven, ontspringen de kaasschaaf niet. Geen wonder dat er zo naarstig gezocht wordt naar ‘derde landen’. Het feit dat een land als Georgië nu aangeeft in de bres te willen springen, verandert niets aan de onderliggende problematiek: de kritieke financiële situatie bij Defensie. Los van de langere termijn is voor een verlenging in Uruzgan extra geld nodig. Als minister Bos niet over de brug komt, wordt het een afbouwmissie; met alle gevolgen van dien.
In schril contrast met de neerwaartse spiraal waarin Defensie zich bevindt, staan de uitgaven voor Ontwikkelingssamenwerking. Het OS-budget is uitbundig met de economie meegegroeid en mag zich op nog eens 500 miljoen euro extra in deze kabinetsperiode verheugen. Nederland zal daarom meer dan 0,8 procent van zijn bnp aan OS uitgeven, ruim bóven de VN-norm van 0,7 procent – waaraan vrijwel niemand zich houdt. We behoren daarmee tot de grootste donoren ter wereld. Het valt te betwijfelen of al deze miljarden wel verantwoord kúnnen worden besteed. Het vernietigende rapport van de Algemene Rekenkamer van eerder dit jaar geeft daarbij te denken. Van een bedrag van maar liefst 5,7 miljard euro aan verleende voorschotten is al jaren niet bekend waar het precies aan besteed is. Een bedrag van zo’n omvang staat dus open, waarvan de bestemming onbekend is en waarvoor de ontvangers nooit verantwoording hebben afgelegd. Daar kan geen Betuwelijn tegenop! In elke andere situatie zou de Kamer geen genoegen nemen met minder dan een parlementaire enquęte.
Maar zo mogelijk nog confronterender is het rapport Economische ontwikkeling dat de VN-organisatie voor handel en ontwikkeling, de UNCTAD, afgelopen september publiceerde. Afrikaanse landen krijgen er hierin stevig van langs. De voortdurende instabiliteit, het belabberde financiële beleid, de slechte belastinginning en het grossieren in slecht bestuur worden als belangrijke oorzaken aangewezen waardoor de ontwikkeling van Afrika zo achterblijft. En last but not least: overheden leunen veel te veel op ontwikkelingshulp, waarbij de controle op de besteding door de donoren ook nog te wensen overlaat, aldus het rapport. Dat rechtvaardigt de vraag of het helpen wel helpt. Volgens de UNCTAD althans voor een deel zelfs averechts. Dat moet de wenkbrauwen toch doen fronsen? Waarom heeft Azië, dat ook te maken heeft met warmte, malaria en aids, zich wél ontwikkeld en is een groot deel van Afrika nog steeds niet beter af dan een halve eeuw geleden? Deze vraag lossen we niet op met elk jaar nóg meer OS-uitgaven.
Integendeel. Zonder afbreuk te doen aan het belang van ontwikkeling – dat staat buiten kijf – moet het roer drastisch om. Defensie en OS vullen elkaar voor een deel aan. Maar helaas communiceren de vaten nu ongelijk. Oorlogen en conflicten ontwrichten hele regio’s. Het is precies daar waar de meest basale voorwaarden voor duurzame ontwikkeling ontbreken: veiligheid en stabiliteit. Maar het ontbreekt ons in toenemende mate aan de middelen om daar iets aan te doen. Het constante beroep dat de VN op Europese landen doen om militairen te leveren en de voortdurende geringe respons daarop, zijn beschamend. Nederland is onderdeel van dit probleem. Voor de eerste humanitaire (opbouw)werkzaamheden in moeilijke omstandigheden geldt: it’s not a soldiers’ job, but only a soldier can do it. De meest zwaarwegende component van de 3D-benadering wordt nu helaas het meest verwaarloosd. Om nog maar te zwijgen van het dramatische verlies aan gevechtskracht van Defensie de afgelopen én komende jaren, iets wat totaal onverantwoord is in het licht van de internationale veiligheidssituatie.
Terug naar Robert Kagan. Nederland is zó doorgeschoten in zijn goede bedoelingen dat de balans tussen de uitgaven voor Ontwikkelingssamenwerking en Defensie, tussen Venus en Mars, volkomen zoek is. Hoe langer deze situatie voortduurt, hoe erger de consequenties; over een paar jaar bungelen we onderaan in de NAVO-ranglijst. Maar bovenal wordt de wereld er niet veiliger en beter van. Willen we onze hoogdravende ambities voor de langere termijn kunnen blijven waarmaken, dan moet de roze bril af en het Defensiebudget fors omhoog. Daarbij mag het heilige huisje van Ontwikkelingssamenwerking niet langer gespaard blijven.