Marc Márquez: Van de Honda-hel naar de Ducati-hemel
Het leek een ondenkbaar scenario: Marc Márquez die Repsol Honda zou verlaten. Jarenlang vormden de Spaanse grootmeester en de Japanse gigant een onverslaanbaar duo, goed voor zes MotoGP-wereldtitels. Maar na zijn zware armblessure in Jerez 2020 veranderde de droom in een nachtmerrie. Honda raakte de weg kwijt in de ontwikkeling en bouwde een machine die onvoorspelbaar en gevaarlijk was. Márquez vocht tegen de bierkaai, crashte vaker dan hem lief was en de resultaten bleven uit. Zijn laatste jaren bij Honda leken, ondanks zijn onmiskenbare talent, een bittere flop. De magie was weg.
Márquez nam de gok van zijn leven door zijn miljoenencontract in te leveren voor een satelliet-Ducati bij Gresini Racing. Het bleek een meesterzet. Op de superieure Desmosedici kreeg Márquez de motorsportwereld weer aan zijn voeten. Vanaf de eerste meters spatte het rijplezier er weer vanaf. Hij herwon zijn glimlach, zijn snelheid en zijn dominantie. Ducati gaf hem de machine die hij verdiende, en Márquez bewees direct dat hij het winnen niet was verleerd. Met zijn promotie naar het officiële Ducati-fabrieksteam is de koning definitief terug op zijn troon. De misere van Honda is vergeten; de wereld ligt weer aan de voeten van nummer 93.
Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend.
Ik ben geen robot.
I stand with (the) Netherlands. w/