quote:
KERSTVERHAAL DEEL I.
Lawaai, gelach en geschreeuw klonken uit de dampende herberg. Hoog vrouwengegil wees op vrolijke activiteiten naast eten en drinken. Het was niet de gebruikelijke clientèle van de herberg maar personen uit alle windstreken die net als Jozef en Maria op weg waren naar hun geboorteplaats vanwege de verplichte volkstelling. De herbergier was terug naar binnen gegaan om te kijken of er nog ergens een hoekje te verhuren was aan het jonge stel waarvan de vrouw hoogzwanger was. Geld is geld tenslotte, en de belastingen van de Romeinse bezetters waren taai en de inners zuigend. (red. zo komt den herberg dus negatief in het verhaal) Toen de man weer de kakofonie van ruig plezier binnenstapte kwam van achteren de herbergierster met wat dekens en vers stro de hoek om. "Met al die vreemde uitgelaten en vooral dronken figuren in de herberg is het geen plaats voor een jong stel in verwachting van een kind. Een kilometer of drie verder is een stal waar onze os de nacht doorbrengt, de stallen hier staan vol met dieren van de reizigers. Het is er droog en warm en vlakbij is een bron die je vanzelf ziet." Ze legde de dekens en het stro op de ezel voor Maria en wees het gebaar van Jozef om te betalen van de hand.
"We lopen toch wel binnen deze weken met die volkstelling," zei de herbergierster en herschikte der borsten alvorens ze met een knipoog de dampende deur binnenstapte. Ze draaide om; "Er staat een volle olielamp in een verborgen nis rechts langs de deur, slaap ze."En ze werd binnengetrokken door gretige mannenhanden.
Jozef hielp Maria op de ezel en kuierde in de richting waarin de herbergiersvrouw gewezen had. Ze keken nog een keertje om naar de luidruchtige herberg. De herbergier kwam grijnzend in de verlichte deuropening, vermoedelijk had hij nog een hoekje gevonden. De grijns maakte plaats voor een blik van verbazing toen hij zag dat er niemand meer voor de deur stond. Vermoedelijk zag hij hun vage silhouet want hij riep ze na. Jozef en Maria keken elkaar aan maar besloten stilzwijgend voor de stal te kiezen.
quote:
KERSTVERHAAL DEEL II.
Na een half uurtje bereikte ze inderdaad een redelijk onderhouden stal met een wankele lage deur vol kieren. Jozef begroette de kolossale os die vriendelijk terug bromde tegen het binnengebrachte ezeltje. Het kleine ezeltje en de grote os leken al snel in een geanimeerd gesprek zonder woorden. De lamp was makkelijk gevonden en verspreidde een helder licht door de stal. Jozef schudde het stro uit en vouwde de deken open om op het stro uit te spreiden. In de deken gerold zaten een stuk brood, wat koud schapenvlees en een kruik zoete wijn. Jozef en Maria kregen het warm van zoveel gastvrijheid en van het eten en de heerlijke wijn die na reisdagen van vrijwel alleen water een Godendrank was. Maria dronk alleen een beetje wijn want ze voelde de eerste weeën en haar water was tot schrik van het kleine ezeltje onderweg al gebroken. Ze vroeg Jozef om even naar buiten te gaan en water te gaan halen en pas weer binnen te komen als Maria dat vroeg. Jozef deed manhaftig alsof hij het niet snapte maar was blij dat Maria het aanstaande varkentje zelf besloot te wassen. Hij ging naar buiten (red. daarom staat er in het verhaal zelf niks over de bevalling) en slenterde met de bijna lege geitenhuid in de richting waarin hij de bron verwachte. De stal stond bovenop een heuvel dus wat lager in het dal zou de bron wel zijn. Dichter wordende begroeiing vertelde hem dat hij op de goede weg was. Het gebeuren in de stal wat Jozef een beetje verdrong zou wel goed komen. Maria had thuis vaak bevallende vrouwen bijgestaan en kende het klappen van de zweep. Hij hunkerde naar een goeie sigaar maar die zouden pas eeuwen later worden uitgevonden.
quote:
Kerstverhaal deel III.
Wat verderop lagen wat herders een beetje te kwallen en liedjes te zingen. (red. de herderkes lagen bij nachten) De stoffige herdershonden bewaakten de schapen en een van hen had een grote kruik Chateau Migraine weten te stelen toen de herbergier even niet oplette. Ze vertelden schuine bakken en hadden lol. Ze misten Ebrahim al een tijdje. Maar die kwam even later met een verhitte kop tussen de schapen uit, dus het gelach rolde weer door het dal. "Hoe was ze Eppie, schaapmak zeker." Als ene Engel (red. zo komen de engelen in het verhaal) antwoordde Ebrahim en weer rolden de aangeschoten herders van het lachen door het taaie gras. Een van de aangeschoten herders wees plotseling op een licht enkele kilometers verderop.
"Staat die ster niet verrekes laag?" vroeg hij in het algemeen. "Hij is ook wat geler dan de rest of denk ik dat maar?" merkte een andere op. "Staat de ster ook niet lager dan de rest van de sterren?" merkte de snelste van het stel op.
Iets klopt er niet," zei Ebrahim die zijn drankachterstand aan het inhalen was. "Als we de kudde engelen eens meenamen en gingen kijken bij die vreemde ster? Gierend stonden ze op en liepen in de richting van het licht. De stoffige honden zorgden dat de schapen volgden.Dichterbij gekomen was het Ebrahim die het mysterie het eerste door had.
"Verrek, het is de oude stal van den herbergier waar licht brand."
"We zijn er nu bijna dus we gaan maar even kijken."( red. en daar hebben we dus de ster, meer het licht van de lamp door de kieren van de deur)
quote:
Kerstberhaal deel IV.
Toen ze gerommel aan de deur hoorden lag de nieuwgeborene te blaken in de kribbe van den os die met zijn warme adem het lichaampje verwarmde, bijgestaan door een fanatiek zijn best doend klein ezeltje. De lamp stond op de grond voor de voederbak met het kindje, geflankeerd door een emotionele Jozef en Maria. En daarboven die twee dierenhoofden die ook erg onder de indruk leken te zijn met vochtige neuzen en natte ogen. De binnenstommelende wat dronken herders vielen op hun knieën, deels door aandoening en deels door de Chateau Migraine.
Ebrahim, die nog even naar zijn engeltjes had gekeken kwam als laatste binnen. Een geblaat van een van de engeltjes, sorry schapen leidde hem af en hij knalde met zijn zatte harses tegen de lage deurpost.
"***JEZUS CHRISTUS*****" vloekte hij luid na de gevoelige en hardklinkende klap.
"Jezus Christus," herhaalde en proefde Maria de woorden van Ebrarim.....Dat is ene leuke naam voor onze Sjef. En ze keek Jozef vertederd aan.(red. en zo kwam Jezus Christus aan zijnne naam) The End.
.
http://www.tilburgz.nl/webl/weblog.php?cmd=show&weblog_id=556&columnist_id=83&category_id=9