Dit is een reactie van sjeich Imam Fawaz in Trouw:
(...)
Misschien is deze houding enigszins begrijpelijk wanneer men dit soort kritiek richt aan het adres van de reeds overvleugelde religies die ons nooit in hun oorspronkelijke vorm hebben kunnen bereiken. Dit omdat hun originele teksten, door de vele omzwervingen, vervolgingen, ballingschappen en massamoorden waarvan de dragers daarvan (de Joden en de Christenen) het slachtoffer zijn geworden, verloren zijn gegaan. Pas na de verwoesting van de tempel in Jeruzalem (68 n.C.) werd de kennis van de Thora belangrijker dan de correcte uitvoering van het ritueel. In 90 n.C. werd tijdens een grote bijeenkomst van rabbijnen de canon vastgesteld. Dit ging niet zonder slag of stoot, er waren discussies en twijfels over een aantal Thorahoofdstukken zoals het ‘Hooglied’ (te erotisch), maar ze werden desondanks toch opgenomen in de canon van verschillende boeken die nu in de bijbel staan. Ook heeft historische en Linguïstische studie duidelijk gemaakt dat Mozes niet de rechtstreekse auteur van de eerste vijf bijbelboeken is. De Thora is pas veel later op schrift gesteld, zo stelden de onderzoekers unaniem vast.
Ook het nieuwe testament, dat een veel kortere bestaansgeschiedenis heeft, kent haar gebreken en tekortkomingen. Het oudste en tevens meest beknopte evangelie is Marcus. Het boek is geschreven rond 70 n.C. en is vermoedelijk of door de tolk/vertaler van Petrus of door Johannes Marcus zelf geschreven. Lucas en Mattheűs hebben voor hun werk van bronnen gebruik gemaakt die wij niet meer tot onze beschikking hebben, en die de Q-bron worden genoemd. Johannes schreef tegen het einde van de eerste eeuw vanuit klein- Azië zijn evangelie, een evangelie dat sterk verschilt van de andere drie evangeliën. De vroegchristelijke kerk hield zich dan ook vanaf de derde eeuw bezig met het in elkaar passen van de teksten tot één geheel, en de discussie over de echtheid van de individuele boeken duurde tot de 4de eeuw. Vijf vergaderingen van kerkelijke ambtsdragers, van de vergadering in Nicea in 325 n.C. tot de vergadering van Carthago in 419 n.C. waren ervoor nodig om de uiteindelijk bijbel vast te leggen. En ondanks een vroege vertaling van de bovengenoemde geschriften naar het Latijn, de Vulgata, (4e – 7e eeuw), beschikken we ook hier niet over de originele teksten, maar over kopieën van kopieën van de vertaling. Drie grote manuscripten, het Vaticaanse, het Alexandrijnse (nu in Londen) en het Sinaitische (het oudste, nu ook in Londen) vormen de kern van een enorme collectie tekstfragmenten, bij elkaar zo’n 5.400. Allen zijn vele malen gekopieerd en alle verschillen enigszins van elkaar (geen twee versies zijn identiek), in totaal zijn er ongeveer 200.000 verschillen geconstateerd! En daaruit is de huidige bijbel tot stand gekomen.
En daarom zegt Emeritus hoogleraar antropologie Wouter E.A. van Beek na het aanvoeren van al deze feiten dat “De bijbel het resultaat is van een complexe geschiedenis, waarin veel van Gods woord bewaard is gebleven. Niet alles, want in dit proces zijn er ook boeken verloren gegaan. Zo noemt de bijbel verschillende boeken die wij niet meer kennen: Het Boek des Verbonds, het Boek van de Oorlogen des Heren, het boek des Oprechten, het Boek der Verslagen, het Boek van Henoch, van Jedi, Jiddo, Semaja enzovoorts. De canon, de feitelijke samenstelling van de Bijbelboeken, is dus niet compleet, maar wat er over is, is met grote zorg gereconstrueerd en vertaald, al kunnen daar natuurlijk altijd menselijke fouten in geslopen zijn…”
Ook twijfelen enkele serieuze geschiedkundigen en zelfs vele theologen aan het mythische karakter van de Opstanding. En wat te denken van de stamboom van Jezus, volgens Paulus (c.a. 20 jaar na de dood van Jezus) is Jezus naar het vlees geboren uit het zaad van David. Terwijl Mattheüs en Lucas veronderstellen dat Jezus geboren is uit een maagd. Lucas stelt een stamboom van Jezus op die ons leidt naar Jozef, waarvan hij zelf beweert dat hij niet de vader is. Tot overmaat van ramp zijn de stambomen totaal uiteenlopend: de vader van Jozef heet volgens de ene Jacob en volgens de andere Elie. Bij Mattheüs zijn er 25 schakels tussen Jozef en David, bij Lucas zijn er 40 schakels.
Verder hebben wij ook nog het dogma van de drie-eenheid dat in strijd is met de Tien Geboden die de kern vormen van het oude verbond dat centraal staat in de Thora (het oude Testament). Een verbond van volledig monotheïsme en waarvan het eerste gebod als volgt luidt:
"Ik ben de Here, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. Gij zult geen andere god(en) voor mijn aangezicht hebben" (Exodus 20:2-3).
De tekst die echter door de verdedigers van de drie-eenheid herhaaldelijk wordt gebruikt om hun visie te verdedigen is die van 1 Joh. 5 vers 7-8 en die als volgt luidt: “Want drie zijn er die getuigen [in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze drie zijn één. En drie zijn er die getuigen op de aarde]: de Geest en het water en het bloed, en de drie zijn tot één”
Maar bij het bestuderen van de grondtekst van het Nieuwe Testament, komt men een opmerkelijk commentaar tegen. Dit commentaar komt er op neer dat de woorden vanaf “in de hemel” (vers 7) tot en met “op de aarde” (vers 8), dus het gedeelte wat tussen vierkante haakjes staat, niet tot de Griekse tekst van het Nieuwe Testament behoren, maar wel in de Latijnse kerkvertaling (de zogenaamde Vulgaat) stonden. Onder kerkelijke druk(!!) heeft de taalgeleerde Desiderius Erasmus in het jaar 1522 deze woorden, het zogenaamde Comma Johanneum, toegevoegd aan de door hem uitgegeven Griekse vertaling van het Nieuwe Testament: de Textus Receptus.
(...)
Wow, ik ben echt onder de indruk van zijn taalberheersing Nederlands en zijn literair talent.
We will export death and violence to the four corners of the earth in defence of our great nation.