Csillagosok, Katonįk (The Red and the White) (Mklós Janscó, 1967)
Op minimalistische wijze legt Miklós Jancsó de nutteloosheid en waanzin van oorlog bloot. In de eerste helft doet hij dat in mijn ogen iets te minimalistisch, want heel veel opmerkelijks gebeurd er niet. Ja, er worden veel mensen geėxecuteerd, maar dat verliest al snel z'n effect. De film wordt beter naarmate hij vordert en je meer opmerkelijke scenes voorgeschoteld krijgt. Op nogal wat momenten is niet helemaal duidelijk wie wie is, mede veroorzaakt door het feit dat er geen duidelijke hoofdpersonen te ontdekken zijn. Deze verwarring wordt met voorbedachte rade gezaaid, want in oorlogstijd is dat precies wat de mensen voelen; verwarring, angst en het gevoel over onmenselijkheid, hier benadrukt doordat zo ongeveer de enige woordenwisselingen in de film bevelen zijn. ***½
(
#457)
Léolo (Jean-Claude Lauzon, 1992)
Léolo is een literaire film, die de mooie teksten die voorgelezen worden door de voice-over prachtig weet te combineren met hemelsmooie muziek en beelden die een lust zijn voor het oog. Neem daarbij ook nog eens een erg leuke verhaal met een vleugje absurdisme, een snufje magie en herkenbare thema's en gebeurtenissen en je hebt een topfilm. Binnen de weelderige buitenkant huist een droevige ondertoon van een jongen die zich onbegrepen en niet op z'n plaats voelt. ****½
De-Lovely (Irwin Winkler, 2004)
Liefdevolle biopic over Cole Porter, een bekende songwriter van onder andere MGM Musicals. Kevin Kline en Ashley Judd vormen een leuk paar op het scherm, maar de film zit te vol met gezapige liedjes, die me maar zelden wisten te boeien. Wel leuk om sterren als Robbie Williams, Alanis Morissette en Sheryl Crowe op te zien draven om een nummer ten gehore te brengen. Op z'n best is het een heerlijk jazz/soul nummer gebracht in een rokerig jazz-café, op z'n slechtst een geforceerde clowneske vertoning van een cliché musical nummer. **½