quote:
Op zaterdag 26 juni 2004 18:06 schreef Johan_de_With het volgende:
[..]
Als nu maar niemand dit zo oorspronkelijke idee besluit te plagieren!
![]()
![]()
Er zijn andere banden met het nazisme te vermelden. Het arabische nationalisme heeft nogal wat leentjebuur gespeeld bji Adolf Hitler en consorten. Beide arabisch socialistische Baath partijen (in Syria en Irak) zijn nagenoeg geheel geënt op deze oud-europese traditie.
Muftisme en NazismeMohammed Amin al-Husseini werd geboren in 1893 als zoon van de Mufti van Jeruzalem, lid van een hoog in aanzien en aristocratische familie. De Husseini familie was één van de rijkste en machtigste families binnen de rivaliserende clans in de Ottomaanse provincie Judea in Palestina.
Amin al-Husseini studeerde islam wetten aan de al-Azhar universiteit, en was student bij Sjeik Muhammed Rachid Rida in Cairo. Later was kreeg hij ook nog les in de Istanbul School of Administration. In 1913 vertrok hij op pelgrimstocht naar Mekka, waar hij de eervolle titel van Haj verwierf. Hij ging als vrijwilliger bij het Ottomaanse Turkse leger tijdens WO I, maar kwam in 1917 terug naar Jeruzalem waar hij opportunistisch de zijde koos van de overwinnende Britten. Hij verwierf een reputatie als zijnde een gewelddadige, fanatieke antizionistische zeloot en werd aangehouden door de Britten als opruier en aanstichter van de Arabische aanval op Joden in 1920.
De eerste Palestijnse Hoge commissionair, Sir Herbert Samuel, arriveerde in Palestina op 1 juli 1920. Hij was een zwakke figuur als administrator en te snel bereid toegevingen te doen om de extremisten en de minderheid, geleid door Haj Amin al-Husseini, te bedaren. Toen de bestaande Arabische Mufti van Jeruzalem overleed in 1921, was Samuel al zodanig door antizionistische leden binnen zijn staf beïnvloedt, dat hij al-Husseini gratie verleende en hem in januari 1922, aanstelde als nieuwe Mufti. Hij vond zelfs de nieuwe titel van Groot-Mufti uit. In datzelfde jaar werd hij eveneens verkozen tot President van de Hoge Moslimraad. Zo
werd Al-Husseini de religieuze en politieke leider van de Arabieren.
De aanstelling van de jonge al-Husseini als Mufti legde de kiemen voor een verdere ontwikkeling in het moslimfundamentalisme. Voorafgaand aan zijn klim naar de macht, waren er actieve Arabische partijen, die een coöperatieve ontwikkeling voor Palestina met zowel Arabieren als Joden voor ogen hadden. Al-Husseini wenste daar niets mee van doen te hebben en wilde de Joden kostte wat het kost uit Palestina verdrijven.
William Ziff schreef in zijn boek
The Rape of Palestine volgende samenvatting:
Wat volgt uit de (1920) verwarring was een politieke avonturier genaamd Haj Amin al-Husseini.
Haj Amin was veroordeeld door het Britse gerecht tot vijftien jaar dwangarbeid. Door de politie werd oogluikend toegestaan om hem te laten ontsnappen, en hij werd een vluchteling in Syrië.
Kort daarna, lieten de Britten hem toe om naar Palestina terug te keren, waar hij, ondanks de oppositie van de Moslim Hoge Raad, die hem zagen als een soort hooligan, werd Haj Amin aangeduid als Grand Mufti van Jeruzalem voor het leven. (P.22)
Al-Husseini vertegenwoordigde nieuwe opkomende ideeën voor militanten van een Palestijns Arabisch nationalisme, een concept dat tot voor kort onbekend was. Eens hij de macht had gegrepen, begon hij een terreur- en intimidatiecampagne tegen iedereen die tegen zijn gevoerde politiek inging. Hij vermoordde Joden bij elke gelegenheid, maar elimineerde evengoed Arabieren die hem niet steunden in zijn geweldcampagne.
Als jonge man had al-Husseini samengewerkt met een autochtone Jood, Abbady, die het volgende commentaar weergaf: Onthou dit, Abbady, dit was en zal Arabisch land blijven. Wij hebben niks tegen de autochtonen van dit land (Joden met een Dhimmystatuut) , maar de vreemde invasie, de zionisten, zullen uitgeroeid worden tot de laatste man. We willen geen vooruitgang, noch voorspoed. Niets dan het zwaard zal beslissen over het lot van dit land.
In 1929 braken grote Arabische rellen uit tegen de Joden in Palestina. Die begonnen toen al-Husseini de Joden valselijk beschuldigde van ontwijding en het in gevaar brengen van lokale moskeeën, inclusief de al-Aqsa moskee. De kreet ging uit van de Arabische massa:
Itbakh al-Yahud!! --- Vermoord de Joden!! Na het bloedbad onder de Joden in Hebron, verspreidde de Mufti fotos van afgeslachte Joden en claimde dat de doden Arabieren waren, vermoord door de Joden. Net voor de oorlog liet de Mufti, Hanzar-troepen parachuteren in Palestina om de Joodse waterbronnen in Tel Aviv te vergiftigen.
Zes prominente Arabische leiders vormden in april 1936 het Arabisch Hoger Comité, samen met de Groot-Mufti Haj Amin al-Husseini, als hoofd van deze organisatie, protesteerden ze met vereende krachten tegen de Britse steun aan de Zionistische vooruitgang in Palestina. In diezelfde maand braken rellen uit in Jaffa, wat het begin betekende van een periode van drie jaar geweld en burgerlijke strijd in Palestina, dat beter bekent staat als de Arabische opstand. Het Arabisch Hoger Comité leidde de terroristische campagne tegen Joodse en Britse doelen.
Handig gebruik makend van de Arabische onrust, versterkte al-Husseini zijn controle over de steeds groter wordende groep Palestijnse Arabieren via een moordcampagne op Joden en niet-meegaande Arabieren . Tezelfdertijd rekruteerde hij gewapende milities, en kreeg hij financiële steun vanuit de moslimwereld door anti-joodse propaganda. In 1937 drukte de Groot-Mufti zijn solidariteit uit met Duitsland, en vroeg het Nazi-Derderijk zich te verzetten tegen de oprichting van een Joodse Staat, de Joodse immigratie naar Palestina te stoppen en de Arabische bevolking van wapens te voorzien.
Als gevolg van een moordaanslag op de Britse inspecteur-generaal van de Palestijnse politiemacht en de moord door Arabische extremisten op Joden en gematigde Arabieren, werd het Arabisch Hoger Comité illegaal verklaard door de Britten. De Groot-Mufti verloor zijn presidentschap in de Hoge Moslimraad, zijn lidmaatschap bij de Waqf committee en werd gedwongen naar Syrië te vluchten in 1937. De Britten deporteerden eveneens de Arabische burgemeester van Jeruzalem samen met nog andere leden van het Arabisch Hoger Comité.
Volgens de documentatie op het Neurenberg en Eichman tribunaal, financierde nazi-Duitsland al-Husseins inspanningen in de 1936-39 opstand in Palestina. Adolf Eichman bezocht Palestina en ontmoette al-Husseini in die tijd en onderhield een geregeld contact met hem vanuit Berlijn.
Al-Husseini verzocht de Asmogendheden in 1940, om de Arabische rechten te herkennen:
om de kwestie van de Joodse elementen in Palestina en andere Arabische landen in overeenstemming met de nationale en raciale belangen van de Arabieren te regelen, op dezelfde wijze als deze die gebruikt worden om het Joodse probleem op te lossen in Duitsland en Italië.
Ondertussen hielp Syrië de pro-nazi opstand in 1941 en verdedigde hij de uitroeiing van Joden via een radio uitzending in het Midden-Oosten. Hij verbleef nadien als speciale gast van Hitler in Berlijn voor de rest van de Tweede Wereldoorlog. Ondertussen rekruteerden ze Balkan moslims voor de beruchte SS-bergdivisies, die probeerden om Joodse gemeenschappen uit te roeien in het hele gebied. In 1942 werd een Islamitische Zentral-Institut zu Berlin e.V. opgericht, waarvan al-Husseini de beschermheer werd.
Tijdens een feestgelegenheid waarbij ook Goebbels aanwezig was, stelde al-Husseini zich voor als Führer van 400 miljoen Arabieren, vijand van het Zionisme, Engelse grootmachtdromen en Bolsjewieken.
Om in de partizanenoorlog tegen Tito stand te houden, gaf Hitler toestemming op 10/2/1943 om een moslimdivisie van de Waffen-SS op te richten voor de Balkan. Daarvoor werden vooral Bosnische moslims aangeworven. Vanuit het SS-hoofdkwartier werden imams in de diverse bataljons aangenomen en de islamitische voedselvoorschriften werden toegepast. Als er nadien ook nog een Mullah-school in Dresden werd geopend, sloten zich vele moslim personaliteiten aan voor de werving in de Balkan. Na de militaire opleiding in Zuid-Frankrijk kregen ze de benaming "13. Waffengebirgsdivision der SS Handschar.
Om zijn autoriteit niet te verliezen bij de moslimtroepen, verbleef al-Husseini ondertussen in Kroatië. Tegen 19 april 1943 hadden zich meer dan 20.000 moslimvrijwilligers gemeld. Eveneens in het jaar 1944 werden nog twee andere moslimtroepen binnen de Waffen-SS opgericht. De "21. Waffengebirgsdivision der SS Skanderbeg" en de "23. Waffengebirgsdivision der SS Kama" dat overwegend uit Kroaten bestond.
In mei 1945, net één dag voor de overgave van nazi-Duitsland, vluchtte al-Husseini naar Zwitserland, waar hij aan de Fransen werd uitgeleverd. De Britten zagen af van een uitlevering, omdat ze hun politiek tegenover de Arabische landen niet in gevaar wilden brengen. Tijdens de Neurenberg processen mochten geen bewijsstukken die al-Husseini zouden kunnen belasten, aangebracht worden.
Op de Neurenberg-tribunalen, getuigde de rechterhand van Eichmann, Dieter Wisliceny (die later als oorlogsmisdadiger werd terecht gesteld) het volgende:
De Mufti was één van de aanstichters van het systematisch uitroeien van Europese Joodse gemeenschappen en was een collaborateur en adviesgever van Eichmann en Himmler in de uitvoering van de plannen. () Hij was één van Eichmanns beste vrienden en heeft hem gedurig aangespoord de uitroeiingsplannen aan te vangen. Ik hoorde hem zeggen, vergezeld van Eichmann, dat hij incognito de gaskamers had bezocht in Auschwitz.Na de oorlog werd al-Husseini aangeklaagd in Joegoslavië wegens oorlogsmisdaden op Christelijke Serven, zigeuners en Joden., maar hij kon ontsnappen aan vervolging. De Mufti werd nooit veroordeeld omdat de geallieerden bang waren voor een storm in de Arabische wereld indien zij de nationale held zouden behandelen als een crimineel. Na de oorlog vertrok al-Husseini naar Egypte (zijn thuisland) waar hij werd ontvangen als nationale held, en later naar Libanon, waar hij met Syrische steun, de grondlegger was van de bewegingen Jihad en Hamas.
In 1946 ontmoet Amin al-Husseini zijn protegé en neef, de Egyptische Yasir Arafat, wiens echte naam Mohammed Abder Rauf Arafat Al-Kuadwa Al-Husseini is. De Mufti plaatst de jonge Arafat aan het hoofd van de wapenaankoop voor zijn irreguliere militie, De heilige strijders voor Allah. In 1948, gedurende de strijd van Israël om de verenigde Arabische aanvallen af te slaan, zond de Mufti via radio-uitzendingen onophoudelijk volgende boodschap, Ik verklaar de heilige oorlog, mijn moslimbroeders! Dood de Joden! Dood ze allemaal!!
![]()
Vanuit Egypte was al-Husseini eveneens één van de sponsors in de oorlog van 1948 tegen de nieuwe Staat Israël.
later zijn ziijn vele Arabieren terug weggevlucht uit Israël. Niet omdat, zoals nu wordt beweerd, zij moesten vluchten voor de Israëlis, maar omdat Israël door zeven omringende Arabische landen tegelijk werd aangevallen. Zij moesten dus vluchten voor de aanvallen van hun moslimbroeders. De 400.000 toenmalige Palestijnse vluchtelingen, zijn ondertussen aangegroeid tot vier miljoen.
De Mufti zorgde voor faciliteiten voor het Odessa-netwerk, dat een veilige haven verschafte in Arabische landen aan nazi-oorlogsmisdadigers. De Odessa fondsen werden geregeld door de Zwitserse naziebankier Francois Genoud, die de opdracht had gekregen de gestolen fondsen van Joden uit Europa te beheren. Genoud zou diverse Arabische nationalistische en anti-Israëlische activiteiten financieel gesteund hebben, allemaal met geconfisqueerd Joods geld. In 1962 stichtte hij de Arabische Nationale Bank in Geneva in partnerschap met Syrië en werd directeur van de Arabische Volksbank in Algerije in 1962.
Veracht door de Jordaanse monarch, die de positie van Groot-Mufti van Jeruzalem aan iemand anders had gegeven, regelde Haj Amin al-Husseini de moord op de koning Abdullah in 1951 terwijl hij in ballingschap leefde in Egypte. Koning Tallal volgde Abdullah op als koning van Jordanië en weigerde toestemming te geven aan Amin al-Husseini om het Jordaanse Jeruzalem binnen te komen. Na een jaar werd koning Tallal onbekwaam verklaard, de nieuwe koning Hussein weigerde echter eveneens al-Husseini toestemming te geven om Jeruzalem binnen te komen. Koning Hussein herkende dat de voormalige Goot-Mufti enkel problemen zou aanwakkeren en een gevaar betekende voor de vrede in de streek.(Jordanië is een koninkrijk in het Midden-Oosten. En bestaat uit het voormalige Transjordanië, in 1950 werd een groot deel van het vroegere Britse mandaatgebied Palestina aan Jordanië toegevoegd.)
De Mufti ging verder met het doel dat de nazi's zichzelf hadden gesteld toen hij in 1962 president werd van de World Islamic Congress. Daar pleitte hij voor een etnische zuivering van Joden in de Arabische landen waarin vele Joodse gemeenschappen voorafgingen aan de islamitische opkomst.
Haj Amin al-Husseini overleed uiteindelijk in 1974. Hij keerde nooit naar Jeruzalem terug na zijn vertrek in 1937. Zijn plaats als leider van de radicale, nationalistische Palestijnse Arabieren werd ingenomen door zijn neef
Mohammed Abdel-Raouf Arafat As Qudwa al-Husseini, beter bekend als Yasser Arafat.![]()
In augustus 2002, Arafat gaf een interview waarin hij refereerde naar onze held al-Husseini als een symbool van het Palestijns Arabische verzet. En in de trend van zijn mentor zei Arafat: Wij zijn niet Afghanistan. Wij zijn het machtige volk. Waren ze in staat om onze held Haj Amin a-Husseini te vervangen?
Er waren verschillende pogingen om van Haj Amin a-Husseini af te raken toen ze hem aanzagen als een collaborateur van de nazis, maar zelfs toen leefde hij in Cairo en nam deel aan de oorlog in 1948 en was hij één van zijn troepen. (London Arabic Daily interview herdrukt in Palestinian Daily 2/8/2002)
Arafat tijdens een interview:
"We are not Afghanistan," said Arafat in the interview. "We are a mighty people. Were they able to replace our hero Hajj Amin al-Husseini? There were a number of attempts to get rid of Hajj Amin, whom they considered an ally of the Nazis. But even so, he lived in Cairo, and participated in the 1948 war, and I was one of his troops."Bronnen
http://www.katholieknieuwsblad.nl/actueel20/kn2052d.htmhttp://www.palestinefacts.org/pf_mandate_grand_mufti.phphttp://www.adf-berlin.de/(...)and/muslim_nazi.htmlhttp://www.pmw.org.il/bulletins-050802.htmlhttp://www.wzo.org.il/home/portrait/mufti.htmhttp://www.nationalreview.com/nr_comment/nr_comment071802a.asphttp://www.twf.org/News/Y1998/JewsArabs.htmlhttp://www.refractaires.org/02-nazisme-islam.htmhttp://pasdevagues.levillage.org/article.php3?id_article=40
Mein Kampf.Er is een arabische vertaling van het boek "Mein Kampf" van Hitler in de Palestijnse gebieden uitgegeven. In de inleiding op de Palestijnse uitgave schrijft Luis Al-Hasj dat Hitlers opvattingen en theorieën over nationalisme en etniciteit nog steeds actueel zijn en dat de Arabische wereld ervan kan leren.