Wel wijnbar, geen Frenna als artiest: hoe maak je 'wit' WK hockey voor iedereen?Oranje-hockeyer Terrance Pieters is trots op het WK in eigen land, maar heeft ook gemengde gevoelens. Het is groots aangepakt, maar helaas nog niet op alle details.
"Er is een wijnbar, maar geen stand met Surinaamse broodjes. De artiesten zijn veelal witte mannen die de Hollandse kroegmuziek als genre hebben. Waarom niet Frenna, Jonna Fraser of Broederliefde? Zij spreken de jeugd aan en ook de multiculturele jeugd."
Hij hoopt op verandering. "Als je mij zou vragen: wanneer zou jij je geroepen voelen als fan naar zo'n toernooi te gaan? Dan zou dat ook in dit soort kleine dingen zitten."
Witte wereld
Pieters is de enige hockeyer van kleur bij de Nederlandse mannen (Surinaams-Indonesisch). "Soms voelt het of ik beweeg in een witte wereld, dat voelde ik de afgelopen vijftien jaar. Ik voel me wel welkom, maar ik kan er niet omheen dat het een witte wereld is."
Heeft de hockeywereld in 2050 een probleem als er niets aan diversiteit en inclusie wordt gedaan? "Ja, ik denk van wel."
Dat denkt de KNHB ook. "Zeker als je weet dat in 2050 bijvoorbeeld 30 tot 40 procent van de Nederlandse bevolking van niet-westerse afkomst is. Als we niets doen, wordt de vijver om uit te vissen qua leden en sportief talent veel kleiner", aldus de hockeybond.
"Terrance heeft gelijk", zegt Gabrielle van Doorn, manager van de Hockey Foundation, een initiatief van hockeybond KNHB en de hoofdsponsor. "Hockey is ontstaan in Engeland en werd gespeeld door de witte, welgestelde klasse. Wil je dat het WK er in 2050 anders uitziet, dan moet je daar nu al van onderaf mee beginnen."
Niet-traditionele hockeywijken
Het doel van de Foundation? In 2030 moeten kinderen uit dertig niet-traditionele hockeywijken kennismaken met de sport. "We zitten nu al op twintig", zegt Van Doorn. Zo opende het team nieuwe hockeyclubs in het Haagse Moerwijk, Groningen Paddepoel en Tilburg-Noord, wijken waarvan delen kampen met hardnekkige sociaaleconomische achterstanden.
De Foundation werkt samen met lokale hockeyclubs en basisscholen vol kinderen met allerlei achtergronden, zoals basisschool Op Dreef in Zeist. Kinderen krijgen er twintig weken lang hockeyles, leerkrachten maken appgroepen aan met de ouders. Want ook hen moet je enthousiast maken en wijzen op het Jeugdfonds Sport & Cultuur, waardoor een 'dure' sport als hockey toch betaalbaar wordt.
Afgelopen week organiseerde Van Doorn op het WK een dag voor kinderen en hun ouders uit wijken waar sportdeelname laag is.
Een initiatief dat afhankelijk is van één geldschieter is kwetsbaar. De Foundation bouwt daarom aan een netwerk met de gemeente, wijken, scholen en rolmodellen uit het hockey. Zoals oud-international Jacques Brinkman, vader van Oranje-aanvoerder Thierry Brinkman.
Sinds anderhalf jaar trekt hij wekelijks op zijn bakfiets door wijken in Den
Bosch waar hockey nieuw is. Hij krijgt betaald door de Foundation en zijn hockeyclub Den Bosch.
"Tot nu toe zijn er vier kinderen via mij lid geworden." Niet veel, geeft hij toe. En toch. "Aminata, een van onze nieuwe leden, draagt naar gymles een shirt van Den Bosch. Ze is een ambassadeur voor ons, dat vind ik mooi."
Een volgende stap zijn halal-worstenbroodjes, hoopt Brinkman, zodat hockey voor iedereen is.
Ook oud-international Maartje Scheepstra doet er bij Amsterdam Dynamics, de club in Zuidoost die door de Foundation is opgericht, alles aan om kinderen aan het hockeyen te krijgen. Ze is er sinds acht jaar pedagogisch verenigingsmanager. "Hoe vaak ik niet de trappen ben opgelopen van een flat om een kind uit z'n bed te halen. Want ik weet: als ik dat niet doe, wordt de training vergeten."
Scheepstra ziet van dichtbij dat kinderen met minder middelen snel tegen obstakels aan lopen.
"Het is niet alleen geld, ook time management. Als je weet dat ouders nachtdiensten draaien, of in hun eentje meer kinderen opvoeden, weet je dat het geen onwil is van het kind als het niet komt. Je moet ze soms een extra zetje geven."
Terrance Pieters is, net als alle Oranje-spelers, ambassadeur voor de Hockey Foundation
Ook vervoer speelt een rol. Veel hockeyclubs liggen aan de snelweg. Daar kom je niet zonder auto of fiets. Een club in de wijk maakt de sport ook letterlijk bereikbaar, legt ze uit.
Kleur én cultuur
De KNHB ziet al talent ontstaan in Amsterdam-Zuidoost en Tilburg-Noord. Uiteindelijk zullen de rolmodellen vanzelf komen, denkt de bond. Scheepstra is er zelf zo een. In 2019 schopte Marlon Landbrug uit Zuidoost, de neef van Pieters, het tot het Nederlands elftal, mede dankzij haar. Hij herkende zichzelf in haar op televisie.
Pieters snapt zijn neef wel. "Je met iemand kunnen identificeren, is zo belangrijk. Het gaat niet alleen om kleur. Ook om cultuur."
Rolmodellen zoals Pieters en Scheepstra laten zien dat het kan. Maar structurele verandering vergt ook geduld, weet Van Doorn. "Daar gaat een generatie overheen." Maar wie weet staan er op het volgende WK in Nederland wel al Surinaamse broodjes naast de wijnbar.