quote:
“Heb mijn laatste koers op Belgische bodem misschien al gereden”: Dylan Teuns hint op afscheid van het peloton
Twaalfde, elfde, negende: Dylan Teuns’ uitslagen gaan crescendo met het naderen van het seizoenseinde. Toch camoufleert de 34-jarige Halenaar zijn kopzorgen niet. “Van drie ploegen kreeg ik tot dusver ‘een misschien’. Dus wie weet heb ik zonet mijn laatste koers op Belgische bodem gereden”, klinkt het raadselachtig.
Dylan Teuns werkt momenteel wielernajaar nummer veertien af in profplunje. Een tijdperk dat de Halense springveer evenveel overwinningen opleverde. Al moeten we voor zijn laatste zegegebaar teruggaan naar 27 april 2022. Die dag schreef Teuns de openingsetappe van de Ronde van Romandië op zijn naam, amper zeven dagen na zijn moment de gloire bovenop de Muur van Hoei.
Na die spectaculaire winst in de Waalse Pijl werd het echter stelselmatig stiller rondom zijn persoon. Teuns verruilde na de Tour van 2022 Bahrain Victorious voor Israel-Premier Tech, om in 2025 voor twee jaar naar Cofidis te verkassen. Aan dat contract komt eind dit jaar een eind. Een overwinning kon de Halenaar zijn laatste twee teams niet schenken. Ook al omdat hij geregeld fysiek malheur te verwerken kreeg. Zoals in april van dit jaar toen Dylan in Dwars door Vlaanderen zwaar tegen het asfalt smakte. Teuns werkte nog wel zes klassiekers af, hoewel onderzoek begin mei een dubbele bekkenfractuur aan het licht bracht.
Fast forward naar 16 september 2026. Na afloop van de Grand Prix de Wallonie is het Teuns’ partner Elke Poorters die rond de ploegbus van Cofidis pikkelt op een kruk en met een opzichtige kniebrace. De renner zelf verlaat de Citadel van Namen met een negende plaats en… gemengde gevoelens.
Teuns: “Omdat dit misschien wel mijn laatste koers op Belgische bodem was.”
Ziet jouw wielertoekomst er dan zo dramatisch uit?
“Die is verre van rooskleurig. Er zit geen verlenging in bij Cofidis. En van andere ploegen krijg ik weinig tot geen reactie. In deze situatie ben ik nog nooit verzeild geraakt. Tot dusver had ik altijd voor de start van de Tour de France een handtekening op papier staan. Ik bevind me dus op onbekend terrein. Wat me de nodige stress bezorgt, dat kan ik je verzekeren.”
Het is dus niet dat je klaar bent met wielrennen?
“Verre van. Ik haal nog plezier in het trainingswerk. En als het goed gaat op de fiets – zoals hier in de GP de Wallonie – dan haal ik ook plezier uit koersen. Maar ik heb dit jaar ook de andere kant van de medaille van dichtbij meegemaakt. En dan is het best een harde stiel. Ondanks een dubbele bekkenfractuur toonde ik dit voorjaar toch mijn loyaliteit tegenover de ploeg, omdat ze met een blessuregolf hadden af te rekenen. Maar ik weet nu dat loyaliteit niet beloond wordt in het hedendaagse wielrennen. Ik sprak vandaag (woensdag, red.) nog met enkele renners die einde contract zijn, en die kwamen tot dezelfde conclusie.”
Is de druk van onderuit, van de jongere generaties, niet enorm toegenomen?
“Sowieso. In het pre-coronatijdperk had een renner van 34 à 35 jaar nooit te horen gekregen dat hij ‘te oud’ was. Philippe Gilbert verhuisde tien jaar geleden als 34-jarige van BMC naar Quick-Step. Kijk eens wat hij na die overstap nog gepresteerd heeft: winst in de Ronde van Vlaanderen, Gold Race en Roubaix. Of wat te denken van een Wout Poels of Michael Woods die op hun 35ste, 36ste nog een Touretappe wonnen? Zodus, ik zou oudere renners niet te vlug afschrijven.”
Hoe zie jij je toekomst concreet? Wil je voor eigen rekening rijden of je meer ten dienste stellen?
“Een mix zou mooi zijn. Ik heb mijn manager(Billy Reynders, red.) al meermaals op het hart gedrukt dat ik er niet vies van ben om een dienende rol te vervullen. Als ik daarnaast geregeld een vrije rol krijg toebedeeld, dan denk ik dat ik me niet meer kan wensen. Zo heb ik onlangs nog aan Jarno Widar laten ontvallen dat ik best bereid ben om hem door het peloton en de wedstrijden te gidsen. Ik herken me namelijk in zijn dromen: de Waalse Pijl of Luik-Bastenaken-Luik winnen. Ik ben blij dat ik één van die twee heb kunnen verwezenlijken. Moest het ophouden binnen enkele weken, dan kan ik terugblikken op enkele mooie momenten.”
Dylan, jouw woorden laten uitschijnen dat er helemaal niets speelt op dit moment.
“De situatie is echt precair. Van drie ploegen heb ik tot dusver ‘een misschien’ gekregen. Daar zitten nog WorldTour-teams bij.”
Hoeveel goede jaren gaan er nog in jou schuil?
“(Cynisch) Tja, niet veel meer, als ik op de interesse van de ploegen moet voortgaan. Nee, serieus nu: ik heb de voorbije jaren iets te veel ‘net niet’-ervaringen meegemaakt. Zoals die editie van de Ronde van Vlaanderen waarin ik in de slotmeters overspoeld werd door een achtervolgende groep en ik een zekere podiumplaats door de vingers zag glippen. Dat vind ik tot de dag van vandaag jammer. Dan had ik niet alleen in Lombardije, maar ook in een tweede monument op het podium gestaan. Maar bon, tien dagen later eindigde ik tweede in de Brabantse Pijl.”
“Kortom, in 2024 haalde ik nog een hoog niveau. 2025 was heel moeilijk omdat de druk binnen Cofidis enorm werd opgevoerd in de jacht op UCI-punten. Dit jaar strooide die val in Dwars door Vlaanderen en de bijhorende blessure dan weer roet in het eten. Maar na enkele weken rust en een goed trainingsblok denk ik dat ik de voorbije maand bewezen heb dat ik opnieuw op een goed niveau rondrij. Ik krijg alleen af te rekenen met een situatie waarbij ploegen in een luxepositie zitten. Er is meer aanbod dan vraag. Dus kijken ze niet verder dan wat de uitslag weergeeft.”
Welke wedstrijd zou je nog willen winnen?
“Een koers als deze (GP de Wallonie, red.). Winst in een koers als deze kan het verschil maken tussen een contract of einde carrière. Ik besef dat dit heel definitief klinkt, maar je moet ook realistisch durven zijn. Als dit effectief mijn laatste koers op Belgische bodem is geweest, dan ben ik trots op het gegeven dat ik me nog in de top tien heb weten te plaatsen.”
Wat zit er nog aan te komen?
“De ploeg heeft me van de Flandrien 0.0 Classic gehaald zodat ik de Ronde van Kroatië kan rijden. Nadien volgen nog een resem Italiaanse eendagskoersen, waaronder de Ronde van Lombardije.”
Stel dat bovengenoemde wedstrijden jouw last dance blijken te zijn. Wat wacht dan?
“Het land zeker? (Teuns is mede-eigenaar van een boerenbedrijf, red.) Maar daar wil ik eerlijk gezegd nog niet aan denken. Ik denk dat ik mijn waarde nog heb in het peloton. Als ik in een omgeving terecht kan komen waar ik kan werken zoals ik afgelopen maand juli gedaan heb, dan kan ik dat bewijzen ook.”
“Sinds de Ronde van Burgos zie je dat trouwens in mijn uitslagen terug. Ik behoor telkens tot het betere deel van het peloton. In de Bretagne Classic eindig ik elfde. Al had een dichtere ereplaats er daar zeker ingezeten. Net op het moment dat ik dacht aan te vallen, zag ik Aranburu (de latere winnaar, red.) demarreren. Mijn ploeggenoot was me een fractie te vlug af. Waarna ik onmiddellijk in de rol van de perfecte teammaat kroop. Ik was loyaal naar mijn team toe, hoewel ik wist dat ik niet mocht blijven. Andere ploegen zien dan in de uitslag: Teuns elfde. (Schouderophalend) Maar ik was wel de perfecte teammaat.”
Doe iets, Doug.