Etappe 21: Paris Champs-Élysées - Paris Champs-Élysées, 88,7 kmNou nou nou, we zijn alweer bij de laatste voorbeschouwing aangekomen. De Tour van 2026 zit er bijna op, en wat een floptour was het. Vooral met dank aan UAE weer, de ploeg was te dominant. Ze waren te sterk, met een veel te sterke kopman. De koers kwam daardoor nooit echt lekker op gang, op dag twee zagen we UAE al eerste en tweede worden en op dag zes deelde Pogacar meteen de genadeklap uit aan de concurrentie. Blijft lachwekkend, maar goed, dan kan ik aan de gang blijven. Het wordt onderhand wel tijd voor anderen om dat joch wat kritischer te benaderen. Laten we het over gendoping gaan hebben, laten we het over Mauro Gianetti hebben, laten we het over Matxin hebben, over Marc Soler, over Iñigo San Millán, over Kristijan Durasek, over Sebas Molano, over Javier Sola, over Jeroen Swart, over Andrej Hauptman, over eigenlijk zo'n beetje ieder staflid van de ploeg. Magnetische wielen, ik noem maar iets, laten we het met zijn alleen eens hebben over de fysieke onmogelijkheid van de prestaties van Pogacar. Wat hij doet kan niet. Zoveel beter zijn dan de rest, dat kun je niet verklaren aan de hand van een paar lactaatgels en een portie talent. Hij gaat zijn vijfde Tour winnen, en op deze manier zal hij de zeven ook wel halen. En dat met een dominantie die niet eerder is vertoond, ik heb mede daardoor niet echt van deze Tour genoten. We hebben een aantal leuke ritten gezien, rit 9 naar Ussel was bijvoorbeeld best leuk. Rit 13 naar Belfort was ook wel aardig, toevallig twee vluchtersritten. De rit naar Voiron had ook wel iets, wederom een vluchtersrit. Van dat soort dagen moeten we het hebben, de klassementsritten zijn doorgaans afschuwelijk. Met als absolute dieptepunt de 19e rit, de eerste aankomst op Alpe d'Huez. Hoe Pogacar daar de tegenstand degradeerde en hoe hij daar het record van Pantani uit de boeken reed, lieve hemel, daar gaan we later nog met het schaamrood op de kaken aan terugdenken. Voor je ogen zie je iets gebeuren waarvan je weet dat het niet kan, en toch verzin je maar redenen waarom het eigenlijk wel kan. Die rekening gaan we ooit betaten, ooit houden de excuusjes op en worden we gedwongen de waarheid onder ogen te zien. Ooit zal blijken dat Mauro Gianetti weer het slachtoffer is geweest van een paar valsspelende renners, altijd tegen Mauro! Hijzelf draagt geen verantwoordelijkheid, nee joh, ben jij gek. Ook nooit doping gebruikt tijdens zijn carrière, hahaha.
Nouja, ik kan nog een half uur leeg blijven lopen, maar mijn mening zal bekend zijn. Wat we hebben gezien kan niet en het is te hopen dat de waarheid Pogacar ooit inhaalt. Ooit komt de dag dat we zijn bladzijde zwart mogen lakken, ik heb mijn viltstift al paraat. Pogacar is een fraudeur, een valsspeler, een komediant, een eikel die alle joie de vivre eigenhandig uit de koers sloopt. Hij speelt ermee, dat bleek gisteren ook wel weer. Hij kondigde het al aan na zijn zege op Alpe d'Huez, hij zou een dag later een poging gaan wagen om Del Toro naar het podium te rijden. Dat je over dat soort dingen kunt nadenken zegt al genoeg, we worden grandioos voor de gek gehouden. Hij hield in dit geval wel woord, de notoire leugenaar. Hij was gisteren daadwerkelijk alleen maar bezig met Del Toro, het lukte hem ook om Del Toro naar het podium te slepen en aan het eind van de rit kwamen ze gebroederlijk over de finish, met wat infantiele gebaartjes erbij. Alles stoort me aan die gozer, dat het een enorme popie jopie is helpt ook niet mee. Gelukkig was Lenny Martinez er om de boel te photobomben, een divebomb had ik ook kunnen waarderen. Ze nemen de koers niet eens serieus, ze nemen ons als kijkers niet serieus, ze zijn een spelletje aan het spelen en wij zijn het slachtoffer. Del Toro schijnt net als bijna de volledige ploeg van UAE ook wat ziekjes te zijn geweest en dat kwam nu toevallig wel goed uit. Omdat Pogacar een net wat mindere Del Toro in de gaten moest houden kregen we zowaar een keer een leuke rit te zien. Eindelijk een bergrit voor de vluchters, eindelijk een bergrit waar het tot het eind spannend bleef.
Tijdens de 20e rit reden we van Le Bourg d'Oisans naar Alpe d'Huez en meteen in het begin van de rit reden we over de Croix de Fer. Een inspanning van een klein uur, je kunt een slechtere start bedenken. Na een aantal aanvalspogingen reed er op de klim uiteindelijk een groepje met daarin een hoop usual suspects weg. Carapaz zat weer eens vooraan, uiteraard. Hij ging een tijdje voor we de top bereikten alleen in de aanval en zo kwam hij solo boven op de top, de volle buit pakkend met het oog op de bolletjestrui. Valentin Paret-Peintre was ook mee, maar hij kon geen vuist maken tegen Carapaz. In het peloton zagen we ondertussen de controle van UAE, de een paar dagen geleden nog voor de bezemwagen eindigende Tim Wellens was nu ineens weer zo fris als een hoentje. Kutploeg, zelfs ziekte maakt ze niet kwetsbaar. Wellens controleerde vrij strak en daardoor leek het alsof UAE voor de rit wilde gaan, een horrorscenario. Voor Pedersen was het dan weer een uitkomt. Hij werd in het begin van de klim zowaar gelost, maar hij wist later terug te keren. Hij vond zijn ritme en kon daarna richting de top zelfs aanvallen. Hij ging op zoek naar de kopgroep, want na de Croix de Fer volgde beneden in de vallei de tussensprint en daar kon hij definitief het groen binnenhalen. Voor de top van een klim van een klein uur viel hij aan, de mafkees. Hij smeet zich voorbij de klim als een debiel naar beneden en dat sorteerde effect, hij kwam in de kopgroep terecht. De punten bij de tussensprint waren een paar kilometer later voor hem, wat een bizarre prestatie. Een sprinter die de Croix de Fer weet te overleven, absurd. Wonderbaarlijke benen, en een wonderbaarlijke mentaliteit. Toch weer met je kop dwars door de muur, beuken tot je erbij neervalt. In de afdaling waar Pedersen zich naar beneden smeet verloren we Van Wilder, hij kwam ten val en moest de strijd staken. Toch sneu, zo kort voor Parijs. Ook Pascal Ackermann haalde de finish niet, maar van hem wisten we niet eens dat hij meedeed.
In de vallei tussen de Croix de Fer en de voet van de Galibier zagen we een mooi kopgroepje, met daarin Juan Ayuso als opvallendste renner. De nummer 7 van het klassement schoof mee, in een poging een paar plekjes op te schuiven. Hij kon met wat geluk ploegmaat Skjelmose en Lenny Martinez voorbij, het was een slimme zet van Ayuso. De benen waren er alleen niet, zoals we in de dagen ervoor ook al hadden kunnen zien. Ook Kuss was weer mee, het waren op Ayuso na vooral heel veel voorspelbare namen. De voorsprong van dit kopgroepje bleef lang beperkt, ik begon me weer te storen aan UAE, maar uiteindelijk liet die ploeg toch begaan. Langzaam begon de voorsprong op te lopen naar twee minuten, drie minuten en uiteindelijk ging het richting vijf minuten. Toen zag de wereld er ineens mooi uit voor Ayuso, maar dat was ook meteen het moment dat andere ploegen zich ermee begonnen te bemoeien. We reden eerst over de Telegraphe voor we over de Galibier gingen, eenmaal op de Galibier zagen we vrij ver van de top een aanval van Carapaz. Dat leek een uitstekende aanval te zijn, hij leek zich even op te kunnen maken voor een lange solo, maar onder aanvoering van Kuss keerde de achtervolgende groep toch weer terug. In het peloton zette Pogacar zich ondertussen op kop, dat was ook weer heel raar om te zien. Totaal onnodig, maar als je om wat voor reden dan ook over veel meer energie beschikt dan de concurrentie kun je dit soort grappen uithalen. Hij versnelde en meteen dunde de favorietengroep enorm uit, het niveauverschil is opzienbarend. Totaal onnodig smeet Pogacar zich ook doodleuk naar beneden, terwijl de koplopers toch vooral weer een tijd naar elkaar aan het kijken waren. Na het eerste deel van de afdaling van de Galibier volgde er voorbij de Lautaret wat meer een bijtrapafdaling, daar reden de koplopers niet echt lekker door. Kuss, Carapaz, Hindley en Ayuso begrepen elkaar niet. Daardoor liep de voorsprong terug, richting de voet van de Sarenne hielden ze maar iets van 3:30 over. De Sarenne was toch ook weer 13 kilometer lang, in principe tijd genoeg voor Pogacar om de rit alsnog te winnen. Dat gebeurde niet, want hij hield woord en hij bleef bij Del Toro. Terwijl een ietwat ongelukkige Arensman ook nog een keer op z'n bek was gegaan werkten we toe naar de laatste serieuze klim van de Tour. De beeldschone Sarenne kwam eraan, vooral beeldschoon in het laatste deel. Die laatste paar kilometer waren pure porno, daar heb ik dan wel weer van genoten. We moeten vaker beschermde natuurgebieden bezoeken, je vindt daar prachtige natuur en je hebt een geldig excuus om de supporters buiten de deur te houden. We konden daarom volledig genieten van de schoonheid van de Sarenne, de laatste vier kilometer van die klim waren geweldig. Wat een sereniteit, het contrast met een dag eerder kon niet groter zijn. Pogacar zat ondertussen de maffiabaas uit te hangen, hij kon het niet waarderen dat Prodhomme even op kop kwam rijden in dienst van Seixas. Dat zegt veel meer over de persoonlijkheid van Pogacar dan al die geforceerd positieve interviews die aan elkaar hangen van het slechte Engels. Zo sympathiek is ie niet, maar dat wisten de kenners al.
De voorsprong van de koplopers liep terug, maar juist op de Sarenne begon de koers natuurlijk vooraan. En dat werd wel echt een leuke, onvoorspelbare koers. We zijn tegenwoordig gewend dat de eerste aanval de juiste is, maar dat was hier niet bepaald het geval. Na een tijd ging Kuss er in z'n eentje vandoor, hij leek op weg naar een mooie solozege. Tot hij ineens werd bijgehaald door Hindley en Carapaz, Kuss was dan toch stilgevallen. Maar even later viel hij weer aan, en nu kraakte Hindley. Carapaz had geen antwoord, maar verloor ook niet zoveel tijd. Hij bleef continu in de buurt, en zo bleef de rit tot het eind spannend. Na de wondermooie Sarenne reden we verder naar Alpe d'Huez, dat deden we over glooiend terrein. Een deel van de tijd reden we over een slechte weg, het is verrassend dat juist hier niemand viel. Zodra er weer wat beter asfalt in beeld verscheen volgde er een knikje omhoog en daar leek Carapaz dan toch weer korter te komen. Om dan vervolgens weer een paar seconden te verliezen, het ging een beetje op en neer. Carapaz bleef in ieder geval vol rijden, hij gaf niet op. Na de afgelopen dagen was het niet gek dat hij nu moeite had om Kuss te volgen, drie dagen op rij aanvallen en drie dagen op rij vol voor de bollentrui gaan is niet makkelijk, het is de logica zelve dat je ooit op je limieten botst. Kunnen andere renners iets van leveren, wellicht. De beste benen waren weg, maar Carapaz beschikt altijd nog over een krankzinnige hoeveelheid wilskracht. Op pure grinta reed hij verder, en daarvoor werd hij uiteindelijk beloond. Na het stukje vals plat voorbij de Sarenne begonnen we na de entree in Alpe d'Huez aan een afdaling over een brede weg. Dit leek geen moeilijke afdaling, maar dat werd het voor Kuss wel. Buiten beeld ging hij een keer onderuit, dankzij beelden van toeschouwers weten we nu dat hij simpelweg een bocht totaal verkeerd inschatte. Wellicht wat naar de vaantjes na de aanval op de Sarenne, hij moest flink in het rood gaan om Carapaz af te houden. Na zijn eerste valpartij had hij nog steeds een mooie voorsprong op Carapaz, de Ecuadoraan leek op dat moment juist te plooien. Het verschil was steeds klein, maar vlak voor de val begon het op te lopen. Door de val kwam Carapaz weer in de buurt, al zag hij Kuss nog niet direct rijden. Eerst moesten ze de rest van de afdaling maar eens overleven, dat bleek nogal een uitdaging te zijn voor Kuss. Naar eigen zeggen nam hij na de eerste valpartij in het vervolg van de afdaling meer risico om ervoor te zorgen dat hij vooruit zou blijven. Daardoor eindigde hij bijna in het ravijn, een paar bochten later schatte hij weer een bocht helemaal verkeerd en daardoor reed hij op een stenen muurtje af. Dat muurtje raakte hij, maar hij kukelde mede dankzij de aanwezigheid van wat netten gelukkig niet over de rand. Deze tweede valpartij was er wel teveel aan, Carapaz kwam voorbij gestoomd en met veel vaart reed hij ook automatisch een voorsprong van een seconde of 10 bijeen.
Even dachten we terug aan de Giro van dit jaar, aan die ene rit waar Arrieta en Eulalio om beurten vielen, maar zo'n scenario zat er nu niet in. Kuss bleef nog een tijdje in de buurt, maar onderweg naar Alpe d'Huez plooide hij. Hij verloor steeds meer tijd, terwijl we vanuit de achtergrond Remco Evenepoel zagen naderen. De Belg ging in de aanval toen we waren begonnen aan die laatste paar kilometer van de gekende klim naar Alpe d'Huez. Pogacar reageerde niet, omdat Del Toro niet reageerde. Del Toro kon niet, dus besloot Pogacar hem op sleeptouw te nemen. Onaangename beelden, het is bizar dat je als leider van de koers zo'n enorme voorsprong hebt dat je je niet eens druk hoeft te maken om een aanval van de nummer twee. Not normal, zeggen ze dan. Carapaz reed ondertussen naar de ritzege, een welverdiende tweede ritzege in deze Tour. De bollen zijn ook binnen, meer dan terecht. In principe was Kuss waarschijnlijk de betere, het is heel sneu voor hem dat hij een haast zeker lijkende zege op deze manier uit handen geeft, maar Carapaz was wel een goede alternatieve winnaar. De man heeft met zoveel panache gekoerst, zoveel karakter, zoveel grinta. Gekoerst met zijn hart, niet met zijn verstand. En zo zien we het graag, natuurlijk. Voor enige wielerromantiek moet je bij Carapaz zijn, de man weet hoe hij de sport moet verkopen. Genoten van zijn Tour, vooral de laatste week. Fijn dat UAE een keer niet wint, met een overwinning voor Carapaz kunnen wij een stuk beter leven. Had ook nog bijna een overwinning voor Evenepoel kunnen zijn, de Belg kwam nog dicht. Net wat te laat begonnen aan zijn aanval, of misschien had zijn ploeg wel wat te weinig gereden onderweg. Hindley reed de hele dag in de aanval maar werd uiteindelijk kansloos gelost, daar had je dan dus ook een andere tactische keuze kunnen maken. De arme Sepp Kuss werd vlak voor de finish ingehaald door Evenepoel, de Amerikaan mocht het met een derde plaats doen. Daar kon hij nog mee leven ook, hij zag er achter de schermen best opgewekt uit. Toch gewoon zomaar een Tourrit weggegooid, terwijl ik hem eigenlijk helemaal niet ken als slechte daler. Nouja, mede dankzij zijn kolderieke valpartijen, waarbij hij gelukkig niet in het ravijn eindigde, werd het wel een vermakelijke rit. We danken Carapaz voor alle strijd die hij levert. We danken ook Visma voor de flexibiliteit, na het verliezen van Vingegaard gingen ze massaal in de aanval. De knop knap omgezet, helaas wel zonder beloning. Pogacar en Del Toro op vier en vijf, vlak voor Lenny Martinez. Paul Seixas had dan weer een mindere dag, hij liet zijn ploeggenoten voor niets op kop rijden. Fenomeen Nicolas Prodhomme staat nu voor niets op de zwarte lijst van Blond Corleone. Hoe durf je het om hard op kop te rijden, Nico, hoe haal je het in vredesnaam in je hoofd? Nouja, goed, de zwaarste bergrit van de Tour, de koninginnenrit, baarde als het ging om de strijd om de gele trui wel een muis. In de top 10 veranderde niets, iedereen hield z'n plek. De dappere poging van Ayuso leverde weinig op, hij kwam aan de finish samen met ploeggenoot Skjelmose en met het godstalent Seixas over de streep. Seixas had niet z'n beste dag, maar toch tegen beter weten in zijn mannen op kop gezet. Proberen kan altijd, Del Toro gaf achteraf toe dat hij was ziekjes was geweest. Hij kraakte alleen niet, Seixas wel. Logisch, als 19-jarige. Alsnog, een vierde plaats in het klassement, dat is krankzinnig. Een bizar talent, in de toekomst kan hij het Pogacar moeilijk gaan maken. Hopen we.
Dit jaar was er helaas niemand die Pogacar kon uitdagen. Hij gaat de Tour winnen, ondanks het feit dat hij Remco aan het eind liet wegrijden houdt hij nog steeds een voorsprong van 6:30 over op de flamboyante Belg. Ploeggenoot Del Toro heeft het podium gehaald, wel op bijna tien minuten van Pogacar. Seixas op vier, Lenny Martinez op vijf, het duo van Lidl-Trek op zes en zeven en Carapaz is dankzij al zijn aanvalslust op de 8e plek geëindigd. Jegat heeft ook de top 10 gehaald, op een slordige 33 minuten van Pogacar. Dat zegt alles over de verhoudingen, op deze manier is er geen hol aan. Daarom gaan we dit Tourboek snel sluiten. Via de TGV zijn de renners van de Alpen naar Parijs getrokken. Daar wacht een aangepaste rit op ons, niet de eerste rit van deze Tour die aangepast is. We hebben dankzij de bosbranden in andere delen van het land te weinig mensen over om de orde te handhaven, dus gaan we minder lang fietsen. Prima, ik heb mijn buik vol van deze Tour, laat het maar snel voorbij zijn en laten we hopen dat er in de toekomst ooit wel sprake van enige spanning gaat zijn. Ook vandaag is het maar de vraag in hoeverre het spannend gaat worden, we zien Pogacar er zomaar voor aan om vandaag de rit te winnen. Jolijt.
![e5765]()
![4945e]()
De laatste rit van de Tour had van start moeten gaan in Thoiry, een dorpje met godbetert 1460 inwoners. Nog nooit was de Tour in dit dorpje in het departement Yvelines geweest, net op het moment dat de Tour eindelijk zou passeren staat heel Frankrijk in de fik en wordt de rit aangepast. Onder meer in de regio Bordeaux zijn de omstandigheden behoorlijk dramatisch te noemen, je evacueert niet voor de lol 200.000 mensen. Om dat evacueren een beetje ordelijk te laten verlopen heb je natuurlijk wel volk nodig. Er zijn op dit moment veel hulpdiensten nodig om de veiligheid te waarborgen in de Franse gebieden waar momenteel bosbranden woeden. Diverse politiediensten die bij de Tour de France ingezet zouden worden, worden nu elders ingezet. Wel echt een gevalletje overmacht, we kunnen hier begrip voor opbrengen. In de geest van nationale solidariteit met de getroffen regio's en bevolking is besloten het parcours van de laatste etappe tussen Thoiry en Parijs aan te passen, meldt de organisatie. Logisch. Als ik het goed heb begrepen zijn de renners vandaag wel in Thoiry te vinden, ze worden hier aan het publiek voorgesteld. Na het showtje op het podium hoeven ze alleen in Thoiry niet op de fiets te stappen, nee, ze stappen direct in de bus en worden dan richting Parijs gereden. Dat scheelt wel weer, de wegen tussen Thoiry en Parijs hoeven niet afgesloten te worden. Alleen het lokale circuit in de hoofdstad moet beveiligd worden, daar heb je uiteraard ook wel wat mannetjes voor nodig, maar in z'n totaliteit heb je nu wel minder volk nodig. We gaan vandaag dus de aanloop richting de Champs-Élysées missen, de immer nutteloze aanloop. Pogacar en Del Toro hebben gisteren maar alvast hun fotomomentje gepakt, dat scheelt dan weer. Alle andere ploegen hebben wat dat betreft een probleem, ze kunnen niet even met z'n allen op rij voor het peloton gaan fietsen voor een fotootje, al zullen ze dat misschien alsnog proberen te doen tijdens de eerste twee rondjes op de Champs-Élysées. De aanloop richting Parijs is altijd volkomen nutteloos, er wordt niet gekoerst. Beetje kletsen, beetje champagne drinken, beetje aan 30 per uur naar de finish rijden. Dat deel slaan we nu dus over, waardoor we wel het jaarlijkse hoogtepunt gaan missen. De klim van Côte du Pavé des Gardes ontbreekt, de renners worden in de afzink van deze klim dit jaar niet op de bon geslingerd. In feite is dit misschien ook wel een ideetje voor de komende jaren, gewoon meteen beginnen met de rondjes op de Champs-Élysées, die floptocht richting Parijs is altijd een volstrekt overbodig gebeuren. Omdat de renners wel aan het publiek voorgesteld gaan worden in Thoiry geef ik jullie toch maar een paar leuke feitjes over dit dorpje mee, zoals het gegeven dat hier in Parijs tegen Nice ooit een rit van start ging! De Tour was hier nog nooit, een andere koers van ASO wel. In het jaar 2024 ging de tweede rit van Parijs-Nice van start in Thoiry, we reden naar Montargis en dat was een overwegend vlakke rit. Aan het eind van die rit zagen we daarom ook een massasprint, verrassend genoeg werd die massasprint gewonnen door Arvid de Kleijn. Zijn eerste zege in de World Tour, voorlopig ook meteen zijn laatste. Hij klopte Pithie, Groenewegen, Van Poppel en Thijssen, als het draait bij Arvid en als het parcours niet teveel hoogtemeters kent kan hij nog best snel zijn ook. In Thoiry staat een kasteel, het Château de Thoiry. In de omgeving van dit kasteel vinden we de belangrijkste toeristische attractie van het dorp: een dierentuin, jawel! Wow Safari Thoiry, een dierentuin met een oppervlak van 150 hectare. Een stuk of 1300 dieren, 150 verschillende soorten! Het park omvat een safarigebied waar je met de auto doorheen kunt rijden, het is eigenlijk een soort Beekse Bergen. De eerste Franse dierentuin die op dit idee kwam, leuk hoor. Al moet je wel opletten als je dit safarigebied betreedt, blijkbaar is er hier een keer een vrouw aangevallen door een groep wolven, oh nee toch! Als je geen zin hebt om naar dieren te kijken kun je ook nog altijd naar het doolhof gaan, schijnbaar het grootste doolhof van Frankrijk. Het idee was dat de renners hier voor het kasteel van start zouden gaan, dicht bij de ingang van het safaripark. Ze hadden hier allemaal speciale acties bedacht, je kon voor de rit begon voor een euro of tien bij het safaripark naar binnen. Eerst even naar de diertjes kijken, en dan naar de koers. Dat ziet er nu allemaal anders uit, er schijnen soms belangrijkere dingen te zijn dan de koers. In Thoiry schijnt ook nog een aardige kerk te zijn, terwijl ze hier bij het kasteel jaarlijks het evenement Thoiry Lumières Sauvages organiseren, een lichtfestival! Er worden een stuk of 3000 beelden neergezet op een route van een kilometer of drie lang en al die beelden zijn verlicht, wat leuk. Nou, hebben ze in Thoiry toch waar voor hun geld gekregen, aan mij ligt het niet!
![5s8RegI.jpeg]()
![1920px-Tunnel_lion_wow_thoiry.jpg?_=20240617133842]()
![3TPys5h.jpeg]()
Aanvankelijk was het plan om vanuit startplaats Thoiry via een nutteloze aanloop naar Parijs te rijden en daar dan vier rondjes van 6,8 kilometer over de Champs-Élysées af te werken, vooraleer we drie keer een omloop van 16 kilometer over dat klimmetje in Montmartre zouden krijgen. De aanloop is geschrapt, na het voorstellen van de renners worden ze in teambussen gestopt en die bussen mogen direct naar Parijs rijden. Dat kost de organisatie wel wat mooie beelden, zo gaan we nu in koers niet langs Versailles en de Eiffeltoren rijden, de dju. De renners zullen de Eiffeltoren vanuit de bus vast zien passeren, maar de kijker krijgt daar niets van mee. Op de Champs-Élysées worden de renners uit de bussen gehaald en daar zullen we omstreeks 17:50 van start gaan. Door het schrappen van de aanloop is de rit een stuk korter geworden, al heeft de organisatie om het geheel toch nog van enig cachet te voorzien een paar extra rondjes Champs-Élysées aan toegevoegd. Geen rit van 133 kilometer, we houden een rit van 89 kilometer over. Twee rondjes extra over de Champs-Élysées, daar mogen we het mee doen. We missen hierdoor ook de jaarlijkse passage dwars door het Louvre heen, al waren we blijkbaar ook in normale omstandigheden niet door het museum gefietst. We waren wel langs het museum gefietst, maar de tocht over het plein langs de piramide maakte sowieso geen onderdeel uit van het parcours. Die gimmick is blijkbaar afgeschaft, al krijgen we er met de rondjes in Montmartre natuurlijk een nieuwe gimmick voor terug. Geen aanloop, geen Versailles, geen Eiffeltoren, geen Louvre, nee, de renners gaan van start aan de finish op de Champs-Élysées. Daarna gaan ze zesmaal hetzelfde rondje als altijd afwerken, het standaardrondje over de Champs-Élysées. Voor de volledigheid lepelen we 'm nog maar even op: Over de Champs-Élysées naar de Arc de Triomphe, daar helemaal omheen fietsen, dan weer terug over de Champs-Élysées. Over de Place de la Concorde en dan langs de Tuileries weer terug naar de Champs-Élysées. Op de Champs-Élysées rijden we over de steentjes, terwijl het hier richting de finish altijd een kilometer aan 2% omhoog zal lopen. Het is hier naar het schijnt altijd lastiger dan je zou vermoeden als je naar de tv kijkt. Nadat we vier volledige rondes hebben afgewerkt volgt, na de vijfde passage aan de finish, een halve kilometer later de tussensprint van de dag. Na 27,9 kilometer moet er om de puntjes gesprint worden, al staat er nu niks meer op het spel. Pedersen was de afgelopen dagen in de Alpen dusdanig sterk dat zijn groene trui binnen is, door alle punten die hij bij de tussensprints heeft gesprokkeld kan niemand hem meer achterhalen. Alsnog wel een duidelijk signaal dat we vandaag weinig tijd hebben voor de gebruikelijke onzin, binnen 28 kilometer moet er dus al gesprint worden. Over de finish moeten we trouwens nog wel iets vertellen, want het rondje is sinds een paar jaar een klein beetje veranderd. Sinds 2021, eigenlijk, toen Thierry Gouvenou het volgende te melden had: "De finishlijn is 150 meter verder op de Champs getrokken. Door aanpassingen op de Rue de Rivoli is de weg in de laatste kilometer wat minder breed en de laatste bocht daardoor smaller dan normaal. Om die reden hebben we ervoor gekozen om de streep een stukje meer naar achteren te leggen. Daardoor is het belang van in een van de eerste posities door de bocht te duiken wat minder groot geworden." Dat was de tekst van 2021, we hebben ook nog teksten van Thierry uit het jaar 2022: "Net als in 2021 hebben we er, anders dan voorheen, voor gekozen de streep tweehonderd meter verder op de beroemde avenue te leggen. Daardoor hebben de sprinters in de laatste kilometer een extra knecht nodig om ideaal te worden afgezet voor het lanceren van hun eindschot." Eerst was het 150 meter, toen ineens 200, en dit jaar lijkt het eigenlijk weer hetzelfde te zijn als vorig jaar. Het verplaatsen van de finishlijn is de organisatie blijkbaar goed bevallen. Een iets langere laatste rechte lijn, verder merken we er bijzonder weinig van. Het is natuurlijk ook maar de vraag of we dit jaar überhaupt een sprint te zien gaan krijgen, toen we vorig jaar voor het eerst rondjes over Montmartre gingen rijden was daar absoluut geen sprake van. Dat kan nu anders zijn, met een kortere rit en drogere omstandigheden. Als we na 40,8 kilometer voor de zevende keer aan de finish passeren gaan we ook dit jaar weer iets geks doen. We hebben zes keer het gebruikelijke rondje van 6,8 kilometer afgewerkt, het rondje vol Parijse hoogtepunten. De Obélisque de Louxor met de hiëroglyfen, de Tuilerieën, de Arc de Triomphe, noem ze maar op. Als we na een kleine 41 kilometer, op 48 kilometer van het eind, voor de zevende keer aan de meet passeren gaan we op zoek naar een ander Parijs hoogtepunt. We gaan nu nog drie rondjes afwerken van 16 kilometer, rondjes met daarin steeds een klim. Een klim die we ook kennen van de Olympische Spelen, een klim die toen vol volk stond. De klim werd dusdanig iconisch geacht dat de organisatie hemel een aarde heeft bewogen om een passage over de klim ook in de Tour mogelijk te maken. Dat lukte vorig jaar voor het eerst. Bij de onthulling van het Tourparcours wist men toen nog niet of het ging lukken, ze zijn er daarna nog maanden mee bezig geweest om het voor elkaar te krijgen. Maar het lukte. Tot groot verdriet van de sprinters lukte het. We konden vorig jaar in de Tour voor het eerst naar Montmartre, dit jaar keren we met een aangepaste route terug.
![8pgDVeR.jpeg]()
Het lukte de organisatie vorig jaar met veel pijn en moeite om het circuit rond Montmartre dat furore maakte op de Olympische Spelen van 2024 in Parijs ook deel uit te laten maken van het Tourparcours. Ten opzichte van de OS moesten er wel meerdere aanpassingen worden gedaan, de smalle straatjes die we tijdens de OS zagen konden absoluut niet terugkeren. Op de OS ging dat met een klein peloton nog wel, met een volledig Tourpeloton was dat niet te doen. Zelfs op de OS zagen we al valpartijen, Wout van Aert ging bijvoorbeeld onderuit, dus moest er iets anders bedacht worden. Men zocht een andere route naar Montmartre toe en die route werd gevonden. Nu blijk dat men toch niet helemaal tevreden was over die route van vorig jaar, want we gaan nu op een andere manier naar het klimmetje rijden. Een manier die mij eerlijk gezegd logischer lijkt. Met minder bochtenwerk rijden we naar Montmartre toe, dit zou een veiligere optie moeten zijn. We moeten altijd de praktijk afwachten, maar ik denk dat er sprake zal zijn van vooruitgang. Vorig jaar regende het in Parijs, daardoor lieten heel veel renners lopen. De tijden werden eerder opgenomen en dus stond er alleen een ritzege op het spel. Met dit aangepaste rondje had ik verwacht dat de tijden nu wel gewoon zouden gelden, maar nee, dat schijnt dan weer niet het geval te zijn. Ook vandaag gaan we puur voor de ritzege rijden, de tijden in het klassement liggen vast. Dat is een beetje matig, je moet geen rit met meerdere klimmetjes op het eind organiseren als je geen tijdsverschillen wil zien. De organisatie is met enige regelmaat onnavolgbaar, dit is weer zo'n dingetje waar ik weinig van snap. Al ben ik blij dat de rondjes over Montmartre gehandhaafd blijven, ik heb vorig jaar genoten van de laatste rit en ik kijk er nu ook weer enorm naar uit. Geen optocht en mogelijk geen sprint op de Champs-Élysées, de laatste dag is met de toevoeging van de klim richting de Sacre Coeur een stuk leuker geworden. Als we zes volledige 'ouderwetse' rondjes hebben afgewerkt op de Champs-Élysées rijden we na de zevende passage aan de meet in eerste instantie op de normale manier verder. Voorbij de finish rijden we in licht stijgende lijn de Arc de Triomphe tegemoet, waar we gaan afwijken van het gekende parcours. De organisatie heeft een bijna kaarsrechte route richting Montmartre gevonden, bij de Arc de Triomphe slaan we rechtsaf en daarna rijden we 400 meter rechtdoor over een weg die voor de helft uit asfalt en voor de andere helft uit steentjes bestaat. We komen uit op de Place des Ternes, een pleintje met een bloemenkiosk in het midden. We rijden rechts om deze kiosk heen, waarna we rechtsaf slaan om op de brede Boulevard de Courcelles terecht te komen. Dit is dan weer een volledig geasfalteerde weg, eentje die we dadelijk in tegengestelde richting nog eens zien passeren als het klimmetje achter de rug is. Na de bocht naar recht komen de renners op een weg terecht die ze 2,5 kilometer gaan volgen. Deze weg kent in deze 2,5 kilometer een glooiende karakter, het loopt hier wat op en af. Na een kleine kilometer vrijwel rechtdoor gereden te hebben op een vrij vlakke manier komen we uit bij het Parc Monceau, bij de ingang van dit park zien we met La Rotonde du Parc Monceau een opvallend bouwwerk verschijnen. In de buurt van het Parc Monceau ruilen we het asfalt weer in voor een weg die bestaat uit typisch Parijse steentjes. Dat de tijden hier geneutraliseerd worden als het nat is snap je wel, maar om dat ook op een droge dag op voorhand al te doen gaat wat ver. We rijden rechtdoor verder over een weg die wat vluchtheuvels kent, al denk ik dat de weg hier continu van een middenberm voorzien zal zijn aangezien we dadelijk in tegengestelde richting terug moeten gaan rijden over deze weg. Een eindje voorbij het Parc Monceau komen we terecht op de route die we vorig jaar volgden, we passeren een kruispunt waar we toen van rechts kwamen. Een route met veel meer bochtenwerk, een iets langere route ook. Het rondje was vorig jaar 16,8 kilometer lang, dit jaar houden we het op 16 kilometer. Een kortere en rechtere route, klinkt goed. Eén ding blijft evenwel hetzelfde: veel pavé in de finale, het wordt plotseling een rit met een klassiek karakter. Na anderhalve kilometer over deze weg gereden te hebben gaat de Boulevard de Courcelles na een schuine bocht naar rechts over in de Boulevard des Batignolles. Hier rijden we nog eens een kilometer vrijwel volledig rechtdoor, waarbij we na een tijd een strook van een meter of 400 tegenkomen waar het vals plat omhoog zal gaan. Dat strookje vals plat is dan weer voorzien van asfalt, de ondergrond kan in Parijs iedere tien meter veranderen. Na een tijd passeren we langs een standbeeld ter ere van Maréchal Moncey en voorbij dat standbeeld buigt de brede weg flauwtjes af naar links. Toch een belangrijke bocht om te onthouden, want kort hierna slaan we scherp rechtsaf. We duiken daarna de Boulevard de Clichy in, een straat waar enorm veel vluchtheuvels liggen. Dit was ook een van de twistpunten om het Tourpeloton over Montmartre te kunnen sturen, er moet voor de gelegenheid echt wel weer wat straatmeubilair worden weggehaald. Op de Boulevard de Clichy rijden we de Moulin Rouge tegemoet, zodra we langs dit iconische 'cabarettheater' zijn gereden slaan we linksaf en dan beginnen we rechtdoor aan de klim. Dit is weer een kleine aanpassing ten opzichte van vorig jaar, toen sloegen we niet direct de befaamde Rue Lepic in, maar opteerden we voor een klein straatje rechts daarvan. In dit straatje sloegen we al snel linksaf en daarna rechtsaf, om alsnog in de Rue Lepic uit te komen. Het verschil is dat je door dat bochtenwerk met minder snelheid aan de klim begon, nu slaan we na de passage op de Boulevard de Clichy voorbij de Moulin Rouge direct linksaf en beginnen we met meer vaart aan de klim. We zijn in de Rue Lepic, een epische weg, voorzien van steentjes. We gaan beginnen aan de eerste van drie beklimmingen van de Côte de la Butte Montmartre. Er is al genoeg geschreven over deze klim, de scherprechter van het lokale rondje, dus wellicht ten overvloede, maar het gaat na de bocht naar links één kilometer omhoog aan 6,5%. De weg is aanvankelijk nog best breed, maar na een bocht naar links volgt er even later een lopende bocht naar rechts en in deze bocht is ook weer een middenberm aangebracht, waardoor er niet veel ruimte overblijft voor de renners. Je wil duidelijk als eerste of in ieder geval ver vooraan beginnen aan deze klim, iedere keer opnieuw. De klim begint met een strook van 200 meter aan 6%, na de bocht naar links volgt het makkelijkere gedeelte, het gaat een meter of 200 aan 4% omhoog. Gedurende de lopende bocht naar rechts, met die middenberm, wordt het steeds steiler. Voorbij de bocht bereiken we het steilste stuk van de klim, in het laatste 500 meter gaat het steeds aan meer dan 7% omhoog, met een strook aan meer dan 8% erbij. Vlak voor de top wordt het helemaal leuk, de renners slaan rechtsaf een enorm smal straatje in. Normaal gesproken een heel druk straatje, vol met winkeltjes en restaurantjes. Normaal kun je hier lopen over de koppen, nu moeten de renners fietsen over de kinderkopjes. Die liggen er overigens keurig bij, een vergelijking met de Vlaamse kasseien is ongepast. Na 46,4 kilometer komen de renners voor de eerste keer boven op de Côte de la Butte Montmartre, op 42 kilometer van de finish. Ze komen nog twee keer terug op deze klim, een lastige klim. Een echte muur is het niet, maar aan het eind van een lange Tour kun je hier 100% het verschil maken. Die paar stroken aan 8%, op kasseien ook nog eens, dat gaat vuurwerk opleveren. Als de renners nog zin hebben, tenminste. Vorig jaar was dat alvast het geval, zelfs de gele trui mengde zich toen nog in de debatten.
![montmartre-rue-lepic.png]()
![EDbAdLu.jpeg]()
![4OoRhES.png]()
![000-67qm963-6883968524ba4031223658.jpg]()
Nouja, ik zou nog 100 foto's kunnen delen. De klim ziet er prachtig uit en de klim leverde op de Olympische Spelen ook best wel wat op. Vooral dankzij Mathieu van der Poel, hij besloot tijdens de eerste passage van de Butte de Montmartre al flink te versnellen en hij rammelde iedereen uit het wiel. Op Wout van Aert na, hij was de enige die Van der Poel kon volgen. Met z'n tweeën reden ze door, even later zouden er nog een paar renners aansluiten. Een klein groepje trok daarna verder door de straten van Parijs, maar de samenwerking wilde niet echt vlotten in de groep. Dat gaf de achtervolgers de kans om terug te keren. In die achtervolgende groep zat Remco Evenepoel. Op Montmartre was hij in geen velden of wegen te bekennen, maar hij keerde terug. Zodra hij aansloot wist je eigenlijk al wat er ging gebeuren: hij zou gaan versnellen. En inderdaad, hij was pas net aangesloten en meteen ging hij in de aanval. Niemand reageerde, hij kreeg tien meter voorsprong en daarna was de vogel uiteraard gevlogen. Dat was een lichte tactische misser van Van der Poel, hij had moeten beseffen dat het aan hem was om te reageren nadat hij zelf de koers had laten ontploffen op de klim. Hij reageerde alleen niet, net als de rest. Niemand reageerde en dus soleerde Evenepoel uiteindelijk naar de zege. Goed, dat had nog wel wat voeten in de aarde, hij moest eerst de oversteek naar de kopgroep maken en daarna de laatste koplopers een voor een uit zijn wiel zien te rammen, maar dat lukte uiteindelijk makkelijk. Valentin Madouas was de last man standing, maar hij ook hij moest uiteindelijk plooien. Ondanks een lekke band won Evenepoel met een ruime voorsprong, in de groep daarachter reed alleen Van Baarle nog even op kop voor Van der Poel, dat was een beetje mager. Een knappe zege voor Evenepoel natuurlijk, maar we hadden graag iets meer strijd gezien die dag. De koers werd uiteindelijk beslist in de kilometers na de eerste passage in Montmartre. Op de klim zagen we een fabelachtige krachtsexplosie van Van der Poel, toen was de koers nog spectaculair, maar na de aanval van Evenepoel enkele kilometers later verdween alle spanning heel vroeg al uit de koers. Het was tactisch gezien best een shitshow, al konden we later in ieder geval nog genieten van een ziedende Evenepoel toen hij na een lekke band naar zijn zin niet snel genoeg een nieuwe fiets kreeg. In ieder geval, we hebben gezien dat je op dit klimmetje het verschil kunt maken. Zeker met een lange en zware Tour in de benen verwacht ik dat dit kasseiklimmetje genoeg gaat zijn om de boel helemaal aan flarden te rijden. Dat schreef ik vorig jaar, en ik zat er verdorie niet ver naast. Al beweren sommige mensen dat dit puur aan het weer lag, toen we door Parijs reden begon het ineens keihard te regenen en dat zou dan de reden zijn geweest dat in de laatste rit van de Tour van vorig jaar inderdaad alles aan flarden werd gereden. Ik denk dat je met droog weer min of meer hetzelfde te zien gaat krijgen, zeker nu we weer een loodzware Tour achter de rug hebben. Het is een bijzonder korte rit vandaag, maar alsnog, op de tweede en derde passage hier wordt alles uit elkaar gereden, kan niet missen. Vorig jaar was Van der Poel er niet bij, hij stapte tijdens die Tour af met een longontsteking, nu is hij er wel weer. Hij mag zijn fenomenale versnelling van de OS gaan herhalen, hij vloog toen omhoog. Er is nu geen Van Aert om op zijn wiel te plakken, dat scheelt. Aan de voet van de klim ligt de Moulin Rouge, tijdens de klim komen de renners ook nog een andere molen tegen, de Moulin de la Galette. De klim is iconisch door de steentjes, maar ook door dit soort gebouwen. In de smalle Rue Lepic woonde overigens ook ooit een Nederlandse grootheid, niemand minder van Vincent van Gogh! Met financiële problemen verliet Van Gogh Antwerpen zonder daar zijn rekeningen te betalen. Hij trok in bij zijn broer aan de Rue Victor Masse 25 in Parijs. En in juni 1886 verhuisden ze naar Rue Lepic 54. Nou, weten we ook meteen weer waarom het hier zo schilderachtig is. Van de top van de Butte de Montmartre was het vorig jaar zes kilometer rijden tot we beneden op de Champs-Élysées over de finish zouden rijden, nu moeten we net iets meer dan tien kilometer afwerken tot de streep.
![yIifTPC.jpeg]()
Voorbij de top gaat het stevig naar rechts en dan rijden we in dalende lijn langs het volgende hoogtepunt van Parijs, de Sacre Coeur. Om Wikipedia weer even aan het werk te zetten: De basilique du Sacré-C½ur (Nederlands: Heilig-Hartbasiliek) is een basiliek in Parijs. Zij ligt op de heuvel Montmartre in het 18e arrondissement in Parijs en is gewijd aan de Heilig Hartverering. De kerk valt vooral op door haar fel witte uiterlijk, en prominente ligging op een heuvel. Om bij de kerk te komen, kan men 237 treden klimmen of de Funiculaire de Montmartre (kabelbaan) nemen. Boven aangekomen heeft men uitzicht over een groot deel van Parijs. Dat uitzicht is inderdaad schitterend, als de renners bij het passeren van de Sacre Coeur even naar rechts kijken weten ze niet wat ze zien. Met een boog rijden ze om de basiliek heen, nog steeds over de steentjes. Het gaat voorlopig heel voorzichtig naar beneden, als we voorbij de basiliek op het asfalt terechtkomen begint de echte afdaling. Een afdaling die niet veel voorstelt, de renners komen eigenlijk maar één bocht van belang tegen, aan het eind van de Rue Lamarck slaan we linksaf de Rue Caulaincourt in en dit is een enigszins lastige bocht. Eenmaal op de Rue Caulaincourt rijden we langs de buste van Dalida, dat zal Mart Smeets deugd doen. Even later scheuren we dan weer langs het Cimetière de Montmartre, een begraafplaats waar de nodige bekende mensen liggen. Het gaat in Parijs altijd over Père-Lachaise, maar in Montmartre kunnen ze er ook wat van. Na de buste van Dalida vinden we hier het graf van de zangeres, blijkbaar het meest populaire graf van de begraafplaats, terwijl je ook de tombe van Michel Berger en France Gall kunt bewonderen, of die van Stendhal en Emile Zola, als Franse schrijvers meer je ding zijn dan Franse zangers. De weg loopt een kilometer vals plat omlaag, zonder dat we gekke bochten tegenkomen. Op acht kilometer van de finish komen we voorbij het kerkhof van Montmartre uit bij een kruispunt waar we eerder waren. We rijden langs de Boulevard de Clichy af, hier rijden we nu mooi rechtdoor verder. We nemen een schuine bocht naar rechts en een paar meter later volgt er een flauw bochtje, eveneens naar rechts. We rijden hierna 2,5 kilometer rechtdoor over de weg die we in aanloop naar de klim in tegengestelde richting hebben bedwongen. Voorbij de Boulevard de Clichy rijden we een tijd in één rechte lijn vals plat omlaag over een brede asfaltweg. Na een tijd passeren we een kruispunt waar we vorig jaar linksaf sloegen. Ter hoogte van het Parc Monceau komen we weer op de keurige Parijse steentjes terecht en hier ging het vorig jaar naar links, om via een weg met wat meer bochten op een snellere manier naar de finish te rijden. Die weg zien we nu niet terug, we rijden gewoon rechtdoor en zetten koers naar de Arc de Triomphe. De weg is glooiend, we komen wat korte knikjes omhoog en omlaag tegen, maar dat stelt allemaal weinig voor. In de buurt van het Parc Monceau gaat het een tijdje wat meer vals plat omlaag, de renners knallen aan hoge vaart het park voorbij. Een hilarisch rechte weg, je vraagt je af waarom deze optie niet al meteen vorig jaar werd ontdekt. Er liggen hier wel wat vluchtheuvels, maar ik denk dat we daar weinig last van hebben omdat de weg hier sowieso in tweeën gesplitst gaat worden. Eén kilometer rijden we rechtdoor over de steentjes, daarna komen we tijdelijk weer op een asfaltweg terecht. Deze weg voert rechtdoor terug naar de bloemenkiosk op de Place des Ternes. Op dit pleintje vinden we opnieuw steentjes, we rijden hier langs de rechterkant helemaal om de kiosk heen. Een flinke bocht, na 2,5 kilometer zonder serieus bochtenwerk. Met volle vaart komen we hier aan, kan nog wel eens een technisch bochtje blijken te zijn. Eigenlijk het enige gevaar van deze vernieuwde route, zou ik zeggen, verder ziet het er heel goed doenbaar uit. Je zou kunnen zeggen dat we hier een rotonde driekwart nemen, om aan het eind van die rotonde rechtsaf te slaan en daarna net iets minder dan een halve kilometer rechtdoor te rijden tot we weer uitkomen bij de Arc de Triomphe. We rijden rechts om de Arc de Triomphe heen en hier bereiken we het parcours van het normale rondje op de Champs-Élysées weer. Het grote verschil met vorig jaar is dat we dankzij de route met wat meer bochten op een andere manier aansloten op het parcours. Vorig jaar sloten we aan op een kilometer van de finish op de Champs-Élysées, nu komen we voorbij de lus richting Montmartre uit bij de Arc de Triomphe, een dikke kilometer voorbij de finish op de Champs-Élysées. Dat is het verschil, we moeten nu eigenlijk bijna een heel rondje over het gewone parcours afwerken om uit te komen bij de finish. Dat is tijdens de eerste passage nog niet zo interessant, aan het eind van de koers biedt het de ploegen dan weer de kans om een organisatie op poten te zetten en een aanvaller in te rekenen. Als de extra lus richting Montmartre achter de drug is draaien we een rondje om de Arc de Triomphe heen en daarna dalen we rechtdoor de Champs-Élysées weer af tot we uitkomen op Place de la Concorde. Hier volgt een normale bocht naar rechts, waarna we zoals te doen gebruikelijk over de Quai des Tuileries langs de Jardin des Tuilieres af zullen rijden. Ter hoogte van het Louvre slaan we linksaf, we rijden onder het tunneltje door, slaan dan nog eens linksaf en daarna rijden we aan de andere kant van de Tuilieres terug naar Place de la Concorde. Hier sloegen we vorig jaar rechtsaf, om op die manier via een andere route naar Montmartre te rijden, nu rijden we juist weer verder op de gekende manier. In de slotkilometer komen we uit op de Place de la Concorde, we zien de obelisk al liggen. We rijden over dit kenmerkende plein heen, op 700 meter van de finish slaan we rechtsaf en in die laatste 700 meter rijden we dan weer rechtdoor over de steentjes van de Champs-Élysées. Na 56,7 kilometer passeren we voor de zesde keer aan de meet, daarna werken we nog twee rondjes van 16 kilometer af. We rijden voorbij de finish weer rechtdoor naar de Arc de Triomphe, om daar rechtsaf te slaan en op een vrij rechte manier naar dat klimmetje rond de Sacre Coeur te rijden. Bochtje naar rechts, langs de Moulin Rouge af, bochtje naar links en dan weer één kilometer aan 6,5% omhoog naar de Butte de Montmartre. Nog twee keer Côte de la Butte Montmartre, voor de vorm ligt er iedere keer ook nog een bergpuntje op de top. Nog twee keer ook de snelle en vrij simpele afdaling richting de finish daarna. Als je een paar tellen voorsprong hebt op de top zien ze je niet meer terug, dat bleek vorig jaar de waarheid te zijn. Nu volgen er dankzij de aanpassingen aan het parcours meer vlakke kilometers na de klim, maar ik denk eigenlijk dat het nog steeds heel moeilijk wordt om een aanvaller hier weer tot de orde te roepen. Vier kilometer langer na de Côte de la Butte Montmartre is natuurlijk een aardig verschil, maar nee, de boel gaat hier weer op een dusdanige manier uit elkaar gereden worden dat er van organisatie weinig sprake zal zijn. Na 78,4 kilometer zijn we voor de derde en laatste keer boven op de klim in Montmartre, nog 10,3 kilometer tot de finish daarna. De puncheurs kunnen nog steeds hun hart ophalen, de sprinters komen hier waarschijnlijk nog steeds in de problemen. Voorbij de finish rechtsaf, lang rechtdoor op weg naar Montmartre, klimmetje, niet al te lastige afdaling, lang rechtdoor terug naar de Arc de Triomphe en na een tocht om die boog heen bijna het volledige normale rondje op de Champs-Élysées afwerken voor we bij de 10e passage aan de finish weten wie de laatste rit van deze Tour heeft gewonnen.
![7f973]()
![IWn9WEw.png]()
![jiU6G9K.jpeg]()
![1eUpfpC.jpeg]()
Vorig jaar zagen we voor het eerst de beklimming van Butte Montmartre in de Tour verschijnen. Na het grandioze succes op de Olympische Spelen wilde de Tourorganisatie absoluut de klim opnemen in het parcours. Ondanks protesten van de sprinters en van renners als Evenepoel en Vingegaard zette de organisatie door. En maar goed ook, want ook in de Tour werd het een doorslaand succes. Al hadden ze in zekere zin pech, want het begon te regenen. Een stratencircuit met natte kasseien, dat is een beetje link. Men besloot de tijden dan maar bij een van de eerdere passages aan de finish alvast stop te zetten, iedereen die daarna zin had was vrij om te koersen voor de ritzege. Tijdsverschillen zouden er niet zijn, het was aan de renners om te bepalen of ze hun leven wilden wagen voor een etappesucces. Men wilde graag naar Montmartre omdat men tijdens de Olympische Spelen had gezien hoe mooi de beelden waren. Een volgepakte klim, een volgepakte Sacre Coeur, de smalle straatjes rond het kasseiklimmetje stonden vol volk. Het klimmetje zelf leverde dan weer een hoop strijd op, de combinatie van de grote publieke belangstelling en de kans op koers op de laatste dag bleek te verleidelijk om te negeren. Wat mij betreft een van de betere beslissingen van de Tourorganisatie van de laatste jaren. Ook in de Tour was het volk op de afspraak, Montmartre stond vol. De trappen bij de Sacre Coeur waren ook gevuld met publiek, de renners mochten door een heus stadion gaan fietsen. De koers zelf werd ook een succes, ondanks de regen. Of misschien juist dankzij de regen, daardoor werden de verschillen groter dan verwacht. Op 50 kilometer van de finish werden de tijden opgenomen en daarna liet iemand als Vingegaard doodleuk lopen. Geen spek naar zijn bek. Met een select peloton reden we verder en in dat selecte peloton zagen we natuurlijk Tadej Pogacar zitten. De gele trui wilde op de laatste dag ook gewoon winnen. Hij was gemotiveerd, maar zoals we later zouden vernemen was hij op dat moment niet helemaal okselfris. Hij was zelfs halfdood, als we alle verhalen mogen geloven. Desondanks ging hij er vol voor. Op de eerste beklimming van Montmartre zagen we hem al reageren op een - uiteraard kansloze - uitval van Alaphilippe, tijdens de tweede passage ging hij serieus in de aanval. Dankzij zijn versnelling bleven er maar een paar renners over in het wiel, waaronder Van Aert en Jorgenson. Ook Mohoric en Ballerini waren mee, er kwamen tijdens deze laatste rit ineens vreemde renners bovendrijven. Het eerste deel van de rit was het nog droog, maar eens we naar Montmartre trokken gingen de hemelsluizen open. In de natte straatjes van Parijs reden we met een groepje van zes verder, je kunt op dit klimmetje dus echt alles uit elkaar rammelen. In de afdaling en het rondje over de Champs-Élysées dat volgde wisten de achtervolgers niet terug te keren, het verschil werd alleen maar groter. Dus trokken we met dat groepje van zes naar de derde en laatste beklimming van Montmartre. En daar, ja, daar schreven we geschiedenis. Pogacar begon op kop aan de klim en hij trok vol door. Eén voor één werden de koplopers gelost. Jorgenson moest passen, Trentin haakte af, Mohoric kon niet mee, ook Ballerini had het zwaar. Alleen Van Aert was nog mee, de Belg kleefde op het wiel van een steeds harder versnellende Pogacar. En toen gebeurde iets dat eigenlijk nooit gebeurd. Pogacar liep op een counter. Van Aert versnelde en op die versnelling had Pogacar geen antwoord. We zijn nu bijna een jaar verder en nog steeds is dit de laatste keer dat Pogacar reglementair uit het wiel is gereden. Pogacar wordt bijna nooit verslagen, hij wordt al helemaal nooit uit het wiel gereden. Van Aert kreeg dat voor elkaar, hier, op Montmartre. Geschiedenis! Pogacar maakte een keer mee wat al zijn concurrenten meemaken. Vlak voor de top werd hij gelost, op een paar secondjes kwam hij boven, daarna verloor hij in de afdaling alleen maar meer tijd. Hij keek achterom en zag een paar renners terugkeren, terwijl de voorsprong van Van Aert steeds verder opliep. Hij hoefde na de klim maar zes kilometer af te werken tot de finish, maar als het er tien waren geweest had hij ook gewonnen. Er stond geen maat op van Aert, al was het excuus van Pogacar dus dat hij niet helemaal fit was. Er moet altijd een excuus zijn als hij wordt geklopt, zie je. Van Aert soleerde op een magistrale wijze naar de zege, hij maakte een Tour waarin hij relatief weinig indruk had gemaakt met één aanval helemaal goed. Een prachtige apotheose, in plaats van een saaie sprintrit werden we getrakteerd op een stevig uur vol genot. De sprinters baalden, zij zien hun officieuze WK verdwijnen, maar iedere koersliefhebber genoot. De organisatie genoot ook, zij vonden het een doorslaand succes. Montmartre had een eenmalig dingetje kunnen worden, maar na vorig jaar waren we bijna gedwongen om terug te keren. Dit was zo'n topshow dat we er gewoon weer voor gaan. Met een paar aanpassingen, met minder kans op regen, maar deze rit gaat nog steeds grandioos leveren. Ondertussen gedenken wij de spaarzame gelegenheid waarbij de oervervelende Pogacar gevloerd werd.
![87d017d2-a0af-43ae-bd36-239c277e35ee.jpg]()
Iedereen hield van de laatste rit van de Tour van vorig jaar, enkele klagende renners nemen we niet serieus. De organisatie heeft daarom besloten er een nieuwe traditie van te maken, ik ben absoluut voorstander. Al is het wel jammer dat de tijden niet mee zullen tellen, dat doet dan weer afbreuk aan het aanzien van de rit. In een ideale wereld moeten alle klassementsrenners zich hier vooraan tonen, niet alleen de renners die er toevallig zin in hebben. Door een enorme mensenmassa, hier gelukkig netjes weggestopt achter de hekken, gaan we nu voor het tweede jaar op rij eindigen op de Champs-Élysées na drie beklimmingen in Montmartre. Vorig jaar keerde de Tour na een jaar afwezigheid terug naar de Champs-Élysees, wegens de Olympische Spelen eindigde de Tour in 2014 niet in Parijs, de stad had het al druk genoeg en daarom vroegen ze of de Tour een jaartje op wilde rotten. Dat wilde de Tour wel, dus eindigden we toen met een tijdrit in Nice. Afsluiten met een tijdrit is toch ook niet echt een succes, zeker niet als het een lastige tijdrit is en er eentje heel ver bovenuit steekt. We eindigden met een tijdrit van Monaco naar Nice en in deze tijdrit won Pogacar met twee vingers in zijn neus. Zijn derde ritzege op rij, zijn zesde in totaal, het was echt pure horror. Vorig jaar won hij in Parijs dan toch ook weer bijna de laatste rit, gelukkig was er WOUT. De man die hem ook al wist te kloppen in Parijs-Roubaix, zonder Wout was de bingokaart van Pogacar nog verder gevuld. Vorig jaar de eerste speciale editie, nu de tweede. Vorig jaar waren we getuige van een heus jubilieum, voor de 50e keer vormde de Champs-Élysées het slotstuk van de Tour de France. Dat vierden we met een rit waar de sprinters kansloos waren,
erg mooi. De laatste jaren was de slotrit iedere keer een prooi voor de sprinters, maar dat ziet er nu anders uit. Wij zijn de organisatie zeer erkentelijk. Sowieso zijn we de OS ook erkentelijk, die koers kwam op het idee om Montmartre toe te voegen. Daarna kwam de Tourorganisatie pas op het idee om ook iets met de klim te doen, terwijl je toch zou denken dat zij dat eerder hadden moeten kunnen bedenken. Wellicht vonden ze het logistiek te ingewikkeld, maar ze zagen op de OS de mensenmassa's in de Rue Lepic en rond de Sacre Coeur en toen sloeg de jaloezie dusdanig toe dat ze hemel en aarde hebben bewogen om zelf de klim ook toe te kunnen voegen aan het parcours. Ik ben daar buitengewoon tevreden mee, ieder jaar sprinten op de Champs-Élysées kwam me zo langzamerhand wel mijn neus uit. De laatste rit hoeft geen snoozefest te zijn, het hoeft niet altijd een optocht te zijn met aan het eind een massasprint. Verandering van spijs doet eten, het is geweldig dat we nu net als vorig jaar op de laatste dag mogelijk een interessante koers gaan zien. De mogelijkheden zijn ineens eindeloos, als we op een normale manier rondjes waren gaan rijden over de Champs-Élysées had je simpelweg een sprint gezien en nu weet je niet precies wat er gaat gebeuren. De sprinters zijn hier niet volledig kansloos, al hebben we vorig jaar wel echt duidelijk kunnen zien hoe lastig het rondje is. Deels met dank aan de regen, maar ook op een droge dag was het voor de meeste sprinters een mission impossible geweest. Dat moet vandaag dan maar bewezen worden. De laatste keer dat we op de traditionele manier aankwamen in Parijs won godbetert Jordi Meeus de massasprint op de Champs-Élysées. Het zogenaamde wereldkampioenschap van de sprinters, en dan wint Meeus. Een jaar daarvoor won Jasper Philipsen dan weer, en weer een jaar daarvoor was Wout van Aert nog eens aan het feest. We hebben veel Belgische jaren gehad op de Champs-Élysées, de winnaar in 2020 is dan weer in België geboren. In 2020 won Sam Bennett dan op de Champs-Élysées, in de groene trui. Dat klinkt ondertussen alsof ik het uit m'n duim zuig, maar het is toch echt ooit gebeurd. Een jaar eerder zagen we de altijd irritante Ewan hier Groenewegen verslaan, daar zijn verder geen woorden voor nodig. Het jaar daar weer voor waren alle sprinters uitgevallen dus zagen we hier alleen maar mongolen sprinten. Kristoff won de sprint van de mindere goden voor Degenkolb en Demare. Nog een jaar eerder was de vlaggetjesbrigade hier aan het feest omdat Dylan Groenewegen iedereen regelrecht naar huis fietste. In 2016 redde Greipel hier zijn Tour, na een aantal kansloze sprints wist hij op de Champs-Élysées toch nog een rit te winnen. Het jaar daarvoor ging dat hem beter af, toen won Greipel er zijn vierde rit van die Tour. De twee jaar daarvoor was Marcel Kittel met afstand de sterkste en de vier jaar daar weer voor was deze rit iedere keer een prooi voor Mark Cavendish. In 2008 won Gert Steegmans verrassend en in 2007 ging de rit naar Daniele Bennati. 2006 was het jaar dat Thor Hushovd won op de Champs-Élysées en 2005 was voor vorig jaar dan weer het laatste jaar dat de rit niet eindigde in een massasprint. Alexandre Vinokourov muisde er vanonder in de straten van Parijs en hij won, net voor de sprinters. Op die manier schoof hij ook nog een plekje op in het klassement, zoiets is vandaag dus niet mogelijk. Jarenlang hoopte ik op een nieuwe Vino, dankzij het nieuwe parcours is dat eindelijk realistisch geworden. Het allergrappigste zou natuurlijk zijn als we vandaag Nico Vino zien winnen, maar dat lijkt me dan weer heel onwaarschijnlijk. Over de stad Parijs zelf weiger ik ondertussen al een paar jaar iets te zeggen, veel valt er eigenlijk ook niet meer te vertellen. Ik bedoel, alles wat ik vertel weet iedereen al, want het is Parijs. De Eiffeltoren schijnt wel een interessant ding te zijn. Wel in het centrum blijven, in de banlieues wil het nog wel eens ongezellig worden. Parijs is de hoofdstad en regeringszetel van Frankrijk. De stad ligt in de regio Île-de-France en wordt doorsneden door de rivier de Seine. De stad Parijs telde op 1 januari 2020 2.145.906, voor meer leuke feitjes mag je zelf Wikipedia doorspitten.
![Une2JaoTV433zcQP567bg7.jpg]()
De aangepaste laatste rit van de Tour van 2026 gaat om 17:50 van start op de Champs-Élysées in hartje Parijs. Er is zowaar een keer geen neutralisatie, we beginnen meteen met het rijden van rondjes over de Champs. Uiteraard is deze rit overal integraal live te zien. Sporza was in normale omstandigheden om 16:00 al begonnen, net als Eurosport. Dat schuift nu dus op richting zes uur, het wordt opeens een heel kort dagje voor de renners. Ergens tussen 19:41 en 19:51 zou de Tour afgelopen moeten zijn, amper twee uur op de fiets. In Parijs wordt het vandaag 25 graden, na een enorm warme Tour sluiten we af met aangename temperaturen. Er staat best wel wat wind uit het zuidwesten, zoveel wind hebben we deze Tour nog niet gehad. Of dat midden in Parijs veel verschil gaat maken valt dan weer te bezien. Wind in de rug op de klim, ja! Slecht nieuws voor de sprinters, me dunkt. Een klein beetje kans op regen in de midden en het begin van de avond, maar in tegenstelling tot vorig jaar lijkt het me nu wel droog te gaan blijven. Kunnen we meteen het parcours echt op waarde gaan schatten.