Etappe 2: Tarragona - Barcelona, 168,5 kmIs RR nog in leven? Amper. Is ie zich dit weekend klem aan het zuipen op een festival? Misschien. Heeft ie veel meegekregen van de eerste rit? Nee, niet echt. Wel een verrassende uitslag, UAE is gewoon verslagen? Dat is wel even een mooie verrassing, je zou bijna geloof hebben in een spannende Tour. Haha, nee, natuurlijk niet, dat is na vandaag meteen weer klaar. Maar alsnog, leuk voor Visma, leuk voor Jonas. Eindelijk weer een ritzege, eindelijk weer de gele trui. Lang zal het niet duren, maar een mooie opsteker is het alsnog. Het lijkt er sterk op dat het nieuwe concept geleverd heeft, zo heb ik begrepen dat Evenepoel er alles aan heeft gedaan om Lipowitz overboord te gooien. Dat soort dingen krijg je met dit nieuwe concept wel, klinkt vermakelijk. Een heel ander tactisch verhaal, ook met dank aan het feit dat ze deze nieuwe versie van de ploegentijdrit steevast laten eindigen op een helling. Paar valpartijen geweest blijkbaar, dat vind ik wel knap op deze wegen. Het is bijna overal 100 meter breed, en dan fiets jij over een putdeksel heen, nee, oké. Toch al flinke verschillen, al blijft Pogacar in de buurt van Vingegaard. Had eerder verwacht dat hij 12 seconden zou winnen, maar het is dus 12 seconden verlies. De schuld van Total, me dunkt. Seixas meteen op 40 seconden, daar gaat de hype. Ayuso meteen Skjelmose overboord gegooid, dat soort dingen zijn dan wel leuk. Maar goed, ploegentijdritje dus, ik heb er niets van gezien, dus ik heb er ook weinig aan toe te voegen. Na een smadelijke nederlaag voor Pogacar krijgt hij vandaag de kans om de boel recht te zetten. En dat gaat hij doen ook. De Tour gaat nu écht beginnen.
![0f2af]()
![cf268]()
De eerste rit in lijn van deze Tour gaat van start in Tarragona, een stad in de regio Catalonië. De smerige, immer koloniserende Fransen hebben het dan weer over Tarragone, maar wij houden het op Tarragona. Het is de hoofdstad van de provincie Tarragona en de comarca Tarragonès. De stad Tarragona ligt aan de Costa Daurada, op een hoogte van 6 meter boven het niveau van de Middellandse Zee, volgens het roadbook wonen er ongeveer 135.000 mensen. De paasprocessies die tijdens de Heilige Week (Semana Santa) plaatsvinden, zijn door de Catalaanse regering tot cultureel erfgoed bestempeld. Tarragona staat ook bekend om de viering van het carnaval in de lente, aldus Wikipedia. Vlak bij Tarragona liggen de toeristische badplaats Salou en een van de grootste pretparken van Europa, Port Aventura. Op het grondgebied van Tarragona lag ooit de Romeinse stad Tarraco, die stad werd zelfs de hoofdstad van de toenmalige provincie Hispania Tarraconensis, die een groot gedeelte van het huidige Spanje omvatte. Tegenwoordig is Tarragona een havenstad, een groot deel van de economische activiteiten is gebaseerd op (petro-)chemische industrie, waaronder een raffinaderij van de Spaanse oliemaatschappij Repsol. Tarragona heeft ook een universiteit, de Universitat Rovira i Virgili. Ook het toerisme is van belang in Tarragona, wat dan weer vooral te maken heeft met de Romeinse overblijfselen alhier. De ruïnes van het oude Tarraco staan op de werelderfgoedlijst van UNESCO, het gaat om 14 verschillende bouwwerken. We kunnen denken aan het lokale amfitheater, dat ooit plaats bood aan 14.000 mensen, maar ook aan het lokale forum, het lokale theater en de lokale renbaan. Opties genoeg. Buiten de stad komen we dan weer een aquaduct tegen, terwijl je midden op een van de pleintjes in het historische centrum een deel van de oude Romeinse stadsmuur kunt vinden. In dit historische centrum vinden we ook nog een kicken kathedraal, al stamt die dan weer niet uit de tijd van de Romeinen. Als we het over nog modernere tijden hebben moeten we vooral naar de Mercado Central, de centrale markt van Tarragona is gevestigd in een modernistisch gebouw, geconstrueerd in 1915 en ontworpen door de architect Josep Maria Jujol i de Barberà. Ik denk niet dat het mogelijk is om een Catalaansere naam te verzinnen. Ze hebben in Tarragona ook hun eigen Rambla, een straat van 1,8 kilometer waar je lekker kunt flaneren. Dan is er nog het Balcón del Mediterráneo, gelegen op de top van Rambla Nova, 40 meter hoog boven de zee. Dit balkon biedt een prachtig uitzicht op de Middellandse Zee, de haven van Tarragona, het strand Platja del Miracle en het oude Romeinse amfitheater. Volgens de legende brengt het aanraken van de unieke reling ("tocar ferro") geluk, lees ik dan weer op een toeristische site. Ik kan nog wel een tijd doorgaan eigenlijk, maar de korte conclusie mag zijn dat Tarragona meer dan de moeite waard is. Dat vindt de organisatie van de Tour dus ook, na een aantal passages in de Vuelta debuteert deze stad nu in de Ronde van Frankrijk. In de Vuelta waren we hier voor het laatst in 2023, toen eindigde er een tamelijk vlakke rit in de stad. De rit eindigde in een sprint en die sprint werd gewonnen door Kaden Groves, de man die altijd op z'n best is in de Vuelta. Daardoor kwam men ook in 2017 aan in Tarragona, toen Matteo Trentin hier in een gehandicapt sprintersveld Lobato, Van Asbroeck en Theuns wist te kloppen, die Vuelta was echt gruwelijk. We kwamen toen aan in Tarragona ter ere van de Middellandse Zeespelen, die een jaar later zouden worden georganiseerd in Tarragona. De Mediterranean Games, ze bestaan. Tijdens deze spelen wordt er ook gefietst, maar de toppers staan vaak niet aan het vertrek. Ene Jalel Duranti uit Italië wist in de sprint van een uitgedunde groep Portugese kleppers als Joni Brandao, Joao Rodrigues en Frederico Figueiredo te kloppen, Portugezen die inmiddels allemaal geschorst zijn. Jalel had geluk dat het parcours in Tarragona vrij vlak was, anders hadden deze titanen hem op minuten gereden. Samuele Battistella en Matteo Sobrero, toentertijd nog amateurs, werden 27e en 28e op vele minuten. Ene Tadej Pogacar werd 15e. Geinige uitslag, en geinege deelnemende landen. Van Servië tot Algerije, van Cyprus tot Syrië. In ieder geval, Tarragona, daar won Philippe Gilbert in de Vuelta van 2013 een sprintje heuvelop van Boasson Hagen en Richeze. De finish lag in 2017 op een totaal andere plek, ergens bij de sportvelden, waar dan weer vele onderdelen van die Middellandse Zeespelen gehouden zouden worden. De aankomst in 2013, die lag ook weer op een andere plek. Ze blijven innoveren in Tarragona, de plek waar liefst 13 keer een rit aankwam en 15 keer een rit vertrok. En nu dus een vertrek in de Tour, dat maakt het feest helemaal compleet. Je zou voor minder, prima stad. Uit de omgeving van Tarragona is overigens Edu Prades afkomstig, de renner van Caja Rural die niet aanwezig is in de Tour. Hij stond sowieso niet op de lijst om te rijden, maar nadat hij zijn been brak in de Ronde van Slovenië werd het al helemaal een lastig verhaal. Edu is inmiddels 38, probeer dan nog maar eens terug te komen. Al komt dat vast goed, zijn oudere broer Benjami is op 42-jarige leeftijd ook nog steeds actief. Recent nog derde in de Ronde van Japan, er zit hier toch iets bijzonders in het water.
![Roman_circus_of_Tarraco_01.jpg]()
![alexander-london-3t9zglnejwq-unsplash.jpg]()
De renners gaan van start op de Rambla President Francesc Macià, vlak voor een rotonde met een soort rasp in het midden. Aparte kunst, en dat in deze stad vol historisch erfgoed. Tijdens de neutralisatie gaan we een deel van dat erfgoed alsnog in beeld brengen, terwijl er ook een ode aan een stukje Catalaanse folklore wordt gebracht: de castells. De menselijke torens, dat vinden ze hier helemaal geweldig. We zagen er ook eentje tijdens de ploegenpresentatie, in Tarragona staat langs het parcours het Monument als Castellers, een monument ter ere van die vreemde hobby. Stevig kunstwerk wel, ze hebben gewoon echt een menselijke toren nagebouwd. Even verderop rijden we langs het Circ romà de Tàrraco en het Amfiteatre romà de Tarragona, dat is natuurlijk helemaal de moeite waard. Voorbij deze Romeinse overblijfselen trekken we naar het oosten, op weg naar kilometer 0. Na de neutralisatie gaat de rit officieel van start op de gemeentegrens van Tarragona. Vlak voor we de gemeente achter ons laten bereiken we het
depart réel en mag Christian Prudhomme zwaaien met zijn vlag. We bevinden ons hier op een brede weg aan de kust, de zee komt in de eerste meters van de koers ook daadwerkelijk even in beeld. Al wordt het zicht op de zee deels ontnomen door een spoorlijn, dat is langs de gehele Catalaanse kust wel een dingetje. Ik heb zelf nog eens van een ander deel van die spoorlijn gebruik gemaakt toen ik mijn zuipvakantie in het mondaine Lloret de Mar onderbrak voor een middagje cultuursnuiven in Barcelona, prima treintje. Vanuit die trein valt er onderweg genoeg te zien, maar als je hier fietst vormt dat spoor eerder een belemmering. De betere optie voor de renners is om dan maar naar de andere kant van de weg te kijken, al in de eerste meters van deze etappe zullen we namelijk een oude Romeinse toren passeren. Niet alleen in Tarragona vinden we een grote hoeveelheid Romeinse overblijfselen, de hele omgeving ligt ermee bezaaid. De renners rijden langs de Torre dels Escipions, de toren van de Scipios. Niet dé Scipio, maar wel de toren van een familie met dezelfde naam. Niet de mooiste toren ooit, maar toch, oud. Zou een soort graftombe moeten zijn, al weet men eigenlijk helemaal niet zeker of dat ook echt zo is en als het zo is of hier dan ook echt de familie Scipio begraven ligt. Dat is meer wat men er later van heeft gemaakt, want je moet toch een verklaring verzinnen voor zo'n bouwwerk. In de verdere omgeving komen we ook nog een oude Romeinse steengroeve tegen, naast nog wat meer Romeinse torentjes en ook een paar torens die dan eerder uit de middeleeuwen stammen. Die liggen wel wat verder van het parcours, deze Torre dels Escipions kunnen we aanraken. Even verderop komen we een rotonde tegen, voorbij deze rotonde laten we de kust een tijdje achter ons en trekken we net iets meer het binnenland in. Over een brede weg rijden we vooral rechtdoor, over de Via Augusta. Weer een mooie knipoog naar het Romeinse verleden, ten opzichte van die tijd ligt er nu wel een net iets beter wegdek. De kust is in principe niet heel ver uit de buurt, maar we zien weinig van het water, we zien vooral veel boompjes. De weg is licht glooiend, maar echt klimwerk zit er voorlopig nog niet in. Een paar kilometer na de eerste rotonde volgt er nog eentje, na die tweede rotonde komen de renners op een soort van snelweg terecht, het wordt nog breder dan het al was. De kust raakt hier nog wat verder uit beeld, we bekijken het toch ietwat ruwe Catalaanse binnenland van wat dichterbij. Met een grote boog rijden we om een aantal plaatsjes heen, waaronder Ferran en Altafulla. In die plaatjes kom je kasteeltjes en oude Romeinse villa's tegen, maarja, die zien we dus niet in beeld verschijnen. De route die we volgen is een lastige voor de mannen die in de vlucht van de dag terecht willen komen, geen sinecure om hier weg te rijden. Al hangt het natuurlijk ook volledig af van de instelling van het peloton, het kan zijn dat überhaupt niemand zin heeft om in de aanval te gaan omdat men denkt dat dit toch een dag wordt waar de favorieten voor de ritwinst willen gaan. Lijkt me het meest voor de hand liggende scenario, maar je weet het nooit. Het is hoe dan ook een saaie route in de eerste kilometers. Na 13 kilometer komen we uit in de omgeving van Torredembarra, waar de weg wat meer af zal buigen terug richting de kust. We komen een paar meter in stijgende lijn tegen, daarna dalen we rechtdoor af over een kaarsrechte en waanzinnig brede weg tot in Creixell. In de verte zien we nu weer de zee liggen, na 15 kilometer koers maakt Catalonië weer wat reclame voor zichzelf. Beneden komen de renners uit bij een rotonde, hier gaan ze naar links en vervolgens rijden ze rechtdoor Creixell binnen, een plaats waar weinig over te vertellen valt. Het ligt aan de kust, de zogenaamde Costa Daurada, de gouden kust. Er zijn hier een paar stranden en dus is het hier nogal toeristisch, maar het dorpje zelf stelt niet veel voor. Daarom steekt de organisatie een heel verhaal af over Torredembarra, terwijl we technisch gezien helemaal niet door Torredembarra rijden. Wel een mooier plaatsje dan Creixell, dat zonder meer. En Miguel Indurain won in Torredembarra ooit een rit in de Setmana Catalana, dat is een feit om trots op te zijn. Om een of andere reden vermeldt de Toursite dan weer niet dat Nikolay Trusov in 2009 een rit won in Torredembarra in de Ronde van Catalonië. Misschien hadden ze dat wel gedaan als Thor Hushovd had gewonnen, hij werd die dag tweede. In Torredembarra hebben ze een kicken strand, Platja de la Paella, dat doorloopt tot in Creixell. Ze hebben daar ook een kasteel en een vuurtoren, de hoogste vuurtoren van heel Catalonië zelfs! Een vrij bijzonder exemplaar wel, past niet echt bij alle Romeinse meuk die we hier vinden.
![Depositphotos_20238791_L-11.jpg]()
![01bfc910-8677-45f4-a037-9dac81883f20.jpg]()
We zitten aan de kust, dus ergens verwacht je nu een weg vol verkeersremmers, maar dat valt eigenlijk reuze mee. Over een waanzinnig brede weg die alleen af en toe onderbroken wordt door een rotonde rijden we recht door Creixell heen. We passeren wat palmbomen en we zien langs het lokale
platja ook wat campings passeren, waarna we voorbij het lokale industrieterrein weer wat meer in een natuurlijke omgeving terechtkomen. De Catalaanse kust is blijkbaar niet volledig volgebouwd, er is ook nog wat groen te vinden tussen de kustplaatsjes in. Na een recht en zo goed als vlak stukje bereiken we even verderop Roda de Berà, waar we langs het volgende historische hoogtepunt van de rit gaan rijden. De renners rijden er bijna recht tegenaan, de Arc de Berà. Een Romeinse triomfboog met z'n eigen pagina op Wikipedia, toe maar. De triomfboog staat aan de Via Augusta, een Romeinse weg die door keizer Augustus aan het begin van de 1e eeuw was hersteld. De boog heeft een enkele doorgang en wordt gesierd door pilasters met Korinthische kapitelen. Op de boog staat een hoofdgestel, dat is opgebouwd uit een architraaf, een fries en een kroonlijst. Kijk, dat is pas nuttige informatie. Er wordt aangenomen dat de boog gewijd was aan Augustus of zijn genius en dat hij de grens aangaf van het district van Tarraco. De boog ontleent zijn huidige naam aan Berà, de zoon van Willem met de Hoorn. Hij was de graaf van Barcelona en breidde in 801 het grondgebied van Barcelona uit tot aan Tarragona, waarbij de triomfboog op de grens stond. De Arc de Berà staat tegenwoordig aan de N-340, die op de route van de Via Augusta is aangelegd, en deze N-340 volgen we hierna nog een paar kilometer. De boog staat sinds 2000 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO als onderdeel van de Romeinse monumenten van Tarraco, het is dan ook een kicken boog. De boog zien we liggen, het dorp Roda de Berà komt dan weer niet direct aan bod, terwijl de goudgele zandstranden van de Costa Daurada ook niet echt in beeld komen. Een populaire toeristische bestemming, maar met deze eerste kilometers van de rit trekken we niet direct nieuwe toeristen over de streep. We passeren wel een paar vakantiewoningen met een kitscherige façade die het geheel de air van een kasteel moet geven, dat kan dan weer genoeg zijn om enkele smakeloze zielen over te halen. Voorbij dit kustplaatsje waar we weinig van zien rijden we nog een tijd over de weg van Augustus, tot we uitkomen in de buurt van El Vendrell. Het zijn een paar nietszeggende kilometers, op een verdwaalde rotonde na komen we op deze snelweg helemaal niets tegen. Na 25 kilometer komen we uit in de buurt van El Vendrell en hier nemen we een afslag, we laten de oude Via Augusta achter ons en rijden voorbij de afslag rechtdoor El Vendrell binnen, een plaats waar we voor het eerst vandaag flink wat straatmeubilair treffen. Een stuk of acht rotondes in een paar kilometer tijd, tussendoor wat bochtenwerk, een paar vluchtheuvels en wat mooie groene Catalaanse paaltjes. In El Vendrell ligt ook een fietspad, afgescheiden van de hoofdweg met een stoeprand die soms onderbroken wordt. Je kunt tussen de steentjes door slalommen om even op te schuiven, oftewel, de renners kunnen er een technische en hectische doortocht van maken. El Vendrell is een plaats met enige geschiedenis in de koers, vooral in de Volta a Catalunya dan. In de Ronde van Catalonië eindigde hier zes keer een rit, met niet de minste winnaars. Vrouwenmepper Mario Cipollini won hier bijvoorbeeld in 1998, terwijl Francesco Moser dan weer een tijdrit won in El Vendrell in 1978. In 2008 pakte Sylvain Chavanel dan weer de zege mee, uiteraard kwam hij solo aan. El Vendrell is verder vooral bekend als geboorteplaats van de cellist Pau Casals, internationaal eerder bekend als Pablo Casals. De beste cellist van zijn tijd! Het enige probleem was dat hij een teringhekel had aan fascisme en dictators, hij was naar verluidt een felle pleitbezorger van vrijheid en democratie. Toen klootzak Franco de Burgeroorlog won werd Casals zoals zovelen gedwongen om te vluchten naar Frankrijk. Hij trok de Pyreneeën over en kwam in Prades terecht, in het Franse gedeelte van Catalonië. Later kwam hij in Puerto Rico terecht, na zijn dood werden zijn overblijfselen uiteindelijk teruggebracht naar El Vendrell. Zijn geboortehuis schijnt nu een toeristische trekpleister te zijn, net als zijn villa in Sant Salvador, even verderop aan de kust. In die villa vinden we een museum, uiteraard. El Vendrell, de naam schijnt afgeleid te zijn van het Catalaanse woord voor vrijdag, is de hoofdstad van de comarca Baix Penedès en een van de minder toeristische badplaatsen aan de Costa Daurada. Het schijnt ooit een ommuurde stad te zijn geweest, maar daar merk je nu weinig meer van. Niet de mooiste plaats, maar oké, wel mooi een ode gebracht aan Pau Casals. Francisco Franco, neuk je moeder. De man draait zich hopelijk nog eens extra hard om in zijn graf als hij zich bedenkt dat er een kicken beeldhouwwerk van Casals te vinden is in El Vendrell, naast een museum in zijn geboortehuis én een museum in zijn architectonisch opvallende villa. Er is ook jaarlijks een muziekfestival hier dat de naam van Casals draagt, dat kon je verwachten natuurlijk.
![Spain.Catalonia.Roda.de.Bara.Arc.Bera.jpg]()
![ruta-pau-casals-1024x683.jpg]()
![645e517a5051c.jpg]()
Na de doortocht vol rotondes in El Vendrell verlaten we het stadje van Casals weer om weer eens koers te zetten richting de kust. El Vendrell ligt wat meer in het binnenland, om de kust opnieuw te vinden moet er zelfs even 'geklommen' worden. We komen na nog wat rotondes weer op een soort van snelweg terecht en deze snelweg loopt een tweetal kilometer aan een procent of drie omhoog. Dat is geen klimwerk natuurlijk, maar bij gebrek aan beter vermelden we het toch. Na dit 'klimmetje' nemen we een afslag naar rechts en verlaten we de snelweg, om kort af te dalen richting Calafell. Dit afdalinkje kan nog wel een beetje link zijn dankzij een paar bochten en een verdwaalde drempel, waarna we uitkomen op een rotonde. Hier gaat het naar links en daarna rijden we Calafell binnen, een plaatsje waar een kasteel te vinden is. Niet alleen een kasteel, even verderop zien de renners langs de kant van de weg een heuse Iberische citadel liggen. De Ciutadella Ibèrica de Calafell dateert uit de zesde eeuw voor onze jaartelling, amai. Naast het feit dat ze hier ook weer een paar stranden hebben vormt die citadel wel echt het lokale hoogtepunt. Al kunnen ze in Calafell ook pochen met het feit dat Eddy Merkcx hier ooit een rit won in de Vuelta. Nu komt de nieuwe Merckx langs, ook leuk. Vlak voor we de citadel passeren komen we nog een rotonde tegen, verder is het nu wel weer even kalm. Of, nouja, we bereiken nu wel een deel van de kust waar ze de boel wat voller hebben gebouwd. Voorbij Calafell rijden we de komende kilometers over een brede en rechte weg van dorp naar dorp, onderweg komen de renners een x-aantal rotondes tegen. Nog steeds een saaie route, maar dankzij al die rotondes moet je toch af en toe zowaar even je stuur aanraken. De dorpjes hier zijn niet echt oogstrelend, een Segur de Calafell is vooral een aaneenschakeling van lelijke flats en wat protserige nieuwbouwappartementen. Van Segur de Calafell rijden we dan weer rechtdoor Cunit binnen, de overgang tussen deze dorpjes is niet te zijn aangezien er hier langs dit deel van de kust sprake is van een vorm van lintbebouwing waar de Belgjes nog een puntje aan kunnen zuigen. In Cunit zijn ze gespecialiseerd in paaltjes, het stikt er de moord van. Door die paaltjes wordt de weg tijdelijk wat smaller, we houden maar één baan over, maarja, ik kan me niet echt voorstellen dat er op dit moment flink gekoerst wordt. Er is vast een lul van Total in de kopgroep samen met een lul van Caja Rural, en dat zal het zo'n beetje zijn. We mogen hopen op meer, maar vooral in de Tour is hoop uitgestelde teleurstelling. In Cunit schijnen we ook wat Iberische overblijfselen tegen te komen, waaronder het fundament van een oude boerderij. Ook een klein kasteeltje hier, direct langs de route, maar dat maakt minder indruk dan het geweld in Calafell. In Cunit heb je ook wat mooie stranden, maar die worden aan het zicht onttrokken. We rijden stug rechtdoor over de smallere weg vol paaltjes, na een tijd verschijnt langs deze weg het smalste fietspad dat ik ooit heb gezien in beeld. Fietsinfrastructeer blijft in dit land altijd een dingetje, ze doen het vaak op zo'n manier dat je het eigenlijk net zo goed niet kan doen. Via nog wat meer rotondes rijden we even later over het lokale industrieterrein en daarna komen we in Cubelles uit, de weg wordt weer breder terwijl we op weg gaan naar een buitengewoon bijzondere plaats.
![8683641578_e5692fac10_h.jpg]()
![6840d6f66f595.jpeg]()
Tussen Cunit en Cubelles komen we een klein stukje groen tegen, een paar palmbomen ook, maar op een rotonde onderweg na rijden we toch vooral weer mooi rechtdoor over een brede weg. We blijven in de buurt van de kust, al zien we dus vooral groen en weinig blauw. De stranden komen niet in beeld, ook niet als we de provincie Barcelona inmiddels hebben betreden. Bij een rotonde volgende nemen we een afslag naar rechts, waarna we over een andere weg rechtdoor gaan rijden naar het mythische Vilanova i la Geltrú. Op een minimaal glooiende manier rijden we naar deze iconische plaats toe, een plaats die we zonder al te veel oponthoud na 44 kilometer gaan bereiken. Eenmaal in Vilanova i la Geltrú komen we wel het een en ander aan oponthoud tegen, er liggen hier wat rotondes en de Catalanen houden echt van paaltjes op de weg. Na wat bochtenwerk rijden we plotseling over een prachtige weg het centrum van de stad binnen, een schitterende laan vol bomen zorgt ervoor dat de renners hier in de schaduw kunnen fietsen. Maar dan toch vooral in de schaduw van de enige echte grootheid uit Vilanova i la Geltrú, de man, de legende, de mythe, het fenomeen, het absolute icoon, de meest vermakelijke renner van het volledige peloton: Marc Soler! Marco, iedereens favoriete idioot. In één woord samen te vatten: chaos, pure en volstrekte chaos. De reputatie van Marc Soler begon al opmerkelijke vormen aan te nemen tijdens zijn tijd bij Movistar, toen hij wel eens druk gesticulerend in beeld te zien was als hij op kop van de koers reed en hij gesommeerd werd te wachten op een spartelende Quintana. Daar kwam men dan weer op terug in het fenomenale El Dia Menos Pensado, waarin Marco werd gefileerd door al zijn ploegleiders en ploeggenoten, terwijl hij zelf het probleem nog niet zo zag. Na zijn transfer richting UAE hebben we Marc nog verder zien pieken, vooral tijdens de Vuelta. Ieder jaar rijdt hij de Ronde van Spanje en in die ronde gaat hij doorgaans 500 keer in de aanval. Dat slaat 499 keer helemaal nergens op. Hij valt dan aan op momenten dat je echt niet aan kan vallen, hij valt aan terwijl er een ploeggenoot op kop rijdt, hij valt aan, wordt ingerekend, valt nog een keer aan, lost, komt weer terug, valt aan, wordt weer gegrepen, lost, komt toch weer terug, valt aan en zo gaat dat drie weken door. Doorgaans levert dit toch altijd weer een ritzege op, de afgelopen jaren heeft Marco in al zijn ongeremdheid liefst vier ritten weten te winnen in de Vuelta. In de Tour is hij helaas vaak vrij braaf, dan rijdt hij ineens keurig op kop voor Pogacar, het grootste minpunt aan Marco. Al kwam er dit jaar een ander minpunt bij: Marco raakte betrokken bij een dopingrelletje. Een paar maanden geleden kwam het nieuws naar buiten dat Marc Soler was gezien samen met Pepe Marti, een voormalig trainer van Armstrong. Dankzij zijn connectie met Armstrong liep Marti een lange schorsing op, het is voor renners daarom verboden om met hem samen te werken. Marc deed dat toch, al verkondigde hij bij de Guardia Civil dat het zijn vader was die samenwerkte met Marti. Jaume Soler, een hobbyist, zou de hulp van Marti hebben ingeschakeld om met zijn 'trainingstips' toch maar mooi de 500e plaats te kunnen veroveren bij een of andere amateurwedstrijd, en dan ook nog bij de veteranen. Compleet ongeloofwaardig uiteraard, het was natuurlijk geen toeval dat Marco net in de buurt was toen papa Jaume en Pepe Marti met elkaar hadden afgesproken. Domkop Marco kreeg ook het signaal dat hij snel door moest fietsen, maar dankzij al zijn gebrek als intellect besloot hij alsnog naar Marti toe te rijden met zijn domme hoofd, waardoor hij ineens het een en ander uit te leggen had. De Guardia Civil lag in de bosjes met een verrekijker, en door die verrekijker zagen ze Marco en Marti. Dat had een schorsing moeten opleveren voor Marco, maar goed, het blijft Spanje natuurlijk. Alleen Jaume Soler kreeg een schorsing opgelegd, hij mag de komende twee jaar niet meer meedoen aan zijn amateurwedstrijden voor senioren. Het onderzoek naar Marco is gestopt, hij was slechts een getuige. Dit tot frustratie van iemand die bij dit onderzoek betrokken is geweest, daarom stond het ineens in de krant. De hele wereld weet nu dat Marc Soler 'trainingsadvies' kreeg van Pepe Marti, een naam uit de tijd van Armstrong. De lactaattesten lagen klaar in de auto, en god weet wat Marti nog meer in petto had voor Marc. Toch volgde er geen straf, onverteerbaar. Is er iets veranderd in het wielrennen? Absoluut niet. Vooral niet als we het twitterfenomeen Uncle Cycling mogen geloven, volgens hem is Marco lang niet de enige renner van UAE die gebruik maakt van de diensten van Marti. Ik zeg: de hele ploeg schorsen. Het kon zogezegd niet bewezen worden dat Marc Soler daadwerkelijk getraind werd door Marti, wij hebben natuurlijk bewijs genoeg. Marco kroop door het oog van de naald, maar in de afgelopen Giro sloeg karma ongenadig hard toe. In de Giro ging Marc Soler als een gek door een natte bocht, daardoor viel hij en nam hij zo ongeveer zijn hele ploeg mee. Hij brak het een en ander, een bekkenfractuur, je kent het wel, en het was meteen einde Giro. In principe had hij ook de Tour moeten rijden, maar dankzij de in de Giro opgelopen blessures is hij er nu niet bij. Hij mist dus de passage in zijn eigen Vilanova i la Geltrú, lekker voor hem. We houden van de chaos die Marco brengt, zonder hem zou het wielrennen een stuk saaier bent, maar als je bent gezien met een coach die én geschorst is én met Armstrong werkte hoor je met pek en veren uit het peloton gejaagd te worden. Dat dit niet is gebeurd zegt alles over de staat van het huidige wielrennen. Same old, same old. Praktisch geen ophef ook in de media, dit had een veel groter verhaal moeten worden. En volgens de altijd betrouwbare Uncle Cycling is dit nog maar het topje van de ijsberg. Tja, klassiek, dus. In een poging iets minder dom over te komen draagt Marco tegenwoordig ook wel eens een brilletje. Trappen we niet in, het blijft een debiel. Maar wel ONZE debiel.
![0ftbI8B.png]()
![15673581282310.jpg]()
![Romandie21_E3_Soler.jpg]()
Marco komt dus uit Vilanova i la Geltrú, een samenvoeging van het middeleeuwse La Geltrú en het een paar eeuwen later gestichte Vilanova de Cubelles. In de middeleeuwen waren dit versterkte plaatsjes met stadsmuren, maar daar is tegenwoordig niet veel meer van over. In het stratenplan kun je het wel nog zien, of in de straatnamen, maar op een oude toren na is daar weinig bewijs voor te vinden. Wel nog een paar leuke gebouwtjes in het centrum, een kerk uiteraard, maar ook het stadhuis mag er zijn. In Vilanova i la Geltrú hebben ze verder een paar musea, zo is er speciaal voor Marco een spoorwegmuseum, lijkt me met afstand zijn favoriete plek in de stad. Ook het Biblioteca Museu Víctor Balaguer zou de moeite moeten zijn, maar dat lijkt me dan weer minder geschikt voor Marco, iets te intellectueel allemaal. Vilanova i la Geltrú heeft ook een bekend carnaval, misschien is Soler daarom zo'n carnavaleske renner. Marco is overigens niet de enige bekende renner uit de stad, in een verder verleden konden ze hier vooral juichen voor Vicente Iturat, net als Marco mooi vier ritten gewonnen in de Vuelta. Er is ook nog een andere naam die genoemd moet worden, dat laat ik even aan de organisatie over. Ze nemen een duistere wending, ben ik niet gewend van ze.
quote:
The town's most famous cyclist is Marc Soler, one of Tadej Pogacar's strongest teammates. Winner of Paris-Nice in 2018, this tireless fighter has also won four stages of the Vuelta. He trained at the cycling school in Vilanova i La Geltru under the tutelage of Isaac Galvez's father, a diminutive sprinter in the 2000s who competed in the Tour de France twice, in 2005 and 2006. A two-time Madison world champion, Galvez died tragically at the end of 2006 at the Six Days of Ghent after a collision with Belgian rider Dimitri de Fauw. De Fauw fell into depression after the accident and committed suicide in 2009.
Of je dat laatste dan weer moet toevoegen weet ik niet, maar oké, de betreurde Isaac Galvez komt dus ook uit Vilanova i la Geltrú. Net als Enric Duran, politiek activist die bekend werd als de Robin Hood van de banken. Een voorstander van degrowth en een anti-kapitalistische activist, er komen dus ook nog mensen met enig intellect uit Vilanova. In dat kader moeten we dan ook nog even Francesc Macià i Llussà noemen, een Catalaans politicus en militair. Hij was president van de Generalitat de Catalunya (Catalaanse regering) en algemeen bekend als l'avi (de opa). Hij riep de Catalaanse Republiek uit als deelstaat van de Iberische Federatie. Gevlucht tijdens de dictatuur van Primo de Rivera, om vervolgens terug te keren met het idee dat Catalaanse onafhankelijkheid uit te roepen. Dat lukte niet helemaal, maar het lukte in ieder geval om Catalonië meer autonomie te bezorgen. Hij eindigde in Barcelona, waar we zijn laatste rustplaats vinden op de onvermijdelijke Montjuïc, daar komen we deze dagen niet onderuit. Ook nu gaan we verder, op weg naar die berg, we rijden verder door het centrum van Vilanova i la Geltrú en buiten die stad gaan we even verderop ook maar eens een poging wagen om de kust in beeld te brengen. Kan de moeite zijn, zo staat er in Vilanova ook nog een vuurtorentje dat helemaal niet in beeld komt, toch zonde. In Vilanova i la Geltrú hebben we trouwens al vaker een koers zien passeren, in de Volta a Catalunya is hier meermaals een rit geëindigd. In 2022 voor het laatst, toen wist Ethan Vernon hier een sprint te winnen. Sowieso een vaste rubriek, Vernon die een rit wint in Catalonië. ONZE Stef Clement wist dan weer vanuit de vlucht een rit te winnen op deze plek in de Ronde van Catalonië in 2024, jawel! Zelfs de Vuelta is hier ooit gepasseerd, in 2010 won niemand minder dan Imanol Erviti solo vanuit de vlucht. De eeuwige knecht die bijna nooit een eigen kans kreeg, in 2010 maakte hij van zo'n spaarzame gelegenheid dankbaar gebruik. MIJN Igor Antón reed die dag in de rode leiderstrui rond, al zou ie 'm dankzij de boni's verliezen, maar een dag later pakte hij hem in Andorra weer terug! Die Vuelta ging ie winnen, tot, nouja, dat ene gat in de weg. Zelfs deze Tour is het me weer gelukt om hem in de voorbeschouwing te fietsen, trots op mezelf.
![Pla%C3%A7a_de_la_Vila_%28Vilanova_i_la_Geltr%C3%BA%29_-_4.jpg]()
![16852539055_cd991d0082_b.jpg]()
We hebben de Costa Daurada inmiddels achter ons gelaten en we bevinden ons nu aan de Costa Garraf, het is maar dat je het weet. De komende kilometers rijden we vooral door de bebouwde kom over een brede weg die redelijk wat rotondes kent. Het stelt allemaal niet veel voor, het blijft nog even een saaie tocht. Via het industrieterrein van Vilanova rijden we Les Roquetes binnen, maarja, al die plaatsjes zien er hetzelfde uit. Over de Rambla del Garraf rijden we een paar kilometer rechtdoor, een mooie weg met een rij palmbomen in de middenberm. Rotondes, rotondes, rotondes, verder is het recht en breed. Voorbij Les Roquetes gaat het bij een rotonde met een opvallende kunstwerk naar rechts, daarna rijden de renners daadwerkelijk de kust tegemoet. Het gaat eventjes rechtdoor, waarna we uitkomen bij een rotonde met een oud Iberisch stenen huisje in het midden. Bij deze rotonde gaat het naar links, bij de volgende rotonde gaat het naar rechts en daarna rijden we over een brede weg door een villawijkje Sitges binnen. Voorbij de villawijk zien we ineens de zee liggen, het is ons eindelijk gelukt. De renners beginnen aan een tocht langs de boulevard en het strand van Sitges, een badplaats die op ruim 30 kilometer afstand van Barcelona ligt. Het stadje is erg populair onder de Barcelonese stadsbevolking voor een bezoek in het weekend. Sitges heeft zijn historische, maar kleine, centrum weten te behouden, waardoor het een van de mooiste plekken van de Catalaanse kust wordt genoemd. Sitges is sinds eind jaren 70 een van de populairste Europese vakantiebestemmingen voor de lgbt-gemeenschap. In het stadje zijn enkele tientallen gaybars, discotheken en clubs te vinden. Naar verluidt was een van de eerste homostranden in de wereld in Sitges, het Platja de l'Home Mort dat al in de jaren '30 van de 20e eeuw bezocht werd door homoseksuelen. Dat is pas nuttige informatie van Wikipedia, Franco draait zich wederom om in zijn graf. Blijkbaar was dit ook een gebied waar ooit veel wijn werd geproduceerd, tot de verwoestende druifluis hier een einde aan maakte. Veel Catalanen trokken in die tijd naar de andere kant van de wereld, naar Cuba bijvoorbeeld. Een van die mensen was Facundo Bacardi, hij zou later in Cuba de oprichter van Bacardi worden, ja! Geboren in Sitges, daar kun je mee thuiskomen. Veel van die vertrokken Catalanen kwamen overigens ook weer terug, om met het aan de andere kant van de wereld verdiende geld hier wat dure huizen neer te plempen. Daardoor zien we aan de kustlijn in Sitges enkele opvallende villa's in beeld verschijnen, tamelijk sjieke kasten, waarbij de kleur wit overheerst. Sitges was blijkbaar ook ooit een populaire pleisterplaats voor allerlei schilders, in het Museu Cau Ferrat kun je de werken vinden van enkele schilders die hier hun tijd doorbrachten. Sitges werd mede dankzij Rusiňol het Spaanse mekka van het modernisme. Vanaf 1891 werken verschillende kunstenaars aan het Cau Ferrat als tempel van de kunst, organiseren modernistische festivals en performances zoals de Dansa Serpentina, de Serpentinedans. Wervend, heel wervend. Museumpje ziet er wel interessant uit, ook interessant kan het lokale filmfestival zijn, er is in Sitges een hoop te doen. Koers, ook nog eens, al valt dat tegenwoordig tegen. In een verder verleden kwamen zowel de Volta als de Setmana Catalana hier nog wel eens voorbij, zo kunnen ze hier namen als Beppe Saronni en Francesco Moser noteren op de erelijst.
![Sitges_-_Ansicht_1.jpg]()
In Sitges hebben we 52 kilometer achter de rug, na een tijd langs de boulevard en het strand gereden te hebben slaan we op de Passeig Marítim linksaf ter hoogte van een vrij lelijk hotel. Toeristisch als de neten natuurlijk, hier. We wijken weer even af van de kust en krijgen er een tocht langs een eindeloze stroom appartementen voor terug. Bij een rotonde gaat het naar rechts en dan rijden we rechtdoor verder over een straat die toch ook weer de nodige paaltjes kent. Ze zijn hier ook wel bekend met rotondes, tijdens onze tocht door de buitenwijken van Sitges komen we er een stuk of vijf tegen. Paar bochtjes erbij ook, maar op een paar drempels en een verdwaalde vluchtheuvel na mag je het ook weer geen al te ingewikkelde tocht noemen. Na nog wat rotondes komen we buiten Sitges op een soort van snelweg terecht, die ons met een paar bochten terugbrengt naar de kust. We zien de zee ineens weer liggen, en dat gaat de komende 10 kilometer ook zo blijven. We gaan over een kustweg fietsen richting Garraf, dit wordt even een mooi stukje route. Over een brede weg gaan we slingeren langs de zee af, het gaat de komende kilometers steeds een beetje omhoog of omlaag. Het is een weg zoals je normaal ziet tijdens de eerste rit van de Ronde van Catalonië, je kunt het ook wel een beetje vergelijken met de route van Milaan-San Remo. We slingeren van links naar rechts, met aan de rechterkant van de weg steeds de zee in beeld. Aan de linkerkant van de weg zo nu en dan wat flinke rotswanden, halverwege komen we dan weer een lelijke cementfabriek tegen. Het is de moeite waard om hier goed op te letten en goed te sturen, als je over de gele muur knalt aan de rechterkant van de weg flikker je loodrecht naar beneden de zee in. Een heerlijke tocht, al met al, eindelijk maakt Catalonië echt reclame voor zichzelf. Op die cementfabriek na dan natuurlijk, maar goed, het heeft een reden dat dit een welvarende regio is. Veel korte knikjes omhoog en omlaag, maar echt klimwerk komen we nu ook weer niet tegen. Een keer een kilometer aan 5%, dat is wel het maximale. Het is hier vooral heel erg prachtig, god, wat een weg. Schitterende vergezichten, het is om duimen en vingers bij af te likken. We zitten ook relatief hoog hier, dus je kijkt echt ver weg. Als je hoogtevrees hebt kijk je hier beter niet over de rand, de afgrond is immens. Dankzij de stukjes in dalende lijn die voorzien zijn van de nodige bochten is het hier soms licht technisch, al is de weg wel heel breed en heel goed. En het wordt goed weer, dat scheelt ook. In Catalonië is het ook over ijs rijden zodra er drie druppels vallen, maar het wordt zonnig met 30 graden, dus dat scheelt dan weer. Na 67 kilometer komen we uit in Garraf, aan de Costa del Garraf. Vlak voor we Garraf betreden zien we nog meer rotswanden in de omgeving, we krijgen ineens een brok natuurschoon aangeboden die z'n weerga niet kent. In Garraf torent er een hoge rots boven het dorpje uit, al zien de renners vooral een ander hoogtepunt in beeld verschijnen. In Garraf rijden we langs Celler Güell, een complex rond een wijnkelder. Je ziet het bijna meteen: dit complex is ontworpen door Antoni Gaudí. Al beweren bronnen dat zijn assistent Francesc Berenguer hier vooral de verantwoordelijkheid draagt, maar toch, de stijl is onmiskenbaar Gaudí. Uitgevoerd in opdracht van de ondernemer Eusebi Güell, was het van oorsprong een wijnmakerij, later een champignonkwekerij en daarna een restaurant. Inmiddels privébezit, maar het ligt echt direct langs de weg, dus we kunnen er alsnog allemaal van genieten. Naast de gebouwen in de stijl van Gaudí staat er ook nog een oude middeleeuwse toren, best een bijzonder plekje zo. Voorbij deze creatie van Gaudí rijden we weer verder langs de kustweg, aan de voet van een kalksteenmassief. Er zijn ook wat groeves zo her en der, enige minpunt aan deze kustweg. Voorbij Garraf rijden we verder naar Casteldefells, blijkbaar komen we in het stuk tussen Sitges en Casteldefells langs deze schitterende kustweg liefst 86 bochten tegen. De Carretera de les Costes del Garraf, aanrader.
![DJI_0598-scaled.jpg]()
![1920_1688637693evergreen-1.jpg]()
![Celler_G%C3%BCell01.jpg]()
Na een bochtige en schitterende tocht over de fraaie kustweg van de Costa del Garraf komen we na 71 kilometer uit in Casteldefells, een residentiële randgemeente van Barcelona. Castelldefels is erg populair onder de inwoners van Barcelona voor het kopen van een tweede huis, samen met het nabijgelegen Sitges. En dan ondertussen in Barcelona zelf klagen over huizen die een AirBNB worden, hypocriet! Blijkbaar ook een vakantiebestemming voor enkele van de rijken der aarde, vooral spelers van Barcelona brengen hier graag hun tijd door. Of voormalig spelers, Lionel Messi schijnt hier wel eens gezien te zijn. Een stuk of vijf kilometer aan zandstranden hier, dat helpt dan meteen mee om er een toeristische trekpleister van te maken, naast de grote haven. Je kunt hier blijkbaar ook aan allerlei watersporten doen, zo hebben ze hier speciaal een kanaal neergelegd wegens de OS van 1992 in Barcelona, kajakken deed men toen in Castelldefels. De naam van de plaats is ergens vrij logisch, in Castelldefels vinden we het kasteel van Fells. Een bijzonder fraai kasteel, behoorlijk goed bewaard gebleven. Bij de entree in Castelldefels komen de renners een paar rotondes en wat bochtenwerk tegen, daarna komen ze terecht op de boulevard langs het strand in het stadje. We gaan deze toeristische plaats volledig inspecteren, dat hele strand van vijf kilometer gaat zandkorrel voor zandkorrel bestudeerd worden, al zie ik dat de lokale Passeig Marítim toch vooral ook weer ontsierd wordt door een eindeloze stroom appartementen aan de linkerkant van de weg. Tijdens onze tocht langs het strand komen we enkele rotondes tegen, verder is dit een makkelijke tocht. Een brede weg rechtdoor in een badplaats die ik zelf niet bovenaan mijn lijst zou zetten. In 2013 eindigde er in de Vuelta een rit in Castelldefels, dat werd een dag voor de vluchters. Onderweg lag er een stevige klim, ik zie nu dat die klim begon aan de kustweg waar we zojuist overheen zijn gereden. Blijkbaar hadden we van die kustweg kunnen afwijken, en landinwaarts een klim van vijf kilometer aan 10% kunnen vinden. Komen de renners goed weg! Na die klim volgde er nog wat glooiend terrein, waarna Warren Barguil na een tactische finale de rit wist te winnen door op een kilometer van het eind op een sluipende manier weg te rijden. In zijn eerste Vuelta won hij dat jaar meteen twee ritten, hij mag nu in de Tour nog eens door de plaats rijden waar hij zijn eerste profzege boekte. Wijlen Scarponi zat die dag ook in de kopgroep, blijft toch vreemd om hem dan ineens in beeld te zien verschijnen. In de Setmana Catalana kwam Castelldefels ook el eens voorbij, zo won ONZE Gerben Karstens hier ooit. In de Ronde van Catalonië is Castelldefels dan vaak weer een plaats waar een tussensprint ligt als we in de laatste rit van Barcelona naar Barcelona rijden. Na een lusje in het begin volgen er dan rondjes Montjuïc, in die beginlus rijden we hier dan haast ieder jaar doorheen.
![Que-ver-en-Castelldefels-Ruteando-Rutas.jpg]()
![9b4c7f08-3bbe-4956-b5a9-342d458de504.jpg]()
Na een eindeloze tocht langs het strand in Castelldefels laten we de kust achter ons, we gaan voorbij Castelldefels het Catalaanse binnenland verkennen. Van Castelldefels rijden we naar Gavà Mar en hier komen we een aantal bochten tegen, waarna we over een brede en vlakke weg een aantal kilometer zo goed als rechtdoor naar Viladecans mogen gaan rijden. Beetje een saaie weg, ook niet het mooiste stukje Catalonië hier, voorbij de kustweg lijkt het ineens nergens meer op. Op deze weg komen we weer wat paaltjes en enkele rotondes tegen, meer valt er niet van te maken. Bijna een polderlandschap, paar verdwaalde boompjes, maar vooral wat akkers op deze vlakte. Veel industrie ook, ruim voordat we het centrum van Viladecans bereiken rijden we al een eeuwigheid over een vrij lelijk industrieterrein heen. Ook in Catalonië draaien ze hun hand niet om voor een reeks blokkendozen, geen gezicht. Als we Viladecans betreden over een rechte weg vol rotondes rijden we langs Viladecans The Style Outlets, dan weet je meteen met wat voor soort plaats je te maken hebt. De renners rijden rechtdoor het centrum tegemoet, maar zodra Viladecans een beetje mooi dreigt te worden slaan we linksaf. We zien een fraai gemeentehuis liggen, maar dan volgt meteen een bocht en daarna rijden we weer langs een gigantisch industrieterrein af in deze industriële buitenwijk van Viladecans. De weg waar we ons nu bevinden is enorm breed en enorm recht, komt goed, uit, want op deze weg volgt na 85,6 kilometer de tussensprint van de dag. Op de helft van de rit gaan we sprinten, even een momentje van opwinding. Er komt hierna nog een moment van opwinding aan, de rit gaat nu misschien voorzichtig beginnen. In Viladecans staan blijkbaar ook nog een paar middeleeuwse torens, maar de renners zien vooral een groot winkelcentrum en een enorm hoeveelheid industrie. In Catalonië en in het Baskenland verdienen ze het geld, dat wordt maar weer eens bewezen. In dit stadje van de tussensprint hebben ze overigens een vreemde afwijking, naar het schijnt komen hier enorm veel snelwandelaars vandaan. Maria Vasco bijvoorbeeld, zij wist zelfs ooit een medaille te winnen op de Olympische Spelen. Valentí Massana kreeg dat ook voor elkaar, ik doe het ze niet na. In 2024 eindigde er dan weer een rit in de Ronde van Catalonië in deze stad, die rit eindigde in een sprintje en die sprint werd gewonnen door Axel Laurance, voor ONZE Marijn van den Berg. Officieel was de finishlocatie Viladecans The Style Outlets, voorzichtig gesponsord door een oerlelijk en reusachtig overdekt winkelcentrum. Voorbij de tussensprint komen we twee rotondes tegen, bij de tweede rotonde slaan we rechtsaf en daarna rijden we Gavà binnen, de plaats waar Ángel Edo vandaan komt. Edo is een voormalig coureur die twee keer de Tour reed, in 1994 en 1995. Hij reed negen keer de Vuelta en vier keer de Giro, in de Giro kreeg hij het zelfs voor elkaar om twee ritten te winnen. Sowieso won Edo met enige regelmaat een wedstrijd, al waren het veelal wat kleinere wedstrijden. Na zijn carrière begon Edo een makelaarskantoor, samen met een andere voormalig prof, Egoi Martinez, runt hij Kec Pro Sports. Zomaar een cliënt van Edo en Martinez: Marc Soler! Skjelmose ook, en Garcia Cortina, toch geen kinderachtig rennersbestand. De oprichter komt dus uit Gavà, een residentiële buitenwijk van Barcelona waar we niet direct heel vrolijk van worden. Over brede wegen die wel veel bochten en rotondes kennen slingeren we tussen de appartementen van Gavà door, op weg naar iets waar we mogelijk wel vrolijk van worden. Tijd om te klimmen, maar dan echt.
![JvendrellDSCF5611.jpg]()
In Gavà zelf loopt de weg al voorzichtig omhoog, maar als we na een flink aantal rotondes de bebouwde kom achter ons laten loopt een brede weg buiten het voorstadje van Barcelona ineens heel merkbaar omhoog. We beginnen aan de
Côte de Begues, die walgelijke Fransen zijn weer vrolijk aan het koloniseren geslagen. Dit is natuurlijk geen Côte, we zijn in Catalonië en dus is dit godverdomme een Coll. Coll de Begues, de alternatieve naam schijnt Alto de la Rectoria te zijn. De komende zes kilometer gaat het aan 6,5% omhoog, wat niet heel spannend is, maar je kunt het natuurlijk wel spannend maken. Trek hier maar eens vol door en er schuift al heel wat volk richting het achterste deel van het peloton. We beginnen met anderhalve kilometer aan 6%, terwijl we over een enorm brede weg door een groene omgeving rijden. Hierna volgt er een kilometer aan 7% met een klein piekje tot 10%, het zwaarste punt van deze Coll de Begues. Na nog een kilometer aan 6% rijden we het dorpje Bruguers binnen, waar we voor het eerst een aantal indrukwekkende rotsen in beeld zien verschijnen. Boven op een van die rotsen vinden we de restanten van een kasteeltje en een kapel, sick. Voorbij Bruguers rijden de renners een paar kilometer door een schilderachtige omgeving heen, het blijft groen, maar tussen het groen in zien we meerdere imponerende okerkleurige rotspartijen die je bijna het gevoel geven dat je door de Grand Canyon aan het koersen bent. Na een vlakker strookje gaat het nog eens een tijd aan 6% omhoog, richting de top komen we ook nog een tweetal enorm brede haarspeldbochten tegen. In de omgeving van deze haarspeldbochten krijgen de renners ineens een prachtig uitzicht over het dal aangeboden, deze klim scoort veel schoonheidspunten. Koerspunten blijven hier achterwege, dankzij die bredere weg en dankzij het feit dat het niet veel steiler wordt dan 7% hoeven we denk ik niet direct te verwachten dat de koers hier echt al zal ontbranden. Je kan hier tempo rijden en alvast wat ballast lozen, maar verder gaan we tijdens deze etappe toch vooral moeten wachten op het moment dat de Montjuïc opdoemt. Na 94 kilometer komen we boven in het dorpje Begues, we rijden langs een vervallen fabrieksgebouw dat half in de rotsen is uitgehakt, voorbij dit gebouw mag er gesprint worden om de bergpunten, het is een klimmetje van de tweede categorie en dus kun je hier een aardig aantal punten oprapen. Voorbij de bergsprint komen we een rotonde tegen en daarna rijden we Begues binnen. Eerst rijden we door het gehucht La Rectoria, vandaar de alternatieve naam, daarna fietsen we rechtdoor over die waanzinnig brede en perfect geasfalteerde weg door Begues heen. In Begues komen we meerdere rotondes tegen, terwijl er voorlopig van een echte afdaling geen sprake gaat zijn. In de tien kilometer voorbij deze klim van tweede categorie komen we net iets meer dan 100 meter later uit, we rijden dus tien kilometer lang vooral vals plat omlaag. Dat doen we eerst door een tijd langs Begues af te rijden, blijkbaar ook en populair toeristisch plaatsje. Gelegen in het massief van Garraf, we zijn tijdens de klim dat het massief er mag zijn. Begues zelf, mwah, had beter gekund.
![RectoriaE.png]()
![collada-jaume-petit-gava.png?v=1713524652]()
![IMG_1927.JPG]()
![IMG_1936.JPG]()
![w834-h625-no]()
We rijden dus rechtdoor langs Begues af, terwijl we soms een rotonde tegenkomen. Even verderop komen we uit in Begues Parc, waar we bij een van die rotondes wat meer linksaf buigen om buiten de bebouwde kom in een wat meer bosachtige omgeving op een bochtigere weg terecht te komen. Deze weg loopt nog steeds niet heel omlaag, het gaat echt alleen maar vals plat naar beneden, maar door alle bochten moet je als renner toch een klein beetje bij de les zijn. Tijdens deze bochtige tocht komen we weer uit in een omgeving vol rotsen om ons heen, en helaas ook wel weer een steengroeve. Na een aantal kilometer draaien en keren over een brede en goede weg komen we uit in Olesa de Bonesvalls, hier slaan we scherp rechtsaf om vervolgens over een weg die wat drempels kent kort door het kleine centrumpje te rijden. Bij het verlaten van Olesa de Bonesvalls komen we op een andere weg terecht die direct weer omhoog zal lopen, we beginnen aan een ongecategoriseerd klimmetje van een kleine vijf kilometer aan 3,5% in de richting van El Pla del Pèlag. De renners rijden over de Carrer País Basc, maar Baskische percentages komen we helaas niet tegen voorlopig. Alhoewel, meteen in het begin zit er wel kort een steiler strookje, maar al vrij snel wordt het weer wat vlakker. De renners rijden door een prachtig bos in de Muntanyes d'Ordal, over een tamelijk wispelturige weg. Het is bijna een soort trap, met meerdere vlakke stroken en dan weer korte, nijdige stukjes omhoog. Deze trapsgewijze klim eindigt volgens climbfinder wel nog op een redelijk Baskische manier, met vlak voor de top een strook aan 10%. Ik weet niet of ik dat zelf helemaal zie, maar het klinkt wel goed. Hoe dan ook wel een gek klimmetje, heel onregelmatig. Vlak stukje, steil stukje, vlak stukje, steil stukje, paar meter naar beneden, weer omhoog, en zo verder. Het gemiddelde zegt hier dus niet zoveel, maar we hoeven alsnog niet aan te nemen dat hier vol gekoerst gaat worden. Nog steeds wachten op Montjuïc, maar wel al met wat hoogtemeters in de benen.
![biTSpG1.png]()
Na 109 kilometer, op 60 kilometer van het eind, bereiken we El Pla del Pèlag, een vrij typische nieuwbouwwijk, alleen dan op een minder typische plek, minder in de bossen en de bergen. In deze
urbanización is het nog even alsof je op een trampoline aan het springen bent, we slingeren door de wijk heen en gaan steeds een paar meter omhoog en dan weer kort omlaag. In de ploegleiderswagen zullen ze inmiddels wagenziek zijn, het goede nieuws is dan weer dat er nu een langere afdaling gaat volgen. We botsen op twee rotondes en voorbij die rotondes dalen we vier kilometer op een stevig manier af richting Vallirana. Zeker de eerste twee kilometer gaat het stevig naar beneden, aan een procent of 10. Tijdens dit deel van de afdaling komen we meerdere bochten tegen, waaronder zelfs twee stevige haarspeldbochten. De weg is wel breed en het asfalt goed, dus moet dit te doen zijn. Krijg wel echt stevige Vueltavibes van deze rit, is het echt de Tour die nu begonnen is? Na die twee steile kilometers komen we tussendoor ook weer een vlakker stukje tegen, waarna er verder gedaald mag worden. Die kant van de klim kent dat soort fratsen dus ook. Bijkomend dingetje is dat we onderweg naar beneden eerst een tijd door de natuur rijden, maar na een tijd komen we in de volgende nieuwbouwwijk uit en hier treffen we in dalende lijn meerdere rotondes. Levensgevaarlijk ziet het er niet uit, maar toch, kom je ineens kort achter elkaar vier rotondes tegen terwijl je toch tegen een stevige snelheid aan het koersen bent. Enfin, na de zoveelste rotonde volgt er een bocht naar rechts en dan rijden we weer een tijd wat meer rechtdoor verder, Vallirana in. Het echte dalen is nu wel gedaan, al komen we in de tien kilometer voorbij Vallirana wel een meter of 200 lager uit. Het blijft voorlopig dus vooral vals plat omlaag gaan, dan weet u dat vast. Na nog eens twee rotondes komen we uit in het centrum van Vallirana, waar wel een mooie tocht volgt. Vooral omdat we in de verte enkele fraaie bergtoppen zien liggen, terwijl we ook zicht hebben op het hogergelegen deel van het dorp. Mooi gebouwd op een heuvel, klassiertje. We rijden door de winkelstraat heen en komen voorbij een nieuwe terrein weer uit op een industrieterrein, waarna we na een paar meter zonder huizen het volgende dorp bereiken. We komen uit in Cervelló, daar hebben ze naar het schijnt mooie fietsen. Nouja, op z'n minst op het moment dat de koers passeert. De route is nu niet meer zo interessant, het is in de dorpjes opletten voor wat drempels en dus de nodige rotondes, verder gaat het vooral rechtdoor over een keurige brede weg. Vals plat omlaag, immer vals plat omlaag. Een rotonde links en wat paaltjes rechts, met in het midden een rotonde met paaltjes. Zo vliegen de kilometers rap voorbij, na een kilometer of 122 zijn we beneden in de omgeving van Sant Vicenç dels Horts, hier komen we na nog wat extra rotondes weer eens op een industrieterrein terecht. Op een rechte en vlakke manier knallen we vervolgens Molins de Rei binnen, na 124 kilometer koers komen we hier aan. We knallen rechtdoor het centrum binnen, waarna we de doorgaande weg volgen, een weg die in het centrum steeds een beetje afbuigt naar rechts. En dat was eigenlijk niet de bedoeling. Nee, hier wijken we af van het oorspronkelijke plan van de organisatie.
![Vista_Molins_de_Rei.JPG]()
We hadden in Molins de Rei linksaf moeten slaan, om vervolgens te beginnen aan een klim van 8,5 kilometer aan 4,5% richting Santa Creu d'Olorda. Door de toevoeging van die klim was deze rit ook wat langer geweest, hij had eigenlijk 180 kilometer moeten zijn. De klim zou door een fraai gebied voeren, waarna we op de top een mooi kapelletje tegen zouden komen. Maar nee, dat feest gaat niet door. Varkenspest, hoe verzin je het. Eind 2025 brak de Afrikaanse varkenspest uit uitgerekend in deze omgeving, in Barcelona en omstreken. Op de klim van Santa Creu d'Olorda lopen in de bossen blijkbaar nogal wat wilde zwijnen rond, men wilde daarom liever geen risico nemen. De Catalaanse autoriteiten vroegen aan ASO om het parcours aan te passen en ASO besloot dan maar rigoureus de klim te schrappen. Men ging niet op zoek naar een alternatief, nee, we rijden nu van Molins de Rei rechtstreeks naar Barcelona, er wordt niet nog ergens anders een extra klimmetje gezocht. Nu hebben ze hier bij ASO inmiddels wel ervaring mee, vorig jaar sloegen we ook al een keer een klim over omdat er ergens in Frankrijk een andere dierziekte was uitgebroken. Er moesten toen nogal wat dieren geruimd worden en de organisatie was vooral bang dat de boeren hun frustraties zouden botvieren op de Tour, dus reed men met een boog om het getroffen gebied heen. Nu laten we ook uit voorzorg deze klim schieten, in de hoop dat de Afrikaanse varkenspest niet verder verspreid zal worden. Er zijn blijkbaar al een stuk of 300 zwijnen positief getest op dit virus, dat voor mensen in principe niet gevaarlijk is, maar alsnog, geen risico nemen.
"Hoewel de ziekte niet op mensen overdraagbaar is, maken de economische en commerciële gevolgen ervan de invoering van strikte controlemaatregelen noodzakelijk, zoals vereist door de Europese wetgeving." Ook in Catalonië vinden ze dat alles aan Europa ligt, blijkt maar weer. Geen tocht door het prachtige natuurpark van Collserola, geen bezoekje aan de kapel van Santa Creu d'Olorda, helaas. Ik stel wel voor dat we Pogacar alsnog over die klim sturen. Het is dan wel een paar kilometer langer, maar alsnog zal hij dan eerder in Barcelona zijn dan de rest. En met wat geluk wordt hij aangevallen door een wild zijn, dat zou helemaal mooi zijn. Enfin, geen extra klim dus, we blijven in Molins de Rei beneden en rijden op een vlakke manier verder richting Barcelona. Molins de Rei, molens van de koning, als het Catalaans in dit geval een beetje strookt met het Spaans, beschikt overigens over een kasteelruïne, maar daar merken de renners weinig van. Ze rijden over een brede weg door een drukke winkelstraat, waar ze volledig zijn omgeven door appartementen. Geen zicht op welk kasteel dan ook, alleen zicht op de lange weg vooruit. In die winkelstraat was Kaden Groves drie jaar geleden nog eens aan het feest, hij won toen een rit in de Ronde van Catalonië. Versloeg toch maar mooi Bryan Coquard en Ide Schelling, sprintjes in de Ronde van Catalonië kennen vaak wonderlijke uitslagen. Via Molins de Rei rijden we Sant Feliu de Llobregat binnen, een plaats waar naar het schijnt een kathedraal te vinden is. Ik zie vooral heel veel industrie, en een paar rotondes. Dit dorp hadden we niet gezien als er geen varkenspest was uitgebroken, geen vervangende route om van te genieten. In plaats van een klim door een beschermd natuurgebied een tocht door een onbeschermd industriegebied, al rijden we na een tijd wel het centrumpje binnen. Hier liggen wat drempeltjes, verder niets noemenswaardigs. Buiten het centrum komen we dan weer een rotonde tegen, waarna we op een brede weg terechtkomen die ons via Sant Just Desvern naar L'Hospitalet de Llobregat gaat brengen. De renners rijden langs de tramrails af door een gebied dat ergens ook wel weer interessant te noemen is. Zo rijden we een tijd over een industrieterrein waar we ineens een vestiging van INEOS zien liggen, ik bedoel maar. Ook zien we weer een hoop appartementencomplexen, in Sant Just Desvern hebben ze naar het schijnt door een paar vooraanstaande architecten wat bijzondere creaties neer laten zetten. Zo zien de renners aan de linkerkant van de weg Walden 7 liggen, het moet naar net je smaak zijn.