quote:
Het recht om te verdwijnen
Een zeventigjarige man uit de gemeente Midden-Groningen is het gesprek van de dag omdat hij leeft. Of nou ja, omdat hij blijkt te leven terwijl hij is doodverklaard.
Door: Karin Sitalsing
Dagblad van het Noorden bracht vrijdag het verhaal over de man naar buiten. Volgens de krant heeft de rechtbank hem vorig jaar officieel vermist verklaard, nadat zijn ex-partner daartoe een verzoek had ingediend. Ze zou gezegd hebben dat ze de man zeker vijftien jaar niet gezien had en dat hij overleden was.
Zwart op wit
Met de vermistverklaring in de hand stapte ze naar het gemeentehuis, waar een overlijdensakte werd opgesteld. Daarmee ging ze naar de bank, kon ze even het verzekeringsgeld innen? Haar ex, met wie ze een huis had, leefde immers al sinds 2010 niet meer - kijk, hier stond het, zwart op wit. Maar toen de bankmedewerker in het systeem keek, bleek een collega een paar maanden eerder nog bij de man thuis zijn geweest, met hem gesproken te hebben zelfs, kortom: hij leefde nog. De bank belde de politie en zo kwam de zaak aan het rollen.
U bent dood, sorry!
Het is niet de eerste keer dat iemand ten onrechte dood wordt verklaard; de afgelopen jaren kwam het een paar keer voor - met als verschil dat dit niet gebeurde op verzoek van een ‘nabestaande’, maar door een foutje. Een van hen was de Rotterdammer Fred Marree. Een familielid van Marree overleed en de gemeente verwisselde per ongeluk hun gegevens. Marree is anderhalf jaar lang bezig geweest om weer administratief gereanimeerd te worden en schreef er het boek U bent dood, sorry! over. Ook voor de doodgewaande Groninger zijn de gevolgen groot. De man is overal uitgeschreven, zijn BSN-nummer opgeheven; hij is immers niet meer in leven.
Aanmerkelijk belang
Voordat iemand dood verklaard kan worden, moet die persoon minstens vijf jaar vermist zijn. Als erg aannemelijk is dat iemand is overleden kan dit na een jaar - dit gebeurde bijvoorbeeld na de ramp met de MH17. Maar let wel: niet iedereen die wordt gemist, is ook daadwerkelijk vermist, legt beleidsmedewerker Franck Wagemakers van Slachtofferhulp uit. ‘Het is aan de politie om te bepalen of iemand vermist is. Van een vermissing is alleen sprake als er een aanmerkelijk belang is dat iemand gevonden wordt. Als het om kinderen gaat bijvoorbeeld, of kwetsbare of verwarde personen, of als iemand niet zonder bepaalde medicijnen kan.’
Jaarlijks, vertelt Wagemakers, raken er 30 tot 40.000 mensen vermist, maar de meesten zijn binnen 48 uur weer terug.
Het recht om te verdwijnen
‘Iedereen heeft het recht om te verdwijnen’, vertelt hij. En dat gebeurt ook, om allerlei redenen. ‘Mensen verdwijnen omdat ze een ander leven willen, op een andere plek. Anderen leiden sowieso een zwervend bestaan of proberen te ontkomen aan criminelen, schulden of iets anders. En dan zijn er natuurlijk mensen die suïcide plegen en wier lichaam nooit gevonden wordt.’
Niet iedereen die wordt gemist, is ook daadwerkelijk vermist
Franck Wagemakers - beleidsmedewerker Slachtofferhulp
Voor de wet blijven vermisten in principe in leven. Dat maakt het voor achterblijvers lastig om zaken af te handelen. ‘Er zijn dan juridisch een paar mogelijkheden. Er is zaakwaarneming; dat betekent dat er gehandeld mag worden in geval van nood. Stel je bijvoorbeeld voor dat de ramen van de woning kapot zijn, of dat er een huisdier is dat gered moet worden. Maar de achterblijvers mogen bijvoorbeeld niet zomaar de post van de vermiste gaan behandelen. Daarvoor moet de rechtbank akkoord geven voor zogenoemde afwezigheidsbewindvoering. Daarmee ben je overigens nog steeds afhankelijk van de coulance van instellingen; die zijn niet verplicht medewerking te verlenen.’
Pijnlijk en hard
Zolang de vermiste niet is dood verklaard, kunnen de achterblijvers geen aanspraak maken op verzekeringsgeld of een erfenis. ‘Het voelt vaak emotioneel heel zwaar om die stap te zetten; mensen hebben dan het gevoel dat ze de vermiste opgeven. Maar ze kunnen ertoe gedwongen worden omdat ze bijvoorbeeld in de financiële problemen komen.’
Wagemakers spreekt consequent van ‘achterblijvers’, omdat veel mensen moeite hebben met het woord ‘nabestaanden’ - dat impliceert dat de vermiste niet meer leeft terwijl dat lang niet zeker is. Wat in de volksmond een ‘doodsverklaring’ wordt genoemd, zegt Wagemakers, heet officieel een ‘rechtsvermoeden van overlijden’. ‘Maar dat klinkt heel pijnlijk en hard. Wij hebben daarom het ministerie verzocht de naam te wijzigen in een ‘vaststelling van vermissing.’ Inhoudelijk is er niets veranderd, het gaat alleen om de naam, maar gevoelsmatig is er veel verschil.’
Geïsoleerd leven
Volgens Dagblad van het Noorden is de Groninger zich rot geschrokken toen hij hoorde dat hij al jaren dood was. Hij leeft al jaren een geïsoleerd leven met een nieuwe partner en wist zo jaren onder de radar te blijven. Geldsporen zijn er niet: hij betaalde geen premies en ontving ook geen uitkeringen.
De vraag blijft: hoe is het mogelijk zo lang ontraceerbaar te zijn?
De Amerikaanse schrijfster Elizabeth Greenwood weet het. Zij verdiepte zich in de beweegredenen van mensen die, in tegenstelling tot de Groninger, juist doodgewaand wíllen worden. Het begon voor de grap, toen ze een enorme studieschuld had. Ze dacht wel eens: hypothetisch, stel nou dat, en toen wilde ze eigenlijk ook wel weten hoe ver ze zou komen. Ver, zo bleek. Ze reisde naar de Filippijnen, waar, zo had ze gehoord, zwartemarktmortuaria zijn waar anonieme doden worden binnengebracht. Doodsfraudeplegers kopen deze lichamen, laten ze cremeren en de resten opslaan onder hun eigen naam. Greenwood kocht haar eigen doodsverklaring en een proces-verbaal van het verkeersongeluk dat haar het leven zou hebben gekost.
Pseudocide
Ze schreef haar ervaringen op in het boek Playing Dead, en interviewde daarvoor ook anderen die ‘pseudocide’ pleegden, zoals het ensceneren van je dood officieel heet. Zo was er Sam Israel, een Amerikaanse zakenman die in de schulden raakte en van de Bear Mountain Bridge sprong. Maar, wat niemand zag: in plaats van in de rivier de Hudson, viel Israel in netten die hij vooraf had opgehangen. Dit, een goed en geloofwaardig ongeluk in scène zetten, is de eerste stap, zegt Greenwood. Vervolgens moet je een goede plek hebben om heen te gaan, en genoeg contant geld, want met pinnen en creditcards laat je sporen achter. En daarna komt vermoedelijk de moeilijkste stap: met iedereen breken. Vijanden, maar ook vrienden, familie, geliefden. ‘Ik denk dat dit voor de meeste mensen bijna onmogelijk is.’
Wel of geen verklaring?
Volgens Dagblad van het Noorden heeft de gemeente Midden-Groningen het Openbaar Ministerie inmiddels verzocht de verklaring te vernietigen. Wagemakers benadrukt dat hij het dossier van de Groninger niet kent en alleen over algemeenheden kan vertellen, maar, zegt hij, als de rechtbank dit heeft bepaald, móet er een verklaring van de politie in het dossier zitten. Volgens de krant heeft de politie nochtans in al die jaren nooit een officiële vermissingsaangifte ontvangen. De rechtbank zelf kan niet verder inzoomen op de inhoud van het dossier, laat een woordvoerder weten. ‘Dit raakt de privacy van betrokkenen.’