Buonasera allen. De zevende etappe in deze Giro d'Italia was er één met de afstand van een klassieker. Een rit voor de eeuwigheid werd het echter niet. Uit de start zagen we een kopgroep met renners die weinig kans maakten. Tientonner Jonathan Milan kan niet klimmen, Tim Naberman is wegkapitein bij Picnic-PostNL en dan weet je het wel, Diego Pablo Sevilla is de enigszins meelijkwekkende bergkoning deze Giro, Nikolas Zukowsky weet ik uberhaupt niks over te vertellen en ten slotte Zwifter Jardi van der Lee is ook niet bepaald het winnaarstype. De voorsprong was maximaal zes minuten, maar echt dichtbij de dagzege zijn ze nooit gekomen.
Achter de kopgroep zagen we Bahrain en Visma op kop. Bahrain voor het roze van Afonso Eulálio en Visma voor een zege van Jonas Vingegaard. Ook Red Bull nam op een gegeven moment initiatief. Dat leek op een gegeven moment ook gerechtvaardigd toen Guillio Pellizari de aanval van Vingegaard kon volgen. De Italiaan bleek echter een tikkeltje naïef boven zijn limiet te rijden en kwam zichzelf serieus tegen. Iemand die wel goed indeelde was Felix Gall. De niet zo sierlijke Oostenrijker ging a la Froome omhoog en naderde Vingegaard zelfs tot op twaalf seconden. De winst was dus wel voor de Deen, die na de finish gelijk weer Vinge the Cringe was met zijn telefoonverslaving.
![CORVOS_00038962-292-e1778860089189-1280x642.jpg]()
De verschillen met de rest waren groot, alleen Gall bleef binnen gepaste afstand. Thymen Arensman liep een tik op in de strijd voor het podium. Ploeggenoot Egan Bernal was zoals verwacht helemaal nergens te vinden. Nog meelijwekkender was Enric Mas. De Spanjaard zat in zijn eigen mongolenwaaier van Movistar en verloor uiteindelijk bijna zes minuten. Roze trui-drager Eulálio reed ook als junior rond en probeerde zo lang mogelijk de Visma-trein te volgen. Op vijf kilometer van de top kon die muntjes inleveren en verloor uiteindelijk drie minuten. Het roze mag die dan wel houden.
Goed, genoeg over etappe 7. Het is tijd voor etappe 8 van deze
Tirreno-Adriatico Giro d'Italia. We rijden in 156 kilometer van Chieti naar Fermo. Een etappe die we normaal gesproken in de Tirreno-Adriatico zouden kunnen zien. In dat geval zou het een muurtjes-etappe genoemd kunnen worden. Al dient er wel bij gezegd te worden dat het aantal steile kilometers vrij beperkt is. De meeste klimmetjes zijn met stijgenspercentages die de gemiddelde amateur ook nog goed aankan. Ook is het grootste deel van de etappe vrij eenvoudig, omdat we langs de Adriatische zee rijden.
![LI3MXoDWX7qBF9gjucEw_140426-034403.jpg?v=20260414154403]()
De start ligt in Chieti en dat is een van de oudste steden van Italië, in de regio Abruzzo, tussen de Adriatische kust en de Apennijnen. De stad heette in de Romeinse tijd Teate en ademt nog steeds geschiedenis, met oude ruïnes, smalle straatjes en een klassiek Italiaans centrum. Chieti is ook bekend bij ons wielerfans. Onder anderen Peter Sagan, Joaquim Rodriguez en Michele Scarponi wonnen in recente tijden in Chieti. Deze namen geven wel aan dat je een leuke finish bergop kunt neerleggen in Chieti. Dat past ook wel bij Guilio Ciccone die niet geheel toevallig hier vandaan komt. Ciccone zag eerder deze Giro zijn jeugdroom in vervulling gaan met het dragen van de roze trui. Een dag later moest die die roze trui ook weer op treurige wijze afstaan. De niet voor het klassement gaande Ciccone staat wel gewoon in de top van het klassement.
Na het vertrek uit Chieti laten we de heuvels links en rechts liggen en rijden we vrij snel richting de Adriatische kust. Wel zien we in de eerste kilometers richting de kust aan de rechterkant het plaatje Spoltore liggen. Echte kenners denken dan gelijk aan de Killer van Spoltore denken. Niemand minder dan Danilo di Luca. Ik was best wel fan van deze foute Italiaan. Winnaar van de Giro d'Italia in 2007 en tweede in de Giro d'Italia van 2009. Dat was de Giro van Denis Menchov (en Rabobank). Di Luca ging op elke meter asfalt in de aanval, maar Menchov gaf geen krimp. Die uitslag is die overigens kwijt vanwege een schorsing, maar dat geheel terzijde.
![o8ZJSYNaNSuk2TrEf4mqXR.jpg]()
Na een kilometer of dertig bereiken we de Adriatische kust en daar blijven nog eens zeventig kilometer parallel langs aan fietsen. Onderweg komen we langs diverse kustplaatsen waarvan San Benedetto del Tronto de bekendste is. Ook deze plaats kennen we maar al te goed van de Tirreno-Adriatico. We zijn inmiddels in de Marche en gaan enkele kilometers na het passeren van San Benedetto del Tronto weer het binnenland in. Gelijk geen saaie sprintersfinish dus.
De eerste klim is de klim naar Montefiore
dell'Aso. In totaal klimmen we 9,9 kilometer aan 3,6%. De klim gaat in trappetjes, maar echt steil wordt het nergens. Stukken van een procent of 6 worden afgewisseld met stukken vals plat. Op de top zijn we dus in Montefiore
dell'Aso, een plaatsje dat onderdeel uitmaakt van de
Borghi più belli d'Italia, de mooiste plaatjes van Italië. Afdalen doen we naar Rubbianello over een niet al de technisch parcours.
![Monterubbiano_panorama.JPG?utm_source=en.wikipedia.org&utm_campaign=imageinfo&utm_content=original]()
Vanuit Rubbianello klimmen we niet geheel naar het dorpje met de vast niet toevallig gekozen naam Monte Rubbiano. Ook deze klim is gelijkmatig en past nog niet echt in het muurtjeskarakter. De klim is 4,7 kilometer lang aan gemiddeld 5,7%. Steilere stukken zijn er nauwelijks. Vanuit hier dalen we ook op een net steile en niet technische weg richting Ponte Ete. Vanaf hier hebben we nog 30 kilometer te koersen en kan de finale echt gaan beginnen.
Vanuit Ponte Eto klimmen we naar de finishplaats Fermo. De renners doen dat via de Via San Martino, ook dit is nog een loper met 3,3 kilometer aan 4,8% gemiddeld. In Fermo zelf krijgen de renners een korte afdaling voor de kiezen om te beginnen aan de Muro del Ferro. Slechts 540 meter lang, maar wel 11,1% gemiddeld omhoog. Op Google Maps ziet de weg er al steil uit. Als dat op de foto's al zo is, dan weet je wel hoe laat het is. Het klimmetje start overigens in Casette. Een goede cassette kunnen de renners hier wel gebruiken

.
![svRZmAw.png]()
Na dit muurtje rijden de renners in noordoostelijke richting weer weg uit finishplaats Fermo terug naar de kust. Een lopende afdaling van circa tien kilometer brengt het peloton in Lido di Fermo. Vanaf daar is het nog twaalf kilometer tot de finish en gaan we weer klimmen. Allereerst met de klim naar Capodarco. De klim is 3,2 kilometer lang aan 5,9%. De organisatie van de Giro heeft gekozen om alleen de laatste twee kilometer van de klim als profiel op te nemen. Op onderstaand profiel gaat dus een kilometer klimmen bij.
![etappe-8-muro-di-capodarco.jpg]()
Na dit klimmetje volgt een korte afdaling en beginnen we op vier kilometer van de meet aan het laatste lastige gedeelte. Het zwaartepunt van de klim richting finishplaats Fermo zit hem vooral in het begin. De eerste klimmende kilometer is mokersteil met gemiddeld 14,3% en een stukken tot 22%. Ook hier is het op het oog heel steil, dan zal het in werkelijkheid niet tegenvallen. Steil genoeg om voor koers te zorgen in het peloton, ook als er al een kopgroep om de zege strijdt. Na deze steile kilometer gaat het in steile en minder steile trappetjes zo'n 100 meter omhoog tot de finish in Fermo.
![etappe-8-profiel-finale.jpg]()
![ZRFJLUF.png]()
Fermo ligt hoog op een heuvel in de regio Marche en kijkt uit over zowel de Adriatische Zee als het glooiende binnenland. De stad heeft een uitgesproken middeleeuws karakter, met smalle steegjes, bakstenen pleinen en een indrukwekkend Piazza del Popolo dat vaak tot de mooiste van Midden-Italië wordt gerekend. Onder de stad liggen oude Romeinse waterreservoirs, een herinnering aan hoe belangrijk Fermo al eeuwenlang is. Aldus ChatGPT over Fermo.
Relevanter voor ons wielerfans is dat ook hier de Tirreno-Adriatico meerdere keren een finish kende. In 2022 was Warren Barguil de beste vanuit een vlucht en in 2017 won Peter Sagan hier een sprintje van de altijd sympathieke Thibaut Pinot. Of het dit jaar een sprintje tussen de favorieten wordt of we een winnaar uit de vlucht krijgen is uiteraard de vraag. Een dag na de bergrit naar Blockhaus lijkt het mij het meest logisch dat de vluchters weern aan de beurt zijn, maar wie weet gaat Astana of Trek wel controleren.
![etappe-8-route-finale.jpg]()
![etappe-8-profiel.jpg?01]()
Starten doen we om 13.35 uur in Chieti. De finish wordt rond 17.00 uur in Chieti verwacht. In de tussentijd mogen Jeroen en Karsten ons vermaken met goede verhalen over worstenbroodjes en saucijzenboordjes. Al is het de vraag of Karsten een volledige dienst draait of dat Annemiek van Vleut of Lars van den Berg de eerste uurtjes mogen opvullen.
Top 5
1. Jonathan Narvaez.
2. Jan Christen.
3. Igor Arrieta.
4. Antonio Morgado
5.
Mikkel Bjerg Christian Scaroni