quote:
Op dinsdag 12 mei 2026 08:11 schreef HMFuckyouall het volgende:[..]
Ja Sjaak, maar ik was niet van plan een compleet VI Pro artikel te gaan schrijven over het feit dat Ueda ook op dat vlak geen ene reet brengt.
Feiten:
• Scoort alleen tegen kleintjes.
• Maakt zelden de beslissende.
• Laat anderen niet beter spelen.
• Wordt altijd als een kutje van de bal gezet.
• Kan niet fungeren als kapstok.
• Heeft een triest moyenne.
• Heeft knetterveel gekost.
• We waren normaal vijfde geworden met Ueda als de rest niet zo'n walgelijk slecht seizoen speelde.
Als iedereen alweer helemaal content is met dit niveau gun ik jullie dat van harte. Dan krijgen jullie de komende seizoenen makkelijkere jaren dan ik.
Maar
ik hoop nog steeds dat Feyenoord zich de tering geschrokken is, zijn handen dichtknijpt dat we goed weggekomen zijn met de tweede plek en weer verder gaat met de lijn die ingezet werd door Koevermans, Sportsology en Arnesen.
Dat betekent Ueda en een heel zootje direct RAUS.
En hier wordt dan gedaan alsof het een topspits is. Alsjeblieft zeg. Zelfs niet goed genoeg als derde spits, als het ambitieniveau ook maar een beetje terug gaat naar wat we onder Slot hebben gezien.
quote:
De spits die geen storm veroorzaakte
Stap 1: De vleugelslag
Soms begint verval niet met een ramp. Niet met een trainer die de kleedkamer kwijtraakt, een technisch directeur die paniekaankopen doet of een selectie die volledig uit elkaar valt. Soms begint het kleiner. Met een spits die een bal niet vasthoudt.
Ayase Ueda is zo’n detail dat geen detail blijkt te zijn.
Op papier lijkt het overzichtelijk. Hij is de eerste spits van Feyenoord. De man die wedstrijden moet openbreken, verdedigers moet bezighouden en op de momenten dat het schuurt het verschil moet maken. Soms maakt hij een goal tegen een ploeg waar Feyenoord toch al de betere van is. Dan lijkt de schade beperkt. Ach, zeggen mensen dan, hij heeft toch gescoord? Hij loopt toch goed? Je ziet toch dat hij kan voetballen?
Maar dat is precies het probleem. Bij een eerste spits van Feyenoord mag de lat niet liggen bij “hij kan voetballen”. Die lat hoort te liggen bij: maakt hij Feyenoord beter? Dwingt hij iets af? Is hij beslissend als het moet? En bij Ueda blijft het antwoord veel te vaak hangen in ongemakkelijke stilte.
Stap 2: De bal blijft niet hangen
Een spits van Feyenoord hoeft niet alleen maar doelpunten te maken. Dat is de ouderwetse gedachte. Lekker loeren in de zestien, wachten op een voorzet, binnenkant voet, armpjes wijd. Leuk voor nostalgici en VHS-banden.
In het Feyenoord van de afgelopen jaren werd de spits iets veel groters. Hij was aanspeelpunt, drukzetter, verbinder, eerste verdediger en laatste afmaker. Onder Arne Slot werd de lat verhoogd. De spits moest niet alleen profiteren van het elftal, hij moest het elftal beter maken.
Daar gaat het bij Ueda mis.
Te vaak wordt hij van de bal gezet alsof hij per ongeluk in een duel is beland waar hij niet voor had getekend. Hij is geen kapstok. Geen rustpunt. Geen speler bij wie de centrale verdedigers denken: dit wordt fysiek een lange middag. Als Feyenoord onder druk staat, kun je de bal niet even naar hem spelen om adem te halen.
En dat lijkt klein. Eén verloren duel. Eén bal die terugkomt. Eén aanval die geen aanval wordt.
Maar daar begint de kettingreactie.
Stap 3: Het middenveld moet gaan repareren
Als de spits de bal niet vasthoudt, krijgt het middenveld een ander probleem. Spelers die eigenlijk vooruit moeten denken, moeten ineens achteruit herstellen. Een nummer 10 die tussen de linies moet spelen, komt ballen ophalen. Een controlerende middenvelder moet vaker tweede ballen verdedigen. De afstanden worden groter. De ploeg wordt langer. De controle wordt minder.
Dat is het verraderlijke van dit soort tekortkomingen. Ze blijven niet netjes op één positie liggen. Ze lekken door het hele elftal heen.
Ueda verliest een duel, maar Timber moet herstellen. Ueda houdt geen bal vast, maar Wieffer of Zerrouki moet de tweede bal winnen. Ueda bindt geen verdedigers, maar de buitenspelers krijgen minder ruimte. Ueda is niet dominant, maar het hele elftal voelt het.
Zo werkt dat vlindereffect. De vleugelslag is klein, maar de luchtstromen veranderen.
Stap 4: De buitenspelers raken opgesloten
Een goede spits is niet alleen gevaarlijk door wat hij zelf doet, maar ook door wat hij veroorzaakt. Hij trekt verdedigers mee. Hij dwingt centrale verdedigers keuzes te maken. Hij creëert twijfel. En twijfel is in voetbal vaak het begin van ruimte.
Bij Ueda gebeurt dat te weinig.
Verdedigers hoeven niet structureel te kiezen tussen doordekken, teruglopen, knijpen of rugdekking geven. Ze hoeven vooral gewoon stevig te staan. Daardoor kunnen backs eerder uitstappen op Feyenoords buitenspelers. Daardoor komt de voorzet onder meer druk. Daardoor wordt een aanval voorspelbaarder.
En dan krijg je dat typische beeld: Feyenoord heeft de bal, Feyenoord staat op de helft van de tegenstander, Feyenoord oogt dominant, maar de tegenstander voelt geen paniek.
Dat is dodelijk. Dominantie zonder dreiging is gewoon balbezit met een LinkedIn-profiel.
Stap 5: De wedstrijden blijven te lang open
Omdat Ueda zelden de beslissende maakt, blijven wedstrijden langer leven dan nodig is. Tegen kleine ploegen kun je daar soms nog mee wegkomen. Uiteindelijk valt er wel een goal. Een standaardsituatie. Een ingeving. Een fout van de tegenstander. Dan lijkt alles achteraf minder erg.
Maar bij een topclub moet je niet alleen winnen. Je moet wedstrijden op tijd breken.
Dat is het verschil tussen een ploeg die controle heeft en een ploeg die controle acteert. Feyenoord won genoeg wedstrijden om tweede te worden, maar de vraag is hoeveel daarvan echt overtuigend voelden. Hoe vaak was er het gevoel: dit is een elftal dat zijn tegenstander bij de keel grijpt en niet meer loslaat?
Te vaak bleef het zoeken. Te vaak bleef het duwen. Te vaak bleef het wachten.
En wachten is geen strategie. Wachten is hopen met een trainingspak aan.
Stap 6: De ranglijst verdooft de pijn
Het gevaar van de tweede plek is dat hij mooier oogt dan het seizoen soms was. Op papier is het prima. Champions League-ticket, keurige eindklassering, weinig reden voor paniek. Maar papier heeft geen ogen.
Wie eerlijk kijkt, ziet dat Feyenoord ook geholpen werd door de zwakte van anderen. In een normaal seizoen had dit zomaar veel pijnlijker kunnen aflopen. Met Ueda als serieuze factor in de spitsenbezetting was Feyenoord geen ploeg die vanzelfsprekend boven de rest uitstak. Het was een ploeg die vooral mocht danken dat de concurrentie zichzelf regelmatig in de voeten schoot.
Dat maakt de evaluatie gevaarlijk.
Want als je de ranglijst als bewijs gebruikt dat het allemaal wel meeviel, mis je het echte verhaal. Dan zie je niet dat plek twee misschien geen fundament was, maar camouflage.
Stap 7: De norm zakt ongemerkt
Dit is misschien de belangrijkste stap. Niet het verloren duel. Niet het matige moyenne. Niet het gebrek aan beslissende goals. Maar de gewenning.
Als Feyenoord-supporters alweer tevreden raken met dit niveau, verandert er iets aan de club. Dan wordt middelmaat verpakt als geduld. Dan wordt een dure misser uitgelegd als “nog niet helemaal geland”. Dan wordt een spits die anderen niet beter maakt ineens verdedigd omdat hij soms tegen kleine ploegen scoort.
En voor je het weet, is de norm verschoven.
Niet met een grote knal. Niet met een persconferentie. Niet met iemand die in De Kuip aankondigt: vanaf vandaag accepteren wij minder.
Nee, gewoon langzaam. Eén excuus tegelijk.
Stap 8: De storm die Feyenoord moet voorkomen
Daarom moet Feyenoord nu hard zijn. Niet emotioneel, niet rancuneus, maar professioneel. De club moet zich de tering geschrokken zijn van hoe makkelijk het allemaal broos werd zodra de standaard iets zakte. Ze moet haar handen dichtknijpen dat plek twee werd veiliggesteld en daarna terug naar de lijn die eerder werd ingezet: scherp selecteren, slim doorselecteren, geen sentiment bij spelers die het niveau niet halen.
Dat betekent dat Ueda niet heilig verklaard moet worden omdat hij af en toe een doelpunt maakt. Dat betekent dat Feyenoord weer moet kijken naar het grotere plaatje. Past deze speler bij een club die structureel de Champions League in wil? Past hij bij een elftal dat tegenstanders wil slopen met tempo, pressing, techniek en intensiteit? Past hij bij de norm van de Slot-jaren?
Als het antwoord nee is, moet je niet moeilijk doen.
Dan is het gewoon: doorselecteren.
Stap 9: Raus
Ueda is geen ramp op zichzelf. Dat is precies het punt. Hij is geen speler die elke week opzichtig alles sloopt. Hij is geen totale chaos, geen wandelende rode kaart, geen spits die de cornervlag aanziet voor een vrijstaande ploeggenoot.
Hij is subtieler dan dat.
Hij is de speler bij wie je telkens denkt: het kan nét niet. Net niet sterk genoeg. Net niet beslissend genoeg. Net niet dominant genoeg. Net niet bruikbaar genoeg als kapstok. Net niet goed genoeg voor het Feyenoord dat de lat weer omhoog wil leggen.
Maar in topvoetbal is “net niet” uiteindelijk gewoon “niet”.
En zo kom je weer bij Lorenz. Een vleugelslag lijkt onschuldig, totdat ergens verderop de storm ontstaat. Voor Feyenoord is de opdracht helder: wacht niet tot die storm er is.
Ueda en een heel zootje direct raus. Niet omdat het lekker klinkt. Hoewel, eerlijk is eerlijk, het klinkt best lekker.
Maar omdat Feyenoord na Slot niet moet leren leven met minder.