Oké, ik ga nu een voorbeeld geven van een school. Dat is misschien wel hetgene wat het meest op mijn eigen werk lijkt.
Je hebt een klas met, laten we zeggen, 30 kinderen. Je hebt ongeveer, nou, wat zal het zijn, vijf klassen, zes klassen. Elf jaar heb je leerlingen waarvan er één of twee heel vervelend gedrag vertonen. Deze leerlingen waren vroeger naar het speciaal onderwijs gegaan, maar tegenwoordig zitten ze niet meer in het speciaal onderwijs, maar
met z’n allen in de klas.
Sommigen zijn verbaal agressief, sommigen zijn fysiek agressief, sommigen hebben ander oppositioneel gedrag. Deze leerlingen zijn eigenlijk leerlingen die bij de zorg horen.
Leerlingen hebben een mentor, er is vaak een zorgcoördinator. Simpelweg, dat is de rol, die zijn afgebakend. De mentor ondersteunt bij onder andere problematiek als het gaat om bijvoorbeeld toetscijfers of plannen. De zorgcoördinator ondersteunt het gedrag. De persoon die lesgeeft, heeft daar het mandaat niet voor.
Zo’n leerling zal in de meeste lessen verstoren, maar bij nieuwe docenten extra veel. De meeste van ons kennen vast wel verhalen dat er een nieuwe docent kwam omdat de ander ziek werd of uitviel, en dat die docent even flink werd getest. De meeste mensen kunnen echt wel wat simpel testen aan. Maar sommige kinderen, zeker de leerlingen die eigenlijk op het speciaal onderwijs horen, die nemen het een stap verder. Zeker als ze thuis ook nog eens niet begrensd worden, kunnen ze niet tegen autoriteit.
Op het moment dat het van hen wordt verwacht dat ze even stil opletten en er niet doorheen praten, zullen dit soort leerlingen al heel snel vervelend gedrag gaan vertonen. Als jij als docent zo’n leerling eruit stuurt, dan doe je het volgens de theorie goed. Met zo’n leerling valt niet in gesprek te gaan, want elk gesprek geeft zo’n leerling extra olie op het vuur. Zolang zo’n leerling macht voelt, zal zo’n leerling dit soort gedrag blijven vertonen.
Echter, als je hem al twee keer hebt uitgestuurd en het gedrag verandert niet, of de leerling komt bijvoorbeeld niet terug voor een gesprek, dan moet je het opschalen naar boven. Naar de mentor, naar de zorg. Als die hun werk echter niet doen, als er echter blijkt dat deze leerling al jarenlang hetzelfde gedrag vertoont maar het niet goed is opgepakt, dan blijf je zo’n leerling er dus uitsturen.
En op een gegeven moment komt er dan iemand langs en die zegt tegen jou: “Goh, waarom stuur je deze leerling dan steeds uit? Waarom doet deze leerling dit gedrag bij jou?” Als jij dan zegt: “Ja, ik zie in het systeem dat hij al meerdere jaren dit gedrag vertoont en ik heb dit opgeschaald,” dan kun je de praat ingaan dat een manager dan zegt: “Ja, maar dat ligt waarschijnlijk aan jouw band, want ik hoor van niemand anders dat het een probleem is.” Ook al staat het letterlijk in het systeem.
Op het moment dat jou dat gezegd wordt, is het natuurlijk ook heel lastig, want dan denk je: ja, ligt het dan echt aan mij? Heb ik iets verkeerd gedaan? Je gaat nadenken van: wat heb ik gedaan? Wat is nou eigenlijk het probleem? Waarom gaat het mis? Ligt het aan de band? Hoe is de band met de rest van de klas? De meeste leerlingen schreeuwen toch niet de hele tijd door mijn les? Tuurlijk zullen ze wel eens een dag niet hebben. Waarom deze leerling wel?
En jij wordt dan eigenlijk al in de rol geduwd van oplosser. Van jou wordt verwacht dat jij én psychiater, én zorgverlener, én ouder, én mentor bent, terwijl je die leerling eigenlijk maar vier uur per dag, per week misschien niet eens op z’n meest. Er wordt van jou verwacht dat jij het gedrag oplost.
Management heeft ook geen flauw idee vaak hoe de praktijk eruitziet. Op een school bijvoorbeeld hebben ze het idee dat als jij de hele dag alleen maar computerspelletjes in de klas speelt, dat leerlingen dan veel meer gemotiveerd zijn. Terwijl iedereen die maar een beetje mensenkennis heeft, weet dat je een gevangenis vol kan plakken met glitter en regenbogen, maar het blijft een gevangenis. Als iemand ergens is waar hij niet wil zijn, zal iemand opstandiger worden. Ik kan me niet voorstellen dat de meeste pubers echt op school willen zijn.
Jij wordt dus geacht om gedrag op te lossen in jouw les, zonder mandaat, met de weinige tools die je hebt, waarvan bewezen is dat ze het probleem niet oplossen. En op het moment dat het gedrag aanblijft, omdat degene die dat gedrag kunnen oplossen hun werk niet doen, krijg jij het probleem en wordt het tegen jou gezegd: “We maken ons zorgen. Het escaleert.”
Terwijl jij echt al aan het begin aan de bel hebt getrokken en hebt gezegd: dit gedrag gaat mis. Dit zie ik daar en daar. Graag oppakken.
Uit frustratie ga je dan natuurlijk ook over deze casus praten, want je denkt: ik weet ook niet meer wat ik moet doen. Het is alsof je mij vraagt een muur te stuken, maar je geeft me geen stuc. Ja, daar kan je ook niet mee verder.
En dat is uiteindelijk waar je dan nog meer gesaboteerd wordt, want dan zijn er weer mensen die zeggen: “Oh ja, ze is onzeker.” “Oh ja, zij weet niet wat ze moet doen.” Dat is waarom eigenlijk vanaf het begin af aan van mij wordt geëist dat ik iets oplos wat ik niet kan oplossen.