Zal het kabinet dat liever in beroep gaat tegen het Bonaire-vonnis (waarin is opgenomen dat Nederland in 2030 broeikasgassen met minstens 43% moet verminderen ten opzichte van 2019) dan de klimaatcrisis voortvarend aanpakt wel gevoelig zijn voor zo'n oproep?
Geef ons hoop met een wekelijkse klimaatpersconferentiequote:
Geef ons hoop met een wekelijkse klimaatpersconferentie
De stilte van ons kabinet over zijn klimaatvisie is zorgelijk. Daarom moet de ministersploeg van Rob Jetten ons elke week de stand van de uitvoering van zijn klimaatplannen gaan toelichten.
Ingrid Robeyns en Derk Loorbach Gepubliceerd op 20 augustus 2026, 16:00
Tommy Wieringa bracht in Zomergasten klimaatverandering ter sprake. Hij legde uit wat hij van de Utrechtse hoogleraar paleoceanografie Appy Sluijs had geleerd over de onvermijdelijkheid van verdere opwarming, maar ook dat ons handelen veel zal uitmaken voor hoe erg het zal worden. De voorbije zomer heeft alle records gebroken – de hoogste temperaturen, meer dan negenhonderd extra doden in Nederland, enorme bosbranden in bijna alle Europese landen, kerncentrales in Frankrijk en Roemenië die werden stilgelegd, vrachtschepen die niet meer konden varen op de Rijn, en ga zo maar door.
En ook voor wie alleen maar aan de economie denkt zou het code rood moeten zijn, want de Triodos Bank schatte dat de hitte van deze zomer in Europa net zo veel kost als de verwachte economische groei in 2026. En dit is nog maar het begin.
Maar waar Wieringa vooral pleit voor meer bomen planten – inderdaad een heel concrete en zinvolle actie – roepen wij op tot een veel systematischer en ingrijpender omslag: een hervorming van onze fossiele en lineaire economie, aangevuld met klimaatpersconferenties waarin die strategie wordt ontvouwd, journalisten vragen kunnen stellen en iedereen wordt meegenomen.
Er is weliswaar een vijfjarig klimaatplan in Nederland, maar we hebben een visie op de lange termijn nodig. Die moet vertrekken van het uitgangspunt dat we naar een manier van (samen)leven moeten waarmee we niet langer ons eigen bestaan bedreigen. Een economie zonder fossiele groei, maar bovenal met veel minder vermijdbare doden, minder leed en minder economische kosten.
Dat vraagt veel intensievere en vooral systemischere klimaatactie: zowel klimaatmitigatie (uitstoot terugbrengen) als klimaatadaptatie (ons aanpassen aan het veranderende klimaat). Daarnaast is een grote intensivering nodig van internationaal overleg en het afdwingen van geopolitieke sociale normen die ervoor zorgen dat zo weinig mogelijk landen deze transitie kunnen saboteren.
Er bestaan tal van gremia in Nederland die het kabinet kan inschakelen om zo'n langetermijnklimaatplan te ontwikkelen. Uit die gremia zijn al veel voorstellen gekomen.
Het kabinet kan gericht beleid ontwikkelen om bedrijven en sectoren te steunen die moeten omschakelen, of werkenden te helpen met omscholing.
Het kabinet kan, samen met andere landen, de fossiele subsidies versneld afbouwen. Het kabinet kan, samen met de financiële wereld, de noodzakelijke investeringen mogelijk maken.
Het kabinet kan de economische transitie vormgeven met eerlijke prijzen, hogere belastingen op extreme rijkdom, afval en fossiel.
Het kabinet kan zorgen dat brandweer, waterschappen en natuurbeheerders alle middelen krijgen om water en bodem weer sturend te maken en hun ecologische veerkracht te herstellen.
Het kabinet kan aan de inwoners van Nederland laten weten wat wij kunnen doen om minder broeikasgassen uit te stoten, en ons voor te bereiden op wat komen zal.
Het kabinet kan schetsen hoe een regeneratieve economie eruit zou zien, waardoor we weten waar we naartoe werken en waar we met z'n allen onze schouders onder moeten zetten.
Om hiervan een nationale beweging te maken én de druk erop te houden, zou het kabinet in een wekelijkse klimaatpersconferentie de stand van de uitvoering van zijn klimaatplannen moeten toelichten. De in mei overleden Urgenda-directeur Marjan Minnesma heeft jaren geijverd voor klimaatjournaals, omdat zij zag dat effectieve politieke communicatie een belangrijke schakel was die nog ontbreekt in de klimaattransitie. In het Verenigd Koninkrijk steunen al meer dan negentig Britse parlementariërs de oproep voor Climate Emergency Briefings. Velen zijn het vertrouwen verloren dat onze politieke leiders nog tot adequate klimaatactie komen. Journalisten hebben door deze klimaatpersconferenties een unieke kans én de professionele opdracht om het kabinet scherpe vragen te stellen.
In deze wekelijkse klimaatpersconferenties zou er ook ruimte moeten zijn voor wetenschappers, die veel kennis hebben ontwikkeld over de klimaatcrisis. En ook voor burgers, bedrijven en organisaties die met concrete voorbeelden tonen hoe het wél kan. Dat werkt niet alleen motiverend voor iedereen die zelf voor keuzes staat, maar kan ook helpen mythes door te prikken. En ook ons voorstellingsvermogen vergroten over wat wél kan.
Het zou, na alle klimaatellende van de voorbije weken, een teken van hoop en staatsmanschap zijn als de koning in de Troonrede de inzet van een systemische klimaatstrategie en de wekelijkse klimaatpersconferenties zou aankondigen.
Over de auteurs
Ingrid Robeyns is hoogleraar ethiek instituties aan de Universiteit Utrecht. Derk Loorbach is hoogleraar bij DRIFT, Erasmus Universiteit Rotterdam.