quote:
Het verhaal achter de akeligste wielerfoto van het jaar: “Hopelijk kan ik ooit weer stappen als een normaal mens”
Het is een van de akeligste wielerfoto’s van het jaar. Op 15 mei 2025 valt de 25-jarige Duitser Juri Hollmann gruwelijk zwaar in de Giro. Zijn arm ziet er vreselijk uit, zijn bekken is verbrijzeld. Maar Hollmann is geen grote naam. Voor de buitenwereld vervagen val en foto snel. Maar niet voor Hollmann zelf. Drie maanden en heel veel pijn later vertelt hij het verhaal achter de foto. “Ik weet niet of ik ooit weer wielrenner zal zijn.”
Pas een goede week geleden, vertrouwt Hollmann ons halfweg het gesprek toe, heeft hij de foto zelf voor het eerst durven bekijken. “Ik wilde hem gewoon niet zien”, zegt hij zacht. Te confronterend. “Pas nu kan ik het wel. Omdat het mij toont waar ik vandaan kom. Welke vooruitgang ik al heb geboekt. Het geeft houvast.”
We spreken Juri Hollmann tijdens de Ronde van Duitsland. Reëel is de kans dat hij, een Duitser van 25, aan zijn tweede jaar bij Alpecin-Deceuninck toe, in andere omstandigheden deze wedstrijd zou gereden hebben. Maar Hollmann zit niet in het peloton. Zelfs stappen is voor hem niet langer vanzelfsprekend. Het lukt voorlopig alleen met krukken. “Al heb ik deze week wel acht kilometer gewandeld met die krukken”, klinkt het hoopvol. “Daar ben ik trots op. Zelfs al moet ik na elke kilometer rusten. Helemaal uitgeput. Ik moet het allemaal weer leren.” En fietsen, vragen we voorzichtig? Zijn racefiets dient vandaag hooguit als hometrainer, klinkt het. “Maar het is al een grote uitdaging om mij op die fiets te hijsen. Ik heb niet genoeg spieren om mijn rechterbeen over mijn fiets te tillen. Zoals ik ook de kracht mis om uit mijn klikpedaal te geraken. Ik moet mijn beide handen gebruiken om mij uit mijn pedaal te helpen.” Toch is het hem een week geleden voor het eerst gelukt. Een half uurtje op zijn eigen fiets. “Goed voor mijn hoofd”, glimlacht hij flauw. “Maar als ik eerlijk moet zijn, het voelde héél oncomfortabel.”
Vóór Alpecin-Deceuninck fietste Hollmann vier jaar voor Movistar. Daarvoor was hij onder meer Duits kampioen tijdrijden bij de beloften. Alles wat toen zo vanzelfsprekend was, is dat sinds rit zes in de Giro van dit jaar niet meer. Hollmann herinnert zich nog elk detail van die donderdag. De rit ging naar Napels, begint hij. “Het was best een lange etappe, met regen onderweg. Met Kaden Groves zouden we voor ritwinst gaan en dus zaten we als ploeg goed vooraan. Zelf had ik mij even laten uitzakken om bidons en eten op te halen. Ik was volop aan het terugkeren en zat alweer halfweg het peloton toen ik plots voor mij renners hoorde vallen.”
En dan, het eeuwige cliché: “Dan ging het razendsnel. Op het volgende moment lag ik zelf op de grond. Ik kon zelfs niet naar mijn remmen grijpen. Wellicht is de renner voor mij gevallen en heeft dat mij naar rechts doen uitwijken. Ik heb het later nagekeken op mijn Wahoo. Ik ben tegen 67 kilometer per uur op een verkeersbord geknald.”
Het is de paal van dat bord die we op de akelige foto zien. Een kermende Hollmann ligt er half gekruld rond. Ook dat herinnert hij zich nog. “Een paar seconden na de crash opende ik mijn ogen. Ik zag meteen mijn arm. En hoe die…” Hij zoekt de juiste woorden. “Hoe die niet meer op de juiste plaats zat. Maar vooral herinner ik mij de pijn.
Zoveel dat ik niet eens kon zeggen waar die vandaan kwam. Achteraf besef ik dat het naast die arm mijn bekken moet geweest zijn. Ik weet dat ik ben beginnen roepen. Dat ze me moesten laten liggen, dat er een ambulance moest komen, en toen die er was, of ze mij alstublieft in slaap konden brengen. Vanaf dan weet ik niks meer.”
Zelfs wanneer hij in het Italiaanse ziekenhuis weer wakker werd, is vervaagd. “Ik denk die donderdagavond nog”, twijfelt Hollmann. “Wel ben ik de volgende dag meteen naar Herentals gebracht. Daar ben ik mijn ploeg ontzettend dankbaar voor. Dat is later mijn groot geluk geweest.”
De medische rapporten ogen intussen bijzonder verontrustend. Naast zijn dubbele armbreuk is zijn bekken verbrijzeld. Drie maanden later toont Hollmann de huiveringwekkende röntgenfoto’s. Wat niet op die foto’s te zien is: de vele interne bloedingen. Pas is Hollmann aan zijn arm geopereerd, of dat weekend gaan in Herentals alle alarmbellen af. Er duiken complicaties op. “Ernstige complicaties.”
Vandaag is dat het enige waarover hij nog steeds moeilijk kan praten. “Liever hou ik die details voor mezelf”, klinkt het. “Maar het was bad, really bad.” Slecht. Héél slecht. Hollmann wordt in allerijl van Herentals naar het universitaire ziekenhuis van Antwerpen getransporteerd. Vandaag mijdt hij beladen woorden als ‘kritiek’ of ‘levensbedreigend’. “Maar het had anders kunnen aflopen”, is hij kort. “Mijn moeder is al die tijd bij mij geweest. Ze is die dagen tien jaar ouder geworden.”
Door de complicaties moet bovendien de dringende operatie aan zijn bekken uitgesteld worden. Anderhalve week lang ligt Hollmann met een verbrijzeld bekken plat op bed. De pijn is ondraaglijk. “Ik herinner mij hoe ze mijn bed naar een andere kamer rolden. Heel voorzichtig. Maar bij het kleinste bultje op de vloer schreeuwde ik het uit. Bewegen mocht en kon ik niet. Met een morfinepomp kon ik zelf de pijn een beetje stillen. Zelfs dat hielp amper. Ik sliep van vier uur in de namiddag tot zes uur ’s ochtends. Nu ja, slapen? Een half uur slapen, twintig minuten wakker, weer even slapen… Mijn Whoop (gezondheidstracker, red.) wees later uit dat de eerste weken na mijn val mijn laagste hartslag amper onder de honderd zakte. Terwijl ik normaal een rusthartslag van 30 à 35 heb. Zo hard was mijn lichaam aan het vechten. Ik heb gesnakt naar die operatie.”
Vijf weken zal Hollmann in het Antwerpse ziekenhuis blijven. Ook na de operatie gaat het herstel langzaam. “Toen ik het ziekenhuis uit mocht, kon ik misschien vijf meter stappen, op krukken. Zelfs in een zetel zitten lukte mij maximaal een, twee uur. De eerste keer maar twintig minuten. Dat kostte zoveel energie. Iets eenvoudigs als zitten putte mij uit.”
Na weken van verdere revalidatie in Berlijn is dat vandaag beter. Zijn hartslag in rust benadert weer de zestig. Zelfs een paar meter stappen zonder krukken lukt opnieuw. “Maar het ziet er niet uit. Niet genoeg kracht, te weinig controle over mijn rechterbeen.” Het doet Hollmann beseffen dat er nog zware maanden aankomen. Nu al is het traject langs de beste revalidatiecentra uitgestippeld. Berlijn, Keulen, München. Hollmann heeft zijn komst al aangekondigd. Het zwaarste? “De onzekerheid”, antwoordt hij. “Je moet blij zijn met elk stapje dat je zet. De eerste keer dat ik mij naar links kon omdraaien in bed. Een beetje later ook naar rechts. Elke vooruitgang telt. Maar wanneer je die stap zet? Nu hoop ik over een maand zonder krukken te kunnen stappen. Maar misschien is dat wel al over twee weken – al denk ik van niet. Of wie weet is het pas over twee en een halve maand? Het is allemaal heel onvoorspelbaar. Je moet het nemen zoals het komt.”
Het heeft hem geleerd niet te ver vooruit te kijken. Natuurlijk wil hij ooit weer de wielrenner worden die hij altijd was. “Maar als je in een bed ligt en voor alles hulp nodig hebt, is dat niet waar je mee bezig bent”, repliceert hij. “Dan wil je eerst gewoon weer zelfstandig zijn. En zelfs nadien. Ik zat niet te denken: hopelijk kan ik volgend jaar weer koersen. Ik dacht alleen maar: hopelijk kan ik ooit weer als iedereen gewoon stappen, of met de fiets rijden zoals een normaal persoon.”
Toch is, ondanks alles, de liefde voor het wielrennen niet weg. “Ik heb zelfs de Giro nog gevolgd op tv”, klinkt het. “En al die Vlaamse koersen in juni. Voor Netflix miste ik fut en concentratie. Wielrennen kijken lukte net.” Noch heeft het zijn kijk op de sport en zijn gevaren veranderd. “Toen ik Philipsen zag vallen in de Tour, schrok ik wel meer dan ik vroeger gedaan zou hebben. Maar voorts? Ik weet ook niet of iemand mijn val kwalijk kan nemen. Misschien de organisatie een beetje? Nadien heb ik gehoord dat iedereen in dat dorp wist dat de weg waar ik gevallen ben er bij de minste regendruppels spekglad bij ligt. Moet je ons daar dan oversturen?” Toch hoopt Hollmann er ooit weer tussen te rijden. Hoe weinig evident dat vandaag, met ook nog eens een aflopend contract, lijkt. “Zelfs zonder alles wat mij is overkomen, is de situatie op de markt al moeilijk”, besluit hij zacht. “Maar op dit moment wil ik mij daar geen zorgen over maken. Vandaag telt alleen mijn gezondheid.”
SPOILER
Om spoilers te kunnen lezen moet je zijn
ingelogd. Je moet je daarvoor eerst gratis
Registreren. Ook kun je spoilers niet lezen als je een ban hebt.